Column

  • artikelen
    58
  • comments
    79
  • weergaven
    1293

Contributors to this blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

hans knot

In de nostalgische terugblik van deze week neem ik je mee naar de maand mei 1970 toen er een feestje gevierd diende te worden aan het Martinikerkhof in Groningen, alwaar destijds de radiostudio’s waren gevestigd van de regionale omroep in het noorden van ons land, de RONO, hetgeen stond voor Regionale Omroep Noord en Oost.

 

snoek12.thumb.jpg.4944da55f753f01e113871c430705446.jpg

 

Het ontstaan leidde eigenlijk naar 16 mei 1945 want toen verzorgde de O.P.M.C. (Omroep Provinciaal Militair Commissariaat) de eerste regionale uitzending via het radio-distributienet van de PTT in de stad Groningen. Later volgden uitzendingen voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Na enkele maanden werd de O.P.M.C. - opgericht om te voorzien in de grote nieuwshonger in een tijd dat de westelijke en zuidelijke actieve radiostations bijna niet of geheel niet konden worden ontvangen, opgeheven.

 

Maar dat betekende geen einde aan deze uitzendingen want de taken werden overgenomen door de RON, de Regionale Omroep Noord, hetgeen later werd uitgebreid met nog een O die werd toegevoegd, omdat ook het oosten van Nederland werd bereikt met haar programma’s.

 

Rond het 25-jarig bestaan in 1970 had de RONO ook aanmerkelijk meer zendtijd en stond zij in het middelpunt van de belangstelling in die gebieden waar men was te ontvangen. Immers was er nog lang geen commerciële radio in ons land, laat staan dat er ruimte was voor lokale radiostations. Men bracht gemiddeld rond de achttien zenduren per week en dat was in 1970 bijna het dubbele van het aantal radiouren dat bijvoorbeeld de TROS en de VPRO ter beschikking hadden.

 

Men durfe op het Martinkerkhof wel enigszins trots te zijn en bracht naar buiten dat de RONO ruwweg half Nederland als verzorgingsgebied had met rond de vier miljoen inwoners: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en geheel Gelderland. De RONO stond vijfentwintig jaar na de eerste regionale radiouitzending in Groningen, model voor de toekomstige regionale omroepen, zoals de toenmalige minister van CRM, mevr. Klompé, die in gedachten had. Dat betekende dat in de eerste plaats regionale omroep onder verantwoordelijkheid viel van de NOS, dit volgens het artikel 47a uit de Omroepwet. Het was weliswaar mogelijk om ook zelf met een regionale omroep te beginnen, maar om een zendmachtiging te verkrijgen volgens artikel 47b, diende men een voor een stad, streek of gewest representatieve culturele instelling te zijn. En of men dit daadwerkelijk was bepaalde weer de minister.

 

Klompé had in haar laatste beschikking destijds trouwens definitief bepaald dat de NOS de verzorging van de regionale radioprogramma's van de RONO op zich diende te nemen. Daartegen bestond nog wel behoorlijk wat tegenstand. Sommigen zouden graag zien, dat men ook buiten de NOS in de gelegenheid gesteld zou worden om regionale programma's te verzorgen. Dit met het argument, dat men dan tot een betere, meer gerichte aanpak zou kunnen komen.

 

Was het echter een groot bezwaar in 1970 te moeten werken onder de vleugels van de NOS werd er door een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden destijds gevraagd aan de directeur van de RONO, de heer A. M. van der Veen. Hij was van mening dat het totaal geen probleem was: “Ik ben echt zeer tevreden met de beschikking van de minister. Ik zie namelijk niet in concreto, welke mogelijkheden er voor de RONO zijn, als we volgens artikel 47b zouden moeten werken. Want hoe kom je aan voldoende geld, aan materiaal, noem maar op. Dat allemaal binnen de wet, waarbij je er dan vanuit dient te gaan, dat zo’n omroepinstelling geen winst mag beogen."

 

Van der Veen was bovendien van mening, dat de beschikking van de minister juist bijzonder veel mogelijkheden voor de RONO — of een andere regionale omroep — openliet: “Kijk, in die beschikking staat, dat we zendtijd krijgen toegewezen van 18 tot 20 uur, elke dag. Dat houdt dus in, dat we per dag twee uur bezig kunnen zijn. Maar er staat ook bij, dat het programma van de Regionale Omroep Noord en Oost wordt uitgezonden: a. over de AM-zenders Hoogezand en Hengelo; b. over de FM-zenders die in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland worden ontvangen; c. over de derde lijn van de draadomroep in het door deze zenders bestreken gebied. En dat geeft ons heel wat mogelijkheden."

 

In de toekomst kijkend in 1970 was er volgens de directeur van de RONO de mogelijkheid om per provincie iedere avond op hetzelfde tijdstip een eigen regionaal programma te maken gericht op de inwoners van de betreffende provincie. Zo waren er plannen om de zender Markelo, die begin 1970 nog hetzelfde programma als de zender opgesteld in Hoogezand uitstraalde, los te koppelen. Al eerder had men binnen de RONO besloten drie keer per week de zender Irnsum van het totaal programma los te koppelen om via die zender een speciaal programma gericht op de Friese luisteraars uit te stralen. Stap voor stap ging men verder door niet alleen een totaal regionaal programma te verzorgen maar ook voor de regio’s Friesland en de regio Oost, ofwel Overijssel en Gelderland.

 

snoek20.jpg.749578be60e41f8715d050f1ecbd5b8e.jpg

 

Uiteindelijk zouden diverse ontkoppelingen leidden tot een Gronings, Drents, Fries en Overijssels-Gelders programma. Wel betekende het dat er meer dan 2 uren aan productie per dag dienden te worden gemaakt. Pas jaren later zou deze regionale omroep worden opgesplitst in regionale radio (en later televisie) stations gericht per provincie waarbij de naam RONO verviel en in Groningen niet gekozen werd voor de naam Radio Groningen maar Radio (RTV) Noord. Op 19 oktober 1977 was het zover dat er aan het eerder gememoreerde Martinikerkhof andermaal een feestje kon worden gevierd met de start van Radio Noord in de nieuw ingerichte studios.

 

Bron Nieuwsblad van het Noorden 1970

Knot, Hans (2012) Klein, maar robuust. Ing. Paul. M. Snoek. Een werkend leven lang voor de radio. Stichting Media Communicatie, Amstelveen.

Foto’s: collectie Paul Snoek

 

Hans Knot, 24 juni 2017

 

hans knot

Vandaag ook weer een nostalgische column waarbij ik je andermaal mee terug neem naar 1968. Wat konden de diverse kranten en bladen ons in dat jaar toch mooie dingen in  het vooruitzicht brengen. Zoals het nieuws dat de Amerikaan Patrick McGoohan destijds over niet al te lange tijd één van de bekendste nieuwe sterren aan het televisiefirmament zou worden. In zijn eigen land was hij een beroemdheid geworden en dat kon ook moeilijk anders, als men bedenkt, dat hij miljoenen Britten jarenlang had bezig gehouden met televisieseries, waarvan de ene aflevering nog spannender was dan de andere.

 

Hij was er destijds begonnen met de creatie van ‘Danger Man’ John Drake en als klap op de vuurpijl kwam daar achteraan de serie ‘The Prisoner’ of — zoals het in Nederland ‘De gevangene’ ging heten en waarvan de NCRV op zaterdag 3 februari 1968 een eerste aflevering op het scherm bracht. ‘Danger Man’ John Drake was in ons land niet helemaal een onbekende verschijning. In de woelige dagen van TV-Noordzee, vanaf het REM-eiland, hadden vele kijkers in de randstad Holland al kennis gemaakt met deze superspeurder. “My name is Drake", zei hij telkens in de inleiding, “John Drake" en vervolgens stapte hij in zijn sportwagen, gaf een dot gas en verdween.

 

We liepen achter met de serie, in vergelijking met de Engelsen. RTV Noordzee werd uit de ether gehaald en wij hadden nog de nodige avonturen te goed, toen in Engeland de loopbaan van de geheime agent voorgoed ten einde was. Ze maakten zich daar druk over de vraag wat er in vredesnaam nog voor avonturen voor John Drake waren te verzinnen. De slotconclusie was dat het beter was de serie stop te zetten en een einde te maken aan ‘Danger Man’.

 

Maar Patrick McGoohan die de rol van Drake speelde, had wel andere gedachten. Natuurlijk had hij ingezien dat de populaire serie Danger Man een einde zou beleven en er dus iets anders bedacht diende te worden bedacht om brood op de plank te blijven houden. En hij zag in dat dit in het vervolg zeker niet als John Drake nog zou gaan lukken. En zo ontstond bij hem het idee om naar het afscheid van John Drake met een nieuwe televisiescript te komen voor een serie die de geschiedenis in zou gaan als ‘De gevangene’. Voor die tijd de modernste en meest revolutionairse serie die er ooit op televisiegebied was opgenomen.

 

Alleen een naam het Patrick in deze nieuwe serie niet, nee hij was de gevangene en  had alleen een nummer: ‘Nummer 6’.  Zijn herkomst was al even vaag; Hij was een man, die een heel belangrijke en geheimzinnige baan had, maar hij nam zelf ontslag. En dat maakte hem nog belangrijker, want vervolgens liep hij ‘vrij’  rond met zijn geheimen, waarvoor zowel vrienden als vijanden belangstelling hadden.

 

In de serie ‘The Prisoner’ werd hij vervolgens ontvoerd en hij kwam daarna  terecht in een soort dorp, waar allemaal mensen met een geheim rondliepen. Wie hadden hem ontvoerd? En daar begon het ontrafelen van het ene na het andere mysterie. Waren het zijn eigen mensen, zijn vijanden of misschien mensen uit beide groepen? Hij had in het dorp zijn eigen prachtige huis waarin hij zich mocht voortbewegen alleen gevolgd door een eigen televisiecamera die elke beweging van ‘nummer 6’ volgde.

 

Patrick McGoohan wist één ding heel zeker en wel dat beide serie een aantal dingen gemeen dienden te hebben. In principe zou er niet gewerkt worden met sadisme, extreem geweld of sekstoestanden. Hij ging er altijd bij alle producties vanuit dat ze door het gehele gezin, van groot tot klein, in de huiskamer gezien dienden te worden. Het betekende niet dat er in ‘The Prisoner’ geen ruimte voor mooi schoon was want in de serie kwam een aantal Britse actrices voorbij die in de tabloids de mooiste van het land werden genoemd. Maar voor ‘nummer 6’ was geen van deze mooie vrouwen te vertrouwen.

 

Voordat de serie de beeldbuizen bereikte was er praktisch niets naar buiten gekomen inzake ‘The Prisoner’. Strikt geheim waren de opnamen gemaakt: geen enkele journalist was er bij geweest. De geheimen van Patrick McGoohan en zijn raadselachtige dorp moesten tot elke prijs bewaard blijven. Vervolgens  werd er in elke aflevering een tipje van de sluier opgelicht. De binnenopnamen waren gemaakt in de Metro-Goldwyn-Mayer Studios in Engeland. Maar bij de perspresentatie weigerde McGoohan nog steeds te zeggen, waar dat gekke dorp was. McGoohan werd daardoor zelfs de gevangene van zijn eigen geheimen.

 

We zijn een kleine halve eeuw verder en wie herinnert zich nog de beide voornoemde series? Danger Man staat mij persoonlijk beter in het geheugen dan de serie ‘The Prisoner’.  Eén aflevering daarvan heeft voor vele liefhebbers van de radiogeschiedenis, met name met de zeezenders, wel een zeer speciale plek gekregen en wel ‘Not so Jolly Roger’, dat zich deels afspeelde op Red Sands Towers, eens onderkomen van ondermeer Radio 390. Alleen de kijker van nu zien dat een groot deel gewoon niet op het fort maar in een studio is opgenomen.

 

Patrick was trouwens een Amerikaan die in 2009 in Los Angeles kwam te overlijden.

 

Hans Knot, 17 juni 2017

 

 

de redactie

5914609602d5b_ShulaRijxman.jpg.a1dea7631a13668805c10b37c8aa0bba.jpgVandaag publiceren wij voor het eerst een verslag over de Maatschappelijke Waarde van de publieke omroep. Die waarde is soms zo vanzelfsprekend, dat we haar niet eens herkennen. Daarom hebben we haar in kaart gebracht. Lees en zie er meer over op www.npomaatschappelijkewaarde.nl. 


Onze programma’s maken wat los in de samenleving en in de politiek. De onthullingen van onze journalisten en redacteuren vinden hun weg naar Kamervragen en -debatten (414) en publicaties in kranten (1.300+). Soms met grote politieke gevolgen (denk aan de onthullingen van Nieuwsuur (NOS-NTR) over de Teeven-deal, of van EenVandaag (Avrotros) over het gebruik van het giftige PX-10 door Defensie), vaak leidend tot heftig maatschappelijke debat. Nadat Zembla over de gezondheidsrisico’s van rubberen korrels op kunstgrasvelden berichtte, kwam er niet alleen op de voetbalvelden heel veel los. We maken samen met maatschappelijke organisaties, zoals het Rode Kruis en het KWF Kankerbestrijding, miljoenen Nederlanders enthousiast voor goede doelen. We steunen festivals als het IDFA, Pinkpop of North Sea Jazz met beeld, woord en daad. Duizenden scholieren bereiden hun examens voor met behulp van de leerzame content van SchoolTV.


Ik vind het niet meer dan logisch dat wij als met publiek geld betaalde organisatie continu verantwoording afleggen over onze bijdrage aan de Nederlandse samenleving. De politiek heeft - terecht, want we zijn een publieke instelling - allerlei regels opgesteld over onze taak en over hoe we die mogen vervullen. We moeten voldoen aan strikte regels rondom sponsoring en reclame, het niet bijdragen aan de winst van commerciële partijen, het exploiteren van rechten, het starten van nieuwe kanalen en het soort programma’s dat we mogen maken. En amusement mag nog slechts in beperkte mate, om moeilijk bereikbare groepen te bedienen of om bijvoorbeeld cultuur of educatie op een wat lichtvoetiger wijze te verpakken. Ieder jaar leggen we onze plannen vast in een Begroting en blikken we hier op terug. Elke vijf jaar maken we uitgebreide en gedetailleerde afspraken met het ministerie van OCW en worden daar ook op afgerekend.


Het lukt ons, hoe knellend de regels soms ook zijn, en hoe hard de bezuinigingen van de afgelopen jaren er ook hebben in gehakt, mooie programma’s te maken en veel kijkers te trekken. En juist omdat we zoveel Nederlanders bereiken (wekelijks bijna 90%), precies zoals de wet van ons verlangt, zijn we van waarde voor de samenleving. Door de macht te controleren en Nederlanders te informeren over de wereld om hen heen, en elkaar. En die verbindende rol kun je alleen vervullen met een zo breed mogelijk bereik. Als podium voor het gesprek over Nederland. Onafhankelijk van politieke en commerciële invloeden. Duizenden medewerkers werken zich hier dagelijks het schompes voor.


Als je Nederlanders vraagt wat zij het grootste verschil tussen ons en andere aanbieders vinden, dan is het antwoord steevast: de beperkte hoeveelheid reclame. Op korte afstand gevolgd door de kwaliteit van onze programma’s en de goede nieuwsvoorziening.


Toch steekt in politiek Den Haag al jaren regelmatig dezelfde discussie de kop op: onderscheidt de publieke omroep zich genoeg van de commerciëlen? De laatste tijd vaak gevolgd door de vraag of de bezuinigingen van de afgelopen jaren niet gecompenseerd kunnen worden door meer inkomsten te halen uit reclame?


Hoezo, denk ik dan, we zijn per definitie anders dan de commerciëlen. Niet alleen omdat wij ons niet te schikken hebben naar het aandeelhouders-belang. We zijn ook zeer onderscheidend qua regels waar we aan moeten voldoen, en qua hoe het publiek ons waardeert (zie ook wat Nederlanders van ons vinden in onze terugblik op 2016: http://over.npo.nl/verantwoording).


Als je vindt dat de publieke omroep alleen programma’s mag maken die de commerciëlen niet maken, maak je wat er op NPO1, 2 en 3 te zien is afhankelijk van de keuzes die commerciële omroepen maken. Want die redenering (alleen onderscheidend mag) volgend, zeg je eigenlijk: als zij iets maken dat ook maar enigszins op een programma van de publieke omroep lijkt, moet het bij de publieke omroep van de buis.


En ik ben dan echt niet bang dat wij zullen moeten stoppen met documentaires als Schuldig, of een programma als Keuringsdienst van Waarde. Nee, de meer populaire krenten uit de pap raken we kwijt en blijven achter met een beperktere programmering die een steeds smaller kijkersdeel weet te boeien. Want het is juist de afwisseling van lichte en zware kost die ook de tv-kijker doet eten. We hebben simpelweg populaire programma’s nodig om het publiek ook voor ons minder populaire aanbod te interesseren. En natuurlijk omdat we wettelijk verplicht zijn iedereen te bedienen.


Het afhankelijk maken van het publieke aanbod van de keuzes die commerciele partijen maken, is wat mij betreft een heilloze weg, net als het onzalige idee dat wij onze slinkende inkomsten zouden moeten compenseren met meer reclame. Want volgens mij zit niemand te wachten op die vervelende programmaonderbrekende reclameblokken. Terwijl juist de bescheiden hoeveelheid reclamezendtijd een wezenskenmerk is van de publieke omroep. Don’t go there, zou ik zeggen.


Ik maak me dus grote zorgen over deze Haagse geluiden. Tezamen zetten ze ons vermogen om alle Nederlanders zo goed mogelijk te bedienen onder druk.


Zonde, als je kijkt naar de waardering die wij van Nederlanders oogsten, zonde ook van onze maatschappelijke waarde.


Shula Rijxman, Voorzitter raad van bestuur NPO

hans knot

Paradiso Amsterdam (foto collectie Rob Olthof)In deze aflevering van mijn nostalgische column aandacht voor de opening van de poptempel Paradiso in Amsterdam in 1968 en de invoering van de kleurentelevisie in ons land.

 

Flits en nog eens flits, maar even schakelen naar een ander televisienet en weer flits en een ander reclameblok. Het is net of alle kanalen op dezelfde tijd reclameblokken uitzenden. Dat was toch in januari 1968 geheel andere koek want reclame was een zeldzaamheid en we hadden slechts Nederland 1 en 2 en bovendien was het aanbod van de reclame, die wel werd uitgezonden, slechts in zwart-wit te zien.

 

En de verwachting destijds was dat de spots ‘voorlopig’ niet op de beeldbuis in Nederland zouden verschijnen. Op dat moment waren er op onze televisie nog maar acht uur aan kleurentv programma’s te zien, wat toen overeenkwam met ongeveer 20% van de totale zendtijd per week. Het zou tevens toch nog geruime tijd duren voor er ook reclamespots in kleur op de beeldbuis zouden verschijnen.

 

Paradiso Amsterdam, foto collectie Rob Olthof

 

In ons land waren rond die tijd pas 15.000 tvkleurentoestellen verkocht en die konden samen voor de adverteerders niet voldoende rendement opleveren om de hogere kosten van de reclamefilms in kleuren commercieel te rechtvaardigen. Dit verklaarde destijds in januari 1968 de heer B. Doyer, gedelegeerd commissaris voor Nederland en België van het Amerikaanse reclame adviesbureau J. Walter Thompson,

 

Deze onderneming was verantwoordelijk voor het aanbod en gedeeltelijke productie van ongeveer 8 procent van alle zwart-wit reclamespots. Hij stelde tevens dat de adverteerders er

zeker niet vóór 1970 op mochten rekenen dat er in kleur zou worden aandacht besteed aan hun producten. Zo stelde hij: “Feitelijk loont het pas goed als 10 procent van de kijkers een kleurentelevisie in huis heeft.” Gerekend naar het aantal huishoudens in ons land destijds betekende dit dat in 1970 er 350.000 kleurentelevisieontvangers zouden moeten zijn verkocht.

 

Het was de combinatie van verhoogde kosten met het veel kleinere bereik, dat de reclamewereld destijds nog niet aan kleuren-tv deed denken. De verwachtingen over de invloed van gekleurde reclame waren echter wel hoog gespannen. Uit internationale ervaring wist men bij Walter Thompson dat het produceren van een kleurenspot niet meer dan 20 tot 25 procent duurder behoefde te zijn dan van een zwart-wit spot, terwijl de visuele indruk gemiddeld 30 tot 50 pet hoger lag.

 

Ook zonder kleur stonden de adverteerders zich in Hilversum en Bussum, waar de televisie toen nog een belangrijke zetel had, al te verdringen om aan bod te kunnen komen. Er werd in die tijd zes dagen per week, en dus nooit op zondag, 18 minuten per dag en dus rond de 110 minuten per week, aan reclame via de twee televisienetten uitgezonden. In de VS was de gemiddelde lengte van een reclamespot destijds 1 minuut, terwijl in ons land dit 50% lager lag.

 

In 1968 waren er zeven landen in de gehele wereld, die tot op dat moment beschikten over kleurentelevisie (VS, Canada, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Rusland en Nederland).  De reclame- in-kleur had alleen haar entree gemaakt in de eerste drie genoemde landen. Uit een onderzoek, dat in opdracht van het adviesbureau Walter Thompson was ingesteld over de prijzen van kleurenontvangers met een beeldbuis van 63 cm., bleek dat deze in Duitsland voor een prijs van f 2000,-- of minder op de markt werden gebracht, in Frankrijk voor ongeveer f 4000,--, terwijl de prijs in Engeland en Nederland ongeveer f 3000,-- bedroeg. Let wel 1968, waarin een modaal inkomen ongeveer rond de f 450,00 per maand lag.

 

Eigenlijk dient gesteld te worden dat in de maand september 1967 de kleurentelevisie al werd geïntroduceerd, daar op de Firato tentoonstelling in de Amsterdamse RAI de nieuwe uitvinding als absolute hoogtepunt werd vertoond. Het had heel wat jaren geduurd voordat het werd geïntroduceerd want in werkelijkheid was met binnen het Philipsconcern al sinds 1941 bezig met het onderzoek naar de mogelijkheden tot ontwikkeling van de kleurentelevisie, ver voordat de televisie in Nederland werd ingevoerd.

 

Op 14 oktober 1964 begon men bij Philips met experimentele kleurenuitzendingen vanuit het Natuurkundig Laboratorium. In januari 1967 gaf de overheid toestemming om vanaf oktober dat jaar de experimentele kleurenuitzendingen landelijk voort te zetten en vanaf 1 januari 1968 de kleurentelevisie definitief in te voeren. De eerste buitenreportage was de intocht van Sinterklaas in Medemblik op 18 november 1967. De kleurenuitzendingen konden in het begin alleen via de reportagetrein worden uitgezonden, omdat die als enige was uitgerust met kleurencamera's. Aan het eind van 1967 waren er circa 10.000 kleurentelevisies in Nederland. In 1968 werden er 35.000 verkocht en in het eerste kwartaal van 1969 waren dit al 50.000.

 

Voor vele Amsterdammers, maar ook tienduizenden andere Nederlanders, is de datum van zaterdag 30 maart 1968 in hun geheugen gegrift als de datum waarop slechts een aantal van hen kon beleven dat het kosmisch ontspanningscentrum Paradiso in Amsterdam werd geopend. De gemeenteraad van Amsterdam, die zware tijden doormaakte met de provobeweging en de vele hippies, die uit alle uithoeken van Nederland en ver daarbuiten de Nederlandse hoofdstad bezochten, besloot in 1967 dat er een creatieve vrijplaats diende te komen voor allerlei groeperingen vallende onder de categorie ‘jongeren’.

 

Het duurde velen te lang en het was Willem de Ridder, die ook al furore maakte met het blad ‘Hitweek’, die vond dat er sneller actie diende te worden ondernomen dan de gemeenteraad nastreefde. Samen met hem bevriende kornuiten kraakte hij het gebouw, dat eerder werd gebruikt als Verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente, aan de Weteringeschans. In deze tijd zouden we het hebben over de geschiedenis van Paradiso als het gebouw dat beschouwd werd als absolute Poptempel van Nederland, waar het neusje van de zalm optrad en nog steeds optreed. In de ogen van de ‘krakers’ was het echter een kwestie van zogenaamde Happeningachtige avonden, gevuld met ‘theater en de vermaeck’. Het was de tijd van bloemen, vloeistofdia’s die tijdens optredens op de achtergrond werden geprojecteerd, de magische acts, het gebruik van hasj en de naaktdansers die schenen door te gaan totdat iedereen met een positief gevoel huiswaarts of naar het park was gegaan.

 

De helaas in 2013 overleden Rob Olthof was een van de eerste bezoekers en had zo zijn herinneringen: ‘Ja, dat klopt. In die tijd kwam ik regelmatig op de Hitweek burelen in Amsterdam Zuid, waar Marjolijn Kuysten en Willem de Ridder de krant in elkaar aan het zetten waren middels zogenaamd knip- en plakwerk. Er was in die tijd nog geen sprake van computergebruik, laat staan van mooie opmaakprogramma's. Marjolijn vertelde me op een dag in 1968 dat de voormalige kerk bij het Leidseplein geschikt werd gemaakt voor ‘alternatieve jongerenprogramma's’, zoals niet el later ook werd gemeld in het blad Hitweek. De allereerste avond in Paradiso heb ik zelf niet meegemaakt, maar kort daarna bezocht ik het wel om groepen als The Moody Blues, Golden Earrings (met een ‘s’ nog in die tijd) Short 66, Man, Cuby and the Blizzards en dergelijke te zien optreden.

 

De lucht in Paradiso was bezwangerd met hasj en wierookgeur, dus na afloop stonk je een uur in de wind. Op het toneel deed Phil Bloom wat half blote dansjes met een laken om haar lijf en soms was er nog een ander dansclubje te ontwaren. De meisjes uit het publiek hadden vaak bloemen in het haar en de jongens droegen bloementjes broeken, eigenlijk geen gezicht. Maar ja het was de tijd van de flower power. Paradiso was voor mij  Woodstock in het klein en voor eeuwig onvergetelijk. De laatste keer dat ik naar Paradiso ging, was er een optreden van Cuby and the Blizzards met ‘Groeten uit Grolloo’ een programma dat verder met diverse andere artiesten werd gevuld. Paradiso is en blijft ‘Het Alternatief Sentrum’, weet je wel!”

 

Hans Knot, 10 juli 2017

hans knot

radio.jpg.3294ad1d6dedc9c8b19f3128efae7fe7.jpgDeze keer neem ik U mee terug naar de maand januari 1979, 38 jaar geleden. De mediawereld zag er geheel anders uit. Satelliettelevisie met ontelbare stations in aanbod was er nog niet. Internet? Niemand had er ooit van gehoord. En de verdeling tussen televisiekijken en radiobeluisteren was in die tijd dan ook geheel anders. Ik heb het Freewave Media Magazine van januari 1979 erbij gehaald om te kijken wat er aan langere verhalen instond. Ik zelf ging destijds dieper in op het onderwerp ‘informatieverstrekking via de radio.’ Let wel het is 1979 in onderstaand verhaal en denk maar eens goed na hoeveel het medialandschap sindsdien is veranderd. 

 

‘Vele malen per dag in diverse rubrieken valt er informatie en actualiteiten te beluisteren op je radio. Je kunt eigenlijk geen station voorbij gaan waar het op voorkomt. Zelfs bij het fenomeen zeezenders kwam en komt het nog steeds voor. Actua door middel van het nieuws en informatie door de spots over bijvoorbeeld de drive in shows. Informatie is sinds de opkomst van het medium radio een belangrijk aspect geworden en kan niet meer gemist worden in het geheel.

 

Dit in tegenstelling tot de televisie waar het eventueel wel gemist kan worden. Immers de televisie is slechts in het algemeen in de avonduren te zien en te horen. De radio is in vele landen het medium waar je 24 uur per etmaal op kunt afstemmen. Hierdoor kan dit medium ten alle tijde ingaan op die gebeurtenissen die waar ook ter wereld gebeuren. Ook een pluspunt voor de radio als nieuws- en informatiemedium is de grote opkomst van de autoradio, waardoor de bereikbaarheid vele malen groter is als die van de televisie, die in de meeste gevallen slechts in de huiskamer staat opgesteld.

 

De nieuwsuitzendingen zijn de meest directe vorm van informatieoverbrenging. Daar zijn meestal persbureaus voor verantwoordelijk (Voor Nederland het ANP, Algemeen Nederlands Persbureau) Het ANP verzorgt bijvoorbeeld via Hilversum 3 ieder uur op het hele uur een kort bulletin en uitgebreide bulletins op de andere Hilversumse netten op diverse tijden. Het ANP werd in 1934 opgericht. In België worden de nieuwsuitzendingen op radio en televisie door een eigen nieuwsredactie verzorgd. De berichtgeving in de nieuwsuitzendingen worden in de regel zo beknopt en neutraal mogelijk gehouden. Actua programma's daarentegen behandelen de onderwerpen eerder aangehaald in de nieuwsuitzendingen uitgebreider daar deze rubrieken moeten worden gezien als programma's waarin achtergrondinformatie wordt gegeven en waarin het nieuws wordt becommentarieerd en van kritische kanttekeningen wordt voorzien. In Nederland heeft iedere. omroep een eigen actualiteitenrubriek (AVRO –Televizier, Veronica Info, NCRV Hier en Nu etc.) Zo kent de Belgische radio de vaste rubriek Actueel.

 

Vaak worden in de diverse actualiteiten uitzendingen contacten gelegd met diverse buitenlandse correspondenten om zo goed en snel mogelijk op de hoogte te worden gebracht van de gebeurtenissen waar ook ter wereld. Naast deze programma's of onderdelen van dezen vindt men nog die programma's waarin een journalistenforum over actuele onderwerpen discusseert of waarin een vaste commentator het nieuws analyseert. (Hoogendijk, Neumann, Hilterman e.a.)

 

Naast het nieuws van het politieke front en ander wereldgebeurtenissen brengt de radio ook veel praktische berichtgeving: weerberichten en eventuele waarschuwingen voor mist, gladheid, filevorming, omleidingen etc. In België is het verplicht met ingang van 1 januari 1979 een autoradio te hebben in de nieuwe auto’s in verband met deze berichtgevingen.

 

Ook voorlichting voor bepaalde groeperingen zoals waterstanden, mededelingen voor land- en tuinbouw, gastarbeiders, programma's betreffende werkloosheid, vacatures etc. bepalen een deel van het radiogezicht. In België wordt deze laatste verzorgd door de Rijksdienst voor de Arbeidsvoorziening, in Nederland door de Overheid in het algemeen. Dit soort informatie vormt ook een groot deel van de Regionale Omroepen zoals men die in de meeste Europese landen kent. Vaak worden de programma's in deze regionale uitzendingen gesproken in dialect ofwel in de streektaal van de desbetreffende regio.

 

Van oudsher is het educatieve aspect van het radiowezen onderkend, waarbij onder educatie natuurlijk niet altijd hetzelfde wordt verstaan. Overal ter wereld kent men de speciale schoolradio; ook worden via de radio cursussen en algemeen onderwijs voor volwassenen gegeven. Het visuele aspect bij sommige cursussen wordt door de televisieonderwijsuitzendingen gegarandeerd (Teleac e .a.) In de minder ontwikkelde landen heeft vooral de radio de onderwijstaak als een van de belangrijkste taken van dit medium. Dit vooral in betrekking tot het analfabetisme. Wanneer je het boek ‘World Communication’ (Unicef publicatie) naslaat zal je steeds weer constateren dat in deze landen meer dan 30% van de uitzendingen zijn besteed aan onderwijs.

 

Het vermogen van radio om de onontwikkelde volksmassa's te bereiken is al door Lenin tijdens de Russische Revolutie onderkend. Hij gebruikte dit medium niet alleen voor onderwijs maar ook voor propagandadoeleinden. Later werd dit ook gedaan door Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog. In elk land welke door de Duitsers was bezet werden de radiostations onder toezicht gesteld van een Rundfunkbetreuungsstelle.(RBS) die een strenge censuur uitoefende. Vanuit Berlijn kon men alle zenders met elkaar koppelen. Wat betreft deze soort van propagandaradio, zoals het ook wel genoemd werd, hebben we heden ten dage ook nog diverse stations als voorbeeld ( Radio Free Europe, Radio Liberty, Engelstalige uitzendingen Radio Moscow etc.).

 

Pak een stuk papier en pen, lees het verhaal nog een keer en maak voor jezelf aantekeningen om tot de conclusie te komen dat er heel veel veranderd is. Misschien is één vel papier niet genoeg.

 

Hans Knot, 3 juni 2017

hans knot

wilhelmina.thumb.jpg.ecd57afbbc7efc38ad40b503baceaa75.jpg

Op de Nederlandse radio, als wel via de Nederlandse televisie werd er in de maand november 1962 optimaal belangstelling getoond door de Nederlandse luisteraars en kijkers. Allereerst was er het programma dat historisch als ‘Open het Dorp’ de geschiedenis is ingegaan. Een enorme succesvolle inzamelingsactie voor een van de vele goede doelen, die werd georganiseerd onder auspiciën van de AVRO. Het was het eerste grote geldinzamelingsprogramma op de Nederlandse televisie. De bedoeling van ‘Open het Dorp’ was om veel geld in te zamelen voor het bouwen van een woonwijk en zorginstelling voor gehandicapten.

 

Met de miljoenen, die werden binnengehaald, werd deze woonwijk en zorginstelling later dan ook gesticht en kreeg als naam ‘Het Dorp’ te Arnhem mee. De uitzending via de zendtijd van de AVRO, via de televisie, vond plaats op 26 en 27 november 1962 en duurde in totaal drieëntwintig uren. Het programma werd tegelijkertijd eveneens via de radio uitgezonden. Alom is bekend dat het programma door Mies Bouwman grotendeels werd gepresenteerd en zij bij een groot deel van het Nederlandse volk ter stond op handen werd gedragen.

 

De televisieregie van dit legendarische programma was in handen van Theo Ordeman. Tijdens de uitzending traden meer dan vierhonderd artiesten op, onder wie de cabaretier Wim Kan, die op het podium via de telefoon honderdduizend gulden wist los te praten bij rijke landgenoten. Nederlanders die niet in staat waren hun bijdrage zelf naar Mies Bouman in het RAI complex in Amsterdam te brengen kregen volop de gelegenheid hun gift in hun eigen omgeving weg te brengen. Daartoe werden de deuren van duizenden winkels, buurthuizen en kerken geopend om daar de financiële bijdragen heen te brengen. In totaal brachten de Nederlandse televisiekijkers en radioluisteraars 21.192.000 gulden bijeen.

 

De initiatiefnemer voor dit programma was de medicus Arie Klapwijk (1921-2008). Hij was later waarnemend directeur van ‘Het Dorp’ en tevens voorzitter van de Stichting Het Dorp, die enkele jaren later werd opgericht. Na zijn opleiding begon Arie Klapwijk zijn medische loopbaan in het revalidatiecentrum ‘De Hoogstraat’ in Leersum. In latere jaren werd hij directeur van de Johanna Stichting, dat van naam veranderde naar ‘Het Johanna Kinderfonds’. De Johanna Stichting werd opgericht in december 1900 als tehuis voor gebrekkigen en mismaakten. Een van de oprichtsters en naamgever van de Stichting was Johanna van Ness. De statutaire doelstelling van het Johanna Kinderfonds is het stimuleren en subsidiëren van initiatieven die tot doel hebben om mensen met een lichamelijke beperking als gevolg van een aandoening van hersenen, zenuwen, botten en spieren, tot de leeftijd van 30 jaar een volwaardige plaats in de maatschappij te geven.

 

Rond 1960 ontstond het plan om in de buurt van de vestiging van het revalidatiecentrum van de stichting in Arnhem een dorp te stichten speciaal voor minder-validen met een blijvende handicap. Om ideeën op te doen voor revalidatiemethoden bezocht Klapwijk onder meer revalidatiecentra in de Verenigde Staten. Op 26 en 27 november 1962 presenteerde Klapwijk samen met Mies Bouwman de 23 uur durende televisie-uitzending van de inzamelingsactie ‘Open het Dorp’, die ook via de radio deels was te beluisteren.

 

Klapwijk was tot mei 1964, toen het administratiegebouw gereed kwam, waarnemend directeur van Het Dorp. Hij legde deze functie neer om zich weer te richten op zijn medische en leidinggevende taken bij de Johanna Stichting. Klapwijk zette zich voortdurend in voor een gelijkwaardige positie voor mensen met een handicap. Hij was ook een promotor van de gehandicaptensport. Als initiatiefnemer van Het Dorp werd hij wereldwijd uitgenodigd om spreekbeurten te houden. Hij overleed in een ziekenhuis in Ede op 86-jarige leeftijd. Voor zijn werk werd Klapwijk herhaaldelijk onderscheiden. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, Drager van het Mobilisatie-Oorlogskruis en Officier in de Orde van de Dannebrog en Ereburger van Het Dorp te Arnhem.

 

dorp.jpg.366176d2384872fb8ca42c31278c9183.jpg

Onder de vele Nederlanders, die persoonlijk naar de uitzendlocatie kwamen, was ook de toenmalige programmaleider van Radio Veronica, Tony Vos, die namens de directie van Radio Veronica een genereus gebaar mocht maken. Hij vertelde aan Arie Klapwijk en Mies Bouwman dat gedurende de daarop volgende periode maandelijks door de directie van het radiostation een bedrag van f 10.000,-- beschikbaar zou worden gesteld aan ‘Open het Dorp’, als onderdeel van de reclameomzet van Veronica, hetgeen in totaal een bedrag van f 140.000,-- werd. De directie van Veronica sloeg daarmee een goede slag want het was dat etmaal de één na grootste gift die ter beschikking van de organisatie ‘Open het Dorp’ werd gesteld.

 

Dr. Arie Klapwijk wist, bij het overdragen van de gift, zijn gevoel voor het radiostation uit te dragen door de volzin: “Ik luister graag naar Veronica” uit te spreken. Mies Bouwman stelde: “Is het niet heerlijk, dat wij althans op een dag alleen maar aan een dorp bouwen met zijn allen en alle zuiltjes vergeten!” De Volkskrant had de volgende ochtend de volgende opmerking: ‘Hebt U overigens ook zo genoten van de gratis reclame die gisteren de AVRO heeft gemaakt voor Radio Veronica? Het is sportief van deze omroep, al konden zij het niet helpen.’

 

De volgende dag, 28 november, werd bekend dat Prinses Wilhelmina, de voormalige koningin op 82-jarige leeftijd was komen te overlijden. Let wel, dit gebeurde in de tijd dat we in Nederland slechts één televisienet en twee officiële radionetten hadden. Wilhelmina overleed te Apeldoorn waar ze de laatste jaren van haar leven doorbracht op Paleis het Loo. Ze was Koningin van ons land tussen 1898 en 1948. Een halve eeuw, wat een enorm lange regeringsperiode was.

 

Prinses Wilhelmina Helena Pauline Maria van Oranje Nassau werd op 31 augustus 1880 geboren in Den Haag. Na de dood van Koning Willem III in 1890 werd ze op 10-jarige leeftijd koningin. Wel onder het regentschap van haar moeder Emma. Op 5 september 1898 werd ze in Amsterdam officieel als Koningin ingehuldigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze naar Engeland waarvandaan ze het land bleef regeren. Dit deed ze onder andere door het Nederlandse volk via de radio meerdere malen toe te spreken. In 1948 besloot ze om Juliana als troonopvolgster aan te wijzen. Wilhelmina leed onder andere aan bronchitis en ze was erg vermoeid. De regering wilde moeilijk meewerken maar uiteindelijk deed de Koningin afstand van de troon op 4 september 1948.

 

Via Hilversum 1 en Hilversum 2 werd terstond een programma van nationale rouw met treurmuziek opgestart en werden de luisteraars, via de nieuwsbulletins op de hoogte gehouden van de meest recente ontwikkelingen. Zo werd bekend gemaakt dat de bevolking welkom was op ondermeer Paleis Huis ten Bosch, in Den Haag, voor het ondertekenen van een condoleanceregister. Talrijk was het aantal Nederlanders dat op deze manier afscheid nam van de voormalige vorstin. Maar ook vele Indische landgenoten lieten blijken hoe belangrijk Wilhelmina was geweest in moeilijke tijden.

In de middag kwam Prinses Irene, per vliegtuig, aan op Schiphol om zich bij haar familie te voegen. Ook haar oudere zus Beatrix brak een reis, naar het Verre Oosten, af en werd op Schiphol na aankomst uit Tokio opgewacht door haar ouders, Koningin Juliana en Prins Bernhard. Terwijl de leden van de Koninklijke familie rond kwart over negen die ochtend Schiphol verlieten, stonden al duizenden in de rij om tijdens een rouwdefilé afscheid te nemen van de gestorven Prinses Wilhelmina.

 

De volgende dag werd ze overgebracht, in een witte lijkwagen, naar het Paleis Lange Voorhout in Den Haag, waar nog eens duizenden afscheid konden nemen. Het een en ander werd via berichtgeving in het nationale programma op de radio bekend gemaakt. Uiteindelijk werd Wilhelmina een laatste rustplaats gegund in het familiegraf van de Oranjes in de Grote Kerk te Delft. En uiteraard stonden vele Nederlanders stil bij het lange regeringsleven van de overleden voormalige vorstin die ook vele malen vanuit Engeland via Radio Oranje haar bevolking moed had ingesproken en door het leven zou gaan als ‘Moeder des Vaderlands’.

 

Maar hoe ging het één en ander, die bewuste 28ste november 1962, via Radio Veronica. Programma’s werden immers dagen vooraf opgenomen en per pendelboot naar het zendschip Borkum Riff gebracht om door de dienstdoende technici aan boord te worden afgedraaid. Aan boord sprak één van de technici spotjes in, die deels regelmatig waren te beluisteren: “Dit is Radio Veronica op de 192 meter. In het verband met het overlijden van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Wilhelmina, zullen wij in het teken van de Nationale Rouw onze uitzendingen voor de verdere dag staken.” Een spotje met een duur van 21 seconden, dat bewaard is gebleven in het persoonlijke archief van uw columnist.

 

Een tweede spot luidde als volgt: “Dit is Radio Veronica op de 192 meter. In verband met het overlijden van Prinses Wilhelmina zullen wij in het teken van Nationale Rouw onze uitzendingen voor de verdere dag staken.” Of men inderdaad uit de ether is gegaan is niet te traceren via deze opname, die door iemand die ochtend van Radio Veronica is gemaakt. Ons resten slechts de voornoemde spots, die ooit tevoorschijn kwamen uit een groot aantal bananendozen, dat lag opgeslagen onder een kamervloer in het Noord Hollandse Rading, ten huize van de voormalige deejay Klaas Vaak (Tom Mulder).

 

In een niet gedateerd knipsel, teruggevonden in het ‘Max Lewin archief’ werd het volgende gemeld: ‘Radio Veronica heeft zijn zender het zwijgen opgelegd. Vanmiddag werden de uitzendingen hervat, nadat een klein vaartuig banden met gewijde muziek aan boord had gebracht.’ Een mededeling dus op de 28ste november 1962 verschenen in een avondkrant.

Het Algemeen Handelsblad schreef op 29 november: ‘Ook het ‘piratenschip’ Veronica heeft zijn normale programma’s gisteren volledig doen vervallen. Nadat de zender in de ochtenduren had gezwegen, kon men ’s middags naar gewijde muziek luisteren. Wij hoorden ondermeer enkele gezangen uit een hervormde liederenbundel ten gehore brengen door de alt Aafje Heynis en voorts verscheidene symfonieën en concerten van Ludwig van Beethoven. In navolging van de legale omroepen zal de commerciële zender de komende dagen zijn uitzendingen blijven aanpassen. Van de directie vernamen wij, dat in verband hiermede geen reclameboodschappen zullen worden uitgezonden.’ Opmerkelijke radio dagen achter elkaar dus in 1962.

 

Hans Knot, 27 mei 2017

de redactie

5925a03735c8d_NielsHoogland2.thumb.jpg.c725be27c522968544075fc671649fb7.jpgHet publiek van FunX heeft de ‘waarde’ van de belangrijkste Nederlandse urban music prijzen dit jaar nog flink vergroot, want waardering van je publiek, daar doe je het als artiest natuurlijk voor.


Voor ons, bij NPO FunX, gaat het er bij het jaarlijks uitreiken van de FunX Music Awards vooral om de Nederlandse urban music scene in de schijnwerpers te zetten en de succesvolle ontwikkeling ervan te vieren. En dat laatste is natuurlijk meer dan terecht want in tijd van een paar jaar is deze ‘scene’ echt gigantisch doorgebroken. Nederlandstalig urban muziek is al langer populair, de digitalisering heeft dit een stuk zichtbaarder gemaakt, maar de kwaliteit van de muziek is de laatste jaren ook zo toegenomen dat we er niet eens meer echt van staan te kijken dat de ene mijlpaal na de andere wordt bereikt.


Laat ik een aantal voorbeelden van zulke mijlpalen geven: Broederliefde, dat Marco Borsato’s record voor langst op nummer 1 genoteerde album verbeterd en een groot concert in het stadion van Sparta geeft. Sevn Alias, die niet alleen alle grote festivals van vorig jaar plat speelde, maar met ‘Gass’ ook de best bekeken Nederlandstalige Youtube musicvideo ooit afleverde. Boef, die alle streamingrecords verbrak met zijn album ‘Slaaptekort’ en zo gaande is dat hij de hoofdprijs ‘Artist of the Year’ won.


Het is dan ook met trots dat we al deze en nog veel meer acts op het podium van Paradiso mochten aankondigen. Echt een ‘dikke fissa’ voor alle artiesten, maar natuurlijk ook voor ons publiek. Het voelt zo goed om het jongerenmerk te zijn met het meest diverse publiek in Nederland, verbonden door het stadsleven en ‘the sound of the city’. Samen delen we die liefde voor deze muziek en deze artiesten. En de FunX Music Awards zijn eigenlijk een soort ‘thank you’ voor de goede relatie die we met al deze ‘hitmakers’ en hun fans (het publiek van FunX) hebben.


Als je er nog even van wilt nagenieten: www.FunX.nl, onze social media en ‘on-air’ natuurlijk. Maar we zijn er nog niet helemaal want voor het eerst is er dit jaar ook een speciale registratie voor NPO 3 gemaakt door BNN-VARA die aanstaande zaterdag om 22.20 uur te zien zal zijn met Fernando, onze morning hero, als interviewer. Nog even extra genieten dus.


Niels Hoogland
zendermanager NPO FunX

hans knot

Eerder beschreef ik de eerste moeilijke maanden van de in het najaar van 1965 van start gegane derde radionet, onder de naam Hilversum 3. Daaruit bleek dat de meerderheid van de omroepen nauwelijks nieuwe programma-ideeën goed kon doorvoeren omdat er vanuit Den Haag door het ministerie van CRM nauwelijks geld ter beschikking was gesteld om het toekomstige station, dat de concurrent van de zeezender Radio Veronica diende te worden, tot een succes te maken. Uit het in dat verhaal geschetste programmaoverzicht van de diverse omroepen bleek heel duidelijk dat over enige vorm van concurrentie totaal niet gesproken kon worden.

 

Een latere grote tegenstander van Radio Veronica en andere zeezenders was mr. Harry van Doorn, tevens de latere minister van CRM, die in 1974 de zeezenders de nek zou omdraaien door invoering van de zogenaamde anti-zeezenderwet. De zogenaamde wet die geen wet was, maar een aanpassing van de bestaande wetgeving. Maar al veel eerder liet mr. H.W. van Doorn van zich horen en wel in de tijd dat hij voorzitter was van de Katholieke Radio Omroep, kortweg de KRO. In september 1965 maakte hij namelijk bekend, dat zijn omroep, vaak tot de conservatieve omroepen gerekend, open en positief stond tegenover het eventuele toekomstige nieuwe bestel. Dit, omdat deze plannen, mits ze mochten doorgaan, dezen meer waarborgen bood voor geestelijke vrijheid en eenheid in verscheidenheid.

 

Minister Vrolijk, van CRM, had even daarvoor aangegeven, dat een meer Open Bestel de weg voor de omroepen naar meer vrijheid mogelijk maakte. Van Doorn voegde eraan toe dat de omroepen eindelijk wisten waar ze enigszins naar toe gingen: “Er is eindelijk een tijd gekomen, dat men zich kan gaan wijden aan de eigen taak, namelijk het maken van programma’s, zonder dagelijks teveel tijd aan activiteiten kwijt te raken door tegen de stroom in te moeten roeien.”

 

Maar de vraag of KRO-voorzitter Van Doorn blij was met de komst van Hilversum 3 was alleen maar negatief te beantwoorden gezien hij het helemaal niet goed vond dat minister Vrolijk het positieve sein had gegeven voor de opstart van Hilversum 3. Immers een gedegen aangekondigd luisteronderzoek over de toen bestaande radionetten Hilversum 1 en 2 waren dan wel aangekondigd maar resultaten waren, tot op dat moment, totaal niet bekend. Van Doorn: “Had men zo’n haast een licht platenpallet erbij te hebben? Is dit wegens Veronica? Nu een derde net nog slechts een maand op zich laat wachten is het tijd nog eens met nadruk te pleiten voor coördinatie tussen alle drie radiostations in Hilversum”. Daarbij uiteraard doelend op de uitzendingen van Hilversum 1, 2 en de toen toekomstige Hilversum 3.

 

Hij haalde daarbij aan dat de financiering van slecht één uitzending van het Radio Filharmonisch Orkest meer kostte dan de financiering van Hilversum 3 in de periode van de opstart tot en met 31 december 1965. Helaas stelde hij dit zonder het verder te onderbouwen. Hij vroeg zich daarbij tevens af of de regering het werkelijk betreurde dat er voor Hilversum 3 er zo bitter weinig geld beschikbaar was. “Juist door de beperkte financiële toezegging is men op Hilversum 3 slechts in staat alleen iets simpels te brengen, bijvoorbeeld platenprogramma’s. Op die manier heeft de regering voorkomen dat er op dit nieuwe radiostation al te serieuze praat kan komen, zodat dit radiostation geheel niet kan concurreren met Radio Veronica.” Hij kondigde tevens aan dat de KRO het niet over zich heen zou laten komen en zeker geen kleurloze programma’s op Hilversum 3 zou gaan brengen. Van Doorn wilde dus duidelijk wel concurrentie tegen de hem zo gehate indringer binnen de Nederlandse radio industrie, tevens gevestigd in het hart van Hilversum, Radio Veronica.

 

http://www.radiofilharmonischorkest.nl/over-het-radio-filharmonisch-orkest

 

rfo_1965_met_van_otterloo.thumb.jpg.f5a1d2e721bf9a49c7bc6c3256fd142b.jpg

Foto Radio Filharmonisch Orkest in 1965 Foto voornoemde site.

 

Hans Knot, 18 mei 2017

hans knot

Recentelijk stuitte ik in de archieven op een oude krant van 24 februari 1971 waarin een verhaal is terug te vinden over een ontevreden schipper, de toen 37-jarige, C.J. de Ridder afkomstig uit Urk. Hij had zijn schip, de ‘Linda’, al bijna een jaar liggen in de haven van Scheveningen en hem was al een paar keer door een ambtenaar van de Havendienst erop gewezen dat het afmeren van een schip in de haven van Scheveningen bijna onmogelijk was zonder de vergunning, waarin duidelijk omschreven werd dat het betreffende schip werd ingezet voor bepaalde activiteiten die te maken hadden met handel gericht op Scheveningen en Den Haag.

 

Omdat De Ridder totaal niet reageerde op het verzoek van de ambtenaar om te vertrekken en elders een ligplaats te zoeken, kwam in de derde week van februari, in de holst van de nacht, een sleepboot - die dienst deed voor Rijkswaterstaat- op last van de gemeente Den Haag, de kotter ‘Linda’ uit de Scheveningse haven wegslepen. Volgens een woordvoerder van de Dienst had De Ridder geen vergunning om er zijn schip af te meren en verbleef hij er dus illegaal.

 

In eerste instantie werd de ‘Linda’ ingezet, zoals vele schepen actief vanuit Scheveningen, voor het vissen op de Noordzee, maar werd ook voor andere doeleinden ingezet. Eerder die maand werd bekend dat het beslag op de MEBO I, dat in 1970 werd ingezet voor de bevoorrading van de MEBO II van Radio Nordsee International, nog immer aan de ketting lag in de haven van Scheveningen. Het beslag was gelegd in opdracht van de Panama Overseas Shipping Company, een onderneming opgezet door ir. Heerema. Deze maatschappij stelde nog een vordering te hebben op MEBO Ltd, de moedermaatschappij achter RNI en eigendom van de Zwitsers Meister en Bollier. Details werden niet vrijgegeven. Heerema was, ondermeer met vriend Kees Manders, verantwoordelijk voor een poging tot kaping van het zendschip van RNI in de maand augustus 1970. Manders had ook een vordering op de Zwitsers maar die zou met beide heren tot een regeling zijn gekomen.

 

In de tweede week van februari 1971 werd bekend gemaakt dat RNI, dat eind september 1970 met uitzendingen was gestopt, spoedig weer een serie testprogramma’s wenste uit te zenden om daarna te beginnen met uitzendingen in het Nederlands en het Engels. Hiertoe werd de Exploitatie Maatschappij Noordzee N.V. opgezet, waarvan de muziekuitgeverij Basart een van de vennoten was. Als streefdatum voor de start van RNI in 1971 werd aangegeven dat deze tussen 20 februari en 1 maart zou komen te liggen. Daar het zendschip, het zei met een beperkte bemanning, nog steeds in internationale wateren voor Scheveningen voor anker lag, diende er dus met bepaalde regelmaat te worden bevoorraad.

 

Hiervoor maakte de onderneming gebruik van boten van een aantal scheepseigenaren uit Scheveningen, maar ook van het schip van De Ridder. Voordat het schip ‘Linda’ werd weggesleept had de schipper gedurende twee weken met regelmaat de MEBO II bevoorraad, iets wat de havenautoriteiten ook was opgevallen. Via een wel heel grote omweg kwam de ‘Linda’ vanuit Scheveningen in de Laakhaven in Den Haag terecht. Het schip werd van Scheveningen via Hoek van Holland en de waterweg naar Rotterdam, via binnenwateren, naar Den Haag gesleept. Als reden gaf de directeur van de Havendienst, Mr. W.C.A. Riem Vis, aan dat De Ridder geen vergunning had activiteiten vanuit Scheveningen te verrichten. De sleeptocht werd in de nacht van 23 februari gedaan om de scheepvaart in de binnenwateren zo weinig mogelijk te hinderen en om geen opzien te baren.

 

Ook vond men het niet nodig de eigenaar, die om half 1 in de nacht het schip had verlaten, op voorhand te informeren. Riem Vis destijds: “Hij is al lang genoeg gewaarschuwd. Hij wist dat dit zou gebeuren als hij voor de twintigste van deze maand niet vertrokken was. Wij vinden het dan niet nodig hem te verwittigen. Hij heeft trouwens ook nooit iets van zich laten horen.” In de ochtenduren deed De Ridder aangifte bij de politie wegens diefstal van de ‘Linda’. Ook hierop reageerde Riem Vis: ‘Diefstal, dat is geen diefstal. Het is het verplaatsen van een vaartuig, dat volgens een verordening mag. Hij zal wel de kosten moeten betalen.” De kosten werden destijds trouwens op rond de 2000 gulden geschat.

 

Achteraf had De Ridder die nacht de boot van Rijkswaterstaat wel in de omgeving zien varen maar had hij niet door met wat doel: ‘Als ik geweten had dat even later ze mijn bootje zouden kapen, was ik erbij gebleven en hadden ze nog een grote rel mee kunnen maken. Maar ze zijn nog niet met me klaar. Dat stiekeme gedoe lust ik niet. Ik heb een advocaat ingeschakeld om de zaak voor me te redden.” Een woordvoerder van de gemeente Den Haag stelde dat de overtallige schepen in de haven van Scheveningen al meerdere malen onderwerp van gesprek waren geweest en dat de situatie in de haven steeds chaotischer werd en dus ingegrepen diende te worden om de schepen, waarvoor wel een vergunning was, een ligplaats te kunnen geven. Het is daar razend druk en als deze sportvissers, die niet in de haven thuis horen, er maar hun gang gaan wordt de chaos steeds groter.”

 

De Ridder was het met deze verklaring niet eens en stelde dat Scheveningen een vrije haven was en dat ieder schip, goedgekeurd door de scheepvaartinspectie, daar mocht komen. De gemeente Den Haag ging echter uit van het standpunt dat de haven allereerst bestemd was voor Scheveningers en dat men diende aan te tonen dat men zich met handel of visserij bezig hield. Wel waren er rond die tijd vele jachten die door een besluit uit het verleden er tevens een ligplaats hadden. Hoe het uiteindelijk is afgelopen is niet duidelijk want na die enkele berichtjes in februari 1971 is er niets meer van Schipper De Ridder en zijn ‘Linda’ vernomen.

 

7788mebo1in1971leenvanoeveren.thumb.jpg.cbd7d516f6a30011a73e229847fcc07d.jpg

De MEBO I in Scheveningen haven in 1971. Foto: Leen van Oeveren

 

Hans Knot, 13 mei 2017

de redactie

5914609602d5b_ShulaRijxman.jpg.a1dea7631a13668805c10b37c8aa0bba.jpgDoen wij ons werk goed? Die vraag stellen wij onszelf continu. Zijn onze programma’s onafhankelijk en betrouwbaar? Laten we alle opvattingen in de samenleving zien, komt iedereen aan bod? Leveren we een bijdrage aan de kwaliteit van onze samenleving? We doen dat omdat we het belangrijk vinden wat het publiek van onze programma’s vindt. We kijken verder dan de goede kijkcijfers die onze programma’s oogsten. Want wij zijn van en voor het publiek. Met een brede programmering voor alle Nederlanders. Om zo iedereen in Nederland door middel van een betrouwbare nieuwsvoorziening, dramaseries, scherpe journalistiek, kunst- en cultuurprogrammering en documentaires te informeren over de wereld om hen heen, en over elkaar. Om onafhankelijk van politiek en commercie te berichten over de besluitvorming in onze democratie en de macht te controleren. En dat belang is groter dan ooit – lees het recente rapport van Freedom House maar over hoe vrije media op steeds meer plekken onder druk staan.


Wij kunnen wel als slagers ons eigen vlees gaan keuren, maar we hebben duizenden mensen, en een expertpanel, gevraagd wat ze van onze programma’s vinden. Hun eindscore: een 8,2. Ik ben trots op deze waardering. Ook vind ik het goed om te zien dat het verschil met het aanbod van de commerciëlen door verreweg de meeste mensen als groot wordt beoordeeld. Onze programmering is de moeite waard en de mix van lichte en zwaardere programma’s vindt men logisch. Afwisseling van spijs doet immers eten. Het mooiste vind ik dat het vakmanschap van onze programma’s een 8,6 krijgt. Dat compliment kunnen al die programmamakers bij de omroepen en producenten die dagelijks mooie en relevante programma’s voor de publieke omroep maken maar mooi in hun zak steken. Lees hier meer over in onze terugblik op 2016.


Ik ben blij dat de meeste Nederlanders ons als goed beoordelen. Want wij zijn er voor hen. In alle onafhankelijkheid van commercie en politiek. Tegelijkertijd zijn de mooie waarderingscijfers geen reden om op onze lauweren te rusten. Want het medialandschap verandert razendsnel. Commerciële mega-media-conglomeraten monopoliseren wereldwijd de productie en distributie van beeld. Bij de NPO is 83% van de producties Nederlandstalig. Omdat wij het belangrijk vinden onze taal, cultuur en identiteit te laten zien. Facebook en Netflix malen daar niet om. Publieke omroepen investeren de helft van hun omzet in lokaal product, terwijl de commerciëlen blijven steken op slechts een derde. Dat scheelt een flinke slok op een borrel.


Als publieke omroep in een klein taalgebied kun je in een door Facebooks en YouTubes gedomineerde wereld alleen overeind blijven met zeer goede content. Het kleine Denemarken bewijst dat dat heel goed kan. Daar hebben ze de budgetten heel gericht ingezet op een beperkt aantal dramaproducties van topkwaliteit. Dat lijkt mij de weg die wij ook op moeten.


We zullen ook continu moeten blijven vernieuwen. Binnenkort lanceren we bijvoorbeeld ons nieuwe on demand platform. En we gaan het publiek nauwer betrekken bij ons beleid. Dat is nodig om alle 17 miljoen Nederlanders goed te blijven bedienen. Met waardevolle programma’s van eigen bodem, voor Nederlanders door Nederlanders gemaakt.


Daar zou wat mij betreft de politieke discussie over moeten gaan. Over hoe je ook in een klein taalgebied onafhankelijke media ondersteunt. Over hoe je Nederlandse makers helpt de verhalen te vertellen die verteld moeten worden. Over hoe een onafhankelijke publieke omroep van waarde kan blijven voor onze samenleving in een snel veranderend medialandschap. Dat lijkt me zinvoller dan Haagse discussies op de vierkante millimeter over een onsje meer of minder amusement, een tikje meer of minder reclame, het aantal lineaire kanalen in een digitale wereld, of haarkloverij over het verschil in programmering tussen ons en de commerciëlen. Kom op, denk ik dan, het is 2017. Gaan we echt deze achterhoedegevechten met elkaar voeren? Dat is zonde van de tijd. En het getuigt van een kruideniersmentaliteit. Want wat er écht op het spel staat, is het overeind blijven van onafhankelijke Nederlandse journalistiek en cultuur in een internationaal slagveld. Ik reken erop dat we hier de ruimte en middelen voor krijgen van de politiek. Zodat we kunnen blijven investeren in mooie programma's, in innovatieve diensten en een breed aanbod voor 17 miljoen Nederlanders.


Shula Rijxman
Voorzitter raad van bestuur

hans knot

witteLP1a.jpg.4d4f022bf60b8288e572ed6b44f84f43.jpg

Tegen het einde van de jaren zestig en in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verschenen er tal van LP’s in de winkels, die niet door de platenmaatschappijen officieel op de markt werden gebracht maar voornamelijk illegaal waren geperst in het buitenland. In die tijd kocht ik veel LP’s, gezien mijn liefde voor de muziek in de breedste zin van het woord.

Er waren drie zaken waar ik vrijwel wekelijks kwam om mijn collectie uit te breiden. Voor de allernieuwste singles en LP’s ging ik naar Roel Hemmes in de Steentilstraat. Ook dook ik wekelijks even de kelder in bij Eekels in de Oude Ebbingestraat om te kijken of er iets nieuws was op LP gebied. Men had daar een meer afwijkende collectie als bij Hemmes.

Maar er was nog een derde zaak waar ik ook wekelijks langs ging. Het was de firma Boverhof aan het Schuitendiep in Groningen. Eigenlijk kwam ik er al vanaf 1967 om er wekelijks singles in te slaan voor de jukebox van de Disney Bar in de Pelsterstraat. Eigenaar Kees Dekker had me gevraagd de muziekkeuze voor hem wekelijks te verzorgen. Zo kocht ik iedere week vijf nieuwe platen en de singles die uit de grote muziekkast werden gehaald kreeg ik als dank mee.

 

Andere eigenaren van zakelijke jukeboxen hadden een soort van huurregeling met de firma Boverhof. Door een medewerker van het bedrijf werden wekelijks een aantal singles verwijderd om voor het nieuwe aanbod ruimte te maken. Op het einde van de dag kwamen alle singles, die uit jukeboxen waren verwijderd, netjes in grote bakken in de winkel te staan en waren ze vervolgens per stuk voor 1 gulden te koop. Grasduinen in die bakken was ook een heerlijke gelegenheid en bovendien kwamen er meer leeftijdgenoten met hetzelfde doel waardoor praten over de gezamenlijke muziekhobby tevens tot vriendschappen leidde.

 

Op een bepaalde dag stonden er drie LP’s te koop vol met rock and roll nummers die jarenlang werden gezocht en plotseling in een keer waren aan te schaffen. Afluisteren leverde wel het gevoel op dat niet alles topkwaliteit bleek te zijn en later werd bekend dat dit kon kloppen aangezien deels werd geluisterd naar de muziek van gebruikte singles die waren opgenomen voor herpersing op LP. Een superverzamelaar was op het idee gekomen via een bevriende relatie zijn collectie aan de LP toe te vertrouwen, zodat anderen deze LP’s, die geen bekend platenlabel had, konden kopen. De zogenaamde witte LP’s die bij sommige winkels gewoon in de bakken stonden, zoals bij Boverhof, en bij andere zaken niet werden verkocht of soms toch van onder de toonbank.

Uiteraard was de verkoop illegaal in de ogen van de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren (NVGD). Er werden naar alle platenwinkels, die al dan niet aangesloten  waren bij deze club, behoorlijke dreigende brieven geschreven waarin gemeld werd dat bepaalde, in Nederland actief zijnde platenmaatschappijen, zouden overwegen alle leveringen aan detailhandelaren, die illegale witte LP’s verkochten, stop te zetten.

 

De behoorlijk scherp gestelde brieven werden eind maart 1970 verstuurd toen het bekend werd dat ‘illegaal’ opgenomen nummers van de Rolling Stones op grote schaal zouden worden verspreid. Ook Boverhof kreeg een dergelijke brief en in het Nieuwsblad van het Noorden van 2 april 1970 verzette hij zich fel tegen eventuele maatregelen. Het artikel bleef decennia bewaard in een LP hoes van een van de daar gekochte LP’s op het ‘Europa Label’.

 

“Het lijkt een oplichterstroep", zei de heer W. (Wim) Boverhof in Groningen. Hij was het niet eens met de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren. Om dat nog eens duidelijk te maken bracht hij de omstreden zogenaamde witte plaat van de Rolling Stones uit. Meerdere aangesloten handelaren, die van plan waren deze ‘witte’ schijf ook te koop aan te bieden, waren van dit idee afgestapt, toen ook de platenmaatschappij Phonogram fel reageerde met brieven die er niet om logen.’

 

Het kwam, zoals gemeld, er op neer als de handelaren tot verkoop van die bewuste plaat overgingen, ze zouden worden uitgesloten van levering van alle platen, die de betreffende maatschappij uitbracht. Wim Boverhof, die geen lid van de bond was, had vooral bezwaren tegen de toenmalige situatie van de grammofoonplatenmarkt. Zo stelde hij: “Zelfs benzinemaatschappijen kunnen platen verkopen”.

 

In die tijd waren er ook cassettebandjes met muziek van bekende orkesten in omloop zonder dat men eigenlijk precies wist waar ze vandaan kwamen. Ook was het niet uitgesloten dat een lid van het betreffende orkest, de opname clandestien had verkocht en dus mee deelde met de opbrengst. In ieder geval verschenen er veel merkloze platen op de markt zonder dat de maatschappij, die de bewuste band onder contract had, wist wie deze leverden.

 

Een van de eerste LP’s, die in Nederland illegaal op de markt kwamen was ‘Little white wonder’ van Bob Dylan. Het was niet Artone-CBS, waar de Amerikaan voor de Nederlandse markt onder contract stond, die de schijf op de markt bracht. CBS maakte er echter geen zaak van en dus was de schijf bij de meeste Grammofoonplaten  Detailhandelaren zonder problemen te koop.

 

Er was vooral de nodige publiciteit hoe het toch mogelijk was dat er zowaar de zogenaamde witte LP’s van de Rolling Stones werden aangeboden. De platenmaatschappij Phonogram – waar men de distributie in ons land voor de Rolling Stones verzorgde, beet, op verzoek van het Londense Decca om de rechten van de Stones en de maatschappij te verdedigen, fel van zich af en als gevolg daarvan bleven de  aangesloten handelaren grotendeels in het gareel.

 

Mevrouw Truus Boverhof kwam ik in haar grammofoonplatenzaak wekelijks tegen in die tijd. Uiteraard viel het op dat ze ook ‘witte lp’s’ verkocht wat weer tot aankoop door mij leidde. En niet alleen aan mij maar ook aan  de andere vaste bezoekers, die op vrijdagmiddag het winkeltje aandeden.

 

Eigenaar van weer een andere platenzaak aan de Heerestraat in Groningen was de heer H.P. Vink, die bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren was. In het Nieuwsblad van het Noorden zei hij destijds over Boverhof zijn actie: “Ik kan mij voorstellen dat de heer Boverhof niet in ons gareel loopt. Hij heeft geen belang bij het lidmaatschap omdat hij op deze wijze een zeer goede boterham verdient. Ik vraag mij af wat ik zou doen als ik in zijn schoenen stond. Of ik het leuk vind is wat anders."

 

Als reactie daarop stelde Wim Boverhof: “Ik ben nooit lid van de vereniging geweest, omdat ik naast de nieuwe geen gebruikte platen mocht verkopen. Officieel mogen de maatschappijen niet aan mij leveren, maar onofficieel zie ik wel kans de platen, die ik wil hebben, te krijgen. Desnoods reis ik heel West-Europa af. Ik werd genoodzaakt te pionieren. Daardoor is het ook zover gekomen, dat ik ze nu goedkoper kan krijgen dan de erkende concurrentie. Dat is natuurlijk een vreemde situatie, maar ze is er."

 

En dat hij succes had was ondermeer in de winkel aan het Schuitendiep te zien waarin een speciale bak was ingevuld met lp’s van ondermeer de Amerikaanse als zowel de Nederlandse uitvoering van de musical ‘Hair’, die in die dagen zeer populair was en overal volle zalen trok. En dat Boverhof het goed voor elkaar had bleek een week later toen er vier uitvoeringen van de musical in een bomvolle Martinihal waren en hij er een speciale stand had om de LP’s te verkopen.

 

witteLP1b.jpg.71b71e9e3fc47f0fd2fa268795a55db7.jpgWim Boverhof had ondermeer bezwaren tegen de honderd gulden inleggeld, die een kandidaat-lid aan de vereniging diende over te maken. Bovendien werd er dan door een soort van ballotagecommissie besloten of hij al dan niet werd toegelaten. Was het advies negatief dan kreeg een aspirant kandidaat niet de volle inbreng van 100 gulden terug maar slechts de helft van dit bedrag. Een reactie op deze financiële handel destijds van hem in het Nieuwsblad van het Noorden: “Het is fraai. Zo'n bond lijkt mij ook wel iets op op te starten. Dat is een mooie handel".

 

Ook was het zo dat aspirant leden de NVGD uitvoerig dienden te informeren over de financiële zaken van het betreffende bedrijf. En voor Wim Boverhof was een lidmaatschap dan ook een onnodige optie: “Ik heb geen verplichtingen aan de vereniging. Ze is niet nodig. Daardoor is deze situatie gekweekt. Iedereen verkoopt tegenwoordig grammofoonplaten. En wat doet de bond daar tegen? Niets."

 

Zijn Groninger  collega Vink vertelde destijds dat het inleggeld nodig was om de onderzoekkosten te dekken. Voorts wenste men alleen maar betrouwbare leden op te nemen in het NVGD register:

“Ik wil niet zeggen dat de heer Boverhof een avonturier is. Natuurlijk is er onrust onder onze leden. De gehele handel is onrustig. ledereen staat op zijn achterste poten. De tijd van gezapig zakendoen is voorbij, iedereen kan platen gaan verkopen. Voor een hoop zaken betekent dat paniek. Ach met vakkennis en een grote sortering red je het wel. En dat van die witte platen. Is het juist? Laten wij dat in het midden laten. Er zijn legio platen, die via duistere kanalen de handel bereiken. Zit er een lek bij de fabrieken of spuit men een surplus aan platen?"

 

Er was nog een Groninger eigenaar van een platenzaak die een soort van dreigbrief van de platenmaatschappij Phonogram kreeg en wel de heer Kappen van ‘Het Carillon’, destijds gevestigd op het Kwinkenplein. Hij stelde in het Nieuwsblad van het Noorden gezwicht te zijn voor de inhoud van de brief. “We wilden niet het risico lopen van levering te worden uitgesloten. Het is erg jammer dat het zo moest lopen.”

 

wittelpstones.thumb.JPG.f3e4e4193ebd6c8b0cbbf1c60719dd36.JPGVoor de platenmaatschappij hadden de reacties een positieve wending gekregen want: “Wat ons betreft is die zaak over de Stones-plaat de wereld uit", stelde destijds de heer Ten Kate publiciteitsman van Phonogram. “Die Groninger handelaar Boverhof is niet aangesloten. Hij behoeft zich niet aan onze bepalingen te houden. Er gebeurt dan ook niets. Er is niets aan te doen. Hij kan verkopen wat hij wil. De liefhebbers van de Rolling Stones zullen het wel fijn vinden"

 

De titel van de witte Stones LP was ‘Live’r than you’ll ever be’. Het muzikale werk verscheen op het Peace label en de naam van de groep was ‘Greatest Group on Earth’. Mevrouw Boverhof en haar assistente, Tineke van Nieff, verkochten de LP destijds voor 13 gulden in de winkel aan het Schuitendiep. Op de LP stonden oudere nummers als ‘Carol’ en ‘I’m free’, maar ook voor die tijd nieuwere songs als ‘Sympathy for the devil’, ‘Midnight rambler’ en  het nooit eerder door de Stones op de plaat gezette ‘Little Queenie’.

 

Hans Knot, 6 mei 2017

hans knot

 

 

nvr.jpg.eb8dbb6d32525e078c1ce4b558b2e463.jpg

Nog een paar dagen en de jaarlijkse dodenherdenking zal andermaal gaan plaats vinden met in nagedachtenis alle gestorven mensen die voor Nederland zijn gevallen in vele oorlogen waar dan ook ter wereld. In mijn nostalgische column van deze week is het tijd voor een vreemde terugblik.

 

‘In naam der rechtvaardigheid’ stond er als aanhef boven een brief aan de toenmalige minister van Justitie, mr. Polak. (1967-1971). De brief was afkomstig van de radiohandelaar Johannes Sipma uit Franeker. Het ging in het schrijven over een vreemde en ingewikkelde zaak die zijn oorsprong had in de Tweede Wereldoorlog.

 

Nadat de Duitsers ons land waren binnengevallen werd na een periode van drie jaren besloten dat alle radios ingeleverd dienden te worden bij de bezetter. Niet iedereen gehoorzaamde aan de eis van de bezetter om mee te werken. Een van hen was handelaar Sipma, die besloot zijn volledige bedrijfsadministratie te vernietigen om te voorkomen dat de bezetter van zijn administratieve gegevens gebruik zou kunnen maken voor het opsporen van door hem verkochte radiotoestellen, en dus de rechtmatige eigenaren.

 

Een nogal logische reactie waardoor Sipma na de afloop van de oorlog echter in moeilijkheden kwam. Hij was namelijk lid van de Nederlandse Vereniging van Radio Detailhandelaren geweest, maar bedankte mondeling voor dit lidmaatschap na afloop van de oorlog. Volgens Sipma had hij dat wel twintig keer gemeld en volgens een woordvoerder van voornoemde vereniging had Sipma het lidmaatschap slechts éénmaal mondeling afgezegd.

 

Toch bleef handelaar Sipma door de vereniging als lid gehandhaafd omdat het bedanken niet mondeling maar schriftelijk per aangetekende brief diende te gebeuren. Dat had Sipma kunnen weten, ware het niet dat de lidmaatschapskaart, waarop dit stond vermeld, met de rest van zijn bedrijfsadministratie eveneens vernietigd was. Maar volgens Sipma had niemand namens de vereniging erop gewezen dat afmelding van lidmaatschap schriftelijk en aangetekend diende te gebeuren. Iedere keer had hij, zodra hij bemerkte dat hij toch nog lid was, zich opnieuw per telefoon gemeld bij een vertegenwoordiger van de Nederlandse Vereniging van Radio Detailhandelaren.

Inleveren_radio_s_in_Vogelenzang.jpg.f3bb7afb42d340b4085fe551f21e71bc.jpg

Hij weigerde dan ook zijn jaarlijkse lidmaatschap te betalen en het contributiebedrag liep in de loop van de jaren zo hoog op dat de vereniging er een rechtszaak van maakte. De vordering was oorspronkelijk f 2300,-- maar werd volgens de heer Sipma, nadat er in de pers enige aandacht aan was besteed, verlaagd tot een vordering van f 1800,--

 

Op verzoek van Sipma zou hem rechtskundige bijstand verleend worden door mr. Heemskerk, advocaat en procureur te Leeuwarden. De zaak kwam op 11 januari 1968 voor, maar mr. Heemskerk was volgens Sipma niet aanwezig. Na behandeling van de zaak kwam de advocaat te laat bij de rechtbank aan en maakte zijn excuses tegenover de rechter voor zijn afwezigheid. Hij had zich namelijk in het tijdstip van de rechtszitting vergist.

 

Drie weken later kreeg Sipma bericht dat hij veroordeeld was. Sipma vroeg zich af of de zaak niet kon worden aangehouden wegens afwezigheid van de pleiter. In de brief aan de minister stelde hij dat zijn rechtsgevoel door de gang van zaken zeer ernstig geschokt was. De vordering van de radiohandelarenvereniging betaalde Sipma wel, mede op advies van relaties, maar hij deed dit wel onder protest.

 

De brief aan de minister van Justitie, Polak, ging verder met: ‘Nadien werd voor de tweede maal een aanslag gepleegd op het rechtsgevoel van ondergetekende, die zich toch afvraagt of er in Nederland nog recht wordt gedaan en tevens of zij, die beweren dat wij in Nederland klassenjustitie hebben, dan toch gelijk hebben Sipma schreef de brief in 1970, nadat beslag gelegd was op het door hem bewoonde pand te Franeker omdat hij weigerde de indertijd door mr. Heemskerk ingediende nota voor rechtskundige bijstand te betalen. Sipma ging er namelijk van uit dat deze bijstand niet verleend was, omdat mr. Heemskerk afwezig was op het moment dat hij aanwezig had dienen te zijn in 1968 om zijn cliënt te verdedigen.

 

Mr. Heemskerk was ondertussen overleden maar de vordering was in 1970 ingediend door zijn zoon, mr. E. N. Heemskerk. Deze verklaarde destijds desgevraagd door een journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst: “Het kan wel zijn dat mijn vader zich in de tijd van de rechtszitting vergist heeft, maar dat heeft aan de zaak niets toe- of afgedaan. De rechtbank heeft namelijk de partijen persoonlijk gehoord. Gepleit werd er niet door mijn vader. Er is wel het nodige werk in gaan zitten.”

 

Sipma kondigde in de brief aan dat hij zou blijven weigeren te betalen (de vordering bedroeg  f 600). Hij ondertekende zijn brief met: ‘een bitter in het recht teleurgestelde Joh. Sipma’. Het valt te betwijfelen of Sipma een antwoord heeft gehad vanuit het ministerie van Justitie. Een uitgebreide speurtocht heeft helaas niets opgeleverd.

 

Hans Knot, 29 april 2017

 

de redactie

bbc-world-service.png.c7e39a185d122c2bb0f35bd10e0b96b6.pngOp 28 maart 2011 was het over en uit met de 648 kHz. De middengolfzender van de BBC World Service werd die dag uitgezet. Er moest worden bezuinigd en de zender die in heel West Europa was te ontvangen kostte teveel. De luisteraars moesten maar uitwijken naar het internet, het radiomedium van de toekomst.

Ik luisterde in die tijd dagelijks naar deze zender met behulp van mijn Sony Srf-m35 Walkman op weg naar het werk, ‘s avonds voor het slapen gaan (Newshour) en in het weekend in de auto via de autoradio. In heel Nederland en België uitstekend te ontvangen.

 

Voor thuis had ik snel een oplossing gevonden: een wekkerradio met internet. Via de wifi dus. Een eenmalige aanschaf, klaar. Maar buiten de deur werd het lastiger. Itunes op de telefoon was de enige optie. Dus een smartphone aanschaffen met een nieuwe carkit in de auto waarmee je, via bluetooth, de audio vanaf je telefoon naar je autoradio streamt. Maar dan ben je er nog niet. Voor het dataverbruik moet je maandelijks aan je provider een aardige som geld aftikken. En de kwaliteit van de mobiele verbinding met 3G is niet overal goed te noemen. Uitval tijdens lange autoritten, storing op het signaal als je langs bijvoorbeeld de metro fietst in de stad. Het werkt, maar niet vlekkeloos. En het kost ook nog eens bijna 15 euro extra per maand voor een mobiele databundel.

 

Leuk die nieuwe techniek, maar om mobiel naar het wereldnieuws te luisteren werd mij dit te gortig. De BBC bespaart in de kosten en legt de rekening bij mij neer. Tijd om na te denken over een alternatief.

 

In september 2013 gaan de landelijke commerciële zenders in Nederland uitzenden via DAB+. De Publieke radiozenders zijn dan al sinds februari 2004 bij wijze van proef via DAB te ontvangen. Ik besluit voor onderweg de Pure Move 2500 aan te schaffen, een portable DAB+ ontvanger. Via Radio 1 en BNR kom ik uit bij Radio 2. Hier blijf ik ‘hangen’. Het digitale geluid is via de oordopjes prima. Vooral het ontbreken van de FM-ruis bevalt mij prima. Een alternatief is gevonden voor in de stad. Maar voor de lange autoritten buiten de stad moet ik het vooral met de FM doen. Een nieuwe auto uitgerust met een DAB+ radio zit er voorlopig niet in en de databundel is niet groot genoeg om altijd via internet te luisteren.

 

In 2016 komt de eerste smartphone op de markt waarmee je naast FM en internet ook via DAB+ naar radio kunt luisteren. Ik bestel de LG Styles2 en besluit gelijk van provider te wisselen. Het 3G netwerk wordt ingeruild voor 4G. Al snel kom ik er achter dat luisteren via DAB+ op deze telefoon heel matig is. Het signaal valt steeds weg en de app schakelt dan automatisch over naar het internet. En wat valt op? De kwaliteit van de audio via het internet is veel beter en 4G is zo stabiel dat het signaal niet meer wegvalt. Niet als je een tunnel inrijdt, niet in de ondergrondse parkeergarage op het werk en zelfs in de metro kan ik gewoon blijven luisteren. Met DAB+ is dit onmogelijk. Enige beperking is nu nog de grootte van de databundel en de daarbij behorende kosten.

 

En dan komt begin 2017 je telefoonprovider met een abonnement voor onbeperkt bellen, sms en internet. Voor 5 euro meer per maand, overstappen is gratis. Inmiddels verstook ik een kleine gig per dag aan dataverkeer verdeeld over NPO Radio 2, de BBC World Service en LX Classics. Naast NPO Radio 2 zijn sinds kort ook de andere twee stations in Nederland via DAB+ te ontvangen. Leuk om te weten dat ik straks, als mijn nieuwe auto wordt geleverd, via DAB+ hier naar kan luisteren. Maar of ik dat ook ga doen? Nee, want ik ben er inmiddels van overtuigd dat internet het radiodistributiekanaal is voor de toekomst. Ook in de auto. Tegen de tijd dat de FM-zenders worden uitgeschakeld kunnen wat mij betreft ook de DAB+ zenders uit.

 

Vincent Schriel, 26 april 2017

de redactie

In de ruim dertig jaar dat hij op de landelijke radio te horen is, heeft Rob Stenders nooit écht concessies gedaan aan wie hij is. Dat leidde ertoe dat hij vaker dan wie dan ook van werkgever wisselde, nooit werd weggestuurd, maar altijd zelf op zoek ging naar groener gras bij de buren. Soms was hij hierdoor even helemaal niet op een radiostation te horen, zoals na zijn vertrek bij de publieke omroep VOO in 1991. Hij stootte er zijn hoofd omdat radiobaas Lex Harding in hem niet de liefde voor muziek en voor het medium radio leek te herkennen waarmee deze zelf twintig jaar eerder als radiomáker op de zeezender Veronica de jonge Rob had beïnvloed. Anno 2017 erkent pensionado Harding het gelijk van Stenders door zelf weer juist díe platen te draaien op zijn eigen LX Classics, een internetzendertje gemodelleerd naar KX Classics van Stenders. Op beide kanalen klinkt de voorliefde door voor de ‘betere’ pop en rock uit de sixties en seventies.

 

Precies op tijd maakte Stenders in 2015 de overstap van 3FM (waar de vijftiger vanwege zijn vakmanschap al een paar jaar ‘blessuretijd’ was gegund) naar Radio 2. Daar introduceerde hij een nieuwe invulling van het fenomeen ‘verzoekplatenprogramma’. In de Platenbonanza worden gewoon de platen gedraaid die Stenders wil draaien, het aantal verzoeken is zo groot dat hij muzikaal elke gewenste kant op kan, inclusief zijn geliefde ‘hard to find classics’. Het muzikale palet van Rob Stenders is breed genoeg om hiermee een grote groep luisteraars tevreden te stellen.

 

Hoezeer Stenders’ Platenbonanza een schot in de roos is, bleek in maart 2017, toen dit dagelijkse middagprogramma een week lang werd gepromoveerd tot hét format voor de hele zender: 24 uur per dag draaiden alle deejays de platen die de luisteraars per e-mail, social media en telefoon aanvroegen. Ook het Paasweekend bood opnieuw ruimte aan een zenderbrede ‘Paasbonanza’. Een dikke middelvinger naar alle stations die hun muziekkeuze laten bepalen (en beperken) door een panel of computerprogramma dat platen afwijst omdat ze luisteraars zouden wegjagen. Op het Radio 2 dat Stenders (samen met vooral Gerard Ekdom) geruggesteund door de zenderleiding mag vormgeven, vindt muzikale veelzijdigheid een nieuwe vorm.

 

Dit is belangrijk voor Radio 2 in een tijd dat de publieke radiozenders zich alle herpositioneren. Waar voormalig grootverdiener 3FM zichzelf in de marge aan het heruitvinden is, verjongt Radio 5 in de richting van het Radio 2 van twintig jaar geleden (toen Frits Spits en Ferry Maat er de grote namen waren) en aast Radio 5 intern op de FM-frequentie van 3FM (‘Hun doelgroep luistert toch alleen online’) en opereren alleen Radio 1 en Radio 4 momenteel in de publicitaire luwte.

 

Radio 2 is niet langer ‘het station van je ouders’, roept de zender. Al zou Stenders qua leeftijd allang kinderen kunnen hebben (en hebben de meeste van zijn collega’s die daadwerkelijk), boegbeelden Stenders en Ekdom hebben naar Radio 2 inderdaad het elan van 3FM meegenomen en vertaald naar een nét iets bredere doelgroep.

 

Stenders blijft natuurlijk Stenders, dus als hij een bepaalde plaat graag wil draaien en die wordt niet aangevraagd, roept hij de luisteraar gewoon op die plaat aan te vragen. Geheid dat het dan verzoekjes om díe plaat. Dat is een ‘fuck the system’ met een mooie strik er omheen.

 

Edwin Wendt, 24 april 2017

hans knot

aktie2.thumb.jpg.67b98530969dc5addea1dea4ebece140.jpg

Zaterdag en tijd voor een nostalgische terugblik. Ik vat twee herinneringen in deze column samen en wel één uit 1973 en één uit 1975. Niet aanwezig op hoorzitting.

 

Welke 60-plusser herinnert zich niet de voor die tijd allergrootste demonstratie die ooit had plaatsgevonden in Den Haag, gehouden op 18 april 1973. In de jaren tachtig is het aantal demonstranten daarna slechts een keer verbeterd tijdens één van de anti-kernenergie demonstraties. Op 18 april gingen we naar Den Haag omdat ‘we kunnen het toch proberen’ te demonstreren tegen eventuele maatregelen betreffende de toenmalige zeezenders waaronder Veronica, Radio Noordzee en Radio Caroline. De grote demonstratie, die vanaf het Malieveld richting de Tweede Kamer werd gehouden, was massaal ondersteund door spotjes die vele malen per dag weken lang werden gedraaid op de 538 meter, destijds in gebruik door Radio Veronica.

 

De hoorzitting was bedoeld voor bekende Nederlanders en andere betrokkenen bij Radio Veronica om op hun  eigen wijze een positieve rede te houden voor het behoud van dit station en andere zeezenders. Ruim een maand eerder, op 7 maart 1973, was een oproep voor de openbare hoorzitting gedaan aan deze personen door de Griffier van de bijzondere Commissie voor de wetsontwerpen 11 373 en 11 374, drs. A.J.B. Hubert. In deze oproep stond vermeld dat men welkom was om het woord te voeren waarbij tevens de lengte van de spreektijd werd vermeld en het verzoek te reageren op het al dan aanwezig zijn tijdens deze hoorzitting.

 

Eén van de betrokken personen, die genodigd was, kon niet komen daar hij op vakantie in het buitenland zou zijn. Op 3 april, een dag nadat het zendschip van Radio Veronica, de Norderney, was gestrand bij Scheveningen, liet Paul Acket weten niet te kunnen komen. Hij was op dat moment niet alleen directeur van het wel overbekende ‘Organisatiebureau Paul Acket’ maar ook directeur van Muziek Expres N.V., uitgever van de maanbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’. In zijn brief aan de Griffier meldde Acket dat eventueel namens zijn organisatie Ruud van Dulkenraad, toenmalig hoofdredacteur van ‘Muziek Expres’ het woord kon gaan voeren.

 

Omdat hij er niet van overtuigd was dat in zou worden gegaan op zijn verzoek Van Dulkenraad het woord te laten voeren, besloot Paul Acket in de brief goed te onderbouwen wat de reden was van zijn bureau te streven tot behoud van Radio Veronica en andere zeezenders.

 

De standpuntbepaling kwam er op neer dat de Telegraaf- en Telefoniewet van 1904 zodanig gewijzigd diende te worden dat de uitzendingen van Radio Veronica, al dan niet vanaf zee, voortgezet konden worden. Dit niet alleen op grond van het gewoonterecht, dat volgens Paul Acket op dat moment zo langzamerhand toch wel van toepassing was, maar ook gezien de steeds meer nieuwe impulsen die het radiostation gaf aan een bepaalde tak van de amusements- en recreatie-industrie.

 

In zijn brief vervolgde Acket met de mededeling dat zijn bedrijf zich innig verbonden voelde met de activiteiten van Radio Veronica en dat men er trots op was dat de samenwerking met Veronica al dateerde vanaf ongeveer zes maanden nadat het radiostation in 1960 in de ether kwam. Acket: ‘In feite waren wij het eerste Nederlandse bedrijf met landelijke bekendheid dat destijds op permanente basis met Radio Veronica ‘in zee’ ging.’

 

Het was in de tijd dus dat Radio Veronica zelfs in Den Haag en omgeving nog moeilijk te ontvangen was. Men was in zee gegaan met Radio Veronica omdat men van mening was dat binnen afzienbare tijd de populariteit van Radio Veronica gigantische vormen zou gaan aannemen, hetgeen gunstige resultaten teweeg zou kunnen brengen voor vele bedrijven en instellingen. Acket stelde verder dat mede door Radio Veronica de maanbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’ een grote lezerskring hadden verworven, hetgeen bovendien had betekend dat het bedrijf groter was geworden en dat men op dat moment ruim 40 personeelsleden in dienst had. Hij stelde tevens dat dit voor de werknemers een plezierige werkplek betekende.

 

En ook vermeldde hij dat de publiciteit die Radio Veronica gaf aan de door het Organisatiebureau ‘Paul Acket’ georganiseerde zalen als bijvoorbeeld het Concertgebouw, de Doelen in Rotterdam en het Congresgebouw in Den Haag’ eveneens niet te onderschatten was. Ook was hij ervan overtuigd, aldus de brief aan de Griffier Hubert, dat het wegvallen van deze ‘free publicity’ bij het verdwijnen van Radio Veronica vermoedelijk een teruggang in het aantal te organiseren concerten zou betekenen.

 

Acket: ‘Het kan niet alleen voor ons maar ook voor tal van bedrijven nadelige gevolgen opleveren, waarbij we slechts denken aan ondermeer theaters en schouwburgzalen, drukkerijen van affiches en programma’s, hotels, transportbedrijven, luchtvaartmaatschappijen en meer.’ Tenslotte wees Paul Acket er op dat de uitslag van de ‘Muziek Expres Populariteitsverkiezingen’ over 1972 in de categorie ‘favoriete radiostation’ Radio Veronica de eerste plaats bezette met 51,8%; de tweede plaats voor Radio Noordzee was met 29,9% en dat Hilversum 3 met 18% slechts de derde plaats behaalde. Volgens de poll was het populairste radioprogramma de ‘Radio Veronica Top 40’ met 31,0% gevolgd door de Lexjo van Veronica met 18%. Als populairste deejay kwam, aldus Acket, Lex Harding uit de bus met 23,6%. Tot slot maakte Acket er geen bezwaar tegen dat de ingezonden brief voor de hoorzitting ter inzage van de pers verstrekt werd. Op een paar dagen na is het 44 jaar na dato dat het schrijven van Acket naar de Griffier werd verstuurd en mij op 31 maart 2015 werd toegezonden voor het archief.

 

aktie.thumb.jpg.f559a25c98f0ece42e45db6af1f9f678.jpg

 

Het is trouwens ook bijna 43 jaar geleden dat de actie groep ‘Aktief Veronica’ één of meerdere brieven stuurde naar diverse geadresseerden met als doel onrust en schade te veroorzaken, daar men ontevreden was met het leed dat de toenmalige Nederlandse regering had aangedaan door de anti-zeezenderwet van kracht te laten worden in de zomer van 1974. Eveneens was men niet tevreden met de procedures die de VOS, de Veronica Omroep Stichting, diende te doorlopen om eventueel in aanmerking te komen voor een aspirant licentie als omroeporganisatie. Zoals bekend zou later uit de VOS, via een andere structuur, de naam ook veranderen, en wel in de VOO, de Veronica Omroep Organisatie.

 

Wie er achter de actiegroep zat is totaal onbekend, slechts een document werd teruggevonden in een grote doos met documenten die Robert Briel, eens zeer betrokken bij de VOO en het Veronicablad, mij toestuurde. Ook is niet duidelijk aan wie allemaal de dreigbrief, want daar ging het om, is verzonden. Wel stond vermeld dat het ook naar ‘de Telegraaf’ was gestuurd, met verplichting tot publicatie, evenals naar het Ministerie voor CRM en de diverse omroepen.

 

Het document heeft slechts als kop: ‘Belangrijke mededeling’. De dreiging betreft een mededeling dat een aantal fanatieke Veronicafans twee maanden voordat de, niet gedateerde, brief is verstuurd, zogenaamd hevige explosieven hadden geplaats in, naar wordt aangenomen, het toenmalige complex op het NOS terrein in Hilversum, waarin ook de studio van Hilversum 3 was gevestigd.

 

Omdat het de fanatieke aanhang van Radio Veronica het allemaal veel te lang duurde, totdat hun geliefde programmamakers weer te beluisteren waren, vond men dat men met de explosieven kon gaan dreigen indien minister van Doorn, destijds verantwoordelijk voor het Ministerie van CRM waaronder ook de omroepzaken vielen, niet een gewenste verklaring voor de televisie op zaterdag 5 april zou geven.

 

Hans Knot, 22 april 2017

de redactie

Het 3FM Awards Festival zit er op. We zijn meer dan 4000 enthousiaste bezoekers, 21 spetterende live optredens en 8 dolblije winnaars verder. Met het hele 3FM-team en met alle bezoekers, luisteraars en volgers hebben we gisteravond een onvergetelijke 3FM Awards 2017 neergezet.


Broederliefde, Chef’Special, Kensington, Martin Garrix, Boef, Jett Rebel en Jonna Fraser kregen gisteravond één - of in het geval van Kensington zelfs twee - 3FM Award(s). Die kregen ze niet alleen van NPO 3FM, maar vooral van hun fans: de achterban, de mensen die de concertkaartjes kopen, de jongens en meiden die dag in dag uit hun muziek luisteren. Zij hebben de afgelopen weken volop gestemd. En volgens hen verdienen deze acts een 3FM Award. Zij zijn op dit moment de allerbeste artiesten van ons land.


Gelukkig blijft hun muziek niet alleen binnen onze grenzen. Ik weet nog hoe ik in 2013 tussen de gespannen koppies van de nominees stond, toen nog in de Gashouder in Amsterdam. De band Kensington nam die avond als newbee’s in de muziekindustrie even drie 3FM Awards mee naar huis: 3FM Talent Award, Beste album en Beste Live Act. Twee later gaven ze twee uitverkochte shows in de Ziggo Dome. Nu toeren ze door heel Europa en zijn ze dé headliners tijdens het 3FM Awards Festival. Gisteravond paste er letterlijk niemand meer in de zaal. Sinds vanochtend staan er twee nieuwe 3FM Awards (wat zijn die trouwens cool geworden!) op de schoorsteenmantel.

 

Selectie_754_png_0c7def8175651e49c521afa9303f4e44.png.68a61d57c27190e9d264449e3c800250.png
Fotocredits: NPO 3FM/Bullet-Ray


Een andere band die onder meer in de USA behoorlijk lekker aan de weg timmert is Chef’Special; de winnaar van de 3FM Schaal van Rigter en de 3FM Award in de categorie Beste Nummer. Beide Awards kregen ze voor de track Amigo. Zoals we van ze gewend zijn speelden ze gisteren tijdens het festival de Ronda-zaal plat. De Cheffies, die in 2011 voor het eerst live bij 3FM stonden. Met hun eerste EP en de hoopvol getitelde track Airplayin'. Nou, daar konden wij wel voor zorgen. Een beetje nerveus nog, maar wat een energie, wat een talent! Deze gasten touren nu dus door de States en waren het afgelopen jaar het voorprogramma van de wereldbekende band Twenty One Pilots.


Soms vergeet je dat de grootste acts van dit moment ook ooit klein zijn begonnen. Ik ben echt onwijs trots als ik bedenk dat wij als NPO 3FM bijdragen aan de ontwikkeling van dit jonge talent. Bij NPO 3FM geven we nieuw talent soms net dat ene duwtje in de rug die ze nodig hebben. Als luisteraars en volgers hen vervolgens belonen voor hun muziek, dan weet je: onze luisteraars waarderen al deze artiesten en hun inspanningen net zoveel als wij. Nu maar hopen dat we er zelf, in Nederland nog vol van mogen blijven genieten: wij hebben artiesten van wereldklasse in huis.


Tip: Heb je het 3FM Awards Festival gemist of wil je nog even vol nagenieten? Kijk dan op 3fm.nl de highlights van het 3FM Awards Festival terug. Benieuwd hoe het er achter de schermen aan toe gaat? Neem dan even een kijkje op ons Instagram en Snapchat account. Daar vind je de meest exclusieve frontstage, on stage en backstage beelden. Je checkt de muziek van de allerbeste Nederlandse acts in onze playlisten op de streamingdiensten. En vandaag hoor je de hele dag op de radio het beste van ons eigen festival. So sit back and relax. Met een enorme, trotse grijns!


Basyl de Groot, Zendermanager NPO 3FM, 18 april 2017

 

hans knot

freeamerica3.thumb.JPG.7f354228451d405ba7eafaeadb68bcfa.JPG

Enige maanden geleden bracht ik in mijn zaterdagse column een nostalgische terugblik op enkele mislukte radioprojecten. Vandaag heb ik er weer een en neem je mee terug naar het jaar 1973.

 

In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw probeerde ook een Amerikaanse dominee een zeezender in de lucht te krijgen. Van 1965 tot en met 1973 runde dominee Carl McIntire in het plaatsje Media in de Amerikaanse staat Pennsylvania twee radiostations: WXUR AM en WXUR FM. Gezien het feit dat hij geen duidelijke loggings had bijgehouden kwam hij in ernstige problemen met de Federal Communication Commission, het orgaan dat door de regering Hoover van de VS in de jaren twintig van de vorige eeuw werd ingesteld om regels op te stellen inzake het radio-gebeuren en om de naleving van deze regels te controleren.

 

Het kwam er op neer dat in werkelijkheid McIntire niet de regel opvolgde dat bij het behandelen van geruchtmakende kwesties in de programma's beide partijen aan het woord dienden te worden gelaten. Een van de aantijgingen die tegen het station was gedaan door de FCC, betrof problemen in een talkshow, waarop luisteraars telefonisch konden reageren. Regelmatig was het voorgekomen dat luisteraars midden in een gesprek werden afgebroken en daarna beledigd, hetgeen natuurlijk veel te ver ging.

 

Ondanks diverse aanmaningen vanuit de hoek van de FCC wenste McIntire de regels niet volgens het boekje te hanteren wat weer tot gevolg had dat de licenties voor beide stations werden ingetrokken. Op 5 juli 1973 verlieten beide stations de ether waarbij de dominee in de laatste uitzending verklaarde dat hij binnen 14 dagen zou terug komen via een compleet nieuw station, dat hij de naam Radio Free America zou gaan geven. Voor dit doel kocht hij een schip, de MV Oceanic, dat hij liet herdopen tot de MV Columbus met het idee dat deze boot binnen een paar weken zou kunnen omgebouwd tot zendschip. Het duurde echter veel langer en pas eind augustus 1973 was hij in staat het schip te laten verankeren op een positie 3 mijlen ten oosten van Cape May in Florida, net in internationale wateren.

 

Op de dag dat de MV Columbus werd verankerd gaf McIntire een persconferentie waarin hij verklaarde dat binnen een dag de programma's zouden beginnen via de 1160 kHz, hetgeen niet gebeurde. Als gevolg van ernstige problemen met zowel de zender als de generatoren duurde het vele dagen alvorens Radio Free America in de ether kwam. Aangezien een zeezender voor de kust van Amerika een niet alledaags verschijnsel was, verschenen er vrijwel direct diverse journalisten aan de ‘piratenhorizon’ om hun verhaal als eerste te kunnen optekenen. De Washington Post noemde McIntire een op land ingesloten schipper die vanaf zijn landdek regeerde over wat hij als de Moby Dick van het Vrije Woord beschouwde. Door een radiostation meer dan 3 mijlen buiten de kust te starten dacht McIntire, volgens de krant, bevrijd te zijn van de controle door overheidsorganen.

 

De toen 68-jarige pastor van ‘The Bible Presbyterian Church’ uit Collings Wood ging zelfs zo ver te stellen dat hij desnoods naar de gevangenis zou gaan om zijn gelijk te krijgen. Nu had McIntrire in de voorafgaande decennia heel veel succes gehad, waarna plotseling zijn ‘Rijk’ begon af te brokkelen. Hij was in eerste instantie dominee bij de United Presbyterians maar na veel ongenoegen verliet hij deze groepering om zijn eigen kerk op te richten. Binnen een paar jaar slaagde hij erin andere kerkgenootschappen over te halen te komen tot een overkoepelende organisatie, the American Council of Churches, hetgeen spoedig werd gevolgd door een internationale organisatie, the International Council of Christian Churches. Mc Intire werd benoemd tot president van deze internationale organisatie en stond daarmee aan het hoofd van 200 fundamentele kerken uit 73 verschillende landen.

 

De macht kwam hem goed te pas, want maar al te graag wilden de aanhangers van deze organisatie geld geven voor belangrijke doelen. De doelen die McIntire voorstond waren echter totaal anders dan de gelovigen dachten. In een paar jaar tijd bouwde hij zijn ‘rijk’, bestaande uit een college, een hotel, een conferentiecentrum, drie appartementen gebouwen, grote stukken onbebouwd land in Cape Kennedy, een weekblad genaamd ‘The Christian Beacon’ met een oplage van 145.000 exemplaren, enzovoorts. Vooral in de jaren veertig en vijftig was McIntire, mede vanwege zijn conservatieve opvattingen, ontzettend populair bij zijn aanhangers.

 

In de jaren zestig, ten tijde van de culturele revolutie, begon zijn macht echter te tanen. Hij ging namelijk dwars tegen de draad in. Wanneer er weer eens een gewelddadige demonstratie was tegen de oorlog in Vietnam kwam McIntire weer met grote groepen demonstraten om juist vóór de oorlog in Vietnam te demonstreren. Zelfs ging hij er toe over naar Saigon te vliegen om de toenmalige vice-president van Zuid Vietnam, Nguyen Coa Ky, er toe over te halen naar Amerika te komen om pro-Vietnam oorlogsdemonstranten in diverse steden toe te spreken. De vice-president ging echter niet op deze uitnodiging in.

 

Direct nadat het zendschip voor anker was gegaan trok een aantal medewerkers van de FCC in een hotel aan de kust om de eventuele signalen van Radio Free America te kunnen registreren. Een woordvoerder van de FCC verklaarde dat een rechter, nadat het eerste signaal zou zijn geregistreerd, gevraagd zou worden de kapitein van de MV Columbus opdracht te geven onmiddellijk de uitzendingen stop te zetten. Na deze verklaring was het weer de beurt aan McIntire, die verklaarde dat op geen enkele wijze tegenstand zou worden gegeven als de FCC of de kustwacht het station uit de ether zou halen omdat het er voor hem op aan kwam te komen tot een rechtzaak. "Aan boord van het zendschip zijn pistolen en geweren aanwezig, maar die zijn er alleen om onszelf te verdedigen tegen rovers."

 

Het hoofdkwartier van McIntire was in die dagen gevestigd in een hotel waar verder alleen ouden van dagen hun tijd plachten door te brengen in schommelstoelen. McIntire had trouwens nog een opmerkelijke uitspraak: "Ik vind dat mijn schip niet geklasseerd kan worden onder de generatie piratenzenders aangezien piraten ergens op af gaan om iets illegaal in beslag te nemen. Zie mijn schip meer als een vluchtelingenschip. Ik zie Radio Free America dan ook meer dan een politiek project waarvan luisteraars straks, van Maine tot North Carolina en tot Ohio in het westen, kunnen genieten, waarbij meningen worden gegeven zonder dat deze worden gereguleerd door regels van de autoriteiten." Aan boord van het zendschip waren zes bemanningsleden en twee radiotechnici die zaten te wachten op de mededeling van de dominee om de, 10 kW RCA, zender van Radio Free America aan te zetten.

 

Aan journalisten had McIntire meegedeeld dat een deel van de programma's live vanaf het schip zou worden uitgezonden, waarbij gastsprekers in kleine bootjes naar het zendschip zouden worden gebracht. "Onder de gasten die ik zal uitnodigen is onder meer Jane Fonda die zich inzet als tegenstandster van oorlogen. Verder heb ik invitaties verstuurd naar de senatoren George McGovern, Barry Goldwater en Dean Burch. Zoals U misschien niet weet is Burch het huidige hoofd van de FCC. De andere programma's zullen aan land worden opgenomen terwijl ook de nieuwsuitzendingen vanaf land zullen worden aangeleverd."

 

De 135 foot lange MV Columbus was in eerste instantie gebruikt als mijnenveger en na deze marineperiode werd het schip verkocht en gebruikt als diepzee-duikschip, waarbij vooral de baai bij Cape Canaveral in Florida werd aan gedaan. Toen een volgeling van McIntire het schip te koop zag liggen werd er vrijwel direct 400.000 dollar uit fondsen aangewend om het schip aan te kopen. Deze fondsen waren vrijwel geheel gevuld middels giften van volgelingen. Het bedrag werd niet alleen aangewend voor de aankoop maar ook voor de herinrichting van het schip tot zendschip. McIntire, 's avonds te gast in een talkshow, stelde dat wanneer de opdracht door de autoriteiten zou worden gegeven tot het aanvragen van een licentie bij de FCC dit door hem zou worden geweigerd. Dit daar een dergelijke licentie ongrondwettelijk zou zijn gezien er nooit een zogenaamde ‘Law of Congress’ was goedgekeurd aangaande licenties voor radiostations.

 

McIntire had, naast zijn eerder genoemde radiostations, nog een andere mogelijkheid zijn volgelingen te bereiken en wel via zogenaamde syndicate programma's. In dit programma, The 20th Century Reformation Hour, dat door 610 radiostations in de VS werd uitgezonden, had hij altijd erg kritisch gestaan tegenover burgerlijke ongehoorzaamheid. Wat hij van plan was met Radio Free America beschouwde hij daarom ook niet als burgerlijke ongehoorzaamheid omdat hij totaal niets zou vernietigen en tevens omdat zijn station gebruik zou maken van een frequentie die in de direct omliggende staten van New Yersey niet in gebruik was waardoor interferentie niet mogelijk zou zijn. Doel van de uitzendingen was het brengen van conservatief getinte religieuze en politieke programma's. Ten tijde van de eerste berichten rondom de start van Radio Free America trokken diverse stations zich terug betreffende de uitzending van het syndicate programma, daar men bang was voor maatregelen van de kant van de FCC.

 

Gedurende de laatste week van augustus 1973 was er een klein incident hetgeen McIntire als een kleine plaagstoot van de autoriteiten zou beschouwen. Een schip van de kustwacht enterde namelijk de MV Columbus en men doorzocht het schip omdat men dacht dat er een lek in de olieleiding was, daar een olievlek in de directe omgeving van het schip was gesignaleerd. Een woordvoerder van de kustwacht zei destijds dat het puur een routinecontrole was geweest nadat een bemanningslid van een helikopter de vlek had geconstateerd. Om kwart voor twaalf in de avond van 12 september 1973 was Radio Free America voor het eerst in de ether met haar zender afgesteld op de 1160 kHz, ofwel de 259 meter. Het betrof een draaggolf die in de lucht werd gehouden tot tien minuten voor één de volgende middag. Om half twee, de daarop volgende morgen, werd er andermaal getest, dit keer met muziek. Na 30 minuten werd deze test stopgezet vanwege problemen met de apparatuur. Het RF-signaal kwam niet goed op de antenne en bovendien was een deel van de apparatuur in de studio oververhit geraakt met een klein brandje als gevolg.

 

Er kwamen meer problemen voor de bemanning van de MV Columbus want op de 14e september sloeg het schip van haar anker en moest het zendschip voor onderhoud naar de haven van Cape May. Daar werd onder meer een nieuw anker geplaatst. Ook werd de bodem van het schip voorzien van koperen platen om op die manier zo weinig mogelijk verlies aan vermogen te krijgen, zodat het maximale vermogen van 10 kW kon worden uitgezonden. In de avond van de 15e september ging de Columbus weer naar zee en de daarop volgende nacht viel tussen half twee en half zes een volgende testuitzending te beluisteren. Het bleek dat er slechts nog een paar dagen over waren tot de officiële start van het station. Om 12.23, op de 19e september 1973, begon Radio Free America met haar officiële uitzendingen. Het vreemde was wel die dag dat het schip niet voor anker lag maar telkens van positie, tussen Cape May en Avelon, veranderde.

 

De eerste officiële uitzending ging van start met een Psalmgezang, gevolgd door een toespraak van McIntire, een rede die vanaf band werd gedraaid omdat de dominee, ten tijde van de eerste uitzending, aanwezig was op een congres met als onderwerp ‘kerkelijke radio’. De eerste signalen kwamen niet al te best binnen maar na een paar uur verbeterde dit. Om vier uur die middag kwam de eerste officiële klacht binnen aangaande interferentie en wel van de directie van WHLW, een station met een vermogen van 5 kW, uit Lakewood New Yersey, dat haar programma's via de 1170 kHz uitstraalde. Weken later zou bekend worden dat het station helemaal geen last van interferentie had maar dat al twee weken voordat de eerste test van Radio Free America in de ether ging was besloten door de leiding te gaan klagen, zodra RFA met officiële uitzendingen zou beginnen. Omdat McIntire niet in de problemen wenste te komen met de autoriteiten gaf hij de opdracht de zender uit de ether te halen, hetgeen geschiedde om 14 minuten na tien uur in de avond. Achteraf bleek dat de klacht niet de reden van het uit de ether verdwijnen was geweest maar een brand aan dek van de MV Columbus, veroorzaakt door een oververhitte zender. De volgende dag werd er door een federale rechter in Camden opdracht gegeven aan de leiding van Radio Free America bekend te maken dat uitzendingen van het radiostation voor 1 oktober 1973 streng verboden waren. Op die dag, zo had de rechter tevens gesteld, zou er een rechtszaak tegen de leiding van het station worden aangespannen.

 

Naast de gememoreerde klacht van WHLW kwam er bij de FCC ook nog een klacht binnen van KSL, een 50 kW station uit Salt Lake City — toch liefst 2.000 mijlen verwijderd vanaf de plek waar de MV Columbus zich in internationale wateren bevond. Het is interessant te weten dat een amendement bij paragraaf 301 van de Communicatiewet van de VS voorschrijft dat het runnen van een station vanaf een schip, dat in Amerika is geregistreerd, verboden is. Uitzondering hierop is wanneer men een officiële licentie heeft van de FCC voor dergelijke uitzendingen. McIntire, wel op de hoogte van deze regels, liet zijn schip echter niet in een ander land registreren en bovendien voerde het schip de Amerikaanse vlag. Tevens was er een witte vlag zichtbaar, die toebehoorde aan zijn kerkgenootschap. Duidelijk moet zijn dat onder de genoemde wet het dus onmogelijk was uitzendingen te verzorgen en het bovendien juist wel mogelijk werd om McIntire en zijn bemanning te veroordelen. De maximale straf, die op een dergelijke overtreding stond, was een jaar gevangenisstraf en een boete van 10.000 dollar.

 

McIntire besloot met zijn technici dat er, wanneer het station in de ether zou terugkeren, een andere frequentie zou worden gebruikt. In de middag van de 26ste september 1973 was er inderdaad een testuitzending te horen, op laag vermogen, via de 1608 kHz ofwel de 186 meter. Het schip lag op dat moment afgemeerd in de haven van Cape May. Het was tevens het laatste signaal dat er ooit nog gehoord werd van Radio Free America. Een groot aantal rechtszaken volgde en uiteindelijk werd in maart 1974 een opdracht door een rechter uitgevaardigd waarbij het aan de leiding van het station verboden werd ooit nog uit te zenden vanaf de MV Columbus. McIntire was totaal verslagen en verkocht de nog in zijn bezit zijnde eigendommen, waaronder het eerder genoemde weekblad en het zendschip. De verkoop van de MV Columbus was tevens een reden voor de FCC om verder geen maatregelen te treffen tegen McIntire, die nog enkele jaren zou kunnen genieten van zijn financiële rijkdom.

 

freeamerica2.jpg.c7654effd1e263b423942c56aac6926c.jpg

Dit essay is afkomstig uit het eerder gepubliceerde boek ‘Historie van de zeezenders, 1907-1973. Over pioniers, duimzuigers en mislukkelingen’ door Hans Knot. Amsterdam: Stichting Media Communicatie/Freewave Media, 1993.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hans Knot, 15 april 2017

hans knot

h3.2.jpg.c5e6dbebb6b473ba708f2ddcee197fba.jpg

Gelijk aan vorige week blijven we even nostalgisch hangen in het jaar 1972. Luistercijfers gaven aan de het toenmalige popstation – tenminste zoals het werd genoemd – iets populairder was geworden dan de vanaf zee uitzendenden Radio Veronica en Radio Noordzee (RNI). Als noorderling luisterde ik destijds naar Radio Veronica en vooral RNI, terwijl 20% van de radiobeluistering was verdeeld onder AFN Bremerhavn, Radio Luxembourg en Hilversum 3.

 

Maar toch werd er door anderen in mijn omgeving wel geluisterd naar Hilversum 3 en de populariteit was volgens een onderzoek destijds dan vooral te danken aan de toegewijde belangstelling van de luisteraars in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland. Heel duidelijk merkte je dat aan de verzoekplatenprogramma's. Verreweg de meeste aanvragen kwamen uit het noorden, het oosten en het zuiden van ons land. In Huize Knot stond elders, in de kapsalon, de Draadomroep afgestemd op Hilversum 3 en kwamen dus ook de verzoekplatenprogramma’s voorbij. Zoals bijvoorbeeld het anti-popprogramma ‘De muzikale fruitmand’. Daarbij ging het vooral om de felicitatie van opa die 80 werd, familieleden die jarig waren of jubileerden of een ziekte speelde een rol in de aanvraag.

 

Je naam over de radio te horen noemen gaf voor velen klaarblijkelijk een gevoel van vreugde. Van invloed was ongetwijfeld dat Radio Veronica in noord, oost en zuid slecht te ontvangen was. Maar een grote rol speelde ook de andere geaardheid van de bevolking, waar banden van familie en buurt nog zwaarder telden dan in het westen en waar de waardering voor het medium radio hoger was.

 

Als opa gefeliciteerd werd via de radio dan bracht dat duidelijk een extra accent op de feestelijkheden. Daar werd overgesproken in zijn kringetje. Vooral als dan ook nog een dergelijke plaat werd aangekondigd door de man van het volkse levenslied, Johnny Hoes, want die was ook Hilversum 3 te beluisteren.  De grootste populariteit hadden destijds programma's als AVRO’s verzoekplatenprogramma van Krijn Torringa (woensdagmiddag van 5 tot 6) en ‘KRO-op-Drie’, dat elke donderdagmiddag van 2 tot 6 uur te beluisteren was  met als uitschieter het programma tussen vijf en zes van Johny Hoes en Victor Conselman.

 

En wat kwam er in zo’n programma toch sentiment aan levenslied voorbij. Het lag beslist niet binnen mijn muziekkeuze want het waren vooral veel Gert en Hermien, Wilma, de Kermisklanten, het Spijkerkwartet en de Selvera’s die op die tijden op het popstation voorbij kwamen. Destijds is er een ondermeer onderzoek gedaan naar de plaatsnamen die in het programma van Johnny Hoes in een uur tijd werden genoemd. De GPD meldde over dit onderzoek ondermeer:  ‘Uit de lawine van felicitaties vielen 238 plaatsnamen te noteren. Uit Noord: 102; uit Oost 58; uit Zuid: 62 en uit het Westen: 16. Herhaaldelijk kwamen plaatsen voor uit Oost-Groningen, uit het veenkoloniale gebied. Ook Assen en Groningen werden nogal eens genoemd.

 

Friesland kwam weinig voor in de felicitatiereeks. De programma's werden in feite gemaakt en gedragen door Noord, Oost en Zuid.  Hield die voorkeur verband met het feit dat  stations als Radio Veronica en RNI in de rechter helft van Nederland vrijwel niet te ontvangen waren? Dr. Peter Hofstede, socioloog uit Groningen, stelde destijds: “Ja, beslist. De mensen in Noord, Oost en Zuid kunnen Radio Veronica vrijwel niet ontvangen en zijn aangewezen op Hilversum 3.”

 

Er werd in die tijd regelmatig in de dagbladpers gemeld dat de regering toch plannen had een einde te maken aan de activiteiten van Veronica en andere zeezenders, iets waar Hofstede ook op inging: “Met het verdwijnen van Veronica is het te verwachten dat dit patroon zich zal wijzigen". En over de familiebanden in de gebieden waar meer naar verzoekplatenprogramma’s werd geluisterd stelde hij: “Inderdaad gelden de familiebanden in Noord, Oost en Zuid veel sterker dan in het Westen. Die vinden ook een uitweg naar de radio. Het is mij opgevallen dat, naarmate de verbindingslijn met het centrale omroeppunt Hilversum langer is, het ontzag voor Hilversum groter is. Als je in de buurt van Hilversum of in de grote steden vraagt: “Heb je mij ook door de radio gehoord", dan begint iedereen te lachen, maar bijvoorbeeld in de veenkoloniën wordt dat onderling met waardering besproken".

 

h3.jpg.362f3aeb1e29747159021fdf31b49f28.jpg

 

Uit onderzoek naar de luisterdichtheid bleek dat destijds gemiddeld per kwartier (gerekend over een hele week) ongeveer twee miljoen mensen van 12 jaar en ouder luisterden naar de lichte muziekprogramma’s op Hilversum 3. De totale belangstelling voor die programma’s was het grootst in het Zuiden, daarna volgden het Oosten en het Noorden en tenslotte het Westen en de grote steden. Bij Veronica was ook om commentaar gevraagd over de beluistering van haar programma’s in vergelijking met die van Hilversum 3 en men kwam met de volgende reactie:

 

‘Vrijwel alle verzoeken komen uit de linker helft van Nederland, dus uit het Westen en de drie grote steden. Dat houdt verband met de

ontvangstmogelijkheid van Veronica. Het heeft geen zin een plaat aan te vragen die je toch niet kunt beluisteren".

 

 

hans knot

In deze aflevering van mijn nostalgische column heb ik gekozen een deel van mijn aantekeningen uit januari 1972 uit te werken. Eerlijkheid kwam er uit de hoek van de VPRO toen de directie bekend maakte dat van het ledenbestand er slechts 11% met grote regelmaat naar de eigen programma’s keek. Tevens stelde men dat 65% van de leden instemde met de beginselen van de VPRO en 52% van de leden de gebrachte programma’s op prijs stelden. Op de donderdagavond, als de VPRO het merendeel van haar programma’s uitstraalde, was de TROS ook te volgen op een ander net. Het bleek uit onderzoek dat liefst 20.2% van de VPRO leden de voorkeur aan de programma’s van de TROS gaf terwijl 11,6% van de VPRO leden de eigen programma’s bekeek.

 

58d8297737d33_Mar2601.thumb.JPG.9d5d2d988461cde416e51efd2f1e5704.JPG

Studio West Point BBMS 1972, van links naar rechts Hans en Egbert Knot en Rob Bakker. Foto Brinkman.

 

In januari 1972 werd bekend dat in dat jaar voor de eerste keer een omroep verantwoordelijk zou zijn voor de samenstelling van een ploeg die zou gaan meedoen aan de Europabeker voor zangvoordracht, beter bekend als het Knokkefestival, dat sinds 1959 in het Casino van de Vlaamse badplaats werd gehouden. In 1972 stond het gepland van 7 tot 14 juli.

Voordien zorgden meestal de platenmaatschappijen voor de samenstelling van het vaderlandse team. Warry van Kampen,  toenmalig chef televisie-amusement van de KRO, hoorde eerder dat jaar de klacht van de toenmalige directeur van het Casino in Knokke, de heer Mellens, dat de Nederlandse televisie klaarblijkelijk alle belangstelling voor het festival verloren had. De KRO-leiding besloot toen een ploeg samen te stellen en één of twee uitzendingen aan het festival te wijden, eventueel uit te breiden met een reportage van de finale, mocht de Nederlandse ploeg zich daarvoor plaatsen.

 

De KRO besloot de zangeres Anneke Konings en de Blue Diamonds in ieder geval af te vaardigen. Voorts stelde men in onderhandeling te zijn met een Nederlands vocalist, wiens naam echter nog niet genoemd mocht worden. Later in het voorjaar bleek het om Frits Lambrechts te gaan. Het team uit Engeland, bestaande uit Penny Lane, Malcolm Roberts en The Union Express won  dat jaar het festival. In Knokke zou nog één keer, in 1973, een festival worden georganiseerd wat bedoeld was als een soort afscheid en dus artiesten optraden die in eerdere jaren hun land ook al hadden vertegenwoordigd.

 

De AVRO-televisie begon eind januari 1972  met een nieuw kinderprogramma onder de titel ‘Bibelebons’. Elly Nieman presenteerde dit maandelijkse programma van en voor Bibelebonse kinderen. Bij ‘Bibelebons’ ging men telkens uit van een vast thema. Zo speelde de eerste aflevering zich af in en rond een bakkerij. De kinderen gingen zelf brood bakken en werden daarbij geholpen door een echte bakker. Let wel het was 1972 en kinderprogramma’s waren zeer dun gezaaid in de programmering van destijds.

 

Verder was in ‘Bibelebons’ steeds een pop van Joost Brugman en de acteur Willem Wagter van de partij. De laatste in de rol van een persoon die alles verkeerd deed. Voor de teksten was Piet Geelhoed verantwoordelijk en de muziek was van Tonny Eyk. De samenstelling en regie tenslotte was in handen van Rob Herzet. In totaal vier jaargangen werden er van het programma uitgezonden terwijl het snel populair werd en er zelfs twee uitzendingen per week werden gepland. Wel werd Elly Nieman na enige tijd vervangen door Margreet Heemskerk. Wie herinnert zich dit programma nog?
 

column 1 aprilb.jpgOp Hilversum 1 was in die dagen een 18-delige serie te beluisteren via de KRO Radio op Hilversum 1. Het was elke keer een aflevering van 15 minuten die voor de klok van negen uur in de avond werd uitgezonden. Zo was er een aflevering waarvoor men helemaal was afgereisd naar het Beatrixoord in Haren bij Groningen. Men stond stil bij een stickeractie die was opgestart door de medewerkers van de ziekenomroep West Point, BBMS, dat enkele avonden per week en in het weekend actief was in het sanatorium. De programmamakers van de KRO interviewden de programmamakers van West Point om erachter te komen wat de ziekenomroep zoal deed voor de luisteraars. Een deel van de medewerkers in Haren was trouwens tevens tegelijkertijd ook actief in de ziekenomroep van Halte Lijn 4 in het RKZ in Groningen. Ook werden luisteraars ondervraagd over het nut van een huisomroep mede gelet op het gegeven dat patiënten er in het sanatorium in Beatrixoord langdurig verbleven. Het was in beide omroepen waar mijn lange periode van ‘werken voor, met en over radio’ deels begon. De stickeractie was opgezet om nieuwe apparatuur te kunnen aanschaffen zodat door de medewerkers niet telkens eigen apparatuur van en naar huis diende te worden gesleept.

 

In januari 1972 werden ook de eerste resulaten bekend van de Noordelijke Fonotheek. Platen met pop- en undergroundmuziek vonden bij de meeste leden van de Noordelijke Fonotheekdienst in de tijd aftrek. In het eerste jaar van haar bestaan, 1971, registreerde de discotheek 27.000 uitleningen in de drie noordelijke provincies. In procenten uitgedrukt was de voorkeur als volgt: 40% pop en underground, 20% klassiek, 25% lichte muziek en cabaret 8% jazz en talencursussen, documentaires etc. 7%.

 

Directeur van de Noorderlijke Fonotheekdienst was Jenne Meinema, die bovendien destijds niet ontevreden was over de toeloop van leden: het waren er bijna 1200 in 1971. Veertien kleine discotheken waren over de provincie verspreid, ze hadden elk 300 platen van de moedervestiging in Groningen in voorraad. De overige bibliotheken bestelden aan de hand van de catalogus.

De Fonotheekdienst was onderdeel van de Provinciale Bibliotheek Centrale Groningen, en was evenals de Centrale gevestigd aan de Laan Corpus den Hoorn.  Zoals gesteld bestreek de discotheek de drie noordelijke provincies via de plattelands bibliotheken, met uitzondering van de stad Groningen, Hoogezand en Stadskanaal die alle drie over een eigen discotheek beschikten.

 

In de stad Groningen was de Fonotheek gevestigd op de tweede verdieping van het pand van de Openbare Bibliotheek aan het Kwinkenplein en was een zelfstandige uitleendiscotheek. In 1974 verhuisde deze mee naar het nieuwe pand van de Gemeentelijke Openbare Bibliotheek aan de Vismarkt in Groningen, waar destijds voorheen Galeries Modernes was gevestigd. Nog steeds is het via Biblionet mogelijk CD’s en DVD’s te reserveren en voor enige tijd te lenen.  En aangezien het vandaag 1 april is ook even een herinnering uit 1972 aangaande een 1 April grap. Op vrijdagmiddag 31 maart werd door presentator Felix Meurders in ‘De Daverende Dertig’, dat door de NOS op het toenmalige Hilversum 3 werd uitgezonden, bekend gemaakt dat in de toekomst altijd door de gedraaide platen heen zou worden gepraat vanwege de auteursrechten. Opnemen van radioprogramma’s zou streng verboden worden en er werd gemeld dat de overheid besloten had bandopnameapparatenbezitters een bezoek te brengen en te kijken of ze de muziek van de radio hadden opgenomen.

 

Meurders stelde dat de technische dienst van de NOS wilde helpen: als men de geluidsbanden opstuurde, zou de NOS er een toon op zetten die met een normaal apparaat niet te horen was, doordat de kop 90° gedraaid was. Het resultaat was, dat veel mensen hun banden opstuurden. "En we zullen ze met plezier beluisteren," meldde hij een week later. Maar sommige mensen die het door hadden, lieten dat op een originele manier blijken. Iemand had een papieren band op een spoel gewikkeld, waarop met potlood geschreven was:  ‘1 april, 1 april, 1 april...’. Iemand anders had nog meer humor, want deze stuurde een lege fietsband. Wees attent vandaag en laat je niet in een val strikken.  

 

Hans Knot, 1 april 2017

 

column 18 maart.jpg

de redactie

NPO_3FM_LOGO_PRIMAIR_RGB.thumb.png.91b6b161583ef83fb59a8680b419449e.pngVandaag zetten we de volgende stap in de vernieuwing van NPO 3FM. Het rood en blauw verdwijnt en maakt plaats voor een veelkleurige, frisse stijl. 3FM is de zender die staat voor nieuwe muziek en het ontwikkelen van nieuw talent in alle geuren en kleuren. En veel meer dan een radiostation alleen: als volwaardig jongerenmerk zijn we aanwezig op alle platforms. Op radio, op tv, op YouTube, Spotify, Facebook, Instagram, Snapchat. Op festivals en bij concerten. Op alle plekken waar jongeren te vinden zijn die gek zijn van muziek kom je ons tegen.


Vandaag maken we ook de nominaties bekend voor de 3FM Awards: dé jaarlijkse muziekprijzen voor Nederlandse artiesten. Welke act gaat er vandoor met de 3FM Award voor Beste Groep, Beste Nummer, Beste Album, Beste Live Act, Beste Solo Artiest, Beste Video, Beste Social en 3FM Talent van 2017? Vanaf vanmiddag kunnen muziekliefhebbers en fanatieke fans van zich laten horen via 3fm.nl/awards. De categorieën zijn vernieuwd om beter aan te sluiten bij onze nieuwe missie. Social en Video zijn toegevoegd omdat we ons op meer richten dan radio alleen. We kiezen niet langer voor man of vrouw in de nominaties. En ook de genres laten we voor wat het is. 3FM staat voor goede muziek. Ongeacht genre, ongeacht afkomst, ongeacht gender.


Op Tweede Paasdag worden de 3FM Awards uitgereikt. Met een groot, eigen festival in TivoliVredenburg Utrecht vieren we de kwaliteit en de breedte van de Nederlandse muziekscene. De beste Nederlandse pop, rock, dance, hiphop en alle kruisbestuivingen daar tussenin staan op die dag live op het podium. Met het 3FM Awards Festival en met de uitreiking van de 3FM Awards bevestigen we de status en de kwaliteit van acts die ooit als 3FM Talent begonnen en nu festivals en grote zalen plat spelen, zoals Chef’ Special en Kensington. En we bieden een springplank aan nieuwe acts om ook die stappen te zetten: Thomas Azier, Call It Off, Jonna Fraser.


Om die echte springplank voor nieuw talent te zijn, heb je als radiozender ook een behoorlijk luistertijdaandeel nodig. Dat is op dit moment niet het geval. Het aandeel van NPO 3FM is laag en daar baal ik flink van. Maar het is ook onderdeel van de rit. Bij mijn benoeming ben ik gevraagd om een compleet nieuw 3FM neer te zetten. Dat betekent dat je nu misschien een nieuwe dj hoort tijdens de rit naar je werk, tijdens het maken van je huiswerk, of in het weekend. Je hoort andere muziek, die misschien niet meteen in je straatje past. Dat is even wennen, dat kost tijd. Om een nieuw en jonger publiek te bereiken, moet je veranderen. Om opnieuw op te bouwen, moet je durven dalen.


Cijfers en bereik zijn voor een publieke radiozender gelukkig niet het allerbelangrijkste: we hebben een publieke taak. Waar je ons ook tegenkomt, we bieden een springplank aan nieuwe Nederlandse artiesten, voeren discussies, stellen maatschappelijke problemen aan de kaak en inspireren jongeren met nieuwe muziek. Op radio én alle online kanalen verbinden we jongeren met de wereld om hen heen. We hebben een onstilbare honger naar alles wat fris en vernieuwend is. En we bepalen zelf waar we voor staan: Onafhankelijk, avontuurlijk en altijd met een open vizier.


In november vorig jaar zijn we gestart met een volledig vernieuwde en verjongde programmering, een vernieuwd muziekbeleid en nieuwe focus online. Nu pakken we door met een nieuw logo en een volledig vernieuwde huisstijl. En ondertussen zijn we 24/7 online met het 3FM liveblog, bouwen we aan de beste verzameling playlists op Spotify, creëren we nieuwe formats op YouTube en Instagram en zenden we live uit vanaf een stembureau op Utrecht CS, waar nog nooit zoveel jongeren naartoe zijn gekomen om hun stem uit te brengen voor de Tweede Kamerverkiezingen.


En nu dus in volle vaart richting de belangrijkste muziekprijzen van het jaar: de 3FM Awards. 


Let’s go!


Basyl de Groot, 27 maart 2017

de redactie

Liefst een halve eeuw terug in de tijd in mijn wekelijkse nostalgische column, het jaar 1967. Het eerste werkend jaar zat er voor mij in de zomer op en ik kon gaan genieten van een paar weken vakantie. De bestemming werd Epe en in die tijd heb ik ook de nodige notities gemaakt, die op de een of andere manier met radio en nostalgie hadden te maken. Op de Lagere School, ja zo heette destijds het basisonderwijs in ons land, hadden we al het nodige aangehoord over hoe we de kleine kindertjes in bijvoorbeeld Afrika konden blijmaken middels het verzamelen van flessendoppen of elke vorm van gebruikt zilverpapier. De mannen in de witte en bruine jurken wisten er wel raad mee en de opbrengst om te zetten in geld dat ze weer voor hun missie in de Afrikaanse landen konden gebruiken.


Missionarissen kwamen op bezoek in Katholieke scholen om de boel op te warmen of er was een Pater die tot de vriendenschare van de familie behoorde. De Knotten hadden er ook een in de persoon van Pater Dirk Tolboom, die zich voornamelijk dienstbaar maakte in Maleisië en behoorde tot de Paters van Mill Hill. Het was een soort van feestje als hij weer eens over was uit het verre land en op bezoek kwam in Groningen waar dan een uitgebreide maaltijd werd geserveerd bestaande uit gerechten die hij normaal in Maleisië niet zou voorgescholteld krijgen. Uiteraard ging hij nooit met lege handen weg en ik herinner me nog heel goed dat ik in mijn eerste werkende jaar samen met moeder en Pater Tolboom naar een juwelier ben geweest om hem een nieuw klokje te kopen bekostigd uit mijn portemonnee.

 

10848krijnstudio73.thumb.JPG.4dc0ac624b4c4978e2e1c8240d7e94f7.JPG.984163a1f398af6a8dc6182be89de4ff.JPG.17dd233f19225cea5ec6ac78ab8ab80e.JPGVele jaren later was hij weer in Nederland en op bezoek in Groningen. Hij vertelde van zijn plannen een radiostation te beginnen binnen zijn missie met voornamelijk een educatief doel. Tijdens het gesprek sprak hij serieus de vraag uit of ik er over na wenste te denken me een aantal jaren voor dit doel in te gaan zetten. Het is wel radio geworden maar dan wel met een totaal ander historisch doel. Maar de radio was en is toch heel belangrijk voor het vele missiewerk in vele landen, hetgeen me terug brengt bij de aantekeningen uit de zomer van 1967.


Een rijksdaalder per persoon voor de aanschaf van tenminste duizend ‘batterij-radio's’  was de vraag van pater Jan Jansen, die in Chili
onder een groep van 30.000 onontwikkelde indianen destijds werkte. Hij stelde de vraag in een open brief. Pater Jansen wilde de indianen per radio les gaan geven in lezen, schrijven, hygiëne, landbouw en medische onderwerpen. Hij vroeg dus de gift per brief, die hij aan liefst 60.000 mensen in de provincie Groningen en het noorden van Drenthe had verstuurd. Het overige deel van Drenthe kwam later nog aan de beurt.


Op 13.000 kilometer afstand van Nederland werkte pater Jansen, roomskatholiek priester en lid van de Franciscaanse Capucijnerorde,  sinds 1959 onder een arme boerenbevolking, die noch lezen noch schrijven kon. De hygiënische en medische kennis was zo slecht, dat de gemiddelde levensduur niet hoger dan 35 jaar lag. Veertig procent van alle zuigelingen stierf in het eerste levensjaar. Op zeer primitieve wijze werd er, volgens de brief, landbouw en veeteelt bedreven, zodat de oogsten klein en schraal waren.


Het werkgebied van de pater was ongeveer zo groot als de provincie Noord-Brabant. Er waren echter geen dorpen of gehuchten. Ook waren er destijds vrijwel geen — per auto berijdbare — wegen. Tijdens zijn verlof in 1967 in Nederland heeft pater Jansen de actie op gang gebracht. In Noord-Brabant had pater A. van der Ven de zaak overgenomen en uitgebreid tot het hele land. Pater van der Ven stelde dat de hulp in Zuid-Chili nog niet te laat kwam. “In het Amazonegebied kan men slechts het leed verzachten; in het werkgebied van pater Jansen echter, kan nog voorkomen worden, dat de achterstand zo groot wordt dat die nooit meer zal kunnen worden ingehaald.”

Elders in Zuid-Amerika werd al dergelijke voorlichting met succes per radio gegeven. Uit een centraal punt werden de uitzendingen in Chili voorbereid en medio 1967 was reeds een zendvergunning van de Chileense regering ontvangen. Het was de bedoeling dat de speciale programma’s alleen op de de her en der uitgereikte radio’s waren te beluisteren. Zo zouden dagelijks jonge Chileense onderwijzers lessen gaan geven in lezen, schrijven, rekenen, landbouw, techniek, gezinsverzorging, voedselbereiding en hygiëne.


De planning was dat hiermee binnen vijf jaar zoveel bereikt zou zijn, als anders in geen vijftig jaar mogelijk zou zijn geweest: een betere levensstandaard voor de indianen van Zuid-Chili. Tot zover een terugblik naar aantekeningen die ik destijds bewaarde. In de moderne tijd van internet is heel veel terug te vinden maar over voornoemde actie en de plannen tot uitvoering van eduactie via de radio in Zuid-Chili is echter niets terug te vinden, laat staan over Pater Jan Jansen.


Dan was er nog op vrijdag 2 juni 1967 een speciale actie in Concerthuis de Jong aan de Hereweg te Groningen. Er werd een festival van beatgroepen georganiseerd, waaraan tevens een radio auditie was verbonden. De opbrengst van de avond kwam ten goede aan de tweede actie: ‘Eten voor India’. De actie werd op 13 mei landelijk opgestart. In de jury in Groningen zat ondermeer Krijn Torringa, bekend van het eerste duo Bob en Brenda op Radio Veronica. De van origine Groninger Krijn Torringa had in die tijd inmiddels een eigen programma op Hilversum 3 onder de titel ‘Zet em op’.


Het was begin 1955 dat Krijn eigenlijk voor het eerst in contact kwam met het maken van radio. Hij deed veel aan cabaret en toneel op school in Groningen en het was ene Sjoerd Reitstra die hem op een bepaald moment vroeg eens langs te komen in de AVRO Minjon studio in Groningen. Krijn besloot het vrijwel direct te doen en sloeg bijna achterover van alle mogelijkheden die men er had om  een goed radioprogramma te kunnen maken. Een stemproef bleek vervolgens goed aan te slaan en kon de beklimming van de radioladder beginnen. Hij stelde ooit: “Ook toen was de combinatie van Minjon en ziekenomroep niet onbekend en van een man als Rietstra viel enorm veel te leren. Van hem kreeg ik twee maal per week les over hoe radio te maken. Ook leerde je hoe je een tekst diende te schrijven en later voor te dragen in je programma, hetgeen later gelukkig niet meer hoefde.”


Torringa werkte in Groningen ondermeer samen met Klaas-Jan Hindriks, later ook groot geworden bij de AVRO. In 1959 kwam Torringa onder de wapenen in Ede en na zijn diensttijd kwam hij niet terug in Groningen maar ging in Amsterdam wonen. Vrijwel direct na zijn diensttijd kreeg hij de kans om bij het net gestarte Radio Veronica programma’s te gaan presenteren. Begin 1966 verliet hij het station om bij Hilversum III aan de slag te gaan. In Groningen was hij voor het eerst weer als radiomaker te horen op 12 augustus 1973, in het weekend dat de opening van de nieuwe studio van de ziekenomroep werd gevierd en ook een nieuwe naam, Studio 73, werd geïntroduceerd. Krijn was weer thuis, hoewel slechts voor 1 dag.

 

Hans Knot, 25 maart 2017

rauhfaser

Op het vlak van documentaire radioprogramma’s houdt de BBC al bijna vijftig jaar een traditie hoog met programma’s van een uur of series van meerdere uren over één artiest of stroming. Op BBC Radio 2 en BBC 6 zijn nog altijd oude en nieuwe documentaires te horen.

 

In Nederland bestond deze vorm van radio ook. De zeezender Radio Veronica begon in 1972 met een ‘eeuwigdurende’ Beatles Story. Het verhaal over de grootste band uit de muziekgeschiedenis werd er zeer diepgravend verteld. Niet tot het einde, want toen de serie twee jaar bezig was, in augustus 1974, moest Radio Veronica stoppen. The Beatles Story was toen pas gevorderd tot 1965. Over die eerste jaren waren toen al zeventig afleveringen gemaakt. Als in dat tempo was doorgegaan, had The Beatles Story tot zeker 1976 gelopen.

Inmiddels was in 1974 Tom Mulder (voormalig Veronica-medewerker Klaas Vaak) bij de TROS begonnen met het programma Poster, een uurtje thematische behandeling van de popgeschiedenis op donderdagavond. Ook hij begon met een Beatles Story, dertien delen gekocht van de BBC, die deze in 1972 had uitgezonden. Het leidde tot wat collegiale plaagstootjes tussen Veronica en TROS, die dus tegelijk een Beatles Story uitzonden. Poster ging na dertien delen Beatles verder met ondermeer een eveneens aangekochte Rolling Stones Story, gevolgd door de Geschiedenis van de Popmuziek en series over The Beach Boys en Simon & Garfunkel. Hierna volgde een eigen productie, 23 delen Geschiedenis van de Nederlandse Popmuziek, waarvoor Tom Mulder en producer Juul Geleick het hele land door reden om pioniers als Peter Koelewijn en Andy Tielman, Anneke Grönloh en Willeke Alberti te interviewen, terwijl mensen als Skip Voogd en Willem van Kooten in de serie vertelden hoe die prille Nederpop werd opgepikt door de publieke en commerciële radio in Nederland.

 

Poster bestond tot 1984. Pas in het najaar van 1987 vulde de AVRO het gat op. Alweer vormde een serie over The Beatles het startsein van een reeks popdocumentaires onder de noemer Het Steenen Tijdperk. In de jaren daarna ging het over Elvis Presley, Jimi Hendrix, het ontstaan van de rock ’n’ roll, Motown en The Rolling Stones. Toen Het Steenen Tijdperk in 1993 (na een korte pauze) verhuisde naar de zondagmiddag op Radio 2 was er geen ruimte meer voor documentaires, maar stonden de oude hitparades voortaan centraal.

Opnieuw was het de TROS die reageerde. De oude titel Poster werd weer van stal gehaald. In de week dat Het Steenen Tijdperk afzwaaide als documentair programma, begon Poster aan de nieuwe reeks. Het programma zou het nu tot 2003 volhouden, afwisselend op Radio 2 en Radio 3.  Parallel hieraan was er medio jaren negentig één kortlopende documentaire serie van de VARA op zaterdagavond op Radio 3, Het Verhaal van de Popmuziek.

 

Met het verdwijnen van Poster in 2003 verdween de popmuzikale radiodocumentaire als genre in Nederland. Individuele programmamaker lieten merken dit te betreuren, het meest expliciet Michiel Veenstra, die voor de NTR het programma Met Michiel maakt. Toen dit 3FM-programma nog in de avond werd uitgezonden, zette Michiel in eerste instantie regelmatig ‘classic albums’ centraal op een manier die deed denken aan dit gelijknamige (internationale) tv-programma. Hiervoor werd bestaand interviewmateriaal gebruikt. Later interviewde hij zelf hedendaagse artiesten over hun nieuwe albums of singles. Deze interviews knipte Michiel tot hapklare brokjes van 30 seconden tot een minuut die tussen de platen in werden gemonteerd. Het resultaat: minispecials van zo’n vijftien minuten – inclusief twee platen - over één artiest. In sommige gevallen keerde zo’n artiest een week lang elke dag terug, zodat verspreid over die week een heel uur over deze artiest te horen was geweest. Toen Veenstra in 2015 verhuisde naar de ochtenduren op 3FM handhaafde hij het ‘spotlicht op één artiest’, maar beperkte hij dit tot één quote. In de serie ’50 Jaar 3FM’ van KX Radio vertelde Michiel in januari 2016 dat hij een ‘Poster-achtig’ programma graag zou terugzien op de zaterdag- of zondagavond op 3FM. Het zou ook wel passen bij zijn omroep.

 

Dat is er nog niet van gekomen en het is te betwijfelen of dat er nog van komt. ‘Poster’ is inmiddels aan een derde leven begonnen, op het themakanaal Sterren.nl. Daar wordt weliswaar per aflevering één artiest geïnterviewd, met pophistorie of zelfs de bredere benaming muziekhistorie heeft dit niets meer te maken. Willeke Alberti, een van de eerste gasten in de nieuwe Poster-reeks, leek een goede keus. Zij heeft, zeker binnen het genre waar de zender zich op richt, een indrukwekkende carrière van zestig jaar om op terug te blikken, met haar platen en herinneringen hadden met gemak vijf of zes uren in de oude Poster-stijl gevuld kunnen worden.

 

Daar heeft Sterren.nl niet voor gekozen. Met Willeke werd een uurtje gezellig gekeuveld, er werden drie willekeurige plaatjes gedraaid en dat was het. Behalve enkele grote namen uit de Nederlandse (lichte) muziek als Willeke Alberti, Rowwen Hèze  en Lee Towers hebben inmiddels ook Peter Beense en Sieneke en zelfs Willem Barth (?) en René Karst (??) hun eigen Poster-aflevering achter de rug. Een te korte carrière om een uur mee te vullen? Geen nood, in Poster anno nu worden ook platen van andere artiesten gedraaid. Dat zijn géén platen die in de interviews worden besproken of die met de artiest in kwestie iets te maken hebben. Het zijn volstrekt willekeurige platen. Zo werd bij Willeke Alberti (keus genoeg zou je zeggen) ‘New York New York’ van Frank Sinatra gedraaid! Sterren.nl is vrij om te doen wat het wil, maar het zou netjes zijn daar niet de naam van Poster voor te misbruiken.

 

Hoe ziet dán de toekomst eruit voor de popgeschiedenis in documentairevorm op de radio? Is die er wel?  

 

De AVRO begon enkele jaren geleden met een eigen webkanaal waarop programmamakers in dienst van – of gelieerd aan – deze omroep zich konden uitleven in documentaires over hun favoriete artiesten of stromingen. Jac van IJll, die samensteller was van Het Steenen Tijdperk op Radio 2, maakte een diepgravende serie over Motown en toenmalig radiobaas van de AVRO Koop Geersing zette zich met zijn opvolger Arjan Snijders aan een ‘Macca Podcast’ van vele tientallen delen, waarin de meest obscure opnamen van Paul McCartney werden gedraaid en besproken. Deze was ook te horen op internetstation KX Radio. Elitair? Misschien, maar het voordeel van de podcast is dat de sandwichformule, de maximale aandachtspanne van de gemiddelde luisteraar en andere radiowetten niet gelden. Het aanzetten en beluisteren van een podcast is een bewuste keuze. De groep die voor deze vorm van ‘narrowcasting’ kiest is vele malen kleiner dan de groep die kiest voor het ouderwetse ‘broadcasting’, maar wel vele malen aandachtiger.

 

De AVRO bestaat niet meer. De radiobaas van fusieomroep AVROTROS is niet de voormalige radiobaas van de AVRO geworden, maar die van de TROS. Onder diens bewind is de podcast inmiddels de nek omgedraaid. Dat betekent dat voornoemde podcasts nergens meer te vinden zijn, met één uitzondering. Drie Beatles-fanaten, waarvan er één in het dagelijks leven radioproducer bij AVROTROS is, verzorgen elke veertien dagen een podcast over de muziek en het leven van The Fab Four. Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema laten in The Fab4Cast horen hoe diepgravende radio over één artiest of stroming tegenwoordig kan klinken. Met het verdwijnen van de AVROTROS-podcast hebben zij hun serie kunnen onderbrengen bij de Beatles-fanclub. Via hun eigen Facebook-pagina en website en via de Beatles-fanclub is elke twee weken een aflevering te downloaden. Dat gaat nu al bijna drie jaar door en inmiddels is het aantal afleveringen de zeventig gepasseerd. Aflevering 70 ging ruim een uur lang over het nummer Strawberry Fields Forever, dat de start vormde van de opnamesessies voor het album Sgt Pepper (maar daar uiteindelijk niet op kwam). In hoeveelheid afleveringen zijn Wibo, Michiel en Jan Cees Radio Veronica nu genaderd, in diepgravendheid gaat het drietal er aan voorbij. Aan vrijwel alle Beatles-albums tot 1967 zijn een of meer afleveringen gewijd, meestal op het moment dat het bewuste album precies vijftig jaar oud was. Sgt Pepper jubileert op 1 juni aanstaande, dus tot die tijd worden alle dertien songs van de plaat aan een bijna wetenschappelijk onderzoek onderworpen. Later dit jaar is het tijd voor Magical Mystery Tour, volgend jaar volgt The White Album. Tussendoor zijn er afleveringen over zij-onderwerpen als The Beatles & Harry Nilsson, manager Brian Epstein, de in 2016 overleden producer George Martin, afleveringen over specifieke soloplaten van The Beatles, John Lennon’s ‘Lost Weekend’ (de wilde periode zonder Yoko Ono in 1974) en zelfs een aflevering over het solowerk van Yoko.

 

Het risico is dat dit soort projecten verzand in geneuzel van een stelletje Beatles-nerds onder elkaar, die een uitzending maken voor zichzelf en voor andere Beatle-freaks, die vooral vinden dat er nooit iemand anders zulke goede muziek heeft gemaakt als The Fab Four. Zo zijn Jan Cees, Michiel en Wibo gelukkig niet. Het drietal, dat elkaar bij toeval leerde kennen en daarna besloot met deze serie te starten, deelt een scherp soort humor, zet elkaar voor de open microfoon regelmatig op een vriendelijke manier voor schut en is zeker niet blind voor de mindere prestaties van George, Paul, John of Ringo. ,,Zou er iemand te vinden zijn die écht fan van Ringo is?,’’ vroeg het trio zich af bij het begin van de serie. In aflevering 38, ‘Een kritische blik op Ringo’s solocarrière’, stelt Fab4Cast zich samen met Ron Bulters van de Beatles Fanclub de vraag of het terecht is dat er altijd wat lacherig wordt gedaan over ‘misschien niet de beste drummer ter wereld, misschien niet eens de beste drummer van The Beatles’. Aflevering 71, ‘De veelste grote Yoko Ono Sjoo’, beantwoordt de vraag ‘Yoko Ono of Yoko Oyes?’. “De een vindt het onuitstaanbaar kattengejank, volgens de ander was ze haar tijd ver vooruit.’’

 

Fab4Cast bedient de Beatles-nerd die nooit van zijn leven iets anders zal beluisteren dan The Beatles, maar is voor elke muziekliefhebber goed beluisterbaar omdat het wordt gemaakt door muziekliefhebbers met een bredere focus en de noodzakelijke relativering. De mannen – en hun gasten – doen dit allemaal in hun vrije tijd en hebben ook niet de illusie dat er een verdienmodel aan te hangen is, in tegenstelling tot de makers van de Amerikaanse evenknie, die nog wel eens wil bedelen om donaties.

 

Je zou dat een schril contrast kunnen noemen met de positie die de vroegere makers van Poster en Het Steenen Tijdperk hadden. Zij mochten op basis van de omroep-cao op pad en konden betaald in de boeken en audio-archieven duiken. Feit is dat de omroep deze taak tegenwoordig laat liggen. Daar zou je over kunnen klagen. De luisteraar kan maar beter blij zijn dat er liefhebbers zijn die vele uren vrij tijd steken in het documenteren van hun favoriete muziek.

 

www.fab4cast.nl/

 

http://beatlesfanclub.nl/category/fab4cast/


 

Image.jpg

 

Edwin Wendt, 21 maart 2017

hans knot

Op 1 januari 1968 verwachtte de regering in Nederland tot invoering van legale radio-reclame over te kunnen gaan. Maar een definitief besluit was op 1 juli, een half jaar voor de eventuele startdatum, nog niet genomen. De kranten berichtten daar destijds volop over. Men vreesde dat het overleg over de vorm waarin via de drie Hilversumse netten mocht worden geadverteerd, voor de zoveelste keer zou stagneren. Tot op dat moment leken de standpunten van het bedrijfsleven en de omroepen moeilijk te verzoenen, maar begin juli 1967 waren de gesprekken weer op gang gekomen en volgens insiders dwongen de groeiende financiële moeilijkheden bij de radio de omroepen tot een wat soepeler onderhandelingstactiek.

 

De verwachtingen waren halverwege het jaar 1967 dan ook hooggespannen want overeenstemming zat er op betrekkelijk korte termijn in. In een van de teruggevonden berichten in de GPD kranten werd gesteld dat niet iedereen de eventuele goede afloop van deze moeizame affaire zou toejuichen. Met name Radio Veronica, toen jarenlang lachende derde, zou dan het lachen vergaan. Zo schreef men ondermeer: ‘Want één ding staat als een paal boven het Noordzeewater: zodra Hilversum met reclame begint, zal de met popmuziek gekruide stroom advertenties, die Radio Veronica al meer dan zeven jaar dagelijks over ons land uitstort, door de regering (als zij het parlement meekrijgt, wat wel waarschijnlijk mag worden geacht) worden afgedamd.’

 

column 18a.jpg

 

De Nederlandse regering was volgens de journalist verplicht zich aan  internationale afspraken te houden en dus diende men op te treden tegen de ‘piratenzenders’. Men liet ondermeer een vertegenwoordiger van de Vereniging van Erkende Advertentiebureaus aan het woord. De heer J. Woerlee was een duidelijke mening toebedeeld: “Zo lang Veronica in de lucht zit, krijg je geen adverteerder op Hilversum 1, 2 of 3".

 

Vervolgens stelde de journalist dat de invoering van de radio-reclame dan ook vergezeld zou gaan van een aantal regeringsvoorstellen (wijzigingen van de telegraaf- en telefoonwet, ratificatie van de conventie van Straatsburg), die kort gezegd hierop zouden neerkomen dat elke vorm van medewerking op de vaste wal aan ‘piratenzenders’ strafbaar zou worden gesteld. Wat was de reactie destijds van de zijde van de directie van Veronica op dit en vele soortgelijke berichten in de kranten? “Maatregelen tegen Veronica? Ach", begon de heer H. Verweij, “dat heeft al zo vaak in de kranten gestaan, ik moet het eerst nog zien gebeuren". Even terug naar de begeleidende tekst van de GPD publicatie: ‘Hij blijkt echter niet zo best geïnformeerd, heeft alleen de koppen gelezen. Tijdens het gesprek groeit zijn bezorgdheid dan ook zienderogen. Een verbod aan Nederlanders om het schip Veronica te provianderen?’

 

Hendrik Verweij: “Tja, de proviandering wordt dan wel moeilijker en ook een stuk duurder, maar dat zal ons niet stoppen, — een verbod om in Nederland muziekbandjes voor zeezenders te maken? Ha, dat is moeilijk te controleren". — Een verbod om reclame-opdrachten aan piratenzenders te geven? “Dat is... . maar.... als ze de adverteerders gaan grijpen, ja, dat zou ons nekken. Maar dat is toch wel erg ingrijpend. Kan dat dan zo maar? Wat blijft er op die manier over van de vrijheid van de mens?"

 

Bij de GPD was men er van overtuigd dat in januari 1968 er een einde zou komen aan de uitzendingen van Radio Veronica: ‘De heer Verweij zou het maar een triest iets vinden, zo’n van overheidswege geforceerde sluiting van Radio Veronica. “Niet alleen commercieel (de jaarlijkse omzet loopt in de miljoenen) maar ook emotioneel zou het ons wel wat doen, want wat hebben we er niet voor geknokt". Het zou nog tot eind augustus 1974 duren dat er daadwerkelijk een einde zou komen aan de voor velen populaire uitzendingen van Radio Veronica. Radioreclame via de Hilversumse radionetten werd, het zei op zeer beperkte schaal, op 1 maart 1968 ingevoerd. Wel bevond de Britse zeezendervloot zich al midden in de storm. Half augustus 1967 werd de Britse wet tegen de radiostations die vanuit internationale wateren hun programma’s verzorgden van kracht.

 

column 18 maart.jpgRond die tijd werd er in de kranten volop gesuggereerd welke stations zouden verdwijnen of een andere uitweg zouden vinden om de uitzendingen toch een voortgang te geven. Een aantal voorbeelden: ‘Enkele illegale stations — ondermeer Radio 270 en Radio 390 en 227 — hebben al aangekondigd tegen die tijd uit de ether te zullen verdwijnen. Andere piratenzenders, zoals de grote reus Radio London, zouden van plan zijn hun zetel naar Nederland te verplaatsen.’ Een ander: ‘Twee Britse piratenzenders hebben al kantoren in Amsterdam. Dat zijn Radio Caroline, die af en toe een Nederlandse commercial in zijn Engelstalige programma's doet (gratis, volgens sommigen), en Radio 227, die van 's ochtends zes tot 's avonds negen uur een volledig Nederlands programma uitzendt. Deze laatste heeft evenwel reeds doen weten toch de uitzendingen te zullen stoppen. Hoewel de populariteit van dit station in Nederland snel is gestegen, sinds men op 1 juni overschakelde van sweet music voor huisvrouwen op ‘pop’ zit er minder schot in het advertentiebestand. Vermoedelijk is daarin dan ook een van de redenen te vinden voor het besluit de uitzendingen stop te zetten.’

 

Ook ging men in op het nieuwe kantoor van de Carolineorganisatie aan De Singel in Amsterdam: ‘De Nederlandse dependance van Radio Caroline zit in hetzelfde pand waar de organist Piet van Egmond resideert, op de woonetage namelijk van de Zuid-Afrikaan Basil van Rensburg, die vroeger voor Radio Dolfijn heeft gewerkt. Zijn enige taak zou bestaan uit het verkopen van advertenties. Dat lukt niet zo best, als men de uitzendingen van Caroline beluistert.’

 

Ook werd nog een telefoontje gepleegd richting John Withers, de directeur van Carstead Advertising, welke onderneming op 1 maart 1967 Radio Dolfijn overnam. In een artikel was terug te lezen: “De terughoudendheid van het gros van de reclamebureaus heeft ons erg teleurgesteld. Dit samen met het voornemen van de Nederlandse regering wettelijke maatregelen tegen piratenzenders te nemen, stemt me weinig optimistisch voor de toekomst. Als ze het geven van reclame-opdrachten aan piratenzenders gaan verbieden, betekent dat het einde van ons allemaal. Er zouden nooit piraten zijn geweest, als de officiële radio met zijn tijd was meegegaan.”

 

Maar wat een geluk dat de officiële radio destijds niet met de tijd is meegegaan. Anders hadden we in die tijd niet zo breed kunnen luisteren naar alles wat in Hilversum maar ook bij de BBC in Engeland verboden was.

 

Hans Knot, 19 maart 2017

 

 

Vincent

 

Programmamaker Felix Meurders (70) maakte nieuws-, sport-, muziek- en consumentenprogramma’s op radio en televisie, maar dankt zijn bekendheid nog altijd vooral aan zijn periode als deejay, tussen 1968 en 1986 bij Radio Luxemburg en Hilversum III.


Het was de VARA waarvoor hij het vaakst actief was. Op 1 januari 1974 werd hij naar de omroep gehaald. Opvallend genoeg niet als deejay, maar als interviewer in het toen nieuwe politieke radioprogramma De Rooie Haan.


Sinds september 2015 is Felix min of meer met pensioen. Hij stopte toen met het dagelijkse programma De Nieuws BV op Radio 1. Net als die andere mastodont van de deejaygeneratie uit de jaren zeventig houdt hij de feeling met zijn oude métier door één vast programma per week. Frits Spits beperkt zich tegenwoordig tot De Taalstraat op zaterdag op Radio 1, Felix is vrijwel tegelijkertijd te horen op Radio 2, nog altijd met dat programma vol politieke interviews en satire en livemuziek, dat alweer enkele decennia Spijkers met Koppen heet, maar in wezen een voortzetting is van De Rooie Haan.


Felix en Frits vormen de buitencategorie die het verdere verloop van hun carrière in het omroepbestel verder in eigen hand lijken te hebben. Zolang Felix op de radio wil blijven, zal een zendercoördinator van goeden huize moeten komen om ‘Spijkers’ te schrappen. Frits heeft een vergelijkbare positie. Hij werd, toen hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte door de KRO min of meer gesmeekt of hij nog een jaartje Tijd Voor Twee wilde blijven doen op Radio 2. Hij deed dat en kon daarna zijn loopbaan als deejay afsluiten met de mededeling dat hij ‘zijn muzikale verhaal wel verteld had’. Tijd voor die andere liefde, de taal.


Frits keerde na zijn veertigste nog een paar jaar terug op de popzender voor hij als 47-jarige naar Radio 2 verkaste. Felix was streng voor zichzelf: als deejay wild hij niet ouder dan 40 worden. En verdraaid: in de week waarin hij die leeftijd bereikte, vertelde hij zijn chef dat hij was gestopt op Hilversum III. Geen afscheidsprogramma, in één keer klaar. Vanaf augustus ’86 was Felix ‘enkel’ nog te horen als nieuws- en sportpresentator en bleef hij zijn oud radioliefde op zaterdagmiddag trouw. Niet dat het deejay-gen daarmee helemaal was uitgeschakeld: wie Felix in de afgelopen drie decennia beluisterde, kon altijd merken dat hij van een afkondiging van een plaat net iets meer maakte dan het onvergetelijke ‘En dan nu: muziek van een cd’, waarmee Henk van Hoorn – een terecht gevierd journalist, daar niet van – ooit van zich deed spreken.


‘De winst van mijn deejayloopbaan: dat ik heb leren improviseren’, liet Felix ooit optekenen. Dat is nog steeds te horen. Anno 2017 is Felix de vroegere pensioenleeftijd met vijf jaar gepasseerd, ook de inmiddels tot 67 jaar groeiende pensioenleeftijd heeft hij reeds lang achter zich gelaten. Een politicus of andere gast die Felix tegenover zich vindt, weet dat hij in Spijkers te maken krijgt met een interviewer die al bijna vijftig jaar weet hoe hij zich moet gedragen achter een microfoon in een zaal vol publiek en die – alleen al op basis van Spijkers / De Rooie Haan 43 jaar politieke dossierkennis in de achterzak heeft. En dan was hij ook nog jarenlang presentator van actualiteiten op Radio 1 en het consumentenprogramma Kassa op televisie. Ook geen baantjes waarbij je je met een kluitje in het riet laat sturen.


Dat was weer eens heel goed  te merken op de laatste zaterdag voor de Tweede Kamer-verkiezingen van maart 2017. Henk Krol van de partij 50 Plus had de zondag daarvoor de lachers op zijn hand gekregen in het Carrédebat op RTL-4. Interviewer Diana Matroos was er ingehuurd om de politici ‘op hun nummer te zetten’, maar de enige die op haar nummer werd gezet, was de arme interviewster. Door Krol, die niet accepteerde dat zijn half afgemaakte antwoord alweer werd onderbroken door de volgende vraag en onverstoorbaar doorging met zijn monoloog, hoezeer Matroos ook trachtte hem ‘tot de orde te roepen’.


Felix Meurders had in Spijkers meer tijd voor een kritisch gesprek met Krol. ‘’Ik durf u na Diana Matroos niet meer te onderbreken, hoor! Praat vooral door!,’’ zei Felix, maar dan wel op een toon die Krol in feite dwong zijn verhaal zeer snel af te ronden. Inhoudelijk liet Felix in elke vraag en in elke reactie op Krol’s antwoorden duidelijk merken dat hij niet alleen het verkiezingsprogramma van 50 Plus heeft gelezen, maar ook de historische kennis over de demografische ontwikkelingen in de afgelopen decennia in grote lijnen paraat heeft. ,,Die ouderen die er slecht aan toe zijn, dat zijn er veel en veel minder dan vroeger. Die ouderen van nu hebben hun hypotheek afbetaald met een renteaftrek tot in het oneindige. Heel veel mensen hebben een premievrij pensioen opgebouwd. Dat kon in de jaren tachtig. Een beetje delen met de volgende generaties kan toch geen kwaad, mijnheer Krol?”


Dat is nou zo’n tekst die een Diana Matroos niet van haar redactie op haar spiekbriefje had gekregen. Natuurlijk is ook Felix’ interview met Henk Krol voorbereid door de redactie. Maar wat er op het Uur U uitkomt in een live-uitzending, is toch echt de combinatie van kennis, improvisatievermogen en talent.


Of je dan het 27-jarige ‘jonkie’ bent dat als interviewer debuteert in de periode dat het Kabinet Den-Uyl de Autoloze Zondag afkondigt of je legt 43 jaar later de ouderenpartij van je generatiegenoot Krol het vuur écht na aan de schenen, dan ben je ook op je zeventigste gewoon relevant.

Vincent

De keuze van radio- en muzikale herinneringen kwam deze keer tot stand nadat ik een telefoontje kreeg van Ferry Bosman, die menigeen zich kan herinneren als Ferry Eden en die in de jaren zeventig al via Radio Mi Amigo was te beluisteren. Eén van de redenen van het telefoontje was om er achter te komen of in mijn archief ook opnamen zijn terug te vinden van afleveringen uit 1977 van de Mi Amigo top 50, zoals iedere week door het station werd uitgezonden. De lijsten van het merendeel van de uitzendingen zijn nergens te vinden en dus werd er speurwerk ingezet.


Aan een aantal intensieve luisteraars uit die dagen, waarvan bekend is dat men ook veel programma’s opnam in die jaren, werd dezelfde vraag gesteld. Maar ook die actie leverde geen opnamen van belang op. Een volgende gedachte van Ferry was of er misschien nog lijsten waren terug te vinden in oude exemplaren van het Vlaamse poptijdschrift Joepie, destijds een uitgave van een onderneming van Sylvain Tack, die ook eigenaar was van Radio Mi Amigo. Ik herinnerde me weer dat een mede-inwoner van Groningen en tevens participant in de Stichting Media Communicatie – Jan-Fré Vos, in het bezit is van ingebonden kwartaalgangen van het tijdschrift en gaf hem aan te zoeken naar een bepaalde lijst uit de maand maart 1977, de lijst die Ferry gaarne wenste te bewerken voor heruitzending. Diegene die de radioscene niet zo goed volgen kan ik melden dat Ferry Eden met bepaalde regelmaat de RNI Top 50 en de Mi Amigo (Jopie) Top 50 nieuw leven inblaast met prachtige resultaten.


Reeds de volgende ochtend nam ik een blik in de eerste kwartaalgang van 1977, dit nadat Jan-Fré me had verteld dat de lijsten in 1977 niet meer werden afgedrukt in het tijdschrift en dat slechts een Joepie Top 20 was terug te vinden, dit in samenhang met de publicatie van andere hitlijsten in het blad. Maar het bladeren in het jaargang bracht me toch weer direct terug in de tijd. In 1977 was het voor vele aanhangers van de vrije radio nog steeds een kwestie van mijden van de programma’s van wat men toen ‘het popstation Hilversum III’ noemde en dan bleef de keuze in die tijd vrij beperkt. Het was in de avonduren in de fading afstemmen op de 208 meter middengolf en het geluid van Radio Luxembourg of zoveel mogelijk luisteren naar de programma’s van Radio Mi Amigo en Radio Caroline, die beiden vanaf het zendschip Mi Amigo voor de kust van Engeland in onze oren nog echte goede radio verzorgden.


Het blad Joepie bracht in kleur en zwart wit op een prachtige manier destijds datgene waar de Vlaamse jeugd, maar ook de sterke aanhang van Radio Mi Amigo zich mee bezighield. Het blad Joepie was dan ook volop te koop in de tijdschriftenhandel. Je werd bijgepraat over de artiesten die veel te horen waren uit de Vlaamse platenstallen. Willy Sommers kwam veelvuldig voorbij en kreeg dan ook in het blad de nodige ruimte. In eerste instantie kreeg hij het aan de stok met een Italiaan die hem op een podium aanviel in St. Pieters Leeuw terwijl niet veel later, na een optreden in het zelfde plaatsje, hij betrokken raakte bij een tamelijk zwaar ongeluk. Uiteraard werd het verhaal opgedikt met liefst vijf foto´s van de gecrashte auto. Verdriet in vooral meisjesslaapkamers in Vlaanderen.

 

Selectie_161.png


In Nederland waren er volop discussies over de te commerciële acties die door sommige omroepen werden gedaan. Zo maakte men teveel reclame voor ‘eigen huis’ in de programma’s en waren medewerkers in vaste dienst te veel op pad om bij te schnabbelen in het land. Opmerkelijk waren de uitstapjes die vanuit de AVRO werden gemaakt naar Vlaanderen, want de mogelijkheid ontstond om mee te doen aan ‘zaalversies’ van AVRO’s weekend kwis met presentator Fred Oster. Tevens die avond een optreden van Willy Sommers. Het een en ander werd georganiseerd door het Dagblad het Laatste Nieuws, Joepie en Bauknecht. Dit onder het motto: ‘Ook jij kunt nog met je hartedief deelnemen aan deze spannende en prettige tv-kwis waaraan vele waardevollem prijzen zijn te verdienen. Je moet maar jong zijn en met plannen rondlopen om de huwelijkszee te gaan bevaren’. Nee, op huwelijksreis naar het zendschip Mi Amigo was er niet bij inbegrepen.


Natuurlijk was er 2,5 jaar eerder een mooie gelegenheid geweest voor het toen redelijk nieuwe station Mi Amigo de luisteraars die fervent aanhanger waren van Radio Veronica en RNI naar zich toe te trekken middels het brengen van soortgelijke populaire programma’s. Het zou trouwens tot midden januari 1976 duren alvorens er echt ingezet werd op gedeeltelijke liveprogrammering. Hier werden in eerste instantie Jan van der Meer en Bart van Leeuwen, als Tim Ridder, ingezet maar tegen de zomer waren ook andere namen bekend van nieuwe medewerkers als Marc Jacobs en Frank van der Mast. Vermakelijke programma’s wisten deze Nederlanders tussen de Vlaamse presentatoren te brengen, daarbij ook ondersteund door andere Nederlanders die hun heil hadden gezocht in de studio’s in Playa de Aro, alwaar programma’s op tape werden opgenomen: Stan Haag, Michelle en Joop Verhoof zijn, in willekeurige volgorde, de namen van hen.


Vrij direct nadat in 1974 Radio Mi Amigo was begonnen werd er vanuit België naar de diverse kranten, ook in Nederland, een persbericht verstuurd, waarin uitgebreid melding werd gemaakt over de enorme populariteit die het nieuwe station in België, met name in Vlaanderen, had. Het waren cijfers die ik destijds maar snel heb vergeten en me deden denken aan de enorme hoge cijfers die stations als Radio Caroline en Radio London zichzelf destijds in de jaren zestig aan hadden gemeten in persberichten. Misschien dienden we toch af te gaan op de mening van lezers van de diverse muziektijdschriften in hun jaarlijkse populariteitspolls.


Ook de redactie van Joepie had eind 1976 haar lezersschare opgeroepen de poll van het tijdschrift in te vullen. En op de redactie was men heel blij dat er liefst meer dan 6000 ‘stemformulieren’ per post waren binnengekomen en de redactie daardoor een prachtig overzicht kon maken. Een blik op de uitslagen, veertig jaar na dato, leert me dat in bijvoorbeeld de categorie ‘groepen’ de formatie Trinity nummer 1 stond en op 2 The Dream Express. Deze groep had drie leden die voorheen in 1970 al voor Nederland hadden deelgenomen aan het Eurovisie Songfestival onder de naam ‘Hearts of Soul’. Derde in de lijst stond de formatie Octopus. Beide laatst genoemde groepen hadden voor Radio Mi Amigo jingles ingezongen, hetgeen hen nog meer faam en dus punten opleverden in de poll.


Als populairste radioprogramma in de categorie ‘Binnenland’ kwam het BRT-programma ‘West Point’ op nummer 1. Al 6 jaar eerder was er in Haren bij Groningen een ziekenomroep opgestart met dezelfde naam, waar ik programmaleider was. Hoewel, de naam was ook in Haren niet zo origineel: ‘West Point BBMS’, wat Beatrixoord Better Music Station betekende. Gaf me wel een vreemd gevoel dit na zo veel decennia terug te zien.
De eerder genoemde Willy Sommers had, als het ging om de populairste zanger van België, stuivertje gewisseld met Wil Tura, die verkozen werd tot populairste zanger. 1977 was ook het jaar van het vieren van zijn vierde lustrum als bekend artiest. Bij de zangeressen was de eerste plaats voor Ann Christy, ook een veel gedraaide zangeres op Radio Mi Amigo. In de categorie Radiopresentator Binnenland was het Jo met de Banjo die als nummer 1 uit de bus kwam. Geen enkele medewerker van Mi Amigo werd genoemd daar die niet binnen de categorie ‘binnenland’ vielen.


Als je kijkt naar de resultaten van de populairste hitlijsten stond de BRT Top 30 in 1976 op de eerste plaats, vreemd genoeg gevolgd door de Joepie Top 20, die volgens mij destijds nergens meer werd uitgezonden. In liefst 30 categoriën diende de lezen een mening te geven.
Dan maar eens kijken hoe de situatie er uiteindelijk uitzag in een aantal categoriën dat volgens de poll onder ‘buitenland’ viel. We gaan er drie van vermelden. Allereerst de categorie ‘beste radioprogramma’. Voor het tweede jaar in successie behaalde de Mi Amigo Top 50 de eerste plaats, gevolgd door Arbeidsvitaminen van de AVRO. Er waren nog meer programma’s vanaf zee, die binnen de Top 10 eindigden. Zo kreeg ‘Baken 16’ van Radio Mi Amigo, dat haar vuurdoop in de zomer van 1976 kreeg, voor het eerst een notering en wel op plaats 6. Twee plaatsen lager het programma waar geld mee kon worden verdiend ‘Cash Casino’. Jammer was wel dat Stan Haag zijn Jukebox kelderde van de 4de naar de 9de plaats in de top 10 van de populairste radioprogramma’s.
Als het ging om de meest populaire presentator kwam Ad Visser van de AVRO op nummer 1, gevolgd door Stan Haag van Mi Amigo en Joost den Draaier die doordeweeks destijds nog bij de NOS was te beluisteren in het begin van de avonduren op Hilversu III. Ook Ferry Maat was populair in Vlaanderenland want hij pakte plaats vier. Tim de Ridder, ofwel Bart van Leeuwen kwam binnen op de lijst op nummer 7 en eindigde daarmee boven Lex Harding.


Tenslotte de categorie beste buitenlandse radiostations en U raadt het al Radio Mi Amigo op nummer 1, gevolgd door Hilversum III en de BRT2. Radio Luxembourg stond op 5 en Radio Caroline op nummer 8. Ondertussen gingen in Vlaanderen de voorbereidingen van start voor de voorronden van het Eurovisie Songfestival. Drie formaties mochten dat jaar voor Vlaanderen strijden voor een plek in de Europese finale. Het zijn bekende namen van Radio Mi Amigo, die vaak genoeg voorbij kwamen: Two Man Sound, Trinity en The Dream Express. Ze hadden wat goed te maken want een jaar eerder, in 1976, had België met een afvaardiging uit Wallonië slechts de voorlaatste plaats behaald. Wie er uiteindelijk van de drie formaties destijds heeft gewonnen, horen we een andere keer.


Hans Knot, 18 februari 2017