Blogs

Onze blogs

  1. Verschillende publieke, en commerciële radiozenders en televisieprogramma’s besteden woensdag 29 maart uitgebreid aandacht aan de Nationale Actiedag van Giro555. NPO Radio 2 zendt de hele dag uit vanuit het actiecentrum in het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Presentator Art Rooijakkers doet vandaaruit verslag, met schakelingen naar verschillende radio-en TV-programma’s, waarin ingegaan wordt op de actie ‘Help Slachtoffers Hongersnood’.


    De actiedag start om 05.55 uur op NPO Radio 2 met Gerard Ekdom. Aansluitend presenteren de radio-dj’s Bart Arens, Gijs Staverman, Corné Klijn, Ruud de Wild, Bert Haandrikman, Stefan Stasse en Jan-Willem Roodbeen live vanuit Beeld en Geluid. Op NPO 101TV is de actie live te volgen.

     

    Op NPO 1 zijn gedurende de dag en vroege avond regelmatig Giro555 updates te horen.

     

    In het actiecentrum in Beeld en Geluid komen de hele dag artiesten en BN’ers langs om op te treden of in het belpanel, of de digital lounge plaats te nemen. Het publiek wordt opgeroepen om deze dag massaal te doneren voor de slachtoffers van de hongersnood.

     

    Nadere informatie over de verdere invulling van de actiedag op radio en televisie volgt nog.

     

    Jurre Bosman, directeur NPO Radio: “De enorme ramp die momenteel gaande is in Afrika en in Jemen verdient alle aandacht. Daarom vragen wij met NPO Radio 2 aanstaande woensdag aan iedereen om de actie te steunen door geld over te maken op Giro 555. Ook de andere NPO-radiozenders en televisienetten zullen hier woensdag verslag van doen. We hopen dat we hiermee ons publiek kunnen informeren over de omvang en de ernst van de ramp en dat er zoveel mogelijk geld binnenkomt.”

     

    Farah Karimi, actievoorzitter van Giro555: “We zijn heel blij dat de omroepen de actie gezamenlijk ondersteunen. Het onderstreept de urgentie van de verschrikkelijke crisis die nu gaande is. We hopen dat heel veel Nederlanders in actie komen en dat we met z’n allen zoveel mogelijk geld ophalen voor de slachtoffers van deze crisis.”

     

    De nood in Jemen, Noordoost-Nigeria, Zuid-Soedan en Somalië is nijpend. 20 miljoen mensen zitten op de rand van hongersnood. Steven Lauwerier, directeur van UNICEF in Somalië "Ik was in de stad Wajeed, die afgesloten is van de buitenwereld door een blokkade van Al Shabaab. In een oude gevangenis worden kinderen met cholera opgevangen. Er lagen nog twee patiënten die pas gestorven waren. In het voedingscentrum was een sterke toename in het aantal kinderen met zware ondervoeding. Eén kindje van 24 maanden woog nog maar 6 kilo. Heel schrijnend. Het geld van Giro555 is hard nodig.”

  2. streamcarolineVanaf vrijdag 24 maart om 20 uur is er op de 192 videostream een nieuwe aflevering te zien van Offshore Radio Flashback. In deze nieuwe aflevering een reportage van 40 minuten over de zeezender Radio Caroline. Met: de start in 1964, de stranding van de Mi Amigo in 1966, de start van de Marine Broadcasting Offences Act in 1967, het zinken van de Mi Amigo in 1980 en de nieuwe start in 1983 vanaf het zendschip Ross Revenge. Deze reportage over Radio Caroline wordt een week lang iedere dag een aantal keren herhaald.


    Lees verder.

  3. Op het vlak van documentaire radioprogramma’s houdt de BBC al bijna vijftig jaar een traditie hoog met programma’s van een uur of series van meerdere uren over één artiest of stroming. Op BBC Radio 2 en BBC 6 zijn nog altijd oude en nieuwe documentaires te horen.

     

    In Nederland bestond deze vorm van radio ook. De zeezender Radio Veronica begon in 1972 met een ‘eeuwigdurende’ Beatles Story. Het verhaal over de grootste band uit de muziekgeschiedenis werd er zeer diepgravend verteld. Niet tot het einde, want toen de serie twee jaar bezig was, in augustus 1974, moest Radio Veronica stoppen. The Beatles Story was toen pas gevorderd tot 1965. Over die eerste jaren waren toen al zeventig afleveringen gemaakt. Als in dat tempo was doorgegaan, had The Beatles Story tot zeker 1976 gelopen.

    Inmiddels was in 1974 Tom Mulder (voormalig Veronica-medewerker Klaas Vaak) bij de TROS begonnen met het programma Poster, een uurtje thematische behandeling van de popgeschiedenis op donderdagavond. Ook hij begon met een Beatles Story, dertien delen gekocht van de BBC, die deze in 1972 had uitgezonden. Het leidde tot wat collegiale plaagstootjes tussen Veronica en TROS, die dus tegelijk een Beatles Story uitzonden. Poster ging na dertien delen Beatles verder met ondermeer een eveneens aangekochte Rolling Stones Story, gevolgd door de Geschiedenis van de Popmuziek en series over The Beach Boys en Simon & Garfunkel. Hierna volgde een eigen productie, 23 delen Geschiedenis van de Nederlandse Popmuziek, waarvoor Tom Mulder en producer Juul Geleick het hele land door reden om pioniers als Peter Koelewijn en Andy Tielman, Anneke Grönloh en Willeke Alberti te interviewen, terwijl mensen als Skip Voogd en Willem van Kooten in de serie vertelden hoe die prille Nederpop werd opgepikt door de publieke en commerciële radio in Nederland.

     

    Poster bestond tot 1984. Pas in het najaar van 1987 vulde de AVRO het gat op. Alweer vormde een serie over The Beatles het startsein van een reeks popdocumentaires onder de noemer Het Steenen Tijdperk. In de jaren daarna ging het over Elvis Presley, Jimi Hendrix, het ontstaan van de rock ’n’ roll, Motown en The Rolling Stones. Toen Het Steenen Tijdperk in 1993 (na een korte pauze) verhuisde naar de zondagmiddag op Radio 2 was er geen ruimte meer voor documentaires, maar stonden de oude hitparades voortaan centraal.

    Opnieuw was het de TROS die reageerde. De oude titel Poster werd weer van stal gehaald. In de week dat Het Steenen Tijdperk afzwaaide als documentair programma, begon Poster aan de nieuwe reeks. Het programma zou het nu tot 2003 volhouden, afwisselend op Radio 2 en Radio 3.  Parallel hieraan was er medio jaren negentig één kortlopende documentaire serie van de VARA op zaterdagavond op Radio 3, Het Verhaal van de Popmuziek.

     

    Met het verdwijnen van Poster in 2003 verdween de popmuzikale radiodocumentaire als genre in Nederland. Individuele programmamaker lieten merken dit te betreuren, het meest expliciet Michiel Veenstra, die voor de NTR het programma Met Michiel maakt. Toen dit 3FM-programma nog in de avond werd uitgezonden, zette Michiel in eerste instantie regelmatig ‘classic albums’ centraal op een manier die deed denken aan dit gelijknamige (internationale) tv-programma. Hiervoor werd bestaand interviewmateriaal gebruikt. Later interviewde hij zelf hedendaagse artiesten over hun nieuwe albums of singles. Deze interviews knipte Michiel tot hapklare brokjes van 30 seconden tot een minuut die tussen de platen in werden gemonteerd. Het resultaat: minispecials van zo’n vijftien minuten – inclusief twee platen - over één artiest. In sommige gevallen keerde zo’n artiest een week lang elke dag terug, zodat verspreid over die week een heel uur over deze artiest te horen was geweest. Toen Veenstra in 2015 verhuisde naar de ochtenduren op 3FM handhaafde hij het ‘spotlicht op één artiest’, maar beperkte hij dit tot één quote. In de serie ’50 Jaar 3FM’ van KX Radio vertelde Michiel in januari 2016 dat hij een ‘Poster-achtig’ programma graag zou terugzien op de zaterdag- of zondagavond op 3FM. Het zou ook wel passen bij zijn omroep.

     

    Dat is er nog niet van gekomen en het is te betwijfelen of dat er nog van komt. ‘Poster’ is inmiddels aan een derde leven begonnen, op het themakanaal Sterren.nl. Daar wordt weliswaar per aflevering één artiest geïnterviewd, met pophistorie of zelfs de bredere benaming muziekhistorie heeft dit niets meer te maken. Willeke Alberti, een van de eerste gasten in de nieuwe Poster-reeks, leek een goede keus. Zij heeft, zeker binnen het genre waar de zender zich op richt, een indrukwekkende carrière van zestig jaar om op terug te blikken, met haar platen en herinneringen hadden met gemak vijf of zes uren in de oude Poster-stijl gevuld kunnen worden.

     

    Daar heeft Sterren.nl niet voor gekozen. Met Willeke werd een uurtje gezellig gekeuveld, er werden drie willekeurige plaatjes gedraaid en dat was het. Behalve enkele grote namen uit de Nederlandse (lichte) muziek als Willeke Alberti, Rowwen Hèze  en Lee Towers hebben inmiddels ook Peter Beense en Sieneke en zelfs Willem Barth (?) en René Karst (??) hun eigen Poster-aflevering achter de rug. Een te korte carrière om een uur mee te vullen? Geen nood, in Poster anno nu worden ook platen van andere artiesten gedraaid. Dat zijn géén platen die in de interviews worden besproken of die met de artiest in kwestie iets te maken hebben. Het zijn volstrekt willekeurige platen. Zo werd bij Willeke Alberti (keus genoeg zou je zeggen) ‘New York New York’ van Frank Sinatra gedraaid! Sterren.nl is vrij om te doen wat het wil, maar het zou netjes zijn daar niet de naam van Poster voor te misbruiken.

     

    Hoe ziet dán de toekomst eruit voor de popgeschiedenis in documentairevorm op de radio? Is die er wel?  

     

    De AVRO begon enkele jaren geleden met een eigen webkanaal waarop programmamakers in dienst van – of gelieerd aan – deze omroep zich konden uitleven in documentaires over hun favoriete artiesten of stromingen. Jac van IJll, die samensteller was van Het Steenen Tijdperk op Radio 2, maakte een diepgravende serie over Motown en toenmalig radiobaas van de AVRO Koop Geersing zette zich met zijn opvolger Arjan Snijders aan een ‘Macca Podcast’ van vele tientallen delen, waarin de meest obscure opnamen van Paul McCartney werden gedraaid en besproken. Deze was ook te horen op internetstation KX Radio. Elitair? Misschien, maar het voordeel van de podcast is dat de sandwichformule, de maximale aandachtspanne van de gemiddelde luisteraar en andere radiowetten niet gelden. Het aanzetten en beluisteren van een podcast is een bewuste keuze. De groep die voor deze vorm van ‘narrowcasting’ kiest is vele malen kleiner dan de groep die kiest voor het ouderwetse ‘broadcasting’, maar wel vele malen aandachtiger.

     

    De AVRO bestaat niet meer. De radiobaas van fusieomroep AVROTROS is niet de voormalige radiobaas van de AVRO geworden, maar die van de TROS. Onder diens bewind is de podcast inmiddels de nek omgedraaid. Dat betekent dat voornoemde podcasts nergens meer te vinden zijn, met één uitzondering. Drie Beatles-fanaten, waarvan er één in het dagelijks leven radioproducer bij AVROTROS is, verzorgen elke veertien dagen een podcast over de muziek en het leven van The Fab Four. Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema laten in The Fab4Cast horen hoe diepgravende radio over één artiest of stroming tegenwoordig kan klinken. Met het verdwijnen van de AVROTROS-podcast hebben zij hun serie kunnen onderbrengen bij de Beatles-fanclub. Via hun eigen Facebook-pagina en website en via de Beatles-fanclub is elke twee weken een aflevering te downloaden. Dat gaat nu al bijna drie jaar door en inmiddels is het aantal afleveringen de zeventig gepasseerd. Aflevering 70 ging ruim een uur lang over het nummer Strawberry Fields Forever, dat de start vormde van de opnamesessies voor het album Sgt Pepper (maar daar uiteindelijk niet op kwam). In hoeveelheid afleveringen zijn Wibo, Michiel en Jan Cees Radio Veronica nu genaderd, in diepgravendheid gaat het drietal er aan voorbij. Aan vrijwel alle Beatles-albums tot 1967 zijn een of meer afleveringen gewijd, meestal op het moment dat het bewuste album precies vijftig jaar oud was. Sgt Pepper jubileert op 1 juni aanstaande, dus tot die tijd worden alle dertien songs van de plaat aan een bijna wetenschappelijk onderzoek onderworpen. Later dit jaar is het tijd voor Magical Mystery Tour, volgend jaar volgt The White Album. Tussendoor zijn er afleveringen over zij-onderwerpen als The Beatles & Harry Nilsson, manager Brian Epstein, de in 2016 overleden producer George Martin, afleveringen over specifieke soloplaten van The Beatles, John Lennon’s ‘Lost Weekend’ (de wilde periode zonder Yoko Ono in 1974) en zelfs een aflevering over het solowerk van Yoko.

     

    Het risico is dat dit soort projecten verzand in geneuzel van een stelletje Beatles-nerds onder elkaar, die een uitzending maken voor zichzelf en voor andere Beatle-freaks, die vooral vinden dat er nooit iemand anders zulke goede muziek heeft gemaakt als The Fab Four. Zo zijn Jan Cees, Michiel en Wibo gelukkig niet. Het drietal, dat elkaar bij toeval leerde kennen en daarna besloot met deze serie te starten, deelt een scherp soort humor, zet elkaar voor de open microfoon regelmatig op een vriendelijke manier voor schut en is zeker niet blind voor de mindere prestaties van George, Paul, John of Ringo. ,,Zou er iemand te vinden zijn die écht fan van Ringo is?,’’ vroeg het trio zich af bij het begin van de serie. In aflevering 38, ‘Een kritische blik op Ringo’s solocarrière’, stelt Fab4Cast zich samen met Ron Bulters van de Beatles Fanclub de vraag of het terecht is dat er altijd wat lacherig wordt gedaan over ‘misschien niet de beste drummer ter wereld, misschien niet eens de beste drummer van The Beatles’. Aflevering 71, ‘De veelste grote Yoko Ono Sjoo’, beantwoordt de vraag ‘Yoko Ono of Yoko Oyes?’. “De een vindt het onuitstaanbaar kattengejank, volgens de ander was ze haar tijd ver vooruit.’’

     

    Fab4Cast bedient de Beatles-nerd die nooit van zijn leven iets anders zal beluisteren dan The Beatles, maar is voor elke muziekliefhebber goed beluisterbaar omdat het wordt gemaakt door muziekliefhebbers met een bredere focus en de noodzakelijke relativering. De mannen – en hun gasten – doen dit allemaal in hun vrije tijd en hebben ook niet de illusie dat er een verdienmodel aan te hangen is, in tegenstelling tot de makers van de Amerikaanse evenknie, die nog wel eens wil bedelen om donaties.

     

    Je zou dat een schril contrast kunnen noemen met de positie die de vroegere makers van Poster en Het Steenen Tijdperk hadden. Zij mochten op basis van de omroep-cao op pad en konden betaald in de boeken en audio-archieven duiken. Feit is dat de omroep deze taak tegenwoordig laat liggen. Daar zou je over kunnen klagen. De luisteraar kan maar beter blij zijn dat er liefhebbers zijn die vele uren vrij tijd steken in het documenteren van hun favoriete muziek.

     

    www.fab4cast.nl/

     

    http://beatlesfanclub.nl/category/fab4cast/


     

    Image.jpg

     

    Edwin Wendt, 21 maart 2017

  4. De tweede helft van de vorige eeuw kenmerkte zich door tal van innovaties op mediagebied, niet in het het minst waren de vele zeezenders daar een onderdeel van. Minstens een dubbel dozijn haalden de ether, het ene project succesvoller dan het andere. Niet te tellen zijn evenwel de plannen die nooit uitgevoerd werden. Sommige bestonden enkel in de gedachten van fantasten. Het Belgische Radio Marina is er één van. Een (waan)idee van de uit Lokeren afkomstige, maar in Gent beter bekende Valère Broucke. De man had eerder een faillissement achter de rug met een elektriciteitszaak en was bekend als oplichter van een restauranthouder. Daarom stond hij in 1969 op de lijst van gezochte personen. Maar niets weerhield hem ervan om een zeer opmerkelijk radiohoofdstuk te schrijven. Zo goed als vergeten, nu voor het eerst helemaal verteld.


    Het is 1970 als voor het eerst de naam Radio Marina opduikt in Vlaanderen. De link naar de succesvolle Nederlandse ‘radiopiraat’ Veronica, in de lucht sedert mei 1960, is snel gelegd. Beiden hadden zusjes kunnen zijn. Maar het verhaal liep anders. Naar eigen zeggen borrelden bij Valère Broucke de plannen al vele jaren eerder op. Een gevolg van de korte, maar opvallende avonturen van Radio Antwerpen, eind 1962 (oktober-december) uitzendend vanaf de MV Uilenspiegel. Een klein decennium later begon Broucke voormalige dj’s van Uilenspiegel en van de Nederlandstalige service van Radio Luxemburg te benaderen. Het commerciële station uit het Groot Hertogdom had eind 1969 de meeste Nederlandstalige programma’s geschrapt met als gevolg dat er flink wat potentiële radiomakers geïnteresseerd waren in een nieuw groot project voor de Lage Landen. Ook bij enkele Uilenspiegel-medewerkers was het vlammetje nog niet gedoofd. Omdat enkel de openbare omroepen BRT-RTB uitzendingen mocht verzorgen in België, kon niemand zijn ei op een andere plek kwijt. Er was dus aardig wat talent voor handen.

     

    Radio-Marina-dossier-01.png


    Valère Broucke in het Zondagsblad van 7 februari 1971: “Uilenspiegel deed de Westhoek daveren van enthousiasme. Dat was nu eens een radio! Ik zag brood in dat succes. Waarom het zelf niet eens proberen? Ik heb acht jaar lopen piekeren tot ik op een goede dag al mijn moed in handen nam en naar vennoten begon te zoeken om het nodige geld bij elkaar te krijgen. Tot één van mijn medewerkers er met de centen vandoor ging. Was dit niet gebeurd, dan waren we al in de lucht. Het schip bleef ook nog langer in herstelling dan voorzien. Weinig schepen zullen zo degelijk uitgerust zijn als mijn radioschip. Ik zal het de naam geven van mijn zoon Marc en het station zal ik dopen naar mijn dochter Marina. Die naam zal inslaan als een klok.”

    ‘Universitaire’ hulp
    Eén van de eerste en meest bekende potentiële medewerkers van het project, die eerder zijn sporen had verdiend in de wereld van de radio, moest Pit Jager (géén Piet) worden. De Antwerpenaar was de programmaleider geweest bij Radio Antwerpen/Uilenspiegel. Al stond er toen wel nog een letter ‘i’ in zijn voornaam. In beide gevallen betrof het een synoniem want de man werd immers als Piet Yaeger gedoopt. Ook zijn Parijse vrouw Micheline presenteerde bij de zeezender. Zij maakte wekelijks een Franstalig uur. Na de Noordzee trok Pit naar Radio Luxemburg om nadien het wereldje van de media vaarwel te zeggen en in de circuswereld te belanden, tot ver na de pensioengerechtigde leeftijd.


    Broucke klopte ook aan bij de Belgisch afdeling van de Free Radio Association (FRA). Een club van Britse origine die ijverde voor vrije radio, ontstaan in de nadagen van de Britse zeezenderstations. Toen het in de tweede helft van 1967 de Britten verboden werd om mee te werken aan uitzendingen vanaf zee, probeerde de organisatie het tij te keren mits het mobiliseren van zoveel mogelijk luisteraars. In andere Europese landen ontstonden lokale afdelingen. In België vertegenwoordigde Ronny Major uit Oostende de FRA. Via hem beschikte Valère Broucke over een onschatbare bron van (achter)grondinformatie. Kortom, in zowat alle lagen van de maatschappij was het enthousiasme groot. De vijver waaruit kon worden gerecruteerd leek eindeloos. Eindelijk zou de nationale omroep concurrentie krijgen. Radio Marina zou de Vlaamse versie van Radio Veronica worden.

     

    1 Valère-Broucke.png

    Valère Broucke


    Iedereen werkte gratis, de plannen waren immers zo mooi. Bovendien kon Broucke zijn verhaal prima aan de man brengen. Hij zag er niet uit als een zakenman, maar zijn lichtblauwe ogen straalden blijkbaar vertrouwen uit. Er kwamen studenten bij van de Gentse Universiteit, contacten werden gelegd met diverse platenmaatschappijen en potentiële adverteerders. Er werden Marina-lidkaarten, stickers en allerhande promomateriaal gedrukt. Enkele showavonden volgden. De medewerkers werd door Broucke eerst verteld dat het om een Engels project ging dat voor de helft zou betaald worden door de Free Radio Association. Die hadden alles bijeen minstens 500.000 leden. De andere helft van het kapitaal zou ingebracht worden door de Marina-organisatie.


    Geen officiële licentie
    Via Ronny Major werd op 28 oktober 1970 zelfs een officiële zendvergunning voor België aangevraagd bij de minister van PTT. In de toenmalige CVP-regering (christen democraten) van Gaston Eyskens was Eduard Anseele (socialistische partij BSP) bevoegd. Omdat België nog niet opgedeeld was in gewesten, betrof het een licentie voor het hele land. Maar er kwam geen reactie. Volksvertegenwoordiger Luc Vansteenkiste uit Kortrijk en lid van oppositiepartij Volksunie (Vlaams nationalistisch), werd ingeschakeld. Hij interpelleerde de minister over het uitblijven van een antwoord. Die beweerde nooit iets te hebben ontvangen. Een nieuwe poging, dit keer via een aangetekend schrijven, werd op 6 februari 1971 gedaan. Ontkennen dat er geen documenten op het kabinet waren bezorgd, zou niet meer kunnen. De minister liet daarop weten dat er geen frequenties beschikbaar waren.


    2 Radio-Marina-dossier.png


    Valère Broucke: “Dat is larie. Een tijdje geleden heeft het Amerikaanse leger nog twee steunzenders gekregen in België, één in Chièvres en nog één in Brussel. De regering heeft er niet bij te verliezen. De staatskas zou er wel bij varen. Denk maar aan de belastingen op al die reclamespots. Er is genoeg geld te scheppen om het defeciet van de BRT en de RTB samen te delgen. Bovendien zitten de luisteraars te smeken naar een commerciële radiostation. Ons schip is 95 meter lang en er staat een mast op van 75 meter. Het is een oude oorlogsboot.“


    Het is duidelijk dat Valère Broucke het over de MV Galaxy had, het voormalige zendschip van Radio London (1964-1967). Of de Vlaamse radiobaas in spé eigenhandig fotomateriaal aan de krant bezorgde, of het Zondagsblad haar eigen redactie archieffoto’s liet bewerken, is onbekend. De lezers vonden wel twee ‘opnames van Marina’ terug in hun weekblad. Op één daarvan is echter de boordstudio van Big L te zien met Dave Dennis aan het werk in 1965. Het onderschrift luidde: “Een oefening in één van de studio’s op het schip van Radio Marina. De studio is authentiek. De disc-jockey is intussen vervangen.” Ook een afbeelding van de MV Galaxy werd afgedrukt. Op de romp van het schip was de naam Radio Marina te zien. Evenwel niet geschilderd op het schip zelf, wel aangebracht op de foto.


    Ambassades bezoeken
    Diverse ambassades kregen een bezoekje van het Marina-team. In ruil voor een officiële zendvergunning zou men er de maatschappelijke zetel onderbrengen. Wat meteen een bron van inkomsten zou betekenen. De belastingen moesten immers daar betaald worden. Rusland was eerst aan de beurt omdat men tijdens de koude oorlog nu eenmaal overal spionnen probeerde te plaatsen. Griekenland, dat toen een dictatoriaal kolonelsregime kende, volgde. Hen werd beloofd dat zij de tweede zender van Marina, die bedoeld was voor Franstalige uitzendingen, zouden mogen gebruiken voor propaganda. De kolonels wilden graag de vele Griekse staatsburgers die in Duitsland woonden, kunnen bereiken via de radio. Ook de Japanse gouverneur kwam aan de beurt. Dat land probeerde immers de Europese markt te veroveren met auto’s en electronica. Zij zouden gratis reclame krijgen voor hun producten. Zuid Afrika volgde, het Apartheidsregime kon alle steun voor zijn politiek gebruiken. Tot slot werd Rhodesië (nu Zimbabwe) benaderd.


    Valère Broucke werd overal ontvangen, helaas nam niemand hem serieus. Maar hij gaf niet op: “Desnoods beginnen we uit te zenden met de vergunning van communistisch China”, liet hij optekenen in de pers. “Want die hebben we. Veel bescherming kan de volksrepubliek ons wel niet bieden, maar een vergunning is een vergunning. En een vlag is een vlag!”. Een aantal medewerkers begon echter achterdocht te krijgen. De startdatum werd keer op keer opgeschoven. Bovendien had nog niemand het schip, toch een cruciaal onderdeel voor een zeezender, echt gezien.

     

    3 Marina-secretaresse-Linda-Ronny-Major-Pierre-Deseyn-en-Tony-Martino.png

    Marina secretaresse Linda, Ronny Major, Pierre Deseyn en Tony Martino


    Door de mand gevallen
    Valère Broucke bleef nieuwe mensen binnenhalen. Hij kwam in contact met Pierre Deseyn uit Sint-Amandsberg, de Belgische vertegenwoordiger van de Britse Free Radio Organisation, een soort conculega van de FRA. Ook hij werd een manusje van alles. Zijn kennis over het hele reilen en zeilen binnen het offshore radiowereldje was alweer mooi meegenomen. (In 1970 zou Pierre bij Radio Northsea International belanden. Hij produceerde en presenteerde samen met AJ Beirens ‘RNI goes DX’, een zondags programma dat te horen was via de kortegolfzender van RNI. Ook de legendarische reeks ‘De geschiedenis van de zeezenders’, die op zondagnamiddag werd uitgezonden door Radio Mi Amigo (1975-1976), was zijn werk. Al die shows werden opgenomen in Ledeberg, in de persoonlijke studio van Pierre. Een technisch walhalla dat eerder was gebouwd en gebruikt ten behoeve van Radio Marina.


    Maar Marina bleef zwijgen. De startdatum opnieuw en opnieuw uitgesteld. De ene keer lag het zendschip in een Engelse haven op een werf die eigendom was van Ronan O’Rahilly, de man achter Radio Caroline. Een andere keer was het op weg naar Scheveningen, dan weer naar Vlissingen om daarna zijn opwachting te maken in Libanon om scheepsdocumenten op te halen en de zeevaartcontrole te passeren. Kortom, iedere week was er een ander verhaal. Toen men zich stilaan begon af te vragen wie dat allemaal betaalde, was er enkel een mysterieuze glimlach. Natuurlijk kon Broucke documenten laten zien die bewezen dat hij een voorschot van vijf miljoen Belgische franken had betaald voor de aankoop van een zeeschip. Toch zou niet heel veel later blijken dat de papieren vals waren. Het zou niet meer ophouden.


    De medewerkers die wisten tot op dat moment weinig van elkaar bestaan af. Broucke hield hen zorgvuldig bij elkaar vandaan, begonnen elkaar toch te vinden. Er werden gegevens uitgewisseld en die waren bij iedereen anders. De conclusies waren snel getrokken. De ‘radiodirecteur’ werd met de rug tegen de muur gezet. Medewerker Tony Martino in de toenmalige popkrant ‘Hitorama’: “Valère Broucke heeft alleen maar de gave om mensen te bedotten. Op hun kosten te leven. Om hen allerlei dingen te ontfutselen. Met hun auto’s te rijden en om van hun goedheid te profiteren”.


    4 Tony-Martino-.png

    Tony Martino


    Ene Martino, afkomstig uit het Antwerpse dorpje Schelle, was één van de bekendere mensen die Radio Marina had geprobeerd op de rails te krijgen. Onder het pseudoniem Tony Reno had hij enkele singles opgenomen bij het Belgische platenlabel Ronnex. Later wijzigde hij zijn artiestennaam. Naast zanger was hij ook actief als presentator van shows. Hij praatte onder andere de populaire promotie-optredens aan de kust voor het jongerenblad Joepie aan elkaar in 1973. Behalve Martino, hij had als één van de eersten argwaan gekregen over de solvabiliteit van Broucke, voelde ook Ronny Major steeds meer nattigheid. Zijn buikgevoel vertelde hem dat hij zich beter kon terugtrekken. De sfeer in de ploeg sloeg om van enthousiasme naar boosheid. Er werd daarom besloten om Valère Broucke een lesje te leren.


    In de lucht!
    Op 1 mei 1970 was Radio Marina plots te horen in de Gentse FM-band. Illegaal. Het station bleef enkele dagen in de lucht. Vermoedelijk werd er uitgezonden vanuit de thuisstudio van Marina-medewerker Richard Black. Hij was al eerder actief geweest in de Arteveldestad als ‘radiopiraat’. De ontvangstrapporten moesten worden gestuurd naar de Ekkergemstraat 119, een beluik in een stedelijke achterbuurt. Het zou Valère Broucke leren! Niet dus, want de vele brieven en ontvangstrapporten die de fantast op die manier in handen kreeg, zou hij juist gaan gebruiken om nog meer mensen in zijn avonturen te betrekken. Hij stopte alle post in een aktetas en plots had de man een fantastisch middel in handen om te bewijzen dat er erg succesvolle testuitzendingen waren geweest!


    5 Studio-Richard-Black-in-Gent.png

    Studio Richard Black in Gent


    Dankzij de vele brieven en kaartjes slaagde Broucke erin nogmaals nieuwe mensen voor zijn plannen warm te maken. Al duurde het tot begin 1971 voor de naam Radio Marina weer groot opdook in de kranten. Broucke meldde dat hij een overeenkomst bereikt had met de heren Erwin Meister en Edwin Bollier, de eigenaren van Radio Nordsee International (RNI) en wel om vanaf hun zendschip de MEBO II, te beginnen. Er zou op 15 april gestart worden. Nederlandstalig overdag onder de naam Radio Marina, ’s avonds en ’s nachts in het Engels als Radio Northsea International. Er was daartoe een nieuwe vennootschap opgericht, de schepen van de Benelux-rederij van Gent waren aangekocht om toeristen toe te laten het schip in volle zee te bezoeken. Er was geld en er was een zendschip, de MEBO II.


    RNI was na een onfortuinlijk avontuur voor de Britse kust immers al enkele maanden uit de lucht. Met Engelse- en Duitstalige uitzendingen tussen maart en september 1970 had men geprobeerd om Europese luisteraars te lokken. Wat niet gelukt was omdat de Britse overheid te allen prijze wilde voorkomen dat er opnieuw een zeezender voor haar kusten actief zou zijn. RNI werd flink geboycot en de uitzendingen gestoord. Op 24 september 1970 werd de handdoek gegooid. Sindsdien lag de MEBO II doelloos te dobberen op de Noordzee. Valère Broucke rook zijn kans. Een compleet uitgeruste boot die zo maar kon worden ingezet, dat was een geschenk uit de hemel.


    In diezelfde periode vertelde Broucke medewerkers, potentiële adverteerders en iedereen die enigszins van belang zou kunnen zijn, maar al te graag dat een grote politieke partij achter zijn plannen stond. De ‘radiodirecteur’ was inderdaad ontvangen door de populaire en invloedrijke Gentste politicus Willy Declerck, voorman van de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV). Makkelijk aanspreekbaar en minzaam als hij was, plus de vrije gedachte in de naam van zijn partij alle eer aandoend, had hij enige vorm van sympathie laten blijken voor een commercieel radiostation. Maar meer ook niet. In de leefwereld van Valère Broucke was een niet expliciete afwijzing echter een stevige vorm van samenwerking.

     

    6 Ekkergemstraatje-Gent.png

    Ekkergemstraatje Gent


    Op de middengolf
    Broucke kon iedereen die daar om vroeg dit keer wel een contract laten zien, ondertekend door de twee Zwitserse eigenaars van de Mebo II. Het duo was daarvoor speciaal naar Gent afgezakt, naar het Terminus hotel. Erwin Meister en Edwin Bollier bespraken er samen met Valère Broucke, Pierre Deseyn en Bruggeling AJ Beirens (hij zou later voor RNI, én voor Radio Atlantis onder de naam Michael O, gaan werken) een mogelijke samenwerking. Beirens hield een slecht gevoel over aan de bijeenkomst en vertelde dat ook onomwonden aan Bollier. Vooral het feit dat Broucke had zitten pochen over zijn nieuwste investering deed alarmbellen rinkelen. “We hebben een kasteel gekocht langs de steenweg in Oostakker waar we kantoren en studio’s gaan inrichten”, luidde het. De eigenaar had op aanraden van de ‘radiodirecteur’ zelfs een geluiddicht Velux-raam laten plaatsen op de bovenverdieping waar men de studio’s ging installeren!


    Enkel de handtekening van Broucke op de documenten met MEBO Ltd, het bedrijf achter ondermeer RNI, ontbrak nog. “Maar dat is slechts een formaliteit. We moeten eerst nog enkele details met onze advocaat overleggen”, klonk het. Intussen had hij natuurlijk wel een getekende akte in handen waarmee hij tientallen mensen kon bewijzen dat zijn plannen niet zomaar woorden in de wind waren. Bovendien mochten enkele journalisten een studio bezoeken waar inderdaad werd gewerkt. Proefprogramma’s en jingles werden opgenomen in Oostende, Heist-op-den-Berg, Ledeberg en Leuven.


    Bovendien was Radio Marina, op een zondag begin 1971, inderdaad plots te beluisteren op 1159 kHz (259 AM, een oud frequentie van Radio Caroline). De DJ verkondigde vrolijk dat er werd uitgezonden vanaf de MEBO II, verankerd voor de kust van Cadzand. Frequenties in de 49-meter en de FM-band werden eveneens gemeld. Maar daar was niks te horen. Er werden professioneel klinkende jingles gedraaid en reclames voor Liefmans Oudenaarde (bierbrouwerij) en het Rode Kruis van België. Eén van de meest opvallende spots was die voor Radio Atlantis. Al ging het niet om de latere Vlaamse zeezender, maar betrof het de bekende Gentse HiFi-winkel aan de Zwijnaardesteenweg 111 met die naam (de zaak bestond tot voor een paar jaar). De post moest naar Radio Marina, Internationale burelen, Blokstraat 60 te Dikkelvenne worden gestuurd. Na één dag was het gedaan. Later zou blijken dat de uitzendingen helemaal niet vanaf de MEBO II kwamen, het ging om een persoonlijk initiatief van een (ex) Marina-medewerker die vanaf land uitzond.


    7 Radio-Marina-dossier-03.png


    Marina in New York
    En hoe zat het met de financiële kant van de zaak? “Er is geld. Echt waar”, stelde Valère Broucke. Opnieuw was hij erin geslaagd een document in handen te krijgen waarop te lezen was dat hij voor de aankoop van goederen een voorschot had betaald van één miljoen franken. Hij kon dit bewijs gebruiken voor een lening van 200.000 franken voor de aankoop van liefst drie wagens en voor een reis naar de Verenigde Staten om er ene Jean Toche op te zoeken. Een Bruggeling (1932) die in 1965 was uitgeweken naar New York. Het type ‘zachte anarchist’ dat door middel van ‘kunst’ voortdurend agiteerde tegen allerlei musea, instituten en bij uitbreiding de complete gevestigde politieke klasse. Eén van zijn creaties was een affiche waarin hij de Belgische regering beschuldigde een kolonie te zijn van Frankrijk. Een persoonlijk statement. Kunst met woorden, meer niet. Al was de tekst provocatief, het was zeker niet zijn bedoeling om iets aan te vangen met deze gedachte. Valère Broucke interpreteerde één en ander op zijn manier en zag plots brood in een (politieke) samenwerking.

    Jean Toche was ondermeer de mede-oprichter van de Guerilla Art Action Group (GAAG). Tijdens de anti-Vietnamdemonstraties lieten ze zich opmerken met diverse acties, bijeenkomsten, manifesten en publicaties allerhande. In 1974 werd hij even gearresteerd omdat hij in diverse pamfletten gesuggereerd had dat alle musea-directeurs moesten worden gekidnapt, wat werd aanzien als een bedreiging. Toche is nog steeds actief als bedenker van ‘politieke kunstmails’. Hij woont tegenwoordig op Staten Island).


    8 Radio-Marina-dossier-04.png


    Er werden twee vliegtuigtickets besteld naar Amerika. Voor Broucke en Linda, zijn achttienjarige ‘secretaresse’ uit Gentbrugge. Zij zegde haar vaste baan op, want ze zou 25.000 franken per maand gaan verdienen. De ‘radiobaas’ sprak geen enkele andere taal, op dat vlak kon hij dus best wat hulp gebruiken. Eenmaal in New York werd zijn medewerkster echter al snel geconfronteerd met een totaal andere werkelijkheid. De schatrijke Belgische zakenman bleek een ‘kunstenaar’ te zijn die in een soort bunker woonde in Carmine Street 72. Eerder een achterbuurt. Hij bezat niks. Wel veel flyers, brochures en affiches. Zijn zeer persoonlijke vorm om zich af te zetten tegen kunst en de maatschappij in haar geheel. Als een idealist en een fantast elkaar ontmoeten.


    Valère Broucke liet zich niet ontmoedigen. Hij trok zomaar diverse bankfilialen binnen om vijftig miljoen dollar te vragen. “Want Amerika is synoniem voor geld”, verkondigde hij. “De mogelijkheden voor speciale projecten moeten er onbegrensd zijn”. Helaas slaagde hij er niet in om meer los te krijgen dan een sigaar en een cola. Linda schaamde zich een ongeluk. Via brieven had ze contact gehouden met het thuisfront waarin ze een ontluisterend beeld ophing van haar belevenissen in de States. Uiteindelijk moesten haar ouders geld sturen zodat ze het vliegtuig terug konden nemen naar Heathrow London. Opnieuw in Gent moest vervolgens ook Broucke toegeven dat er wederom niks was. Geen geld, geen schip, geen zender.


    10 Jean-Toche.png

    Jean Toche


    Het oplichten ging door
    Maar Broucke gaf niet op. Hij was zelfs op zoek gegaan naar de eigenaar van de MV Galaxy (Radio London), die sedert 20 augustus 1967, na het in dienst treden van de Marine Offences Broadcasting Act (de Britse anti-zeezenderwet), lag te verkommeren in het Duitse Hamburg. Het werd andermaal helemaal niks. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de International Broadcasters Society (IBS), de organisatie achter het mislukte Capital Radio-project. Officieel gestart op 1 november 1970, raakte het zendschip King David op 11 november op drift om te stranden op de kust bij Noordwijk. Bij IBS was het geld op, wat het einde van het radiostation betekende. Radio Marina dook op als reddende engel.


    Voor zeven ton (toen nog gulden) kon Radio Marina, voor een periode van drie maanden, het zendschip huren. Het contract werd getekend door IBS, doch toen ook Valère Broucke zijn handtekening moest plaatsen, vroeg hij een dag uitstel om zijn financier, de Europabank in Gent, te raadplegen. Zonder geld en zonder contracten keerden de mensen van Capital Radio terug naar Nederland. Broucke trok daarop naar Radio Veronica in Hilversum, toonde er directeur Bull Verweij het contract met Capital Radio en vroeg enkele miljoenen om zijn plannen niet uit te voeren. Een telefoontje van Veronica’s advocaat met IBS maakte echter alles duidelijk en daarmee was ook deze poging weer van de baan. Zoveel pogingen, evenveel mislukkingen.


    De Paraguay connectie
    In 1973 was Marina weer terug. Als hersenspinsel. Bestaan alle dingen immers niet uit drie? De timing was niet zomaar gekozen. De Adegemse zakenman Adriaan Van Landschoot was op 15 juli van dat jaar, vanaf de MV Mi Amigo, gestart met Radio Atlantis. Een instant succes in Vlaanderen. “Dat moest mijn zender geweest zijn”, vloekte Broucke en hij trok naar Sylvain Tack, die op dat moment eigenaar was van een wafelfabriek (Suzy), een muziekuitgeverij (Start, later Gnome), één van de beste opnamestudio’s in Europa (in Buizingen) en het jongerentijdschrift Joepie. Maar Tack zette Broucke aan de deur. De man stond immers op het punt om naar Paraguay te vertrekken. Niet zomaar op vakantie, want ook hij had plannen om met een radiostation te beginnen voor Vlaanderen. Slechts enkele maanden later, op 1 januari 1974 maakte West-Europa inderdaad kennis met Mi Amigo. Paraguay diende een onderdeel van dat project worden.

     

    9 Radio-Marina-dossier-05.png


    Nadat Nederland per 31 augustus 1974 de anti-zeezenderwet invoerde en als gevolg daarvan een deel van de Mi Amigo-organisatie begin 1975 naar het Spaanse Playa de Aro was verkast, zag Valère Broucke een nieuwe opportuniteit. Hij nam contact op met enkele oud-Mi Amigo medewerkers die niet mee waren verhuisd naar het Iberisch schiereiland. Opnieuw wist hij zich te omringen met enkele enthousiaste mensen die o zo graag radio wilden maken. De Belgische kranten kondigden op dat moment de (nieuwe) verhuizing van Radio Mi Amigo naar Paraguay aan. Sylvain Tack had er een zendvergunning gekregen.


    De bedoeling was om via de kortegolf het Mi Amigo-signaal naar het zendschip op de Noordzee te sturen, daar zouden de programma’s dan verder via de middengolf worden uitgezonden. Maar het feestje ging niet door. Enerzijds vanwege de technische onhaalbaarheid, anderzijds omdat Sylvain Tack uit de gratie was gevallen van Alfredo Stroessner, toenmalig dictator van het Zuid-Amerikaanse land. Toen Broucke daarachter kwam, trok hij naar de Paraguyaanse ambassade in Brussel en stelde zich voor als een gewezen vriend en zakenrelatie van de Vlaamse mediamagnaat in ballingschap. Hij wilde de afgesprongen projecten overnemen. Er was immers toch geld genoeg. Alweer?


    Trukendoos leeg?
    Het was het laatste wapenfeit in de Radio Marina story. Ook die keer bleven de plannen hangen in het rijk van de wilde fantasie. Behalve die paar dagen in de meimaand van 1970 en die ene zondag in het voorjaar van 1971 als landpiraat, heeft Radio Marina nooit bestaan. Even droomden vele jonge mensen van een leuke, goed betaalde baan bij een commercieel radiostation. Studenten hadden hun studies opgegeven of verwaarloosd, anderen hadden hun geld geïnvesteerd in studio’s. Allen waren misleid door een man die tot heel wat of helemaal niets in staat was (schrappen naar keuze).
    Aftroggelarij en bedreigingen waren daarbij nooit een uitzondering, eerder een regel.


    Tal van bedrijven, firma’s en organisaties in België en Lichtenstein bestonden enkel op papier; Free Broadcasting Publicity International, Radio Marina, Publi-Fram en de NV Brounia. Met sluwe trucs was Broucke er steeds weer in geslaagd goedgelovige mensen af te troggelen en op hun kosten te leven. Zijn tactiek was steevast dezelfde; het laten zien van documenten die bewijskracht moesten geven. Het ging altijd om compromissen, aan- en verkoopakten, opties, brieven en allerlei andere documenten. Hij deinsde er niet voor terug handtekeningen te vervalsen of paperassen ‘bij te werken’. Als hij voelde dat hij zijn greep ging lossen, dat hij het vertrouwen verloor, dan volgden bedreigingen of chantages.


    11 Valèrie-Broucke-en-onbekende-medewerker.png

    Valèrie Broucke en onbekende medewerker


    Broucke zou in oktober 1975 een laatste maal opduiken in het verdwijningsdossier van Sonja François, een twintigjarige ex-medewerkster van Radio Marina. Zijn echtgenote Cécile scheidde van hem omdat ze zijn fantasieën beu was en omdat hij een handel in drugs zou zijn begonnen. In de radiowereld is de man nooit meer teruggekeerd. Ook niet toen er begin jaren 80 van de vorige eeuw wel legale mogelijkheden waren om radio te maken in Vlaanderen.


    Copyright Jean-Luc Bostyn
    Foto’s archief RadioVisie
    Met dank aan Walter Galle, Noël Cordier, Dirk Desmet en Pierre Deseyn.