Blogs

Onze blogs

  1. 592ee45a5e8d1_VRTRadio1.png.4a0250ae2e124eced012d65b1ba9d316.pngDubbelbloed, La la Liebens, The summer of Love en 'externe' Interne keukens


    Vanaf 1 juli gaat het Vlaamse Radio 1 voluit voor informatie, sport en muziek in een zomerse verpakking. De traditionele zomerse sterkhouders blijven, met elke middag Sporza Tour en #weetikveel tussen 12:00 en 13:00 uur, maar deze zomer pakt Radio 1 ook uit met een aantal nieuwe programma’s en stemmen.

     


    Dubbelbloed- Layla El-Dekmak (foto VRT - Joost Joossen)Dubbelbloed
    Layla El-Dekmak is een gloednieuwe stem op Radio 1. Ze werkt al een tijdje achter de schermen bij Nieuwe Feiten, maar maakt nu haar radiodebuut met Dubbelbloed. Elke week ontvangt ze een ‘dubbelbloed’: mensen die door hun familiegeschiedenis muzikaal beïnvloed zijn door twee of meerdere culturen. Layla, die zelf een dubbelbloed is, gaat op ontdekkingsreis doorheen de muzikale en culturele invloeden van de gast. Het idee voor Dubbelbloed komt uit de koker van de Antwerpse dj Merdan Taplak, zoon van een Turkse vader en een Belgische moeder.  Officieel dus een halfbloed, “maar dat vind ik een lelijk woord.” Merdan voelt zich niet half, maar dubbel.  En hij is dan ook meteen de gast voor de eerste aflevering van Dubbelbloed. Elke zondag van 11:00 tot 13:00 uur, van 2 juli tot 27 augustus 2017.


    5952078d0ba6b_IlseLiebens(fotoVRT).thumb.jpg.5f4bf69f61c1ae525429eedc3899dd1b.jpgLa La Liebens
    Ilse Liebens is ook een nieuw gezicht en stem in het zomeraanbod van Radio 1. Ilse, bekend van o.a. Studio Brussel en Canvas, presenteert vijf weken La La Liebens. Ilse duikt voor Radio 1 de muzikale zomer in met warm aanbevolen festivaltips, de favoriete onderwegplaten van de luisteraar en een bak vol liefdevol geselecteerde platen.

    Elke werkdag van 13:00 tot 16:00 uur, vanaf maandag 24 juli tot vrijdag 25 juli 2017.

     


    The Summer of Love- Zaki (foto VRT)The Summer of Love
    The Summer of Love was een van de hoogtepunten van de hippiecultuur. De zomer van 1967 in San Francisco, exact 50 jaar geleden, spreekt nog altijd tot de verbeelding. Een beter excuus is er niet voor Zaki om de beste verhalen en muziek uit die periode op te diepen en te delen met de luisteraars. Samen met de reeks verschijnt ook een Summer of Love-cd-box met boek. Elke zaterdag van 15:00 tot 18:00 uur, vanaf zaterdag 29 juli tot zaterdag 26 augustus 2017.

     

    Interne keuken - Sven Speybrouck - (foto VRT - Joost Joossen)Interne keuken gaat extern
    Tijdens de zomer blijft Interne keuken doorlopen, maar wel in een zomerse versie en op locatie. In plaats van gasten uit te nodigen aan zijn keukentafel gaat Sven Speybrouck nu op bezoek bij  één centrale gast. Aan de keukentafel  van die gast praat Sven met hen over de dingen die inspireren en fascineren of schoonheid en troost bieden. Wat is het verhaal achter een oude bajonet die journalist Serge Simonart in huis heeft? Waarom heeft theatermaker Zouzou Ben Chikha thuis nog afgeknipte dreadlocks liggen van een ruim een meter lang? Elke zaterdag van 11:00 tot 13:00 uur, van 1 juli tot 26 augustus 2017.

  2. bartvanleeuwen2Bart van Leeuwen is deze zomer te horen bij Radio M Utrecht. Van 24 juni tot begin augustus presenteert hij elke zaterdag en zondag van 14.00 tot 18.00 uur het middagprogramma 'Lekker weer Van Leeuwen'. Bart van Leeuwen begon zijn radioloopbaan in 1973 bij de zeezender Veronica en werkte later voor o.a. de zeezender Radio Mi Amigo, de Veronica Omroep Organisatie, Radio 10, Radio 538 en Radio Veronica. Met Bart keren ook de bekende onderdelen "Raad waar die staat" en "De plaat en zijn verhaal" terug op de radio.


    Lees verder.

  3. hans knot
    Laatste artikel

    Door hans knot,

    In de nostalgische terugblik van deze week neem ik je mee naar de maand mei 1970 toen er een feestje gevierd diende te worden aan het Martinikerkhof in Groningen, alwaar destijds de radiostudio’s waren gevestigd van de regionale omroep in het noorden van ons land, de RONO, hetgeen stond voor Regionale Omroep Noord en Oost.

     

    snoek12.thumb.jpg.4944da55f753f01e113871c430705446.jpg

     

    Het ontstaan leidde eigenlijk naar 16 mei 1945 want toen verzorgde de O.P.M.C. (Omroep Provinciaal Militair Commissariaat) de eerste regionale uitzending via het radio-distributienet van de PTT in de stad Groningen. Later volgden uitzendingen voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Na enkele maanden werd de O.P.M.C. - opgericht om te voorzien in de grote nieuwshonger in een tijd dat de westelijke en zuidelijke actieve radiostations bijna niet of geheel niet konden worden ontvangen, opgeheven.

     

    Maar dat betekende geen einde aan deze uitzendingen want de taken werden overgenomen door de RON, de Regionale Omroep Noord, hetgeen later werd uitgebreid met nog een O die werd toegevoegd, omdat ook het oosten van Nederland werd bereikt met haar programma’s.

     

    Rond het 25-jarig bestaan in 1970 had de RONO ook aanmerkelijk meer zendtijd en stond zij in het middelpunt van de belangstelling in die gebieden waar men was te ontvangen. Immers was er nog lang geen commerciële radio in ons land, laat staan dat er ruimte was voor lokale radiostations. Men bracht gemiddeld rond de achttien zenduren per week en dat was in 1970 bijna het dubbele van het aantal radiouren dat bijvoorbeeld de TROS en de VPRO ter beschikking hadden.

     

    Men durfe op het Martinkerkhof wel enigszins trots te zijn en bracht naar buiten dat de RONO ruwweg half Nederland als verzorgingsgebied had met rond de vier miljoen inwoners: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en geheel Gelderland. De RONO stond vijfentwintig jaar na de eerste regionale radiouitzending in Groningen, model voor de toekomstige regionale omroepen, zoals de toenmalige minister van CRM, mevr. Klompé, die in gedachten had. Dat betekende dat in de eerste plaats regionale omroep onder verantwoordelijkheid viel van de NOS, dit volgens het artikel 47a uit de Omroepwet. Het was weliswaar mogelijk om ook zelf met een regionale omroep te beginnen, maar om een zendmachtiging te verkrijgen volgens artikel 47b, diende men een voor een stad, streek of gewest representatieve culturele instelling te zijn. En of men dit daadwerkelijk was bepaalde weer de minister.

     

    Klompé had in haar laatste beschikking destijds trouwens definitief bepaald dat de NOS de verzorging van de regionale radioprogramma's van de RONO op zich diende te nemen. Daartegen bestond nog wel behoorlijk wat tegenstand. Sommigen zouden graag zien, dat men ook buiten de NOS in de gelegenheid gesteld zou worden om regionale programma's te verzorgen. Dit met het argument, dat men dan tot een betere, meer gerichte aanpak zou kunnen komen.

     

    Was het echter een groot bezwaar in 1970 te moeten werken onder de vleugels van de NOS werd er door een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden destijds gevraagd aan de directeur van de RONO, de heer A. M. van der Veen. Hij was van mening dat het totaal geen probleem was: “Ik ben echt zeer tevreden met de beschikking van de minister. Ik zie namelijk niet in concreto, welke mogelijkheden er voor de RONO zijn, als we volgens artikel 47b zouden moeten werken. Want hoe kom je aan voldoende geld, aan materiaal, noem maar op. Dat allemaal binnen de wet, waarbij je er dan vanuit dient te gaan, dat zo’n omroepinstelling geen winst mag beogen."

     

    Van der Veen was bovendien van mening, dat de beschikking van de minister juist bijzonder veel mogelijkheden voor de RONO — of een andere regionale omroep — openliet: “Kijk, in die beschikking staat, dat we zendtijd krijgen toegewezen van 18 tot 20 uur, elke dag. Dat houdt dus in, dat we per dag twee uur bezig kunnen zijn. Maar er staat ook bij, dat het programma van de Regionale Omroep Noord en Oost wordt uitgezonden: a. over de AM-zenders Hoogezand en Hengelo; b. over de FM-zenders die in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland worden ontvangen; c. over de derde lijn van de draadomroep in het door deze zenders bestreken gebied. En dat geeft ons heel wat mogelijkheden."

     

    In de toekomst kijkend in 1970 was er volgens de directeur van de RONO de mogelijkheid om per provincie iedere avond op hetzelfde tijdstip een eigen regionaal programma te maken gericht op de inwoners van de betreffende provincie. Zo waren er plannen om de zender Markelo, die begin 1970 nog hetzelfde programma als de zender opgesteld in Hoogezand uitstraalde, los te koppelen. Al eerder had men binnen de RONO besloten drie keer per week de zender Irnsum van het totaal programma los te koppelen om via die zender een speciaal programma gericht op de Friese luisteraars uit te stralen. Stap voor stap ging men verder door niet alleen een totaal regionaal programma te verzorgen maar ook voor de regio’s Friesland en de regio Oost, ofwel Overijssel en Gelderland.

     

    snoek20.jpg.749578be60e41f8715d050f1ecbd5b8e.jpg

     

    Uiteindelijk zouden diverse ontkoppelingen leidden tot een Gronings, Drents, Fries en Overijssels-Gelders programma. Wel betekende het dat er meer dan 2 uren aan productie per dag dienden te worden gemaakt. Pas jaren later zou deze regionale omroep worden opgesplitst in regionale radio (en later televisie) stations gericht per provincie waarbij de naam RONO verviel en in Groningen niet gekozen werd voor de naam Radio Groningen maar Radio (RTV) Noord. Op 19 oktober 1977 was het zover dat er aan het eerder gememoreerde Martinikerkhof andermaal een feestje kon worden gevierd met de start van Radio Noord in de nieuw ingerichte studios.

     

    Bron Nieuwsblad van het Noorden 1970

    Knot, Hans (2012) Klein, maar robuust. Ing. Paul. M. Snoek. Een werkend leven lang voor de radio. Stichting Media Communicatie, Amstelveen.

    Foto’s: collectie Paul Snoek

     

    Hans Knot, 24 juni 2017

     

  4. De tweede helft van de vorige eeuw kenmerkte zich door tal van innovaties op mediagebied, niet in het het minst waren de vele zeezenders daar een onderdeel van. Minstens een dubbel dozijn haalden de ether, het ene project succesvoller dan het andere. Niet te tellen zijn evenwel de plannen die nooit uitgevoerd werden. Sommige bestonden enkel in de gedachten van fantasten. Het Belgische Radio Marina is er één van. Een (waan)idee van de uit Lokeren afkomstige, maar in Gent beter bekende Valère Broucke. De man had eerder een faillissement achter de rug met een elektriciteitszaak en was bekend als oplichter van een restauranthouder. Daarom stond hij in 1969 op de lijst van gezochte personen. Maar niets weerhield hem ervan om een zeer opmerkelijk radiohoofdstuk te schrijven. Zo goed als vergeten, nu voor het eerst helemaal verteld.


    Het is 1970 als voor het eerst de naam Radio Marina opduikt in Vlaanderen. De link naar de succesvolle Nederlandse ‘radiopiraat’ Veronica, in de lucht sedert mei 1960, is snel gelegd. Beiden hadden zusjes kunnen zijn. Maar het verhaal liep anders. Naar eigen zeggen borrelden bij Valère Broucke de plannen al vele jaren eerder op. Een gevolg van de korte, maar opvallende avonturen van Radio Antwerpen, eind 1962 (oktober-december) uitzendend vanaf de MV Uilenspiegel. Een klein decennium later begon Broucke voormalige dj’s van Uilenspiegel en van de Nederlandstalige service van Radio Luxemburg te benaderen. Het commerciële station uit het Groot Hertogdom had eind 1969 de meeste Nederlandstalige programma’s geschrapt met als gevolg dat er flink wat potentiële radiomakers geïnteresseerd waren in een nieuw groot project voor de Lage Landen. Ook bij enkele Uilenspiegel-medewerkers was het vlammetje nog niet gedoofd. Omdat enkel de openbare omroepen BRT-RTB uitzendingen mocht verzorgen in België, kon niemand zijn ei op een andere plek kwijt. Er was dus aardig wat talent voor handen.

     

    Radio-Marina-dossier-01.png


    Valère Broucke in het Zondagsblad van 7 februari 1971: “Uilenspiegel deed de Westhoek daveren van enthousiasme. Dat was nu eens een radio! Ik zag brood in dat succes. Waarom het zelf niet eens proberen? Ik heb acht jaar lopen piekeren tot ik op een goede dag al mijn moed in handen nam en naar vennoten begon te zoeken om het nodige geld bij elkaar te krijgen. Tot één van mijn medewerkers er met de centen vandoor ging. Was dit niet gebeurd, dan waren we al in de lucht. Het schip bleef ook nog langer in herstelling dan voorzien. Weinig schepen zullen zo degelijk uitgerust zijn als mijn radioschip. Ik zal het de naam geven van mijn zoon Marc en het station zal ik dopen naar mijn dochter Marina. Die naam zal inslaan als een klok.”

    ‘Universitaire’ hulp
    Eén van de eerste en meest bekende potentiële medewerkers van het project, die eerder zijn sporen had verdiend in de wereld van de radio, moest Pit Jager (géén Piet) worden. De Antwerpenaar was de programmaleider geweest bij Radio Antwerpen/Uilenspiegel. Al stond er toen wel nog een letter ‘i’ in zijn voornaam. In beide gevallen betrof het een synoniem want de man werd immers als Piet Yaeger gedoopt. Ook zijn Parijse vrouw Micheline presenteerde bij de zeezender. Zij maakte wekelijks een Franstalig uur. Na de Noordzee trok Pit naar Radio Luxemburg om nadien het wereldje van de media vaarwel te zeggen en in de circuswereld te belanden, tot ver na de pensioengerechtigde leeftijd.


    Broucke klopte ook aan bij de Belgisch afdeling van de Free Radio Association (FRA). Een club van Britse origine die ijverde voor vrije radio, ontstaan in de nadagen van de Britse zeezenderstations. Toen het in de tweede helft van 1967 de Britten verboden werd om mee te werken aan uitzendingen vanaf zee, probeerde de organisatie het tij te keren mits het mobiliseren van zoveel mogelijk luisteraars. In andere Europese landen ontstonden lokale afdelingen. In België vertegenwoordigde Ronny Major uit Oostende de FRA. Via hem beschikte Valère Broucke over een onschatbare bron van (achter)grondinformatie. Kortom, in zowat alle lagen van de maatschappij was het enthousiasme groot. De vijver waaruit kon worden gerecruteerd leek eindeloos. Eindelijk zou de nationale omroep concurrentie krijgen. Radio Marina zou de Vlaamse versie van Radio Veronica worden.

     

    1 Valère-Broucke.png

    Valère Broucke


    Iedereen werkte gratis, de plannen waren immers zo mooi. Bovendien kon Broucke zijn verhaal prima aan de man brengen. Hij zag er niet uit als een zakenman, maar zijn lichtblauwe ogen straalden blijkbaar vertrouwen uit. Er kwamen studenten bij van de Gentse Universiteit, contacten werden gelegd met diverse platenmaatschappijen en potentiële adverteerders. Er werden Marina-lidkaarten, stickers en allerhande promomateriaal gedrukt. Enkele showavonden volgden. De medewerkers werd door Broucke eerst verteld dat het om een Engels project ging dat voor de helft zou betaald worden door de Free Radio Association. Die hadden alles bijeen minstens 500.000 leden. De andere helft van het kapitaal zou ingebracht worden door de Marina-organisatie.


    Geen officiële licentie
    Via Ronny Major werd op 28 oktober 1970 zelfs een officiële zendvergunning voor België aangevraagd bij de minister van PTT. In de toenmalige CVP-regering (christen democraten) van Gaston Eyskens was Eduard Anseele (socialistische partij BSP) bevoegd. Omdat België nog niet opgedeeld was in gewesten, betrof het een licentie voor het hele land. Maar er kwam geen reactie. Volksvertegenwoordiger Luc Vansteenkiste uit Kortrijk en lid van oppositiepartij Volksunie (Vlaams nationalistisch), werd ingeschakeld. Hij interpelleerde de minister over het uitblijven van een antwoord. Die beweerde nooit iets te hebben ontvangen. Een nieuwe poging, dit keer via een aangetekend schrijven, werd op 6 februari 1971 gedaan. Ontkennen dat er geen documenten op het kabinet waren bezorgd, zou niet meer kunnen. De minister liet daarop weten dat er geen frequenties beschikbaar waren.


    2 Radio-Marina-dossier.png


    Valère Broucke: “Dat is larie. Een tijdje geleden heeft het Amerikaanse leger nog twee steunzenders gekregen in België, één in Chièvres en nog één in Brussel. De regering heeft er niet bij te verliezen. De staatskas zou er wel bij varen. Denk maar aan de belastingen op al die reclamespots. Er is genoeg geld te scheppen om het defeciet van de BRT en de RTB samen te delgen. Bovendien zitten de luisteraars te smeken naar een commerciële radiostation. Ons schip is 95 meter lang en er staat een mast op van 75 meter. Het is een oude oorlogsboot.“


    Het is duidelijk dat Valère Broucke het over de MV Galaxy had, het voormalige zendschip van Radio London (1964-1967). Of de Vlaamse radiobaas in spé eigenhandig fotomateriaal aan de krant bezorgde, of het Zondagsblad haar eigen redactie archieffoto’s liet bewerken, is onbekend. De lezers vonden wel twee ‘opnames van Marina’ terug in hun weekblad. Op één daarvan is echter de boordstudio van Big L te zien met Dave Dennis aan het werk in 1965. Het onderschrift luidde: “Een oefening in één van de studio’s op het schip van Radio Marina. De studio is authentiek. De disc-jockey is intussen vervangen.” Ook een afbeelding van de MV Galaxy werd afgedrukt. Op de romp van het schip was de naam Radio Marina te zien. Evenwel niet geschilderd op het schip zelf, wel aangebracht op de foto.


    Ambassades bezoeken
    Diverse ambassades kregen een bezoekje van het Marina-team. In ruil voor een officiële zendvergunning zou men er de maatschappelijke zetel onderbrengen. Wat meteen een bron van inkomsten zou betekenen. De belastingen moesten immers daar betaald worden. Rusland was eerst aan de beurt omdat men tijdens de koude oorlog nu eenmaal overal spionnen probeerde te plaatsen. Griekenland, dat toen een dictatoriaal kolonelsregime kende, volgde. Hen werd beloofd dat zij de tweede zender van Marina, die bedoeld was voor Franstalige uitzendingen, zouden mogen gebruiken voor propaganda. De kolonels wilden graag de vele Griekse staatsburgers die in Duitsland woonden, kunnen bereiken via de radio. Ook de Japanse gouverneur kwam aan de beurt. Dat land probeerde immers de Europese markt te veroveren met auto’s en electronica. Zij zouden gratis reclame krijgen voor hun producten. Zuid Afrika volgde, het Apartheidsregime kon alle steun voor zijn politiek gebruiken. Tot slot werd Rhodesië (nu Zimbabwe) benaderd.


    Valère Broucke werd overal ontvangen, helaas nam niemand hem serieus. Maar hij gaf niet op: “Desnoods beginnen we uit te zenden met de vergunning van communistisch China”, liet hij optekenen in de pers. “Want die hebben we. Veel bescherming kan de volksrepubliek ons wel niet bieden, maar een vergunning is een vergunning. En een vlag is een vlag!”. Een aantal medewerkers begon echter achterdocht te krijgen. De startdatum werd keer op keer opgeschoven. Bovendien had nog niemand het schip, toch een cruciaal onderdeel voor een zeezender, echt gezien.

     

    3 Marina-secretaresse-Linda-Ronny-Major-Pierre-Deseyn-en-Tony-Martino.png

    Marina secretaresse Linda, Ronny Major, Pierre Deseyn en Tony Martino


    Door de mand gevallen
    Valère Broucke bleef nieuwe mensen binnenhalen. Hij kwam in contact met Pierre Deseyn uit Sint-Amandsberg, de Belgische vertegenwoordiger van de Britse Free Radio Organisation, een soort conculega van de FRA. Ook hij werd een manusje van alles. Zijn kennis over het hele reilen en zeilen binnen het offshore radiowereldje was alweer mooi meegenomen. (In 1970 zou Pierre bij Radio Northsea International belanden. Hij produceerde en presenteerde samen met AJ Beirens ‘RNI goes DX’, een zondags programma dat te horen was via de kortegolfzender van RNI. Ook de legendarische reeks ‘De geschiedenis van de zeezenders’, die op zondagnamiddag werd uitgezonden door Radio Mi Amigo (1975-1976), was zijn werk. Al die shows werden opgenomen in Ledeberg, in de persoonlijke studio van Pierre. Een technisch walhalla dat eerder was gebouwd en gebruikt ten behoeve van Radio Marina.


    Maar Marina bleef zwijgen. De startdatum opnieuw en opnieuw uitgesteld. De ene keer lag het zendschip in een Engelse haven op een werf die eigendom was van Ronan O’Rahilly, de man achter Radio Caroline. Een andere keer was het op weg naar Scheveningen, dan weer naar Vlissingen om daarna zijn opwachting te maken in Libanon om scheepsdocumenten op te halen en de zeevaartcontrole te passeren. Kortom, iedere week was er een ander verhaal. Toen men zich stilaan begon af te vragen wie dat allemaal betaalde, was er enkel een mysterieuze glimlach. Natuurlijk kon Broucke documenten laten zien die bewezen dat hij een voorschot van vijf miljoen Belgische franken had betaald voor de aankoop van een zeeschip. Toch zou niet heel veel later blijken dat de papieren vals waren. Het zou niet meer ophouden.


    De medewerkers die wisten tot op dat moment weinig van elkaar bestaan af. Broucke hield hen zorgvuldig bij elkaar vandaan, begonnen elkaar toch te vinden. Er werden gegevens uitgewisseld en die waren bij iedereen anders. De conclusies waren snel getrokken. De ‘radiodirecteur’ werd met de rug tegen de muur gezet. Medewerker Tony Martino in de toenmalige popkrant ‘Hitorama’: “Valère Broucke heeft alleen maar de gave om mensen te bedotten. Op hun kosten te leven. Om hen allerlei dingen te ontfutselen. Met hun auto’s te rijden en om van hun goedheid te profiteren”.


    4 Tony-Martino-.png

    Tony Martino


    Ene Martino, afkomstig uit het Antwerpse dorpje Schelle, was één van de bekendere mensen die Radio Marina had geprobeerd op de rails te krijgen. Onder het pseudoniem Tony Reno had hij enkele singles opgenomen bij het Belgische platenlabel Ronnex. Later wijzigde hij zijn artiestennaam. Naast zanger was hij ook actief als presentator van shows. Hij praatte onder andere de populaire promotie-optredens aan de kust voor het jongerenblad Joepie aan elkaar in 1973. Behalve Martino, hij had als één van de eersten argwaan gekregen over de solvabiliteit van Broucke, voelde ook Ronny Major steeds meer nattigheid. Zijn buikgevoel vertelde hem dat hij zich beter kon terugtrekken. De sfeer in de ploeg sloeg om van enthousiasme naar boosheid. Er werd daarom besloten om Valère Broucke een lesje te leren.


    In de lucht!
    Op 1 mei 1970 was Radio Marina plots te horen in de Gentse FM-band. Illegaal. Het station bleef enkele dagen in de lucht. Vermoedelijk werd er uitgezonden vanuit de thuisstudio van Marina-medewerker Richard Black. Hij was al eerder actief geweest in de Arteveldestad als ‘radiopiraat’. De ontvangstrapporten moesten worden gestuurd naar de Ekkergemstraat 119, een beluik in een stedelijke achterbuurt. Het zou Valère Broucke leren! Niet dus, want de vele brieven en ontvangstrapporten die de fantast op die manier in handen kreeg, zou hij juist gaan gebruiken om nog meer mensen in zijn avonturen te betrekken. Hij stopte alle post in een aktetas en plots had de man een fantastisch middel in handen om te bewijzen dat er erg succesvolle testuitzendingen waren geweest!


    5 Studio-Richard-Black-in-Gent.png

    Studio Richard Black in Gent


    Dankzij de vele brieven en kaartjes slaagde Broucke erin nogmaals nieuwe mensen voor zijn plannen warm te maken. Al duurde het tot begin 1971 voor de naam Radio Marina weer groot opdook in de kranten. Broucke meldde dat hij een overeenkomst bereikt had met de heren Erwin Meister en Edwin Bollier, de eigenaren van Radio Nordsee International (RNI) en wel om vanaf hun zendschip de MEBO II, te beginnen. Er zou op 15 april gestart worden. Nederlandstalig overdag onder de naam Radio Marina, ’s avonds en ’s nachts in het Engels als Radio Northsea International. Er was daartoe een nieuwe vennootschap opgericht, de schepen van de Benelux-rederij van Gent waren aangekocht om toeristen toe te laten het schip in volle zee te bezoeken. Er was geld en er was een zendschip, de MEBO II.


    RNI was na een onfortuinlijk avontuur voor de Britse kust immers al enkele maanden uit de lucht. Met Engelse- en Duitstalige uitzendingen tussen maart en september 1970 had men geprobeerd om Europese luisteraars te lokken. Wat niet gelukt was omdat de Britse overheid te allen prijze wilde voorkomen dat er opnieuw een zeezender voor haar kusten actief zou zijn. RNI werd flink geboycot en de uitzendingen gestoord. Op 24 september 1970 werd de handdoek gegooid. Sindsdien lag de MEBO II doelloos te dobberen op de Noordzee. Valère Broucke rook zijn kans. Een compleet uitgeruste boot die zo maar kon worden ingezet, dat was een geschenk uit de hemel.


    In diezelfde periode vertelde Broucke medewerkers, potentiële adverteerders en iedereen die enigszins van belang zou kunnen zijn, maar al te graag dat een grote politieke partij achter zijn plannen stond. De ‘radiodirecteur’ was inderdaad ontvangen door de populaire en invloedrijke Gentste politicus Willy Declerck, voorman van de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV). Makkelijk aanspreekbaar en minzaam als hij was, plus de vrije gedachte in de naam van zijn partij alle eer aandoend, had hij enige vorm van sympathie laten blijken voor een commercieel radiostation. Maar meer ook niet. In de leefwereld van Valère Broucke was een niet expliciete afwijzing echter een stevige vorm van samenwerking.

     

    6 Ekkergemstraatje-Gent.png

    Ekkergemstraatje Gent


    Op de middengolf
    Broucke kon iedereen die daar om vroeg dit keer wel een contract laten zien, ondertekend door de twee Zwitserse eigenaars van de Mebo II. Het duo was daarvoor speciaal naar Gent afgezakt, naar het Terminus hotel. Erwin Meister en Edwin Bollier bespraken er samen met Valère Broucke, Pierre Deseyn en Bruggeling AJ Beirens (hij zou later voor RNI, én voor Radio Atlantis onder de naam Michael O, gaan werken) een mogelijke samenwerking. Beirens hield een slecht gevoel over aan de bijeenkomst en vertelde dat ook onomwonden aan Bollier. Vooral het feit dat Broucke had zitten pochen over zijn nieuwste investering deed alarmbellen rinkelen. “We hebben een kasteel gekocht langs de steenweg in Oostakker waar we kantoren en studio’s gaan inrichten”, luidde het. De eigenaar had op aanraden van de ‘radiodirecteur’ zelfs een geluiddicht Velux-raam laten plaatsen op de bovenverdieping waar men de studio’s ging installeren!


    Enkel de handtekening van Broucke op de documenten met MEBO Ltd, het bedrijf achter ondermeer RNI, ontbrak nog. “Maar dat is slechts een formaliteit. We moeten eerst nog enkele details met onze advocaat overleggen”, klonk het. Intussen had hij natuurlijk wel een getekende akte in handen waarmee hij tientallen mensen kon bewijzen dat zijn plannen niet zomaar woorden in de wind waren. Bovendien mochten enkele journalisten een studio bezoeken waar inderdaad werd gewerkt. Proefprogramma’s en jingles werden opgenomen in Oostende, Heist-op-den-Berg, Ledeberg en Leuven.


    Bovendien was Radio Marina, op een zondag begin 1971, inderdaad plots te beluisteren op 1159 kHz (259 AM, een oud frequentie van Radio Caroline). De DJ verkondigde vrolijk dat er werd uitgezonden vanaf de MEBO II, verankerd voor de kust van Cadzand. Frequenties in de 49-meter en de FM-band werden eveneens gemeld. Maar daar was niks te horen. Er werden professioneel klinkende jingles gedraaid en reclames voor Liefmans Oudenaarde (bierbrouwerij) en het Rode Kruis van België. Eén van de meest opvallende spots was die voor Radio Atlantis. Al ging het niet om de latere Vlaamse zeezender, maar betrof het de bekende Gentse HiFi-winkel aan de Zwijnaardesteenweg 111 met die naam (de zaak bestond tot voor een paar jaar). De post moest naar Radio Marina, Internationale burelen, Blokstraat 60 te Dikkelvenne worden gestuurd. Na één dag was het gedaan. Later zou blijken dat de uitzendingen helemaal niet vanaf de MEBO II kwamen, het ging om een persoonlijk initiatief van een (ex) Marina-medewerker die vanaf land uitzond.


    7 Radio-Marina-dossier-03.png


    Marina in New York
    En hoe zat het met de financiële kant van de zaak? “Er is geld. Echt waar”, stelde Valère Broucke. Opnieuw was hij erin geslaagd een document in handen te krijgen waarop te lezen was dat hij voor de aankoop van goederen een voorschot had betaald van één miljoen franken. Hij kon dit bewijs gebruiken voor een lening van 200.000 franken voor de aankoop van liefst drie wagens en voor een reis naar de Verenigde Staten om er ene Jean Toche op te zoeken. Een Bruggeling (1932) die in 1965 was uitgeweken naar New York. Het type ‘zachte anarchist’ dat door middel van ‘kunst’ voortdurend agiteerde tegen allerlei musea, instituten en bij uitbreiding de complete gevestigde politieke klasse. Eén van zijn creaties was een affiche waarin hij de Belgische regering beschuldigde een kolonie te zijn van Frankrijk. Een persoonlijk statement. Kunst met woorden, meer niet. Al was de tekst provocatief, het was zeker niet zijn bedoeling om iets aan te vangen met deze gedachte. Valère Broucke interpreteerde één en ander op zijn manier en zag plots brood in een (politieke) samenwerking.

    Jean Toche was ondermeer de mede-oprichter van de Guerilla Art Action Group (GAAG). Tijdens de anti-Vietnamdemonstraties lieten ze zich opmerken met diverse acties, bijeenkomsten, manifesten en publicaties allerhande. In 1974 werd hij even gearresteerd omdat hij in diverse pamfletten gesuggereerd had dat alle musea-directeurs moesten worden gekidnapt, wat werd aanzien als een bedreiging. Toche is nog steeds actief als bedenker van ‘politieke kunstmails’. Hij woont tegenwoordig op Staten Island).


    8 Radio-Marina-dossier-04.png


    Er werden twee vliegtuigtickets besteld naar Amerika. Voor Broucke en Linda, zijn achttienjarige ‘secretaresse’ uit Gentbrugge. Zij zegde haar vaste baan op, want ze zou 25.000 franken per maand gaan verdienen. De ‘radiobaas’ sprak geen enkele andere taal, op dat vlak kon hij dus best wat hulp gebruiken. Eenmaal in New York werd zijn medewerkster echter al snel geconfronteerd met een totaal andere werkelijkheid. De schatrijke Belgische zakenman bleek een ‘kunstenaar’ te zijn die in een soort bunker woonde in Carmine Street 72. Eerder een achterbuurt. Hij bezat niks. Wel veel flyers, brochures en affiches. Zijn zeer persoonlijke vorm om zich af te zetten tegen kunst en de maatschappij in haar geheel. Als een idealist en een fantast elkaar ontmoeten.


    Valère Broucke liet zich niet ontmoedigen. Hij trok zomaar diverse bankfilialen binnen om vijftig miljoen dollar te vragen. “Want Amerika is synoniem voor geld”, verkondigde hij. “De mogelijkheden voor speciale projecten moeten er onbegrensd zijn”. Helaas slaagde hij er niet in om meer los te krijgen dan een sigaar en een cola. Linda schaamde zich een ongeluk. Via brieven had ze contact gehouden met het thuisfront waarin ze een ontluisterend beeld ophing van haar belevenissen in de States. Uiteindelijk moesten haar ouders geld sturen zodat ze het vliegtuig terug konden nemen naar Heathrow London. Opnieuw in Gent moest vervolgens ook Broucke toegeven dat er wederom niks was. Geen geld, geen schip, geen zender.


    10 Jean-Toche.png

    Jean Toche


    Het oplichten ging door
    Maar Broucke gaf niet op. Hij was zelfs op zoek gegaan naar de eigenaar van de MV Galaxy (Radio London), die sedert 20 augustus 1967, na het in dienst treden van de Marine Offences Broadcasting Act (de Britse anti-zeezenderwet), lag te verkommeren in het Duitse Hamburg. Het werd andermaal helemaal niks. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de International Broadcasters Society (IBS), de organisatie achter het mislukte Capital Radio-project. Officieel gestart op 1 november 1970, raakte het zendschip King David op 11 november op drift om te stranden op de kust bij Noordwijk. Bij IBS was het geld op, wat het einde van het radiostation betekende. Radio Marina dook op als reddende engel.


    Voor zeven ton (toen nog gulden) kon Radio Marina, voor een periode van drie maanden, het zendschip huren. Het contract werd getekend door IBS, doch toen ook Valère Broucke zijn handtekening moest plaatsen, vroeg hij een dag uitstel om zijn financier, de Europabank in Gent, te raadplegen. Zonder geld en zonder contracten keerden de mensen van Capital Radio terug naar Nederland. Broucke trok daarop naar Radio Veronica in Hilversum, toonde er directeur Bull Verweij het contract met Capital Radio en vroeg enkele miljoenen om zijn plannen niet uit te voeren. Een telefoontje van Veronica’s advocaat met IBS maakte echter alles duidelijk en daarmee was ook deze poging weer van de baan. Zoveel pogingen, evenveel mislukkingen.


    De Paraguay connectie
    In 1973 was Marina weer terug. Als hersenspinsel. Bestaan alle dingen immers niet uit drie? De timing was niet zomaar gekozen. De Adegemse zakenman Adriaan Van Landschoot was op 15 juli van dat jaar, vanaf de MV Mi Amigo, gestart met Radio Atlantis. Een instant succes in Vlaanderen. “Dat moest mijn zender geweest zijn”, vloekte Broucke en hij trok naar Sylvain Tack, die op dat moment eigenaar was van een wafelfabriek (Suzy), een muziekuitgeverij (Start, later Gnome), één van de beste opnamestudio’s in Europa (in Buizingen) en het jongerentijdschrift Joepie. Maar Tack zette Broucke aan de deur. De man stond immers op het punt om naar Paraguay te vertrekken. Niet zomaar op vakantie, want ook hij had plannen om met een radiostation te beginnen voor Vlaanderen. Slechts enkele maanden later, op 1 januari 1974 maakte West-Europa inderdaad kennis met Mi Amigo. Paraguay diende een onderdeel van dat project worden.

     

    9 Radio-Marina-dossier-05.png


    Nadat Nederland per 31 augustus 1974 de anti-zeezenderwet invoerde en als gevolg daarvan een deel van de Mi Amigo-organisatie begin 1975 naar het Spaanse Playa de Aro was verkast, zag Valère Broucke een nieuwe opportuniteit. Hij nam contact op met enkele oud-Mi Amigo medewerkers die niet mee waren verhuisd naar het Iberisch schiereiland. Opnieuw wist hij zich te omringen met enkele enthousiaste mensen die o zo graag radio wilden maken. De Belgische kranten kondigden op dat moment de (nieuwe) verhuizing van Radio Mi Amigo naar Paraguay aan. Sylvain Tack had er een zendvergunning gekregen.


    De bedoeling was om via de kortegolf het Mi Amigo-signaal naar het zendschip op de Noordzee te sturen, daar zouden de programma’s dan verder via de middengolf worden uitgezonden. Maar het feestje ging niet door. Enerzijds vanwege de technische onhaalbaarheid, anderzijds omdat Sylvain Tack uit de gratie was gevallen van Alfredo Stroessner, toenmalig dictator van het Zuid-Amerikaanse land. Toen Broucke daarachter kwam, trok hij naar de Paraguyaanse ambassade in Brussel en stelde zich voor als een gewezen vriend en zakenrelatie van de Vlaamse mediamagnaat in ballingschap. Hij wilde de afgesprongen projecten overnemen. Er was immers toch geld genoeg. Alweer?


    Trukendoos leeg?
    Het was het laatste wapenfeit in de Radio Marina story. Ook die keer bleven de plannen hangen in het rijk van de wilde fantasie. Behalve die paar dagen in de meimaand van 1970 en die ene zondag in het voorjaar van 1971 als landpiraat, heeft Radio Marina nooit bestaan. Even droomden vele jonge mensen van een leuke, goed betaalde baan bij een commercieel radiostation. Studenten hadden hun studies opgegeven of verwaarloosd, anderen hadden hun geld geïnvesteerd in studio’s. Allen waren misleid door een man die tot heel wat of helemaal niets in staat was (schrappen naar keuze).
    Aftroggelarij en bedreigingen waren daarbij nooit een uitzondering, eerder een regel.


    Tal van bedrijven, firma’s en organisaties in België en Lichtenstein bestonden enkel op papier; Free Broadcasting Publicity International, Radio Marina, Publi-Fram en de NV Brounia. Met sluwe trucs was Broucke er steeds weer in geslaagd goedgelovige mensen af te troggelen en op hun kosten te leven. Zijn tactiek was steevast dezelfde; het laten zien van documenten die bewijskracht moesten geven. Het ging altijd om compromissen, aan- en verkoopakten, opties, brieven en allerlei andere documenten. Hij deinsde er niet voor terug handtekeningen te vervalsen of paperassen ‘bij te werken’. Als hij voelde dat hij zijn greep ging lossen, dat hij het vertrouwen verloor, dan volgden bedreigingen of chantages.


    11 Valèrie-Broucke-en-onbekende-medewerker.png

    Valèrie Broucke en onbekende medewerker


    Broucke zou in oktober 1975 een laatste maal opduiken in het verdwijningsdossier van Sonja François, een twintigjarige ex-medewerkster van Radio Marina. Zijn echtgenote Cécile scheidde van hem omdat ze zijn fantasieën beu was en omdat hij een handel in drugs zou zijn begonnen. In de radiowereld is de man nooit meer teruggekeerd. Ook niet toen er begin jaren 80 van de vorige eeuw wel legale mogelijkheden waren om radio te maken in Vlaanderen.


    Copyright Jean-Luc Bostyn
    Foto’s archief RadioVisie
    Met dank aan Walter Galle, Noël Cordier, Dirk Desmet en Pierre Deseyn.

  5. Column Kopiëren

    • 0
      artikelen
    • 0
      comments
    • 730
      weergaven

    Nog geen blogartikelen