Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    148
  • opmerkingen
    107
  • weergaven
    4017

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

hans knot

Gelijk aan vorige week sta ik op deze zaterdag 19 augustus stil bij gebeurtenissen die op en rond 14 augustus 1967 plaatsvonden. Een dag, ruim een halve eeuw geleden, dat vele tienduizenden luisteraars treurden omdat een groot deel van hun favoriete popstations uit de ether verdwenen. Dit doordat de Britse regering had besloten de Marine Offences Act van kracht te laten worden. Hierdoor was het ondermeer verboden programma’s aan land op te nemen voor mensen met een Brits paspoort, om reclame te maken op de zeezenders, te bevoorraden en veel meer. Sinds die, wat in de wereld van fervente radioliefhebbers als ‘Black Monday’ de geschiedenis inging, wordt elk jaar stil gestaan bij het verdwijnen van die radiostations.

 

Talloze documentaires zijn er in de loop van de afgelopen decennia via radiostations over dit unieke stukje radiogeschiedenis gemaakt maar ook zijn er, sinds 1978, bijna jaarlijks bijeenkomsten onder de noemer ‘Radio Day’ georganiseerd waar aanhangers van de vrije radio samen kwamen met de helden van weleer. Zo ook het afgelopen weekend toen er – op een geheime locatie – een grote reunië was in Londen van voormalige medewerkers van de zeezenders uit de jaren zestig. Vanuit allerlei landen en werelddelen waren zij naar Londen gekomen om nog een keer gezamenlijk leuke herinneringen op te halen naar de tijd van meer dan een halve eeuw geleden.

 

schotels.thumb.JPG.86a11d8cc7243679b009e91cbffdfe97.JPG

Ook was er een speciale - drie dagen durende -  uitzending van BBC Radio Essex vanuit de haven van Harwich en waren er bijeenkomsten op bepaalde locaties waar fans de verhalen van hun favorieten konden ophalen;  organiseerde Radio Caroline haar eigen happening en was er in Schotland een speciale reunië voor hen die in de jaren zestig van de vorige eeuw actief waren bij Radio Scotland. In Nederland was er via een 15 tal radiostations een 2017-versie te beluisteren van het legendarische programma van John Peel op Radio London, the Perfumed Garden. Zes uur lang was deze versie niet alleen in Nederland te beluisteren maar ook in België, Duitsland en Engeland. De presentatie was in handen van Oeds Jan Koster en uw columnist Hans Knot. Elders zal U verslaggeving en foto’s kunnen vinden van datgene tijdens de reunië in Londen werd beleefd.

 

Foto: Hans Knot

 

Maar gelijk aan vorige week blik ik ook terug op andere zaken die op maandag 14 augustus of de dagen erom heen gebeurden. Het was natuurlijk de ‘Summer of love’ waarin velen probeerden zoveel mogelijk lief voor elkaar te zijn, alles met elkaar te willen delen en vredig met elkaar om te gaan. Al dan niet met gebruik van ondersteunende middelen als drugs, drank, bloemen en seks. Zo werd op de gedenkwaardige maandag 14 augustus bekend gemaakt dat op de daarop volgende zaterdag de VARA radio met een reportagebus naar Groningen zou komen omdat op de trap van het stadshuis een love-in zou worden gehouden.

In Uitlaat, een jongerenprogramma van de VARA, zou rechtstreeks verbinding zijn met de Martinistad Groningen, waarbij medewerkers van het programma deelnemers aan de ‘love in’ zouden interviewen. Productieleider van ‘Uitlaat’ was Wim de Bie die de hoop uitsprak dat er een grote opkomst zou zijn  en men beschilderd en met bloemen omhangen naar de Grote Markt zou komen. Tegelijkertijd werd een soortgelijke bijeenkomst in Maastricht gehouden en uiteraard was het de bedoeling dat men op deze manier een soort van kruisgesprek op gang wilde laten komen tussen de aanwezigen in Groningen en die in Maastricht. Na afloop, zo stelde De Bie die maandag, zou er ter herinnering een groepsfoto van beide ‘Love ins’ worden genomen. Ik ben benieuwd wie na 50 jaar nog een dergelijke foto in haar of zijn bezit heeft.

Blijkbaar hoorde je er niet bij als je ook niet betrokken was bij een ‘love in’. Zo werd de bewuste maandag 14 augustus 1967 door een woordvoerder van  de gemeente Rotterdam bekend gemaakt dat de toenmalige provo-beat-kelder ‘De Leiperd’, ondergebracht in een oud pakhuis onder de Maasbrug, op 2 september zou worden ingewijd met een 36-uur-durend festijn. Het avond-programma zou volgens hem in het teken staan van ‘love-in’ en ‘flower power’. De gemeente stelde een bedrag van f 40.000,-- voor de inrichting beschikbaar. Let wel we hebben het hier over een bedrag in 1967. De betreffende journalist van de GPD was alvast een kijkje gaan nemen in ‘De Leiperd’ en constateerde in de berichtgeving dat ook met de politie de verhouding goed was want volgens hem zat. enkele dagen eerder een geüniformeerd politieagent in het provo-beathuis piano te spelen.

 

Maar ook trieste berichten werden uiteraard vermeld en in de ochtend van de 14de augustus werden de vlaggen van Nederland en Amerika halfstok uitgehangen aan het Concertgebouw in Amsterdam. Er werd officieel afscheid genomen van een week eerder in New York overleden Max Tak. Hij was een overbekende radiospreker,  journalist, componist, musicus en dirigent. Frits Schiller, destijds de grote, oude, man van het Rembrandtsplein, Alex de Haas en Heintje Davids waren enkelen uit een lange rij vrienden en bekenden die langs de baar defileerden. Een van Max Taks laatste wensen was dat ‘het laatste bedrijf’ in Amsterdam diende te spelen, werd zo vervuld. Het stoffelijk overschot van Max Tak werd op de Joodse begraafplaats in Muiderberg vervolgens ter aarde besteld. Aan de groeve spraken vertegenwoordigers van het Concertgebouw, de AVRO, Elseviers Weekblad en het dagblad de Telegraaf.

 

Op maandag 14 augustus, ook gerelateerd aan de radio, overleed op de leeftijd van 59 jaar in Amsterdam de schrijverjournalist Bob Wallagh. Hij werd bijzonder bekend vanaf 1946 toen hij optrad als leider van de hersengymnastiek voor de AVRO met de rubriek ‘Hoe is de stand Mieke?’ Wallagh was al jaren aan de reportagedienst van de AVRO verbonden en gold vóór de Tweede Wereldoorlog als een expert op het gebied van de bokssport. Hij verzorgde ondermeer de redactie van het blad van de Nederlandse Boksbond. Wallagh was voor de oorlog redactiechef bij het persbureau Vaz Dias en later ook redacteur van het Hollands Weekblad. Later is hij opgetreden als een verdediger van Han van Meegeren. Hij heeft over deze schilderijenvervalser vele reportages gemaakt en een boekje geschreven.

 

In het woonoord Schattenberg bij het Drentse Hooghalen werd trouwens hard gewerkt en kon op dinsdag 15 augustus  de eerste van de twaalf reflectoren van de radio-telescoop op zijn plaats getakeld worden. De medewerkers van het bedrijf Bronswerk Feijenoord N.V. uit Rotterdam hadden er een hele hijs aan. Het was een karwei, waarbij het op millimeters aankwam.

 

 

De middellijn van de reflector bedraagt vijfentwintig meter. De hoogte van de twaalf gevaarten, die ver boven de Staatsbossen uittorenen, is zevenentwintig meter. Wilfijn Rotterdam waren er de constructeurs van. In het woonoord, dat bijna dertig jaar historie achter zich had, was men in opdracht van de Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg bezig over een lengte van ongeveer 1 kilometer twaalf radiotelescopen te bouwen, waarvan tien vaste en twee verrijdbare. In april 1967 was men daarmee begonnen, nadat in de herfst van 1966 de voorbereidingen waren getroffen voor de constructie van de reflectoren. Het gehele complex van werkzaamheden werd in oktober 1968 opgeleverd.

 

Dus, gelet op deze en andere herinneringen aan wat er zoal op en rond die bewuste ‘Black Monday’ 1967 gebeurde, bedenk altijd bij het terugluisteren van bijvoorbeeld het laatste uur van Radio London dat er in die dagen veel meer gebeurde dan alleen maar het invoeren van de Marine Offences Bill, die officieel ‘Act’ werd.

 

Hans Knot,  19 augustus 2017

hans knot

Op deze zaterdag 12 augustus gaat de nostalgische column over 14 augustus 1967, een maandag die voor de fervente radioluisteraars nog immer ‘Black Monday’ wordt genoemd en vreemd genoeg ook dit jaar op een maandag zal vallen. In Engeland en Nederland zal via tal van activiteiten dit weekend en komende maandag stil gestaan worden bij het gegeven dat een halve eeuw geleden het merendeel van de zeezenders voor de Britse kust, via de invoering van de Marine Offences Bill, uit de ether werd verdreven.

 

De kranten stonden destijds vol van protesten en de deejays, van de stations die uit de ether verdwenen waren, werden bij aankomst op Liverpool station in Londen destijds door een hysterische groep jongen vrouwen en meisjes toegejuichd. De helden van destijds zijn voor een grote groep vaste luisteraars nog steeds hun helden, getuige de belangstelling voor de vrije radio die via de sociale media de laatste jaren vooral flink is aangewakkerd.

 

8298.thumb.JPG.f96f4e27e0e9669233ee5649249d4d3d.JPG

Maar er was in de wereld natuurlijk veel meer aan de hand op die 14de augustus en de dagen erom heen. Te veel om in deze column op te nemen maar toch wel belangrijk even stil te staan bij de wereldse echte problemen die er waren. Het gezag van de Chinese regering beperkte zich, volgens een onderzoek, feitelijk alleen nog maar tot Peking en naaste omgeving. Eigenlijk was niemand op dat moment in China aan de macht.

 

Dit stelde ondermeer de 29-jarige Noorse journalist Harald Munthe-Kaas, die van Peking in Oslo teruggekeerde. Munthe-Kaas, die Chinese taal en letteren studeerde en Chinees sprak, zei, dat er een zeer nerveuze sfeer in Peking heerste, daar ook de politieke toestand in China chaotisch was. De toenmalige president Lioe Sjao-Sji had huisarrest en niets meer te vertellen. In de zuidwestelijke Chinese provincie Szetsjwan heerste een complete burgeroorlog, zo meldde het officiële persbureau van Nationalistisch-China.

 

MV Galaxy van Radio London (foto Ron Bunninga)

 

Bij de oorlog werd ook gebruik gemaakt van tanks en grote kanonnen. De tegenstanders van Mao zouden na een hevig gevecht, van vijf dagen, de industriestad Nantsjoeng veroverd hebben. Volgens berichtgeving, die destijds moeizaam naar buiten kwam, waren zware gevechten uitgebroken in Tsjengtoe, de hoofdstad van de provincie Szetsjwan. Ook zouden er zware gevechten geleverd zijn in Tsjoengking, een stad in de bergen, welke memelsbreed 1500 km landinwaarts van de monding van de Jangtse ligt.

 

Reizigers uit Kanton hadden in Hongkong verteld, dat in Kanton anarchie heerste. Verscheidene duizenden gevangenen zouden uit een werkkamp zijn ontsnapt. Ze zwerfden door de straten en plunderden winkels. Volgens de reizigers hing aan bijna iedere boom van de Tai Ping Sud-laan een lijk. De luchtverbinding tussen Kanton en Hongkong was verbroken.

 

Velen staan dan wel ieder jaar stil bij de closedown van de Britse zeezenders maar het is wel goed even in de tijd te worden terug gebracht met andere zaken die destijds speelden. Hoe stond het met het weer in ons land? We hadden in de GPD kranten de rubriek met de kat Pressie die op die dag meldde: ‘De lijn van stabiel zomerweer is gebroken. Enkele buien die dit weekeinde passeerden, misten het stabiele eveneens, want de regenval was soms wolkbreukachtig. Zowel zaterdag als zondag vielen er vooral in Groningen, Drenthe en Overijssel zware buien. Zondagmorgen meldde Paterswolde 18 mm, vanmorgen Spier (Dr.) 21 mm. In zijn geheel leverde het weekeinde aan buien de volgende regenhoeveelheden op: Paterswolde 32, Spier 25, Groningen 16, Delfzijl 15, Schiermonnikoog 13 mm. De tot nu toe meest actieve depressie van deze zomer lag vanmorgen bij lerland en wordt morgenochtend met een luchtdruk van ongeveer 740 millimeter boven de Noordzee verwacht.’

 

Er was ook vaak in die dagen vermelding in de kranten over vluchtpogingen uit de DDR. Zo ook op 14 augustus 1967 toen te lezen was dat de Maastrichtse 30-jarige machine-bouwkundige Tonnie van den Boom niet teruggekeerd was van een reis naar Bulgarije. Hij was daar op 29 juli van dat jaar met zijn zwager Peter Lehmann uit Sollingen en een vriend, Winfried Kadur uit Remscheidt-Lennep, heengereisd om zijn schoonzuster Gudrun Lehmann (28) uit Kiesselbach (Oost-Duitsland) naar het westen te smokkelen. Van de Oost-Duitse werd echter bekend, dat zij tijdens een vakantie in Bulgarije door onbekende oorzaak om het leven was gekomen.

Bij de voorbereiding van de plannen deze vrouw, die arts was aan een kliniek in Kiesselbach, naar het westen te smokkelen, had ze gezworen zich van het leven te beroven, als er iets mis zou gaan. Het overlijden van Gudrun en het niet tijdig terugkeren van het drietal mannen deed vermoeden, dat er inderdaad iets mis was gegaan en dat Tonnie van den Boom en zijn metgezellen in handen van de Bulgaarse staatspolitie waren gevallen. Schimmigheid in berichtgeving in deze voerde de boventoon en duidelijkheid is er nooit verschaft.

 

Maar gelukkig waren er ook feestelijke zaken te melden die beruchte maandag want er was over het oudste echtpaar van ons land die dag te melden dat ze aan de voorafgaande zaterdag hun 76-jarig huwelijksfeest hadden gevierd.  Het ging om Harm Tingen (99) en Jantje Woltman (94). De gehele dag was het een komen en gaan van familieleden, vrienden en kennissen. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef de volgende maandag: ‘Taarten, bloemen en schriftelijke felicitaties werden bij tientallen aan hun propere woninkje aan het Varik 3 in het Bonnerveld te Gieten afgegeven. Een hoogtepunt vormde in de middaguren de komst van burgemeester mr. H. V. van Walsurn, die de oudjes namens het gemeentebestuur de gelukwensen aanbood en daarbij een fruitmand overhandigde. In de

vreugde deelde ook de 70-jarige zoon Teunis, bij wie de ‘feestvarkens’ inwoonde, en die de honneurs waarnam.

 

De serenade, die het plaatselijk muziekkorps Harmonie aan Neerlands langst getrouwden bracht was eveneens een hoogtepunt. Toen de mannelijke helft om kwart voor zeven 's avonds in de Drentse uitzending van de RONO zich zelf in een kort vraaggesprek met Jan Weggemans door de luidspreker had gehoord, betekende dit het einde van een voor het echtpaar vermoeiende, doch feestelijke dag. Volgens de journalist van de krant liet mevrouw Tingen zich direct er op naar bed brengen. Haar man volgde haar al snel.’ Tja Radio London was er niet meer en altijd maar luisteren naar de RONO was ook niet alles. Ik beloof volgende week nog een paar onderwerpen over die bewuste 14de augustus in herinnering te brengen.

 

Hans Knot, 12 augustus 2017

hans knot

Vandaag neem ik je mee terug naar 1973 en daar zijn twee gebeurtenissen de reden toe. Een tweetal weken geleden paste ik op twee van de kleinkinderen gedurende een aantal uren op de vrijdagochtend en na een tijdje ander vermaak besloten we oude liedjes te beluisteren. Het werd grote pret want de dubbel cd met liedjes uit de televisieserie ‘Ja zuster, nee zuster’ kwam uit de kast en uiteraard kwamen liedjes als de Fucsia, In een rijtuigje en de Kat van Ome Willem voorbij.

 

sonneveld3.jpg.dbfab85b14394d6628e7808aace758c0.jpg

Opmerkelijk voor mij was dat Femke, 7 jaar en die het liedje nooit eerder had gehoord, na drie keer beluisteren mee ging zingen alsof ze zelf morgen naar Parijs zou vertrekken. Wim Sonneveld, 43 jaar na zijn overlijden in de schijnwerper in Huize Knot. Een ruime week later werden we nog een keer aan deze cabaretier herinnerd. Han Peekel bracht, op de late avond, een prachtige special over Herman Stok waarvan ik volop genoot. Een van de vele successen van Wim Sonneveld, Katootje, kwam in een fragment voorbij in een gruwelijke instrumentale uitvoering, afkomstig uit het programma ´Top of Flop’. Jurylid Willem ´O´ Duys meldde daarbij dat wanneer Wim Sonneveld, die op dat moment in Zuid Frankrijk woonde, zich zou omdraaien in de sneeuw als hij deze valse versie zou horen.

 

Het bracht me in gedachten terug naar de jaren zestig dat thuis, we waren met zijn zevenen, het onderwerp cabaretiers met een bepaalde regelmaat ook wel aan bod kwam. Immers waren er voorstanders en tegenstanders van de grote drie, waarbij door mijzelf Wim Kan als grote afvaller werd geselecteerd. Het kan aan de puberjaren hebben gelegen maar ik kom me ontzettend ergeren aan de in mijn oren gemaakte vorm van humor van de man die vooral links gericht wenste te scoren. En dan ook nog eens de Oude Jaars Conferences die hij kreeg toebedeeld.

 

Ik denk gemiddeld dat Toon Hermans het in Huize Knot het beste deed, aangegrepen door zijn prachtige one man shows. Voor mijzelf was het echter Wim Sonneveld mede omdat hij prachtige types neerzette in diverse programma´s, waaronder natuurlijk de eerder gememoreerde ´Ja zuster, nee zuster´. Alleen als je op de radio weer eens Sonneveld voorbij hoorde komen dan was dat steevast een nummer van een van zijn bloemrijke LP´s, die in de loop der jaren zijn opgenomen en uitgebracht.

 

Maar hoe langer ik er kortelings over nadacht kwam bij mij de gedachte op dat ergens in de begin jaren zeventig door mij een kanttekening was gemaakt omtrent een programma op de radio. Jawel hoor het was in de zomer van 1973 dat Wim Sonneveld eindelijk weer eens een keer live was te horen. In die tijd had Wim Sonneveld zich bijna volledig teruggetrokken en trad hij niet meer op maar in het TROS programma ´Vice Versa Veluwe´ maakte hij daar een uitzondering op.

sonneveld.jpg.b90a7eb9b89964eaa91e2fc5438f2ef6.jpg

De programmaleiding van de TROS had Wim Sonneveld bereid gevonden af te reizen naar het plaatsje Hulshorst om een zogenaamde ´tour de chant´ met de duur van een half uur te brengen. Het bestond uit conferences en liedjes uit zijn uitgebreide repertoire, waarbij hij werd begeleid door zijn vaste trio.

 

In mijn archief vond ik een reactie terug van programmasamensteller Piet Daalhuysen, die inging op het gegeven dat Sonneveld eindelijk weer eens live op de radio zou zijn te horen: “Toen ik met de voorbereidingen van dit programma bezig was, stapte ik naar John de Crane en vroeg hem of hij ‘enkele zware jongens’ voor me had. Vrijwel direct reageerde hij met de vraag van wat ik van Wim Sonneveld vond.”

Daalhuysen vroeg zich af, mede het gegeven dat Sonneveld bijna nooit meer optrad, of deze wel bereid zou zijn maar De Crane stelde dat hij Wim Sonneveld gewoon brutaalweg diende te vragen. Uiteindelijk lukte het maar er waren wat haken en ogen. Piet Daalhuysen destijds: “Hij reageerde meteen op mijn verzoek en wilde best optreden mits hij kon worden begeleid door zijn vaste trio. Maar dat gaf natuurlijk de nodige problemen want zijn begeleiders waren als trio ontbonden en traden al enige tijd in andere formaties op.”

 

sonneveld2.jpg.1e04d21753087661ca0f87e87bc1dd68.jpgVia de basist Wim van der Stelt gelukte het Daalhuysen het trio weer bijelkaar te krijgen voor dit speciale ‘Vice Versa Veluwe’ zomerprogramma. Opmerkelijk want tot 1960 was Wim Sonneveld zeer regelmatig op de radio te horen. Wie herinnert zich niet het programma 'De showboat' waarin hij de rol van ‘Willem Parel’ speelde. Een dag voor de uitzending kwam Wim Sonneveld naar Nederland, vergezeld van Conny Stuart die bij hem logeerde. Zij was trouwens een week later de centrale gast in het gelijknamige programma, dat op zaterdagmiddag destijds in de zomer van 1973 via Hilversum 2 om half 2 de ether inging.

Sonneveld maakte die week ondermeer bekend geen plannen meer te hebben om te gaan optreden maar dat er wel plannen waren voor een film over zijn leven, waarin acteur Willem Nijholt de hoofdrol zou gaan spelen. In een het daarop volgend jaar kwam Wim Sonneveld veel te vroeg te overlijden. Tijdens het schrijven van deze column besefte ik – als practisch niet-televisiekijker – de serie over 100 jaar Wim Sonneveld, die recentelijk door de NPO werd uitgezonden,  niet te hebben gezien. Gelukkig maar dat we in de moderne tijd van terug kunnen kijken leven.

 

http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/397299/100_Jaar_Sonneveld.html

 

Hans Knot, 5 augustus 2017

 

 

hans knot

weer.thumb.jpg.b598154e8b155e537b6f3a59e1ac7cce.jpg

Eind juni nam Helga van Leur afscheid als weervrouw op RTL. Zij, die helemaal niet op de televisie wilde, werd de meest succesvolle weervertolker in Nederland en werd tijdens haar loopbaan zelfs één keer uitgeroepen tot de beste weervrouw van de gehele wereld. Weer kunnen we overal vandaan halen. Zelf bezocht ik in de jaren negentig van de vorige eeuw ook de studios van The Weather Channel, voor een reportage die ik schreef voor het Veronicablad. Dat betekende 24 uur per etmaal informatie inzake het weer in de breedste zin van het woord.

 

Dat was vroeger dan wel eens geheel anders, het waren, tot 13 maart 1968, alleen medewerkers van het KNMI die de weervoorspelling op de televisie verzorgden en dan niet eens dagelijks. Daarna werd het weer gedurende een lange periode uitsluitend via een kaart getoond, waarbij de aanvullende informatie werd verstrekt door een niet-weerkundige, aanwezig in de televisiestudio in Bussum destijds nog het hart van de televisie in Nederland.

 

Uiteraard werden we via de kranten op de hoogte gehouden. Zo wist het GPD te melden dat bij de laatste beurt het niet misplaatst geweest zou zijn de weerman even in het volle licht te plaatsen en hem een interviewtje af te nemen, temeer omdat het drs. C. J. van der Ham betrof, die dienst had. Hij was de nestor onder de televisieweermannen en had zijn commentaren al vanaf het najaar van 1951 gegeven.

 

Het nieuwe systeem, dat in maart 1968 werd ingevoerd, had een voor en een tegen. Een verbetering van de service was ongetwijfeld de grotere frequentie (zes maal per week), waarmee informatie werd gegeven; als een verlies zag men het voortaan ontbreken van de persoonlijke toets van de mannen uit De Bilt, waar het KNMI haar burelen had.

 

Het weer stond echt in de spotlight want uit persoonlijke notities zag ik recent terug dat een paar dagen later, op 17 maart 1968, er een documentaire over ´het weer´ was gebracht als onderdeel van de serie ´Verkenning en Wetenschap´, een serie die liep van Nederland 2. Het betrof een 25 minuten durende documentaire onder redactie van Rens Groot. In het programma werden enige geheimen rondom de weerverwachting verteld, bijvoorbeeld waarom het soms voor het KNMI zo moeilijk was om bij een bepaalde luchtcirculatie een kloppende weerverwachting samen te stellen. Ook werden de mogelijkheden ter sprake gebracht die er destijds waren om betere weerverwachtingen te krijgen. De cameraploeg had bij het KNMI op dit gebied interessante opnamen mogen maken. Zo werd ondermeer aandacht besteed aan de toenmalige nieuwe technieken ais radarwaarneming, weersatellietfotografie en de verwerking van gegevens door de computer, in een poging langs statistische weg tot lange termijnverwachtingen te komen. Let wel we hebben het over 1968!

 

Weer een dag later werd door de Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden bekend gemaakt dat er een winnaar was voor de door de Vereniging ingestelde prijs voor de best verstaanbare televisie- spreker voor het jaar 1967. De prijs werd toegekend aan Cor Witschge, ofwel Pipo de Clown. Het jaar daarvoor viel de prijs ten deel aan Eugenie van Westhreenen-Herlaar, nieuwslezer van het NTS-journaal, de voorganger van het NOS Journaal.

 

In 1968 reageerden vooral de jeugdige slechthorende en dove kijkers op het verzoek van de Vereniging voor Slechthorenden om met een naam voor een kandidaat te komen. Met overgrote meerderheid spraken de jongeren zich uit voor Pipo en zijn gezelschap! Zij gaven daardoor te kennen dat, behalve duidelijk en goed gearticuleerd spreken, ook de gelaatsmimiek alsmede het beeldende karakter van de verhalen tot een ‘goed verstaan’ bijdroegen. De onderscheiding bestond uit een oorkonde en een gouden horloge met inscriptie. En dan was er opeens weer behoefte aan hanengedrag binnen de omroep. Eind april 1968 meldde VARA bestuurder Rengelink tijdens de jaarvergadering van de verenigingsraad dat de VARA-haan weer eens krachtig diende te kraaien. Hij bedoelde niet dat het volume van de haan, waarmee het VARA programma vroeger opende, omhoog diende te gaan, maar dat er een steviger links ideëel tegenwicht diende te worden gemaakt ten opzichte van de enorme ruk naar rechts, die volgens hem in de radio en televisiewereld in Nederland was gemaakt.

 

Hij doelde vooral op de concentraties, die meer en  meer ontstonden bij dagbladen en geïllustreerde bladen om op allerlei manieren samen te werken waardoor productiekosten zouden kunnen dalen. Volgens Renglink waren deze samenwerkingsverbanden zeer gevaarlijk te noemen, in het bijzonder voor het behoud van de democratie en de vrijheid van meningsuiting in Nederland. Hij stelde ondermeer: “Wij moeten oppassen voor de ondemocratische en fascistische krachten, die in Nederland weer de kop opsteken.”

 

Rengelink had het dus niet erg begrepen op die persconcentraties, waarbij het dan wel ogenschijnlijk om technisch samenwerking ging, maar volgens hem zich echter volkomen aan het oog van de publieke opinie onttrok. “De media worden steeds meer ondergeschikt aan het bedrijfsleven." De steeds verdergaande verbrokkeling door de mini-omroepen en de wens van bijna elke streek en grote stad om een eigen omroep in het leven te roepen, zag de heer Broeksz, toenmalig voorzitter van de VARA, als ‘een op mossen schieten met de kanonnen van radio en televisie’. Hij stelde verder: “Radio en televisie zijn massa-media, ze worden onjuist gebruikt, wanneer ze gericht worden op het nu voor kleine afgeronde groepen”. Duidelijk is dat de wereld van radio en televisie de afgelopen halve eeuw drastisch is veranderd.  

 

Hans Knot, 29 juli 2017

de redactie

5979f9fa6f388_algemeen18autoradio.png.bae95fcb7fcc4cff20b8cb4685ea18af.pngOver een paar jaar, als de FM in Nederland wordt uitgeschakeld, luisteren we allemaal digitaal naar de radio. Thuis hebben we het al dankzij onze kabel- of internetprovider. En als hun aanbod niet voldoende is kan je met een internetradio naar zo'n beetje alles luisteren wat er in de wereld aan radio wordt gemaakt.


Buiten de deur is het anders. Digitaal naar radio luisteren staat hier nog in de kinderschoenen. We hebben landelijk DAB+ en 4G internet tot onze beschikking, maar hoe werken deze netwerken in de praktijk? In de auto en het openbaar vervoer. Omdat ik van beide vervoersmogelijkheden gebruik maak heb ik in de afgelopen twee maanden een vergelijk gemaakt tussen DAB+ en 4G. Op de heenweg DAB+, op de terugweg 4G.


Laten we maar met de auto beginnen. Sinds kort heb ik er één met een radio voor DAB+. Voor de korte ritjes in de stad voldoet dit prima. Maar zodra ik de stad uit rij beginnen de problemen. Ik woon in het Rijnmond gebied waar je veel tunnels hebt: Beneluxtunnel, Botlektunnel, Heinenoordtunnel, Maastunnel, Noordtunnel en Thomassentunnel. Ook zie je dat er steeds vaker wordt gekozen voor het onder de grond aanleggen van wegen. De nieuwe A4 tussen Schiedam en Delft is daar een voorbeeld van. Zodra je zo'n tunnel in rijd ben je het signaal kwijt. Anders is dat met 4G. Zonder problemen tunnel in en tunnel uit. En wat ook handig is: als je wordt gebeld gaat de radio op pauze. Dan mis je niets van een discussie op de radio.


Ook op lange ritten wint 4G het van DAB+. Tijdens een ritje van Rotterdam naar Hilversum via de A15 en A27 gaat het al snel mis. In de Noordtunnel bij Alblasserdam geen signaal en tussen Gorinchem en Utrecht valt het DAB+ signaal meerdere malen weg, zowel bij de stations van de publieke omroep als de commerciëlen. Bij de derde partij die DAB+ aanbiedt, MTVNL, valt het op dat het signaal meer wegvalt dan bij de andere twee netwerken. En 4G? Dat werkt feilloos.


Als ik voor mijn werk op pad moet kies ik altijd voor het openbaar vervoer. De locaties waar ik heen ga zijn prima met de tram, metro en trein bereikbaar en in de meeste gevallen gaat het sneller dan met de auto.


Onderweg heb ik altijd de radio aanstaan, ook in het openbaar vervoer. Met een kleine Pure portable DAB+ ontvanger en oordopjes luistert het lekker weg. Maar niet in de metro. Zodra deze ondergronds gaat is het over en uit. Pas op Rotterdam Centraal, als je de stationshal inloopt, is er weer signaal. Zelfde heb je in de trein. Richting Den Haag krijg je de spoortunnel bij Delft en wordt het stil. Ook richting Schiphol en Breda met de Intercity Direct heb je hetzelfde probleem. Het spoor is op meerdere plekken ondergronds aangelegd om overlast voor de omgeving te voorkomen. Zodra je de treintunnel in gaat ben je ook hier het signaal kwijt.


Met 4G gaat ook het niet vlekkeloos, maar wel stukken beter. In de metro is 4G beschikbaar en kan je zonder onderbreking blijven luisteren. Maar in de trein gaat het wel eens mis. Richting Breda en Schiphol valt het signaal een enkele keer weg. Gelukkig gaat de radio-app op je mobiel dan op pauze en zodra er weer signaal is gaat het verder waar hij is gebleven. Je mist in ieder geval niets.


Mijn conclusie is dat buitenshuis de beschikbaarheid van 4G beter is dan DAB+. Ook biedt 4G meer functionaliteiten. In de trein kan je met je laptop het internet op (via thetering) en in de auto krijg je de actuele weginformatie via je routeplanner. Ook heb je met 4G gigantisch veel radiostations tot je beschikking. Door de beschikbaarheid en de extra functionaliteit heeft 4G een grote voorsprong op DAB+. Zodra de NS, net als de metro in Rotterdam, 4G goed toegankelijk maakt in de tunnels, is de dekkingsgraad volledig. Dan kunnen we overal in Nederland zonder onderbreking altijd bellen, appen en radio luisteren. Dan is het alleen nog wachten op het moment dat de datalimiet van het mobiele internet verdwijnt, net zoals met de vaste aansluiting is gebeurd. Tele2 en T-mobile hebben de aanzet hiervoor al gegeven.


Vincent Schriel, 27 juli 2017

hans knot

Amsterdam-700-Jaar.jpg.4e29d63418e54d5ee40cd2cc0eea7b5d.jpg

Nostalgisch terugblikken kan herinneringen terugbrengen waarbij je lang niet stil hebt gestaan. In mijn geval worden ze opgeroepen door de vele aantekeningen, die ik in de loop van de afgelopen zes decennia heb gemaakt, knipsels die ik veelvuldig en vooral zorgvuldig heb geknipt en vergaard, maar ook door intensief oude radioprogramma’s te beluisteren. Ze zijn er met duizenden en in minder aantal de televisieprogramma’s waaruit ik herinneringen kan ophalen. En dankzij internet en you tube hebben weer anderen veel plezier om oude fragmenten van televisieprogramma’s terug te zien.

 

De maand februari 1975 is in dit artikel mijn ijkpunt in de eeuwige tocht naar nog meer herinneringen. Was het niet het jaar dat in Amsterdam uitgebreid werd stil gestaan bij het gegeven dat de stad haar 700-jarig bestaan vierde op 25 oktober van dat jaar? Het lijkt als gisteren maar is al weer liefst 42 jaar geleden. Het 700-jarig bestaan van de stad werd gevierd met allerlei initiatieven, waaronder de eerste editie van SAIL, het eerste Kwakoe Festival en het eerste Amsterdam Tournament. De stad kreeg 700 nieuwe bomen en er hing sfeerverlichting aan de bruggen in de binnenstad.

 

In die tijd was ik nog een intense televisiekijker, iets wat ik me niet meer kan voorstellen en al in februari van dat jaar 1975 was het de TROS die aandacht besteedde aan het 700-jarig bestaan van Amsterdam middels een muzikaal programma onder regie van een ras Amsterdammer, Ralph Inbar. Hij besloot ter gelegenheid van het prachtige jubileum de TROS voor te stellen te komen met een muzikaal programma waarin diverse artiesten een ‘rondje Amsterdam’ zouden gaan doen.

Uiteraard diende het programma geopend te worden met een dagopener, waarbij werd gekozen voor het prachtige lied ‘Amsterdam ontwaakt’, waarbij Willeke Alberti het voortouw nam. Liesbeth List volgde met ´Kinderen een kwartje’, maar ook Tante Leen, die nog in leven was, mocht niet ontbreken en zong een onvervalste smartlap via ´Amsterdam zonder Pierement´.  Iemand die je wel eens tegenkwam, als je op bezoek was in de hoofdstad van ons land, was Ramses Shaffy. Hij was bereid ´Het is stil in Amsterdam´voor zijn  rekening te nemen, terwijl Leen Jongewaard eens niet als opa optrad maar ´Het kroegenlied´  ten gehore bracht. Wie anders dan Adele Bloemendaal was geschikt om met een heerlijk Amsterdams accent het lied over ´de rosse buurt´ ten gehore te brengen.

 

Het internationale tintje mocht van Inbar niet ontbreken en hij koos er voor een groep, die destijds aardig aan de weg te timmerde, uit te nodigen het lied ´Let´s go to town´ te zingen. Het ging om de Britse formatie Sailor, die op een toen recente LP ondermeer het lied ´the girls from Amsterdam´ bracht. En ja, dan de presentatie, die was ook al weer in handen van een alom bekende Amsterdamse. In eerste instantie verscheen Sylvia de Leur op het scherm als een Amerikaanse hippie, die in Amsterdam woonde en al een beetje Nederlands kende.

Uiteraard had Ralph Inbar ervoor gezorgd dat een van de beste tekstschrijvers uit die tijd werd ingehuurd. Eli Asser, die ooit zijn loopbaan in de reclamewereld begon, maakte er iets heel speciaals van, wat ook gezegd kon worden van het decor. Gelijk aan Amsterdam leek het erop dat de setting op palen was gebouwd. Als altijd bleef Inbar een bescheiden man want in een interview stelde hij: “Zie het als een eenvoudige hommage aan Amsterdam. Een leuk programma met mooie liedjes”.

Zoals al gemeld was de officiële datum van het 700-jarig bestaan 27 oktober 1975. Het was toen precies op de dag af zeven eeuwen geleden dat de toen 21-jarige Floris V, Graaf van Holland, aan mensen die te Amstelledamme woonden, een bepaald privilege gaf, waarmee de graaf de inwoners van Amsterdam het recht verleende tolvrij hun eigen goederen te varen in het gebied dat hij als graaf beheerde. Het verhaal gaat dat Floris V de belofte op perkament heeft vastgelegd en het blijkt waarheid te zijn aangezien het is terug te vinden in het gemeentearchief van Amsterdam, waarin het zorgvuldig word bewaard.

 

Het document, zo wordt historisch gesteld, is het eerste document waarin de oude naam van Amsterdam is vastgelegd op papier. Maar de historie van onze hoofstad gaat veel verder terug dan het jaar 1275 want meerdere historici en archeologen stellen dat de historie van Amsterdam terug gaat naar ver voor 1200. Zo waren de eerste bewoners vissers, die hun verdiensten hadden via vangsten op het IJ dat veel breder was dan nu het geval is. 

 

Inmiddels zijn er initiatiefnemers al lang bezig met de voorbereiding voor een volgend jubileumfeest, dat in het jaar 2025 dient te gaan plaats vinden: 750 jaar Amsterdam. Naar buiten is men al gekomen met een oproep: ‘Er is iets minder dan tien jaar tijd tot de mijlpaal van 750 jaar Amsterdam en dat geeft ruimte voor mooie initiatieven. We willen bestuurders, bedrijven én bewoners stimuleren hun talent in te zetten bij het vormgeven van de stad in 2025. Daarom maken we onze ideeën zichtbaar in dit project: Amsterdam 750 jaar.

We startten dit programma met elf bij Amsterdam betrokken organisaties. In dit project schoven we onze young professionals naar voren: wie kunnen beter bijdragen aan de ontwikkeling van de stad, dan de bestuurders van de toekomst? We stellen ook deelnemersplaatsen beschikbaar voor young professionals van maatschappelijke en culturele organisaties.

Wij zijn ervan overtuigd dat de voorgestelde initiatieven een bijdrage kunnen leveren aan verdere sociale, economische, ruimtelijke en culturele ontwikkeling van de stad. Daarom hopen we dat de ideeën een gesprek in de stad uitlokken. Dat ze prikkelen tot meer ideeën én, nog belangrijker: tot actie!’

 

Acht jaar dus nog te gaan waarbij de jonge generatie dan ook weer acht jaar ouder is en de ideeën die men ontwikkelt in de komende tijd tot realiteit kan brengen. Er is inmiddels een informatiesite opgezet waarop de komende jaren de nodige informatie zal worden gebracht. Geïnteresseerden kunnen deze site het beste bookmarken om met een bepaalde regelmaat aan te klikken voor meer informatie:  http://www.amsterdam750jaar.com/

 

Hans Knot, 22 juli 2017

hans knot

Al ruim vierenhalve decennia lang schrijf ik over de geschiedenis van de media, met de zeezenders in het bijzonder. Op vele manieren is de geschiedenis te ontsluiten, waarbij ontzettend veel bronnen geraadpleegd kunnen worden. Het openbaar zijn van vele krantenarchieven brengt soms nog verrassingen voor me, zoals recentelijk toen ik een bericht aantrof in de krant van zaterdag 13 november 1965. Op zoek naar verhalen rond de start van het toenmalige Hilversum 3, viel mijn oog op een artikel waarin werd beweerd dat er naast Radio Veronica nog een tweede zendschip op de Noordzee voor de kust van Scheveningen zou worden verankerd, ongeveer een mijl verwijderd van de Norderney van Radio Veronica.

 

59653d1c49592_Jul1113.thumb.JPG.8aed9957bc87fc1fa1de6d87b6abb908.JPGDe informatie, gegeven in het bericht, kreeg in de daarop volgende weken geen vervolg en kan, zoals zovele berichten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw betreffende de zeezenders, geplaatst worden in de categorie ‘duimzuigers’. Er werd namelijk aangekondigd dat, als de plannen van de initiatiefnemers doorgingen, er vanaf de maand december een nieuwe zeezender voor de Nederlandse kust van start zou gaan om lichte muziek de huiskamers in Nederland en België in te sturen. Het initiatief was afkomstig, aldus het bericht, van drie voormalige medewerkers van de Britse zeezender Radio City.

 

Uitzendingen zouden gaan plaats vinden op de middengolf op een frequentie rond de 200 meter. Uiteraard een frequentie veel te dicht bij de 192 meter, die destijds door Radio Veronica werd gebruikt. Programma’s, aldus de initiatiefnemers – die niet bij naam werden genoemd – zouden gaan plaats vinden tussen acht uur in de ochtend en acht uur in de avond. De namen van de betreffende personen wenste men niet openbaar te maken ‘met het oog op de reeds ondervonden en nog te verwachten tegenwerking bij de uitvoering van hun plannen.’ Wel meldde men dat er werd samengewerkt met een aantal Nederlanders, dat vooral werd ingezet om contacten te leggen in de reclamewereld en bij de potentiële adverteerders.

 

Het verhaal in de kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst werd helemaal voor sommigen interessant toen men stelde al contacten te hebben gelegd met Jos Brink (toen NCRV) en Herman Stok (toen VARA) om een aanstelling als deejay te krijgen. Ook stelde men contacten te hebben met een aantal personen uit Jazz bands en Beat groepen. Gesuggereerd werd dat op een kleine werf in Londen hard werd gewerkt aan de afbouw en inrichting van het toekomstige zendschip, waarbij men al een ligplaats een mijl verwijderd van de Norderney in gedachten had. Het is bij die gedachte gebleven.

 

In de Telegraaf van die dag werd ook Veronica directeur Bull Verweij een mening gevraagd: “Ik zou het zeer vreemd vinden als men er nu nog mee zal gaan beginnen, vooral nu de regering plannen heeft om tegen de zogenaamde ‘piratenzenders’ te gaan optreden. Maar waren er nog meer bijzondere dingen te melden op de 13de november 1965?

 

Vaste prik in Huize Knot was vroeg, om 7 uur in de ochtend, te luisteren naar de Radio Nieuwsdienst van het ANP en wel via de Draadomroep. Die ochtend was het heel vreemd een zuidelijk accent te horen bij de nieuwslezer van dienst. Na een dikke minuut werd echter het lezen door een vertrouwde stem overgenomen. Wat bleek, de nieuwslezer van dienst had bij uitzondering vertraging opgelopen waardoor de chef van Dienst – Louis Jansen -, een overvalste Limburger, het eerste deel van het bulletin voor zijn rekening nam. Wel werd nog vermeld dat een dergelijke inval in 13 jaar niet was voorgevallen bij de Nieuwsdienst verzorgd door het ANP.

 

Belangrijk nieuws diezelfde 13de november was wel dat Pieter van Vollenhoven, de toenmalige verloofde van prinses Margriet, die ochtend door militaire artsen onvoorwaardelijk was goedgekeurd voor alle diensten binnen de Koninklijke Luchtmacht. Een herkeuring was noodzakelijk geworden door de gecompliceerde beenbreuk, die de heer Van Vollenhoven eerder dat voorjaar tijdens het skiën opliep. Tijdens de herkeuring was komen vast te staan, dat hij geen blijvend letsel aan dit ongeluk had overgehouden.

 

Bij de Koninklijke Luchtmacht stelde men destijds zich op het standpunt, dat geen mededelingen over de toekomstige adspirant-officier Van Vollenhoven werden gedaan voor hij metterdaad deel uit zou gaan maken van de luchtmacht. Over de plaats, waar hij zou opkomen en bij welk onderdeel hij na zijn eerste oefening zou worden ingedeeld, wenste men ook niets te zeggen.

 

Uitgaan op mijn zestiende jaar was er in die tijd nog niet echt bij. Ik volgde wel het een en ander in de krant wat mijn nieuwsgierigheid wel opwekte. Iedere zaterdag stond er een pagina vol met kleine advertenties wat de nieuwsgierigheid nog meer aanwakkerde want er waren in die tijd ongelovelijk veel gelegenheden om uit te gaan, zowel in de stad Groningen als binnen de gelijknamige provincie.
 

Er was een aantal uitgaansgelegenheden dat voorsprong had op de anderen en een groter publiek trok. Dat kon je zien door de artiesten, die men had aangetrokken, met als doel zo’n dansavond nog feestelijker te maken. Maar de stunt van hotelhouder Jan Beijering uit Vlagtwedde op de 14de november 1965 ging niet door. Het optreden van de Tielman Brothers tijdens de dansavond kon niet plaatsvinden omdat twee leden van de band namelijk waren vastgehouden op het politiebureau in Nijmegen.

 

De reden van de aanhouding was omdat ze iemand het ziekenhuis hadden ingeslagen. In de krant was de volgende dag de teleurstelling te lezen: ‘Voor voornoemde dansavond bestond volgens de eigenaar een enorme belangstelling en om ruim zeven uur waren er zondagavond al meer dan 300 personen in de danszaal, die allen hun vier guldentjes hadden neergeteld. Drie leden van de band waren in de loop van de middag al vanuit Heerlen in Vlagtwedde aangekomen en alles stond gereed om te beginnen.

 

Twee leden ontbraken echter nog en dit tweetal moest melden, dat het in Nijmegen betrokken was geweest bij een verkeersongeval. Vandaar enig oponthoud. Die vertraging duurde echter bijzonder lang, want niet alleen was het tweetal betrokken bij een verkeersongeval, maar ook bij een woordenwisseling, die op dit ongeval was gevolgd. En die woordenwisseling werd vervolgens omgezet in vechten. Het tweetal sloeg prompt iemand het ziekenhuis in.’

 

Reden genoeg voor de politie in Nijmegen om beide leden van de Tielman Brothers een tijdje vast te houden. Vanuit Vlagtwedde heeft eigenaar Beijering nog wel geprobeerd ze vroegtijdig vrij te krijgen maar uiteindelijk ging hij over tot terugbetaling van de entreegelden. Wel stelde hij dat hij een schadevergoeding zou indienen bij de manager van de band.

 

Hans Knot, 15 juli 2017

Vincent

59638c8077bc9_GoogleChromecastAudio.png.052f15d51c15823983f68a19ba4cc964.pngVorige week heb ik per ongeluk de Google Chromecast Audio besteld. Eigenlijk had ik de gewone Google Chromecast nodig om naar Netflix te kijken. De webwinkel waar ik hem heb besteld doet nooit moeilijk over terugsturen, maar toch heb ik besloten dit niet te doen omdat ik eigenlijk wel nieuwgierig ben naar de mogelijkheden van het apparaat.


Even voor wie het nog niet weet. Met de Google Chromecast kan je makkelijk video streamen van een telefoon of tablet naar de TV. Dit doe je binnen je eigen netwerk thuis. Als je Netflix wilt kijken op de TV open je de Netflix app op de smartphone en klikt op het ‘cast’ logo in de app. Vervolgens selecteer je de film of serie. Hij start direct op de TV, de telefoon is je afstandsbediening. Google Chromecast maakt zelf verbinding met de Netflix server en streamt van daar uit naar de TV. Het kost daardoor geen data of stroom van de smartphone.


Ik heb dus de Google Chromecast Audio niet teruggestuurd maar aangesloten op de aux-ingang van de stereo installatie en met behulp van een Android smartphone aangemeld bij het draadloze netwerk. Toevallig heb ik een Android, maar het kan ook met een iPhone. Binnen een paar minuten werkt het.


Buitenshuis luister ik inmiddels alleen nog maar naar internetradio of Spotify. Maar thuis in de huiskamer is het nog wisselend de tuner van de stereo-installatie, de oude gereviseerde Philips plano uit 1964 of de radiokanalen van de TV. Maar de verkeerde bestelling van € 39,- heeft ervoor gezorgd dat al deze apparaten voor radio luisteren wat mij betreft overbodig zijn.


Ontvangst van de lange-, midden- en korte golf in de huiskamer is door de electro smog niet meer mogelijk en daarom afgeschreven. De FM wil men vervangen voor DAB+ omdat het kwalitatief een beter geluid heeft en meer zenders biedt. Dat laatste klopt, je krijgt meer zenders dan de FM. Zelfs meer dan wat de TV aan radiokanalen biedt. Maar met de Google Chromecast Audio, mijn Android telefoon en de TuneIn app beschik ik nu over alle radiostations die via het internet uitzenden, inclusief hun podcasts. En als ik even geen radio wil luisteren maar alleen muziek wil horen? De Spotify app openen, op het ‘cast’ logo klikken en de muziek starten. En dat allemaal met één vinger.


Het is dus de bedoeling dat we in de toekomst de FM inruilen voor DAB+. Maar met de Google Chromecast Audio heb ik de opvolger van de ‘DAB-doos’ al in huis. ‘Foutje, bedankt’ zullen we maar zeggen.


Vincent Schriel, 10 juli 2017

hans knot

Vandaag 8 juli duik ik nostalgisch met je naar het jaar dat ik 11 werd. In 1960 viel 8 juli op een vrijdag. Een tot die week voor velen onbekende persoon met als bijnaam ‘Utrechtse Appie’ had eerder die week, op maandag, de voorpagina’s van vele kranten gehaald doordat hij een dag eerder in Amsterdam op de wallen de journalist Bram Brakel had neergeslagen. Waarschijnlijk had deze ‘Appie’ iets tegen publicatie op het gebied van toenmalige bewoners van de wallen, zo kon men lezen.

 

Op 8 juli stond hij alweer in de kranten voornaam op de voorkant en andermaal had hij toegeslagen. Op de donderdagavond was een filmploeg, onder leiding van de Italiaanse filmregisseur Luciano Emmer, aan het filmen op de wallen, wat Appie ook weer niet aanstond. Na eerst vocaal zich te hebben laten horen besloot hij de Italiaan aan te pakken en zonder pardon in het water van de Oude Zijds Achterburgwal te trappen. De opnamen werden direct gestaakt van de productie ‘Meisjes achter het raam’

 

De dader, de 32-jarige A.G.B., werd wegens poging tot doodslag opgesloten in het naburige politiebureau. Om kwart voor acht in de avond, toen de opnamen waren begonnen, wendde hij zich behoorlijk aangeschoten tot een van de aanwezige technici en kwam de reden van zijn latere daad naar voren. Hij bleek ontzettend boos te zijn over de slechte vergoeding die zijn vrouw ‘Lange Bep’ van de filmmaatschappij zou krijgen omdat de opnamen de uitoefening van haar beroep belemmerden. Zij zou slechts 90 gulden per opnameavond krijgen, terwijl vrouwen, die geen last ondervonden van de filmopnamen, toch een bedrag van 50 gulden hadden uitgekeerd kregen.

 

Vervolgens maakte iemand van de omstanders ‘Appie’ duidelijk dat de technicus niets te maken had met de uitgekeerde vergoedingen en hij dus duidelijk bij Emmer diende te zijn. Hij liep vervolgens op Luciano af en schopte hem onmiddellijk in het groezelige water. Gelukkig waren er genoeg omstanders die hem snel uit het water konden halen. Droge kleren waren ook snel aanwezig maar onbekend is of deze kleding afkomstig was van klandizie van de ‘meisjes achter het raam’.

 

avrobode1959.jpgDe AVRO publiceerde begin juli 1960 haar jaarverslag over 1959 waarin men onder meer meldde dat men van mening was dat een toename viel te constateren van in een gedeelte van de vaderlandse pers verschenen campagne voor invoering van commerciële televisie en tegen het toenmalige omroepbestel. Dat was de AVRO-leiding opgevallen, naast de in 1959 toegenomen objectieve publiciteit in dag-, week- en maandbladen met betrekking tot de AVRO.

 

In het jaarverslag van de AVRO over 1959 merkte het bestuur van de AVRO ondermeer het volgende op: ‘Het komt ons voor geen toeval te zijn, dat de desbetreffende bladen veelal financieel in de commerciële televisie zijn geïnteresseerd. Indien deze veronderstelling juist is zou dit betekenen, dat een situatie is ontstaan, die niet in overeenstemming is met het goede journalistieke gebruik, dat de redactie zich onafhankelijk moet weten van de commerciële belangen van het bedrijf’.

 

In het jaarverslag sprak het AVRO-bestuur zijn vreugde uit over het feit, dat de overheid ten aanzien van de televisie iets meer armslag naar zendtijd en financiën had gegeven. Desondanks meende het bestuur, dat niet alleen het streven gericht diende te blijven op voortgezette uitbreiding van de zendtijd, maar ook werd de totstandkoming op zo kort mogelijke termijn van een tweede programma belangrijk geacht. Let wel we hebben het over de situatie in 1960!

 

De ervaringen die men met commerciële televisie in andere landen destijds reeds had opgedaan, was voor het AVRO bestuur mede bepalend voor het blijvende afwijkende standpunt inzake eventuele invoering van commerciële televisie in ons land. Hierover meldde men in het jaarverslag: ‘Mocht de overheid besluiten het inlassen van reclame in de televisie toe te staan, dan, zo menen wij, kan zulks alleen op een wezenlijk verantwoorde wijze geschieden, indien een en ander wordt gerealiseerd onder auspiciën van de bestaande omroepverenigingen dan wel de Nederlandse Televisie Stichting’.

 

In het verslag werd tevens meegedeeld dat de AVRO eind 1959 voor het eerst in haar bestaan 400.000 leden telde. De AVRO-bode had een oplage van 440.000 exemplaren. Voorts werd geconstateerd dat de financiële positie in 1959 uitermate gezond bleef. In 1960 was er bij lange na niet altijd sprake van eerlijke berichtgeving in de pers. Het is vergelijkbaar met sommige berichtgevingen in de hedendaagse kranten en andere media betreffende motorclubs. Als één persoon fout is dan wordt de hele motorclub als bende omschreven en wordt men veroordeeld ver voordat een rechter een uitspraak heeft gedaan.

 

Ik kwam het volgende redactionele artikeltje tegen in een krant van 9 januari 1960 over personen die zich destijds bezig hielden met het verzorgen van niet legale vormen van radiotransmissie; in de volksmond vaak ten onrechte zendamateurs genoemd. Deze laatste groepering zo werd en wordt er doorsnee vanuit gegaan, hebben een of meerdere examens gedaan en zijn in het bezit van een officiële licentie.

 

De verslaggeving, die in enkele GPD kranten was terug te vinden, ging wel heel ver: ‘Een ernstige zaak blijven nog steeds de geheime zenders. Daar zit óók een besmettelijk element in. Wat het voor mensen zijn, die clandestiene radio zendamateurs? Helemaal geen lieden met een technische knobbel, maar merendeels werkschuwe, die zich op een of andere manier willen doen gelden. Op aanwijzing van anderen weten ze wat aan knopjes te draaien en met grammofoonplaten opzetten en afnemen is hun voornaamste werk gedaan.

 

Er zijn van die knapen, die er wat ordinaire leut tussen door gooien, waaruit duidelijk blijkt met wat voor soort mensen men te doen heeft. In ieder geval met onverantwoordelijken, want lang genoeg is verspreid, hoeveel gevaar die clandestiene zenders kunnen veroorzaken. Wist U, dat er nog meer dan honderd van die ethermisdadigers in Nederland zijn, en dat er al een kleine 700 opgespoord zijn in de loop der jaren? Wat heeft dit al een geld gekost! Brood voor zichzelf zit er trouwens niet meer in tegenwoordig.

 

Eertijds lieten Jan en Alleman voor zich plaatjes draaien tegen betaling van een gulden, thans zijn de etherpiraten blijkbaar tevreden met dankbetuigingen van even onverantwoordelijke elementen, die blij gemaakt zijn muzikaal omlijst — en hoe — met wat schunnigheden en bedenkelijke opmerkingen aan het adres van wie men op deze wijze eens ‘lekker’ te pakken wilde nemen. Het is verheugend, dat de PTT in het nieuwe jaar nog intensiever gaat opsporen en als dan de rechters in geen enkel opzicht meer genade laten gelden, zal het misschien gelukken dit kwaad op den duur uit de wereld te helpen.’

 

Niet alleen werd de veger gebruikt om alles op één hoop te vegen maar ook werd op een schandalige in een redactioneel artikel de medemens belachelijk gemaakt. Valt nog mee dat men niet het idee aanleverde om strafkampen voor deze werkschuwen en onverantwoordelijke elementen op te richten. Volgende week een duik in een ander jaar.

 

Hans Knot, 8 juli 2017

hans knot

Op deze zaterdag neem ik je andermaal mee naar het jaar 1970. Radiovriend sinds de jaren zeventig en afkomstig uit Rotterdam is Jan Hendrik Kruidenier. Zijn liefde voor Amerikaanse radio is gelijk aan die van mij, maar hij houdt ook de regionale radio en meer in Zuid Holland nauwkeurig in de gaten. Zo stuurde hij me een bericht over klachten die er recentelijk waren in Barendrecht. De politie had op zondagmorgen een telefoontje binnen gekregen van een bewoner die zich ergerde aan het gegeven dat een medebewoner van zijn straat nogal luidruchtig de radio aan had staan en de ramen open, dit vanwege het warme weer.

 

En wat kwam er uit deze radio? Juist de klanken van de zondagsmis en niet zachtjes, volgens de klagende buren, maar snoeihard. Een politiewoordvoerder meldde wel dat er tijdens de warme dagen er veel klachten binnenkomen over geluidsoverlast omdat vele ramen en deuren openstaan en bovendien mensen zich meer buiten het huis bevinden, maar dat de melding over het kerkelijk overlast toch wel heel bijzonder was.

 

59501f180e8bf_Jun1317.thumb.JPG.20c7cfec84ca30349dd6b68fbf166eec.JPGZoals misschien niet bekend bij de gemiddelde lezer kunnen ouderen, langdurig zieken en anderen, die verhinderd zijn een kerkdienst bij te wonen, toch via speciale lijnen meeluisteren naar datgene tijdens de diensten wordt verwoord. Ik kan me voorstellen dat heel wat ouderen en zieken met deze vorm van communicatie heel blij zijn en ze toch een beetje onderdeel blijven van de kerkgemeenschap waar ze toebehoren maar niet meer de mogelijkheid hebben om een wekelijkse kerkdienst te bezoeken.

 

Het doet me ook terugdenken aan een andere vorm van communicatie die sommige kerkgenootschappen plegen of hebben gepleegd. In het jaar 1970 was er een nieuw radiostation met de naam Radio Nordsee International, dat met Engelstalige en Duitstalige programma’s haar luisterschare verblijdde. Maar de kassa diende te rinkelen dus werd er op een bepaald moment zendtijd verhuurd aan de in ’s Gravenhage gevestigde kerkelijke organisatie van de Stichting Johan Maasbach Wereldzendingen. Iniden hij niet op reis was, dan was hij te vinden in een groot gebouw in Den Haag - het Capitol Evangelie Centrum. Het doel was zijn preken te verspreiden via de radio over de gehele wereld en zoveel mogelijk mensen te bemoedigen. Ook werd in die dagen al een eigen tijdschrift uitgegeven die in de programma’s ook werd gepromoot.

 

Een halfuurtje Maasbach op de radio was voor velen nog wel te pruimen en dus kwam er toch wat geld in de kassa bij RNI. Terugdenkend aan zijn ‘show’ staat me direct in herinnering een preek die hij hield in een groot stadion in Reijkjavik op IJsland. Ik zat te luisteren naar de RNI World Service toen het Johan Maasbach zijn beurt was en zijn stem schalde door de ether met enig echoeffect. Maar zijn in het Engels gehouden preek werd in segmenten direct vertaald door een IJslander, zodat de vele aanwezigen in het station konden begrijpen wat zijn boodschap was. De opname van deze uitzending pak ik nog wel eens uit hilariteit uit mijn archief. Overdrijven kon de beste man enorm door zijn uithalen in de preek maar ook door kleine zinnetjes in zijn publicteitsmateriaal. Een folder, verspreid door zijn medewerkers, had ondermeer de opmerking dat het in een oplage van miljoenen was gedrukt.

59501f196e513_Jun1318.thumb.JPG.ff2de842b3c5bc05ac5f58f6fccb0b94.JPG

 

Maar er werd in 1970 gelukkig meer naar andere programma’s geluisterd, zoals naar Hilversum III. Denk niet dat ik naar Hilversum III luisterde omdat het een prachtig alternatief was voor Radio Veronica en nieuwkomer Radio Nordsee International, nee het had met sport te maken want tijdens de Tour de France van dat jaar werden er in de middaguren speciale uitzendingen vanuit de studio in Hilversum met ‘lijntjes’ vanuit Frankrijk verzorgd. Een pracht programma wat de volgers van de wielersport al decennia met plezier beluisteren.

 

Later dat jaar wist de dienst Studie en Onderzoek van de NOS te melden dat de zomerse klanken van de speciale programma’s rond de Tour de France ook van invloed waren geweest op de beluistering van andere programma’s die door Hilversum 3 in 1970 waren uitgezonden. In een onderzoeksverslag meldde men: ‘Het heeft de radioluisteraars geholpen Hilversum 3 te ontdekken en het heeft het luistergedrag op andere dagen ook beinvloed.’ De komst van vele nieuwe luisteraars ging, volgens de onderzoekers van de NOS, ten koste van Radio Veronica. De gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum 3, zo stelde men, was in het derde kwartaal gestegen naar 6,7 terwijl in het tweede kwartaal die op 5,4 en in het eerste kwartaal op 5,6 was uitgekomen tijdens de meting.

 

Radio Veronica had een luisterdichtheid in het eerste kwartaal van 6,4, 5,8 in het tweede en 5 in het derde kwartaal. De onderzoekers meldden echter niet dat Hilversum 3 in geheel Nederland via een keten van hulpzenders was te ontvangen en Radio Veronica slechts in een deel van ons land goed was te ontvangen. Inwoners in bepaalde delen van het land hadden slechte of geheel geen ontvangst van de uitzendingen van Radio Veronica, die destijds via de 192 meter werden uitgezonden. 1% stond destijds voor 90.000 luisteraars van 15 jaar of ouder.

De metingen in het onderzoek werden verricht in de weken tussen 27 september en 10 oktober en volgens de onderzoekers werden de verschuivingen niet veroorzaakt door incidentele gebeurtenissen maar traden op alle dagen van beide weken die verschuivingen op. Men had berekend dat de gemiddelde beluistering van Hilversum III tussen 9 en 12 uur in de ochtend op 5,7% uitkwam, wat precies gelijk was aan het percentage dat Radio Veronica in die uren bereikte.

 

Tussen 12 en 14 uur was de luisterdichtheid van Hilversum 3 hoger dan die van Radio Veronica, respectievelijk 6,4 en 4.3% van de gemeten populatie. De daarop drie volgende uren tot 17 uur bleek Hilversum III uitgekomen te zijn op 7,2 en Veronica op 5% en tussen 17 en 18 uur respectievelijk 8,2 en 5,2%. Daarna ging dagelijks Hilversum III uit de ether en zijn ook de cijfers voor Radio Veronica niet meer gemeten. Er was dus duidelijk sprake van een vergelijkend luisteronderzoek.

 

Inmiddels zijn we decennia verder en maakt de Tour de France vandaag haar jaarlijkse start en wel met een korte tijdrit in het Duitse Düsseldorf en is NPO Radio 1 er dagelijks met een uitzending tussen 2 en 6 uur in de middag. Voor meer informatie verwijs ik je naar http://nos.nl/tour/artikel/2179385-de-tour-de-france-bij-de-nos.html

 

Hans Knot, 1 juli 2017.

de redactie

58efd61736e67_NPO3FM.png.7bfcebb4508ca43ab49517754dca06c2.pngRoosmarijn Reijmer gooit in NRC Handelsblad de knuppel in het ‘letterlijke’ hoenderhok: het is hoog tijd voor een vrouw in de dagprogrammering van 3FM.

Ze heeft gelijk. Op zich gaat het niet om man of vrouw, de beste moet op de zender. Maar er werken nu voldoende goeie vrouwelijke deejays bij 3FM. Roos is nu al zes jaar de enige met een plek doordeweeks, al is het aan de ‘randen van de nacht’. Het weekend zit inmiddels bomvol vrouwelijke deejays: Annemieke Schollaerdt – zij zou in 2011 de VPRO-uren gaan presenteren, maar koos voor haar privéleven en bedankte voor elke avond van huis zijn. Roos sprong wel in het gat. Voor Annemieke is het nu als eind-dertiger inmiddels te laat om van het weekend door te schuiven naar de werkdagen. Gemiste kans, eigen schuld. (Ook in het verleden liet een vrouw haar positie op 3 uit handen glippen: Claudia de Breij verkoos het theater boven een dagelijkse lunchshow op 3FM.)

Eva Koreman verdient nu echt een plek doordeweeks. Ik begrijp dat ze een serieuze kandidaat was voor de lunchshow met Ramon maar dat ze is afgevallen vanwege 'iets mindere chemie dan Mark'. Vaag. Eva was, toen ze in 2015 debuteerde bij 3FM, degene die er (onbewust) voor zorgde dat in de duoshow met Giel híj als voormalig ‘enfant terrible’ ineens oud klonk.

In haar solo-nachtprogramma’s bewees ze over een groot inlevingsvermorgen te beschikken en echt een band met luisteraars te kunnen opbouwen. Zo maakte ze een mooie uitzending in de Bataclan-nacht. In haar weekend-lunchprogramma’s laat Eva nu opnieuw horen dat zij de veelzijdige vakvrouw is die 3FM nodig heeft.
 

De laatste twijfels worden weggenomen bij Radio Gaga. Het ís televisie, maar eigenlijk radio met beeld. Hier toont Eva zich elke dinsdag een uitstekend interviewer – of eigenlijk gesprekspartner – van haar luisteraars en haalt ze zonder moeite mooie verhalen naar boven. Chris Zegers, die op papier veel meer ervaring heeft, staat hier duidelijk op het tweede plan.

3FM, durf eens en zet Eva in de spits. Desnoods in plaats van of samen met Frank in de middag, maar nog liever in de ochtend in plaats van Domien. Is het probleem van die nietszeggende ochtendshow ook direct opgelost.

 

Als Roosmarijn echt een eind wil maken aan de door haar in NRC omschreven machocultuur in het 3FM-team (Waar zij en haar seksegenoten opmerkingen over 'Het voljoghurren van vrouwen' moesten accepteren) moet ze misschien eens nagaan of er toevallig een vacature 'Eindredacteur 3FM' is.

 

Edwin Wendt, 27 juni 2017

hans knot

In de nostalgische terugblik van deze week neem ik je mee naar de maand mei 1970 toen er een feestje gevierd diende te worden aan het Martinikerkhof in Groningen, alwaar destijds de radiostudio’s waren gevestigd van de regionale omroep in het noorden van ons land, de RONO, hetgeen stond voor Regionale Omroep Noord en Oost.

 

snoek12.thumb.jpg.4944da55f753f01e113871c430705446.jpg

 

Het ontstaan leidde eigenlijk naar 16 mei 1945 want toen verzorgde de O.P.M.C. (Omroep Provinciaal Militair Commissariaat) de eerste regionale uitzending via het radio-distributienet van de PTT in de stad Groningen. Later volgden uitzendingen voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Na enkele maanden werd de O.P.M.C. - opgericht om te voorzien in de grote nieuwshonger in een tijd dat de westelijke en zuidelijke actieve radiostations bijna niet of geheel niet konden worden ontvangen, opgeheven.

 

Maar dat betekende geen einde aan deze uitzendingen want de taken werden overgenomen door de RON, de Regionale Omroep Noord, hetgeen later werd uitgebreid met nog een O die werd toegevoegd, omdat ook het oosten van Nederland werd bereikt met haar programma’s.

 

Rond het 25-jarig bestaan in 1970 had de RONO ook aanmerkelijk meer zendtijd en stond zij in het middelpunt van de belangstelling in die gebieden waar men was te ontvangen. Immers was er nog lang geen commerciële radio in ons land, laat staan dat er ruimte was voor lokale radiostations. Men bracht gemiddeld rond de achttien zenduren per week en dat was in 1970 bijna het dubbele van het aantal radiouren dat bijvoorbeeld de TROS en de VPRO ter beschikking hadden.

 

Men durfe op het Martinkerkhof wel enigszins trots te zijn en bracht naar buiten dat de RONO ruwweg half Nederland als verzorgingsgebied had met rond de vier miljoen inwoners: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en geheel Gelderland. De RONO stond vijfentwintig jaar na de eerste regionale radiouitzending in Groningen, model voor de toekomstige regionale omroepen, zoals de toenmalige minister van CRM, mevr. Klompé, die in gedachten had. Dat betekende dat in de eerste plaats regionale omroep onder verantwoordelijkheid viel van de NOS, dit volgens het artikel 47a uit de Omroepwet. Het was weliswaar mogelijk om ook zelf met een regionale omroep te beginnen, maar om een zendmachtiging te verkrijgen volgens artikel 47b, diende men een voor een stad, streek of gewest representatieve culturele instelling te zijn. En of men dit daadwerkelijk was bepaalde weer de minister.

 

Klompé had in haar laatste beschikking destijds trouwens definitief bepaald dat de NOS de verzorging van de regionale radioprogramma's van de RONO op zich diende te nemen. Daartegen bestond nog wel behoorlijk wat tegenstand. Sommigen zouden graag zien, dat men ook buiten de NOS in de gelegenheid gesteld zou worden om regionale programma's te verzorgen. Dit met het argument, dat men dan tot een betere, meer gerichte aanpak zou kunnen komen.

 

Was het echter een groot bezwaar in 1970 te moeten werken onder de vleugels van de NOS werd er door een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden destijds gevraagd aan de directeur van de RONO, de heer A. M. van der Veen. Hij was van mening dat het totaal geen probleem was: “Ik ben echt zeer tevreden met de beschikking van de minister. Ik zie namelijk niet in concreto, welke mogelijkheden er voor de RONO zijn, als we volgens artikel 47b zouden moeten werken. Want hoe kom je aan voldoende geld, aan materiaal, noem maar op. Dat allemaal binnen de wet, waarbij je er dan vanuit dient te gaan, dat zo’n omroepinstelling geen winst mag beogen."

 

Van der Veen was bovendien van mening, dat de beschikking van de minister juist bijzonder veel mogelijkheden voor de RONO — of een andere regionale omroep — openliet: “Kijk, in die beschikking staat, dat we zendtijd krijgen toegewezen van 18 tot 20 uur, elke dag. Dat houdt dus in, dat we per dag twee uur bezig kunnen zijn. Maar er staat ook bij, dat het programma van de Regionale Omroep Noord en Oost wordt uitgezonden: a. over de AM-zenders Hoogezand en Hengelo; b. over de FM-zenders die in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland worden ontvangen; c. over de derde lijn van de draadomroep in het door deze zenders bestreken gebied. En dat geeft ons heel wat mogelijkheden."

 

In de toekomst kijkend in 1970 was er volgens de directeur van de RONO de mogelijkheid om per provincie iedere avond op hetzelfde tijdstip een eigen regionaal programma te maken gericht op de inwoners van de betreffende provincie. Zo waren er plannen om de zender Markelo, die begin 1970 nog hetzelfde programma als de zender opgesteld in Hoogezand uitstraalde, los te koppelen. Al eerder had men binnen de RONO besloten drie keer per week de zender Irnsum van het totaal programma los te koppelen om via die zender een speciaal programma gericht op de Friese luisteraars uit te stralen. Stap voor stap ging men verder door niet alleen een totaal regionaal programma te verzorgen maar ook voor de regio’s Friesland en de regio Oost, ofwel Overijssel en Gelderland.

 

snoek20.jpg.749578be60e41f8715d050f1ecbd5b8e.jpg

 

Uiteindelijk zouden diverse ontkoppelingen leidden tot een Gronings, Drents, Fries en Overijssels-Gelders programma. Wel betekende het dat er meer dan 2 uren aan productie per dag dienden te worden gemaakt. Pas jaren later zou deze regionale omroep worden opgesplitst in regionale radio (en later televisie) stations gericht per provincie waarbij de naam RONO verviel en in Groningen niet gekozen werd voor de naam Radio Groningen maar Radio (RTV) Noord. Op 19 oktober 1977 was het zover dat er aan het eerder gememoreerde Martinikerkhof andermaal een feestje kon worden gevierd met de start van Radio Noord in de nieuw ingerichte studios.

 

Bron Nieuwsblad van het Noorden 1970

Knot, Hans (2012) Klein, maar robuust. Ing. Paul. M. Snoek. Een werkend leven lang voor de radio. Stichting Media Communicatie, Amstelveen.

Foto’s: collectie Paul Snoek

 

Hans Knot, 24 juni 2017

 

hans knot

Vandaag ook weer een nostalgische column waarbij ik je andermaal mee terug neem naar 1968. Wat konden de diverse kranten en bladen ons in dat jaar toch mooie dingen in  het vooruitzicht brengen. Zoals het nieuws dat de Amerikaan Patrick McGoohan destijds over niet al te lange tijd één van de bekendste nieuwe sterren aan het televisiefirmament zou worden. In zijn eigen land was hij een beroemdheid geworden en dat kon ook moeilijk anders, als men bedenkt, dat hij miljoenen Britten jarenlang had bezig gehouden met televisieseries, waarvan de ene aflevering nog spannender was dan de andere.

 

Hij was er destijds begonnen met de creatie van ‘Danger Man’ John Drake en als klap op de vuurpijl kwam daar achteraan de serie ‘The Prisoner’ of — zoals het in Nederland ‘De gevangene’ ging heten en waarvan de NCRV op zaterdag 3 februari 1968 een eerste aflevering op het scherm bracht. ‘Danger Man’ John Drake was in ons land niet helemaal een onbekende verschijning. In de woelige dagen van TV-Noordzee, vanaf het REM-eiland, hadden vele kijkers in de randstad Holland al kennis gemaakt met deze superspeurder. “My name is Drake", zei hij telkens in de inleiding, “John Drake" en vervolgens stapte hij in zijn sportwagen, gaf een dot gas en verdween.

 

We liepen achter met de serie, in vergelijking met de Engelsen. RTV Noordzee werd uit de ether gehaald en wij hadden nog de nodige avonturen te goed, toen in Engeland de loopbaan van de geheime agent voorgoed ten einde was. Ze maakten zich daar druk over de vraag wat er in vredesnaam nog voor avonturen voor John Drake waren te verzinnen. De slotconclusie was dat het beter was de serie stop te zetten en een einde te maken aan ‘Danger Man’.

 

Maar Patrick McGoohan die de rol van Drake speelde, had wel andere gedachten. Natuurlijk had hij ingezien dat de populaire serie Danger Man een einde zou beleven en er dus iets anders bedacht diende te worden bedacht om brood op de plank te blijven houden. En hij zag in dat dit in het vervolg zeker niet als John Drake nog zou gaan lukken. En zo ontstond bij hem het idee om naar het afscheid van John Drake met een nieuwe televisiescript te komen voor een serie die de geschiedenis in zou gaan als ‘De gevangene’. Voor die tijd de modernste en meest revolutionairse serie die er ooit op televisiegebied was opgenomen.

 

Alleen een naam het Patrick in deze nieuwe serie niet, nee hij was de gevangene en  had alleen een nummer: ‘Nummer 6’.  Zijn herkomst was al even vaag; Hij was een man, die een heel belangrijke en geheimzinnige baan had, maar hij nam zelf ontslag. En dat maakte hem nog belangrijker, want vervolgens liep hij ‘vrij’  rond met zijn geheimen, waarvoor zowel vrienden als vijanden belangstelling hadden.

 

In de serie ‘The Prisoner’ werd hij vervolgens ontvoerd en hij kwam daarna  terecht in een soort dorp, waar allemaal mensen met een geheim rondliepen. Wie hadden hem ontvoerd? En daar begon het ontrafelen van het ene na het andere mysterie. Waren het zijn eigen mensen, zijn vijanden of misschien mensen uit beide groepen? Hij had in het dorp zijn eigen prachtige huis waarin hij zich mocht voortbewegen alleen gevolgd door een eigen televisiecamera die elke beweging van ‘nummer 6’ volgde.

 

Patrick McGoohan wist één ding heel zeker en wel dat beide serie een aantal dingen gemeen dienden te hebben. In principe zou er niet gewerkt worden met sadisme, extreem geweld of sekstoestanden. Hij ging er altijd bij alle producties vanuit dat ze door het gehele gezin, van groot tot klein, in de huiskamer gezien dienden te worden. Het betekende niet dat er in ‘The Prisoner’ geen ruimte voor mooi schoon was want in de serie kwam een aantal Britse actrices voorbij die in de tabloids de mooiste van het land werden genoemd. Maar voor ‘nummer 6’ was geen van deze mooie vrouwen te vertrouwen.

 

Voordat de serie de beeldbuizen bereikte was er praktisch niets naar buiten gekomen inzake ‘The Prisoner’. Strikt geheim waren de opnamen gemaakt: geen enkele journalist was er bij geweest. De geheimen van Patrick McGoohan en zijn raadselachtige dorp moesten tot elke prijs bewaard blijven. Vervolgens  werd er in elke aflevering een tipje van de sluier opgelicht. De binnenopnamen waren gemaakt in de Metro-Goldwyn-Mayer Studios in Engeland. Maar bij de perspresentatie weigerde McGoohan nog steeds te zeggen, waar dat gekke dorp was. McGoohan werd daardoor zelfs de gevangene van zijn eigen geheimen.

 

We zijn een kleine halve eeuw verder en wie herinnert zich nog de beide voornoemde series? Danger Man staat mij persoonlijk beter in het geheugen dan de serie ‘The Prisoner’.  Eén aflevering daarvan heeft voor vele liefhebbers van de radiogeschiedenis, met name met de zeezenders, wel een zeer speciale plek gekregen en wel ‘Not so Jolly Roger’, dat zich deels afspeelde op Red Sands Towers, eens onderkomen van ondermeer Radio 390. Alleen de kijker van nu zien dat een groot deel gewoon niet op het fort maar in een studio is opgenomen.

 

Patrick was trouwens een Amerikaan die in 2009 in Los Angeles kwam te overlijden.

 

Hans Knot, 17 juni 2017

 

 

de redactie

5914609602d5b_ShulaRijxman.jpg.a1dea7631a13668805c10b37c8aa0bba.jpgVandaag publiceren wij voor het eerst een verslag over de Maatschappelijke Waarde van de publieke omroep. Die waarde is soms zo vanzelfsprekend, dat we haar niet eens herkennen. Daarom hebben we haar in kaart gebracht. Lees en zie er meer over op www.npomaatschappelijkewaarde.nl. 


Onze programma’s maken wat los in de samenleving en in de politiek. De onthullingen van onze journalisten en redacteuren vinden hun weg naar Kamervragen en -debatten (414) en publicaties in kranten (1.300+). Soms met grote politieke gevolgen (denk aan de onthullingen van Nieuwsuur (NOS-NTR) over de Teeven-deal, of van EenVandaag (Avrotros) over het gebruik van het giftige PX-10 door Defensie), vaak leidend tot heftig maatschappelijke debat. Nadat Zembla over de gezondheidsrisico’s van rubberen korrels op kunstgrasvelden berichtte, kwam er niet alleen op de voetbalvelden heel veel los. We maken samen met maatschappelijke organisaties, zoals het Rode Kruis en het KWF Kankerbestrijding, miljoenen Nederlanders enthousiast voor goede doelen. We steunen festivals als het IDFA, Pinkpop of North Sea Jazz met beeld, woord en daad. Duizenden scholieren bereiden hun examens voor met behulp van de leerzame content van SchoolTV.


Ik vind het niet meer dan logisch dat wij als met publiek geld betaalde organisatie continu verantwoording afleggen over onze bijdrage aan de Nederlandse samenleving. De politiek heeft - terecht, want we zijn een publieke instelling - allerlei regels opgesteld over onze taak en over hoe we die mogen vervullen. We moeten voldoen aan strikte regels rondom sponsoring en reclame, het niet bijdragen aan de winst van commerciële partijen, het exploiteren van rechten, het starten van nieuwe kanalen en het soort programma’s dat we mogen maken. En amusement mag nog slechts in beperkte mate, om moeilijk bereikbare groepen te bedienen of om bijvoorbeeld cultuur of educatie op een wat lichtvoetiger wijze te verpakken. Ieder jaar leggen we onze plannen vast in een Begroting en blikken we hier op terug. Elke vijf jaar maken we uitgebreide en gedetailleerde afspraken met het ministerie van OCW en worden daar ook op afgerekend.


Het lukt ons, hoe knellend de regels soms ook zijn, en hoe hard de bezuinigingen van de afgelopen jaren er ook hebben in gehakt, mooie programma’s te maken en veel kijkers te trekken. En juist omdat we zoveel Nederlanders bereiken (wekelijks bijna 90%), precies zoals de wet van ons verlangt, zijn we van waarde voor de samenleving. Door de macht te controleren en Nederlanders te informeren over de wereld om hen heen, en elkaar. En die verbindende rol kun je alleen vervullen met een zo breed mogelijk bereik. Als podium voor het gesprek over Nederland. Onafhankelijk van politieke en commerciële invloeden. Duizenden medewerkers werken zich hier dagelijks het schompes voor.


Als je Nederlanders vraagt wat zij het grootste verschil tussen ons en andere aanbieders vinden, dan is het antwoord steevast: de beperkte hoeveelheid reclame. Op korte afstand gevolgd door de kwaliteit van onze programma’s en de goede nieuwsvoorziening.


Toch steekt in politiek Den Haag al jaren regelmatig dezelfde discussie de kop op: onderscheidt de publieke omroep zich genoeg van de commerciëlen? De laatste tijd vaak gevolgd door de vraag of de bezuinigingen van de afgelopen jaren niet gecompenseerd kunnen worden door meer inkomsten te halen uit reclame?


Hoezo, denk ik dan, we zijn per definitie anders dan de commerciëlen. Niet alleen omdat wij ons niet te schikken hebben naar het aandeelhouders-belang. We zijn ook zeer onderscheidend qua regels waar we aan moeten voldoen, en qua hoe het publiek ons waardeert (zie ook wat Nederlanders van ons vinden in onze terugblik op 2016: http://over.npo.nl/verantwoording).


Als je vindt dat de publieke omroep alleen programma’s mag maken die de commerciëlen niet maken, maak je wat er op NPO1, 2 en 3 te zien is afhankelijk van de keuzes die commerciële omroepen maken. Want die redenering (alleen onderscheidend mag) volgend, zeg je eigenlijk: als zij iets maken dat ook maar enigszins op een programma van de publieke omroep lijkt, moet het bij de publieke omroep van de buis.


En ik ben dan echt niet bang dat wij zullen moeten stoppen met documentaires als Schuldig, of een programma als Keuringsdienst van Waarde. Nee, de meer populaire krenten uit de pap raken we kwijt en blijven achter met een beperktere programmering die een steeds smaller kijkersdeel weet te boeien. Want het is juist de afwisseling van lichte en zware kost die ook de tv-kijker doet eten. We hebben simpelweg populaire programma’s nodig om het publiek ook voor ons minder populaire aanbod te interesseren. En natuurlijk omdat we wettelijk verplicht zijn iedereen te bedienen.


Het afhankelijk maken van het publieke aanbod van de keuzes die commerciele partijen maken, is wat mij betreft een heilloze weg, net als het onzalige idee dat wij onze slinkende inkomsten zouden moeten compenseren met meer reclame. Want volgens mij zit niemand te wachten op die vervelende programmaonderbrekende reclameblokken. Terwijl juist de bescheiden hoeveelheid reclamezendtijd een wezenskenmerk is van de publieke omroep. Don’t go there, zou ik zeggen.


Ik maak me dus grote zorgen over deze Haagse geluiden. Tezamen zetten ze ons vermogen om alle Nederlanders zo goed mogelijk te bedienen onder druk.


Zonde, als je kijkt naar de waardering die wij van Nederlanders oogsten, zonde ook van onze maatschappelijke waarde.


Shula Rijxman, Voorzitter raad van bestuur NPO

hans knot

Paradiso Amsterdam (foto collectie Rob Olthof)In deze aflevering van mijn nostalgische column aandacht voor de opening van de poptempel Paradiso in Amsterdam in 1968 en de invoering van de kleurentelevisie in ons land.

 

Flits en nog eens flits, maar even schakelen naar een ander televisienet en weer flits en een ander reclameblok. Het is net of alle kanalen op dezelfde tijd reclameblokken uitzenden. Dat was toch in januari 1968 geheel andere koek want reclame was een zeldzaamheid en we hadden slechts Nederland 1 en 2 en bovendien was het aanbod van de reclame, die wel werd uitgezonden, slechts in zwart-wit te zien.

 

En de verwachting destijds was dat de spots ‘voorlopig’ niet op de beeldbuis in Nederland zouden verschijnen. Op dat moment waren er op onze televisie nog maar acht uur aan kleurentv programma’s te zien, wat toen overeenkwam met ongeveer 20% van de totale zendtijd per week. Het zou tevens toch nog geruime tijd duren voor er ook reclamespots in kleur op de beeldbuis zouden verschijnen.

 

Paradiso Amsterdam, foto collectie Rob Olthof

 

In ons land waren rond die tijd pas 15.000 tvkleurentoestellen verkocht en die konden samen voor de adverteerders niet voldoende rendement opleveren om de hogere kosten van de reclamefilms in kleuren commercieel te rechtvaardigen. Dit verklaarde destijds in januari 1968 de heer B. Doyer, gedelegeerd commissaris voor Nederland en België van het Amerikaanse reclame adviesbureau J. Walter Thompson,

 

Deze onderneming was verantwoordelijk voor het aanbod en gedeeltelijke productie van ongeveer 8 procent van alle zwart-wit reclamespots. Hij stelde tevens dat de adverteerders er

zeker niet vóór 1970 op mochten rekenen dat er in kleur zou worden aandacht besteed aan hun producten. Zo stelde hij: “Feitelijk loont het pas goed als 10 procent van de kijkers een kleurentelevisie in huis heeft.” Gerekend naar het aantal huishoudens in ons land destijds betekende dit dat in 1970 er 350.000 kleurentelevisieontvangers zouden moeten zijn verkocht.

 

Het was de combinatie van verhoogde kosten met het veel kleinere bereik, dat de reclamewereld destijds nog niet aan kleuren-tv deed denken. De verwachtingen over de invloed van gekleurde reclame waren echter wel hoog gespannen. Uit internationale ervaring wist men bij Walter Thompson dat het produceren van een kleurenspot niet meer dan 20 tot 25 procent duurder behoefde te zijn dan van een zwart-wit spot, terwijl de visuele indruk gemiddeld 30 tot 50 pet hoger lag.

 

Ook zonder kleur stonden de adverteerders zich in Hilversum en Bussum, waar de televisie toen nog een belangrijke zetel had, al te verdringen om aan bod te kunnen komen. Er werd in die tijd zes dagen per week, en dus nooit op zondag, 18 minuten per dag en dus rond de 110 minuten per week, aan reclame via de twee televisienetten uitgezonden. In de VS was de gemiddelde lengte van een reclamespot destijds 1 minuut, terwijl in ons land dit 50% lager lag.

 

In 1968 waren er zeven landen in de gehele wereld, die tot op dat moment beschikten over kleurentelevisie (VS, Canada, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Rusland en Nederland).  De reclame- in-kleur had alleen haar entree gemaakt in de eerste drie genoemde landen. Uit een onderzoek, dat in opdracht van het adviesbureau Walter Thompson was ingesteld over de prijzen van kleurenontvangers met een beeldbuis van 63 cm., bleek dat deze in Duitsland voor een prijs van f 2000,-- of minder op de markt werden gebracht, in Frankrijk voor ongeveer f 4000,--, terwijl de prijs in Engeland en Nederland ongeveer f 3000,-- bedroeg. Let wel 1968, waarin een modaal inkomen ongeveer rond de f 450,00 per maand lag.

 

Eigenlijk dient gesteld te worden dat in de maand september 1967 de kleurentelevisie al werd geïntroduceerd, daar op de Firato tentoonstelling in de Amsterdamse RAI de nieuwe uitvinding als absolute hoogtepunt werd vertoond. Het had heel wat jaren geduurd voordat het werd geïntroduceerd want in werkelijkheid was met binnen het Philipsconcern al sinds 1941 bezig met het onderzoek naar de mogelijkheden tot ontwikkeling van de kleurentelevisie, ver voordat de televisie in Nederland werd ingevoerd.

 

Op 14 oktober 1964 begon men bij Philips met experimentele kleurenuitzendingen vanuit het Natuurkundig Laboratorium. In januari 1967 gaf de overheid toestemming om vanaf oktober dat jaar de experimentele kleurenuitzendingen landelijk voort te zetten en vanaf 1 januari 1968 de kleurentelevisie definitief in te voeren. De eerste buitenreportage was de intocht van Sinterklaas in Medemblik op 18 november 1967. De kleurenuitzendingen konden in het begin alleen via de reportagetrein worden uitgezonden, omdat die als enige was uitgerust met kleurencamera's. Aan het eind van 1967 waren er circa 10.000 kleurentelevisies in Nederland. In 1968 werden er 35.000 verkocht en in het eerste kwartaal van 1969 waren dit al 50.000.

 

Voor vele Amsterdammers, maar ook tienduizenden andere Nederlanders, is de datum van zaterdag 30 maart 1968 in hun geheugen gegrift als de datum waarop slechts een aantal van hen kon beleven dat het kosmisch ontspanningscentrum Paradiso in Amsterdam werd geopend. De gemeenteraad van Amsterdam, die zware tijden doormaakte met de provobeweging en de vele hippies, die uit alle uithoeken van Nederland en ver daarbuiten de Nederlandse hoofdstad bezochten, besloot in 1967 dat er een creatieve vrijplaats diende te komen voor allerlei groeperingen vallende onder de categorie ‘jongeren’.

 

Het duurde velen te lang en het was Willem de Ridder, die ook al furore maakte met het blad ‘Hitweek’, die vond dat er sneller actie diende te worden ondernomen dan de gemeenteraad nastreefde. Samen met hem bevriende kornuiten kraakte hij het gebouw, dat eerder werd gebruikt als Verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente, aan de Weteringeschans. In deze tijd zouden we het hebben over de geschiedenis van Paradiso als het gebouw dat beschouwd werd als absolute Poptempel van Nederland, waar het neusje van de zalm optrad en nog steeds optreed. In de ogen van de ‘krakers’ was het echter een kwestie van zogenaamde Happeningachtige avonden, gevuld met ‘theater en de vermaeck’. Het was de tijd van bloemen, vloeistofdia’s die tijdens optredens op de achtergrond werden geprojecteerd, de magische acts, het gebruik van hasj en de naaktdansers die schenen door te gaan totdat iedereen met een positief gevoel huiswaarts of naar het park was gegaan.

 

De helaas in 2013 overleden Rob Olthof was een van de eerste bezoekers en had zo zijn herinneringen: ‘Ja, dat klopt. In die tijd kwam ik regelmatig op de Hitweek burelen in Amsterdam Zuid, waar Marjolijn Kuysten en Willem de Ridder de krant in elkaar aan het zetten waren middels zogenaamd knip- en plakwerk. Er was in die tijd nog geen sprake van computergebruik, laat staan van mooie opmaakprogramma's. Marjolijn vertelde me op een dag in 1968 dat de voormalige kerk bij het Leidseplein geschikt werd gemaakt voor ‘alternatieve jongerenprogramma's’, zoals niet el later ook werd gemeld in het blad Hitweek. De allereerste avond in Paradiso heb ik zelf niet meegemaakt, maar kort daarna bezocht ik het wel om groepen als The Moody Blues, Golden Earrings (met een ‘s’ nog in die tijd) Short 66, Man, Cuby and the Blizzards en dergelijke te zien optreden.

 

De lucht in Paradiso was bezwangerd met hasj en wierookgeur, dus na afloop stonk je een uur in de wind. Op het toneel deed Phil Bloom wat half blote dansjes met een laken om haar lijf en soms was er nog een ander dansclubje te ontwaren. De meisjes uit het publiek hadden vaak bloemen in het haar en de jongens droegen bloementjes broeken, eigenlijk geen gezicht. Maar ja het was de tijd van de flower power. Paradiso was voor mij  Woodstock in het klein en voor eeuwig onvergetelijk. De laatste keer dat ik naar Paradiso ging, was er een optreden van Cuby and the Blizzards met ‘Groeten uit Grolloo’ een programma dat verder met diverse andere artiesten werd gevuld. Paradiso is en blijft ‘Het Alternatief Sentrum’, weet je wel!”

 

Hans Knot, 10 juli 2017

hans knot

radio.jpg.3294ad1d6dedc9c8b19f3128efae7fe7.jpgDeze keer neem ik U mee terug naar de maand januari 1979, 38 jaar geleden. De mediawereld zag er geheel anders uit. Satelliettelevisie met ontelbare stations in aanbod was er nog niet. Internet? Niemand had er ooit van gehoord. En de verdeling tussen televisiekijken en radiobeluisteren was in die tijd dan ook geheel anders. Ik heb het Freewave Media Magazine van januari 1979 erbij gehaald om te kijken wat er aan langere verhalen instond. Ik zelf ging destijds dieper in op het onderwerp ‘informatieverstrekking via de radio.’ Let wel het is 1979 in onderstaand verhaal en denk maar eens goed na hoeveel het medialandschap sindsdien is veranderd. 

 

‘Vele malen per dag in diverse rubrieken valt er informatie en actualiteiten te beluisteren op je radio. Je kunt eigenlijk geen station voorbij gaan waar het op voorkomt. Zelfs bij het fenomeen zeezenders kwam en komt het nog steeds voor. Actua door middel van het nieuws en informatie door de spots over bijvoorbeeld de drive in shows. Informatie is sinds de opkomst van het medium radio een belangrijk aspect geworden en kan niet meer gemist worden in het geheel.

 

Dit in tegenstelling tot de televisie waar het eventueel wel gemist kan worden. Immers de televisie is slechts in het algemeen in de avonduren te zien en te horen. De radio is in vele landen het medium waar je 24 uur per etmaal op kunt afstemmen. Hierdoor kan dit medium ten alle tijde ingaan op die gebeurtenissen die waar ook ter wereld gebeuren. Ook een pluspunt voor de radio als nieuws- en informatiemedium is de grote opkomst van de autoradio, waardoor de bereikbaarheid vele malen groter is als die van de televisie, die in de meeste gevallen slechts in de huiskamer staat opgesteld.

 

De nieuwsuitzendingen zijn de meest directe vorm van informatieoverbrenging. Daar zijn meestal persbureaus voor verantwoordelijk (Voor Nederland het ANP, Algemeen Nederlands Persbureau) Het ANP verzorgt bijvoorbeeld via Hilversum 3 ieder uur op het hele uur een kort bulletin en uitgebreide bulletins op de andere Hilversumse netten op diverse tijden. Het ANP werd in 1934 opgericht. In België worden de nieuwsuitzendingen op radio en televisie door een eigen nieuwsredactie verzorgd. De berichtgeving in de nieuwsuitzendingen worden in de regel zo beknopt en neutraal mogelijk gehouden. Actua programma's daarentegen behandelen de onderwerpen eerder aangehaald in de nieuwsuitzendingen uitgebreider daar deze rubrieken moeten worden gezien als programma's waarin achtergrondinformatie wordt gegeven en waarin het nieuws wordt becommentarieerd en van kritische kanttekeningen wordt voorzien. In Nederland heeft iedere. omroep een eigen actualiteitenrubriek (AVRO –Televizier, Veronica Info, NCRV Hier en Nu etc.) Zo kent de Belgische radio de vaste rubriek Actueel.

 

Vaak worden in de diverse actualiteiten uitzendingen contacten gelegd met diverse buitenlandse correspondenten om zo goed en snel mogelijk op de hoogte te worden gebracht van de gebeurtenissen waar ook ter wereld. Naast deze programma's of onderdelen van dezen vindt men nog die programma's waarin een journalistenforum over actuele onderwerpen discusseert of waarin een vaste commentator het nieuws analyseert. (Hoogendijk, Neumann, Hilterman e.a.)

 

Naast het nieuws van het politieke front en ander wereldgebeurtenissen brengt de radio ook veel praktische berichtgeving: weerberichten en eventuele waarschuwingen voor mist, gladheid, filevorming, omleidingen etc. In België is het verplicht met ingang van 1 januari 1979 een autoradio te hebben in de nieuwe auto’s in verband met deze berichtgevingen.

 

Ook voorlichting voor bepaalde groeperingen zoals waterstanden, mededelingen voor land- en tuinbouw, gastarbeiders, programma's betreffende werkloosheid, vacatures etc. bepalen een deel van het radiogezicht. In België wordt deze laatste verzorgd door de Rijksdienst voor de Arbeidsvoorziening, in Nederland door de Overheid in het algemeen. Dit soort informatie vormt ook een groot deel van de Regionale Omroepen zoals men die in de meeste Europese landen kent. Vaak worden de programma's in deze regionale uitzendingen gesproken in dialect ofwel in de streektaal van de desbetreffende regio.

 

Van oudsher is het educatieve aspect van het radiowezen onderkend, waarbij onder educatie natuurlijk niet altijd hetzelfde wordt verstaan. Overal ter wereld kent men de speciale schoolradio; ook worden via de radio cursussen en algemeen onderwijs voor volwassenen gegeven. Het visuele aspect bij sommige cursussen wordt door de televisieonderwijsuitzendingen gegarandeerd (Teleac e .a.) In de minder ontwikkelde landen heeft vooral de radio de onderwijstaak als een van de belangrijkste taken van dit medium. Dit vooral in betrekking tot het analfabetisme. Wanneer je het boek ‘World Communication’ (Unicef publicatie) naslaat zal je steeds weer constateren dat in deze landen meer dan 30% van de uitzendingen zijn besteed aan onderwijs.

 

Het vermogen van radio om de onontwikkelde volksmassa's te bereiken is al door Lenin tijdens de Russische Revolutie onderkend. Hij gebruikte dit medium niet alleen voor onderwijs maar ook voor propagandadoeleinden. Later werd dit ook gedaan door Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog. In elk land welke door de Duitsers was bezet werden de radiostations onder toezicht gesteld van een Rundfunkbetreuungsstelle.(RBS) die een strenge censuur uitoefende. Vanuit Berlijn kon men alle zenders met elkaar koppelen. Wat betreft deze soort van propagandaradio, zoals het ook wel genoemd werd, hebben we heden ten dage ook nog diverse stations als voorbeeld ( Radio Free Europe, Radio Liberty, Engelstalige uitzendingen Radio Moscow etc.).

 

Pak een stuk papier en pen, lees het verhaal nog een keer en maak voor jezelf aantekeningen om tot de conclusie te komen dat er heel veel veranderd is. Misschien is één vel papier niet genoeg.

 

Hans Knot, 3 juni 2017

hans knot

wilhelmina.thumb.jpg.ecd57afbbc7efc38ad40b503baceaa75.jpg

Op de Nederlandse radio, als wel via de Nederlandse televisie werd er in de maand november 1962 optimaal belangstelling getoond door de Nederlandse luisteraars en kijkers. Allereerst was er het programma dat historisch als ‘Open het Dorp’ de geschiedenis is ingegaan. Een enorme succesvolle inzamelingsactie voor een van de vele goede doelen, die werd georganiseerd onder auspiciën van de AVRO. Het was het eerste grote geldinzamelingsprogramma op de Nederlandse televisie. De bedoeling van ‘Open het Dorp’ was om veel geld in te zamelen voor het bouwen van een woonwijk en zorginstelling voor gehandicapten.

 

Met de miljoenen, die werden binnengehaald, werd deze woonwijk en zorginstelling later dan ook gesticht en kreeg als naam ‘Het Dorp’ te Arnhem mee. De uitzending via de zendtijd van de AVRO, via de televisie, vond plaats op 26 en 27 november 1962 en duurde in totaal drieëntwintig uren. Het programma werd tegelijkertijd eveneens via de radio uitgezonden. Alom is bekend dat het programma door Mies Bouwman grotendeels werd gepresenteerd en zij bij een groot deel van het Nederlandse volk ter stond op handen werd gedragen.

 

De televisieregie van dit legendarische programma was in handen van Theo Ordeman. Tijdens de uitzending traden meer dan vierhonderd artiesten op, onder wie de cabaretier Wim Kan, die op het podium via de telefoon honderdduizend gulden wist los te praten bij rijke landgenoten. Nederlanders die niet in staat waren hun bijdrage zelf naar Mies Bouman in het RAI complex in Amsterdam te brengen kregen volop de gelegenheid hun gift in hun eigen omgeving weg te brengen. Daartoe werden de deuren van duizenden winkels, buurthuizen en kerken geopend om daar de financiële bijdragen heen te brengen. In totaal brachten de Nederlandse televisiekijkers en radioluisteraars 21.192.000 gulden bijeen.

 

De initiatiefnemer voor dit programma was de medicus Arie Klapwijk (1921-2008). Hij was later waarnemend directeur van ‘Het Dorp’ en tevens voorzitter van de Stichting Het Dorp, die enkele jaren later werd opgericht. Na zijn opleiding begon Arie Klapwijk zijn medische loopbaan in het revalidatiecentrum ‘De Hoogstraat’ in Leersum. In latere jaren werd hij directeur van de Johanna Stichting, dat van naam veranderde naar ‘Het Johanna Kinderfonds’. De Johanna Stichting werd opgericht in december 1900 als tehuis voor gebrekkigen en mismaakten. Een van de oprichtsters en naamgever van de Stichting was Johanna van Ness. De statutaire doelstelling van het Johanna Kinderfonds is het stimuleren en subsidiëren van initiatieven die tot doel hebben om mensen met een lichamelijke beperking als gevolg van een aandoening van hersenen, zenuwen, botten en spieren, tot de leeftijd van 30 jaar een volwaardige plaats in de maatschappij te geven.

 

Rond 1960 ontstond het plan om in de buurt van de vestiging van het revalidatiecentrum van de stichting in Arnhem een dorp te stichten speciaal voor minder-validen met een blijvende handicap. Om ideeën op te doen voor revalidatiemethoden bezocht Klapwijk onder meer revalidatiecentra in de Verenigde Staten. Op 26 en 27 november 1962 presenteerde Klapwijk samen met Mies Bouwman de 23 uur durende televisie-uitzending van de inzamelingsactie ‘Open het Dorp’, die ook via de radio deels was te beluisteren.

 

Klapwijk was tot mei 1964, toen het administratiegebouw gereed kwam, waarnemend directeur van Het Dorp. Hij legde deze functie neer om zich weer te richten op zijn medische en leidinggevende taken bij de Johanna Stichting. Klapwijk zette zich voortdurend in voor een gelijkwaardige positie voor mensen met een handicap. Hij was ook een promotor van de gehandicaptensport. Als initiatiefnemer van Het Dorp werd hij wereldwijd uitgenodigd om spreekbeurten te houden. Hij overleed in een ziekenhuis in Ede op 86-jarige leeftijd. Voor zijn werk werd Klapwijk herhaaldelijk onderscheiden. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, Drager van het Mobilisatie-Oorlogskruis en Officier in de Orde van de Dannebrog en Ereburger van Het Dorp te Arnhem.

 

dorp.jpg.366176d2384872fb8ca42c31278c9183.jpg

Onder de vele Nederlanders, die persoonlijk naar de uitzendlocatie kwamen, was ook de toenmalige programmaleider van Radio Veronica, Tony Vos, die namens de directie van Radio Veronica een genereus gebaar mocht maken. Hij vertelde aan Arie Klapwijk en Mies Bouwman dat gedurende de daarop volgende periode maandelijks door de directie van het radiostation een bedrag van f 10.000,-- beschikbaar zou worden gesteld aan ‘Open het Dorp’, als onderdeel van de reclameomzet van Veronica, hetgeen in totaal een bedrag van f 140.000,-- werd. De directie van Veronica sloeg daarmee een goede slag want het was dat etmaal de één na grootste gift die ter beschikking van de organisatie ‘Open het Dorp’ werd gesteld.

 

Dr. Arie Klapwijk wist, bij het overdragen van de gift, zijn gevoel voor het radiostation uit te dragen door de volzin: “Ik luister graag naar Veronica” uit te spreken. Mies Bouwman stelde: “Is het niet heerlijk, dat wij althans op een dag alleen maar aan een dorp bouwen met zijn allen en alle zuiltjes vergeten!” De Volkskrant had de volgende ochtend de volgende opmerking: ‘Hebt U overigens ook zo genoten van de gratis reclame die gisteren de AVRO heeft gemaakt voor Radio Veronica? Het is sportief van deze omroep, al konden zij het niet helpen.’

 

De volgende dag, 28 november, werd bekend dat Prinses Wilhelmina, de voormalige koningin op 82-jarige leeftijd was komen te overlijden. Let wel, dit gebeurde in de tijd dat we in Nederland slechts één televisienet en twee officiële radionetten hadden. Wilhelmina overleed te Apeldoorn waar ze de laatste jaren van haar leven doorbracht op Paleis het Loo. Ze was Koningin van ons land tussen 1898 en 1948. Een halve eeuw, wat een enorm lange regeringsperiode was.

 

Prinses Wilhelmina Helena Pauline Maria van Oranje Nassau werd op 31 augustus 1880 geboren in Den Haag. Na de dood van Koning Willem III in 1890 werd ze op 10-jarige leeftijd koningin. Wel onder het regentschap van haar moeder Emma. Op 5 september 1898 werd ze in Amsterdam officieel als Koningin ingehuldigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vluchtte ze naar Engeland waarvandaan ze het land bleef regeren. Dit deed ze onder andere door het Nederlandse volk via de radio meerdere malen toe te spreken. In 1948 besloot ze om Juliana als troonopvolgster aan te wijzen. Wilhelmina leed onder andere aan bronchitis en ze was erg vermoeid. De regering wilde moeilijk meewerken maar uiteindelijk deed de Koningin afstand van de troon op 4 september 1948.

 

Via Hilversum 1 en Hilversum 2 werd terstond een programma van nationale rouw met treurmuziek opgestart en werden de luisteraars, via de nieuwsbulletins op de hoogte gehouden van de meest recente ontwikkelingen. Zo werd bekend gemaakt dat de bevolking welkom was op ondermeer Paleis Huis ten Bosch, in Den Haag, voor het ondertekenen van een condoleanceregister. Talrijk was het aantal Nederlanders dat op deze manier afscheid nam van de voormalige vorstin. Maar ook vele Indische landgenoten lieten blijken hoe belangrijk Wilhelmina was geweest in moeilijke tijden.

In de middag kwam Prinses Irene, per vliegtuig, aan op Schiphol om zich bij haar familie te voegen. Ook haar oudere zus Beatrix brak een reis, naar het Verre Oosten, af en werd op Schiphol na aankomst uit Tokio opgewacht door haar ouders, Koningin Juliana en Prins Bernhard. Terwijl de leden van de Koninklijke familie rond kwart over negen die ochtend Schiphol verlieten, stonden al duizenden in de rij om tijdens een rouwdefilé afscheid te nemen van de gestorven Prinses Wilhelmina.

 

De volgende dag werd ze overgebracht, in een witte lijkwagen, naar het Paleis Lange Voorhout in Den Haag, waar nog eens duizenden afscheid konden nemen. Het een en ander werd via berichtgeving in het nationale programma op de radio bekend gemaakt. Uiteindelijk werd Wilhelmina een laatste rustplaats gegund in het familiegraf van de Oranjes in de Grote Kerk te Delft. En uiteraard stonden vele Nederlanders stil bij het lange regeringsleven van de overleden voormalige vorstin die ook vele malen vanuit Engeland via Radio Oranje haar bevolking moed had ingesproken en door het leven zou gaan als ‘Moeder des Vaderlands’.

 

Maar hoe ging het één en ander, die bewuste 28ste november 1962, via Radio Veronica. Programma’s werden immers dagen vooraf opgenomen en per pendelboot naar het zendschip Borkum Riff gebracht om door de dienstdoende technici aan boord te worden afgedraaid. Aan boord sprak één van de technici spotjes in, die deels regelmatig waren te beluisteren: “Dit is Radio Veronica op de 192 meter. In het verband met het overlijden van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Wilhelmina, zullen wij in het teken van de Nationale Rouw onze uitzendingen voor de verdere dag staken.” Een spotje met een duur van 21 seconden, dat bewaard is gebleven in het persoonlijke archief van uw columnist.

 

Een tweede spot luidde als volgt: “Dit is Radio Veronica op de 192 meter. In verband met het overlijden van Prinses Wilhelmina zullen wij in het teken van Nationale Rouw onze uitzendingen voor de verdere dag staken.” Of men inderdaad uit de ether is gegaan is niet te traceren via deze opname, die door iemand die ochtend van Radio Veronica is gemaakt. Ons resten slechts de voornoemde spots, die ooit tevoorschijn kwamen uit een groot aantal bananendozen, dat lag opgeslagen onder een kamervloer in het Noord Hollandse Rading, ten huize van de voormalige deejay Klaas Vaak (Tom Mulder).

 

In een niet gedateerd knipsel, teruggevonden in het ‘Max Lewin archief’ werd het volgende gemeld: ‘Radio Veronica heeft zijn zender het zwijgen opgelegd. Vanmiddag werden de uitzendingen hervat, nadat een klein vaartuig banden met gewijde muziek aan boord had gebracht.’ Een mededeling dus op de 28ste november 1962 verschenen in een avondkrant.

Het Algemeen Handelsblad schreef op 29 november: ‘Ook het ‘piratenschip’ Veronica heeft zijn normale programma’s gisteren volledig doen vervallen. Nadat de zender in de ochtenduren had gezwegen, kon men ’s middags naar gewijde muziek luisteren. Wij hoorden ondermeer enkele gezangen uit een hervormde liederenbundel ten gehore brengen door de alt Aafje Heynis en voorts verscheidene symfonieën en concerten van Ludwig van Beethoven. In navolging van de legale omroepen zal de commerciële zender de komende dagen zijn uitzendingen blijven aanpassen. Van de directie vernamen wij, dat in verband hiermede geen reclameboodschappen zullen worden uitgezonden.’ Opmerkelijke radio dagen achter elkaar dus in 1962.

 

Hans Knot, 27 mei 2017

de redactie

5925a03735c8d_NielsHoogland2.thumb.jpg.c725be27c522968544075fc671649fb7.jpgHet publiek van FunX heeft de ‘waarde’ van de belangrijkste Nederlandse urban music prijzen dit jaar nog flink vergroot, want waardering van je publiek, daar doe je het als artiest natuurlijk voor.


Voor ons, bij NPO FunX, gaat het er bij het jaarlijks uitreiken van de FunX Music Awards vooral om de Nederlandse urban music scene in de schijnwerpers te zetten en de succesvolle ontwikkeling ervan te vieren. En dat laatste is natuurlijk meer dan terecht want in tijd van een paar jaar is deze ‘scene’ echt gigantisch doorgebroken. Nederlandstalig urban muziek is al langer populair, de digitalisering heeft dit een stuk zichtbaarder gemaakt, maar de kwaliteit van de muziek is de laatste jaren ook zo toegenomen dat we er niet eens meer echt van staan te kijken dat de ene mijlpaal na de andere wordt bereikt.


Laat ik een aantal voorbeelden van zulke mijlpalen geven: Broederliefde, dat Marco Borsato’s record voor langst op nummer 1 genoteerde album verbeterd en een groot concert in het stadion van Sparta geeft. Sevn Alias, die niet alleen alle grote festivals van vorig jaar plat speelde, maar met ‘Gass’ ook de best bekeken Nederlandstalige Youtube musicvideo ooit afleverde. Boef, die alle streamingrecords verbrak met zijn album ‘Slaaptekort’ en zo gaande is dat hij de hoofdprijs ‘Artist of the Year’ won.


Het is dan ook met trots dat we al deze en nog veel meer acts op het podium van Paradiso mochten aankondigen. Echt een ‘dikke fissa’ voor alle artiesten, maar natuurlijk ook voor ons publiek. Het voelt zo goed om het jongerenmerk te zijn met het meest diverse publiek in Nederland, verbonden door het stadsleven en ‘the sound of the city’. Samen delen we die liefde voor deze muziek en deze artiesten. En de FunX Music Awards zijn eigenlijk een soort ‘thank you’ voor de goede relatie die we met al deze ‘hitmakers’ en hun fans (het publiek van FunX) hebben.


Als je er nog even van wilt nagenieten: www.FunX.nl, onze social media en ‘on-air’ natuurlijk. Maar we zijn er nog niet helemaal want voor het eerst is er dit jaar ook een speciale registratie voor NPO 3 gemaakt door BNN-VARA die aanstaande zaterdag om 22.20 uur te zien zal zijn met Fernando, onze morning hero, als interviewer. Nog even extra genieten dus.


Niels Hoogland
zendermanager NPO FunX

hans knot

Eerder beschreef ik de eerste moeilijke maanden van de in het najaar van 1965 van start gegane derde radionet, onder de naam Hilversum 3. Daaruit bleek dat de meerderheid van de omroepen nauwelijks nieuwe programma-ideeën goed kon doorvoeren omdat er vanuit Den Haag door het ministerie van CRM nauwelijks geld ter beschikking was gesteld om het toekomstige station, dat de concurrent van de zeezender Radio Veronica diende te worden, tot een succes te maken. Uit het in dat verhaal geschetste programmaoverzicht van de diverse omroepen bleek heel duidelijk dat over enige vorm van concurrentie totaal niet gesproken kon worden.

 

Een latere grote tegenstander van Radio Veronica en andere zeezenders was mr. Harry van Doorn, tevens de latere minister van CRM, die in 1974 de zeezenders de nek zou omdraaien door invoering van de zogenaamde anti-zeezenderwet. De zogenaamde wet die geen wet was, maar een aanpassing van de bestaande wetgeving. Maar al veel eerder liet mr. H.W. van Doorn van zich horen en wel in de tijd dat hij voorzitter was van de Katholieke Radio Omroep, kortweg de KRO. In september 1965 maakte hij namelijk bekend, dat zijn omroep, vaak tot de conservatieve omroepen gerekend, open en positief stond tegenover het eventuele toekomstige nieuwe bestel. Dit, omdat deze plannen, mits ze mochten doorgaan, dezen meer waarborgen bood voor geestelijke vrijheid en eenheid in verscheidenheid.

 

Minister Vrolijk, van CRM, had even daarvoor aangegeven, dat een meer Open Bestel de weg voor de omroepen naar meer vrijheid mogelijk maakte. Van Doorn voegde eraan toe dat de omroepen eindelijk wisten waar ze enigszins naar toe gingen: “Er is eindelijk een tijd gekomen, dat men zich kan gaan wijden aan de eigen taak, namelijk het maken van programma’s, zonder dagelijks teveel tijd aan activiteiten kwijt te raken door tegen de stroom in te moeten roeien.”

 

Maar de vraag of KRO-voorzitter Van Doorn blij was met de komst van Hilversum 3 was alleen maar negatief te beantwoorden gezien hij het helemaal niet goed vond dat minister Vrolijk het positieve sein had gegeven voor de opstart van Hilversum 3. Immers een gedegen aangekondigd luisteronderzoek over de toen bestaande radionetten Hilversum 1 en 2 waren dan wel aangekondigd maar resultaten waren, tot op dat moment, totaal niet bekend. Van Doorn: “Had men zo’n haast een licht platenpallet erbij te hebben? Is dit wegens Veronica? Nu een derde net nog slechts een maand op zich laat wachten is het tijd nog eens met nadruk te pleiten voor coördinatie tussen alle drie radiostations in Hilversum”. Daarbij uiteraard doelend op de uitzendingen van Hilversum 1, 2 en de toen toekomstige Hilversum 3.

 

Hij haalde daarbij aan dat de financiering van slecht één uitzending van het Radio Filharmonisch Orkest meer kostte dan de financiering van Hilversum 3 in de periode van de opstart tot en met 31 december 1965. Helaas stelde hij dit zonder het verder te onderbouwen. Hij vroeg zich daarbij tevens af of de regering het werkelijk betreurde dat er voor Hilversum 3 er zo bitter weinig geld beschikbaar was. “Juist door de beperkte financiële toezegging is men op Hilversum 3 slechts in staat alleen iets simpels te brengen, bijvoorbeeld platenprogramma’s. Op die manier heeft de regering voorkomen dat er op dit nieuwe radiostation al te serieuze praat kan komen, zodat dit radiostation geheel niet kan concurreren met Radio Veronica.” Hij kondigde tevens aan dat de KRO het niet over zich heen zou laten komen en zeker geen kleurloze programma’s op Hilversum 3 zou gaan brengen. Van Doorn wilde dus duidelijk wel concurrentie tegen de hem zo gehate indringer binnen de Nederlandse radio industrie, tevens gevestigd in het hart van Hilversum, Radio Veronica.

 

http://www.radiofilharmonischorkest.nl/over-het-radio-filharmonisch-orkest

 

rfo_1965_met_van_otterloo.thumb.jpg.f5a1d2e721bf9a49c7bc6c3256fd142b.jpg

Foto Radio Filharmonisch Orkest in 1965 Foto voornoemde site.

 

Hans Knot, 18 mei 2017

hans knot

Recentelijk stuitte ik in de archieven op een oude krant van 24 februari 1971 waarin een verhaal is terug te vinden over een ontevreden schipper, de toen 37-jarige, C.J. de Ridder afkomstig uit Urk. Hij had zijn schip, de ‘Linda’, al bijna een jaar liggen in de haven van Scheveningen en hem was al een paar keer door een ambtenaar van de Havendienst erop gewezen dat het afmeren van een schip in de haven van Scheveningen bijna onmogelijk was zonder de vergunning, waarin duidelijk omschreven werd dat het betreffende schip werd ingezet voor bepaalde activiteiten die te maken hadden met handel gericht op Scheveningen en Den Haag.

 

Omdat De Ridder totaal niet reageerde op het verzoek van de ambtenaar om te vertrekken en elders een ligplaats te zoeken, kwam in de derde week van februari, in de holst van de nacht, een sleepboot - die dienst deed voor Rijkswaterstaat- op last van de gemeente Den Haag, de kotter ‘Linda’ uit de Scheveningse haven wegslepen. Volgens een woordvoerder van de Dienst had De Ridder geen vergunning om er zijn schip af te meren en verbleef hij er dus illegaal.

 

In eerste instantie werd de ‘Linda’ ingezet, zoals vele schepen actief vanuit Scheveningen, voor het vissen op de Noordzee, maar werd ook voor andere doeleinden ingezet. Eerder die maand werd bekend dat het beslag op de MEBO I, dat in 1970 werd ingezet voor de bevoorrading van de MEBO II van Radio Nordsee International, nog immer aan de ketting lag in de haven van Scheveningen. Het beslag was gelegd in opdracht van de Panama Overseas Shipping Company, een onderneming opgezet door ir. Heerema. Deze maatschappij stelde nog een vordering te hebben op MEBO Ltd, de moedermaatschappij achter RNI en eigendom van de Zwitsers Meister en Bollier. Details werden niet vrijgegeven. Heerema was, ondermeer met vriend Kees Manders, verantwoordelijk voor een poging tot kaping van het zendschip van RNI in de maand augustus 1970. Manders had ook een vordering op de Zwitsers maar die zou met beide heren tot een regeling zijn gekomen.

 

In de tweede week van februari 1971 werd bekend gemaakt dat RNI, dat eind september 1970 met uitzendingen was gestopt, spoedig weer een serie testprogramma’s wenste uit te zenden om daarna te beginnen met uitzendingen in het Nederlands en het Engels. Hiertoe werd de Exploitatie Maatschappij Noordzee N.V. opgezet, waarvan de muziekuitgeverij Basart een van de vennoten was. Als streefdatum voor de start van RNI in 1971 werd aangegeven dat deze tussen 20 februari en 1 maart zou komen te liggen. Daar het zendschip, het zei met een beperkte bemanning, nog steeds in internationale wateren voor Scheveningen voor anker lag, diende er dus met bepaalde regelmaat te worden bevoorraad.

 

Hiervoor maakte de onderneming gebruik van boten van een aantal scheepseigenaren uit Scheveningen, maar ook van het schip van De Ridder. Voordat het schip ‘Linda’ werd weggesleept had de schipper gedurende twee weken met regelmaat de MEBO II bevoorraad, iets wat de havenautoriteiten ook was opgevallen. Via een wel heel grote omweg kwam de ‘Linda’ vanuit Scheveningen in de Laakhaven in Den Haag terecht. Het schip werd van Scheveningen via Hoek van Holland en de waterweg naar Rotterdam, via binnenwateren, naar Den Haag gesleept. Als reden gaf de directeur van de Havendienst, Mr. W.C.A. Riem Vis, aan dat De Ridder geen vergunning had activiteiten vanuit Scheveningen te verrichten. De sleeptocht werd in de nacht van 23 februari gedaan om de scheepvaart in de binnenwateren zo weinig mogelijk te hinderen en om geen opzien te baren.

 

Ook vond men het niet nodig de eigenaar, die om half 1 in de nacht het schip had verlaten, op voorhand te informeren. Riem Vis destijds: “Hij is al lang genoeg gewaarschuwd. Hij wist dat dit zou gebeuren als hij voor de twintigste van deze maand niet vertrokken was. Wij vinden het dan niet nodig hem te verwittigen. Hij heeft trouwens ook nooit iets van zich laten horen.” In de ochtenduren deed De Ridder aangifte bij de politie wegens diefstal van de ‘Linda’. Ook hierop reageerde Riem Vis: ‘Diefstal, dat is geen diefstal. Het is het verplaatsen van een vaartuig, dat volgens een verordening mag. Hij zal wel de kosten moeten betalen.” De kosten werden destijds trouwens op rond de 2000 gulden geschat.

 

Achteraf had De Ridder die nacht de boot van Rijkswaterstaat wel in de omgeving zien varen maar had hij niet door met wat doel: ‘Als ik geweten had dat even later ze mijn bootje zouden kapen, was ik erbij gebleven en hadden ze nog een grote rel mee kunnen maken. Maar ze zijn nog niet met me klaar. Dat stiekeme gedoe lust ik niet. Ik heb een advocaat ingeschakeld om de zaak voor me te redden.” Een woordvoerder van de gemeente Den Haag stelde dat de overtallige schepen in de haven van Scheveningen al meerdere malen onderwerp van gesprek waren geweest en dat de situatie in de haven steeds chaotischer werd en dus ingegrepen diende te worden om de schepen, waarvoor wel een vergunning was, een ligplaats te kunnen geven. Het is daar razend druk en als deze sportvissers, die niet in de haven thuis horen, er maar hun gang gaan wordt de chaos steeds groter.”

 

De Ridder was het met deze verklaring niet eens en stelde dat Scheveningen een vrije haven was en dat ieder schip, goedgekeurd door de scheepvaartinspectie, daar mocht komen. De gemeente Den Haag ging echter uit van het standpunt dat de haven allereerst bestemd was voor Scheveningers en dat men diende aan te tonen dat men zich met handel of visserij bezig hield. Wel waren er rond die tijd vele jachten die door een besluit uit het verleden er tevens een ligplaats hadden. Hoe het uiteindelijk is afgelopen is niet duidelijk want na die enkele berichtjes in februari 1971 is er niets meer van Schipper De Ridder en zijn ‘Linda’ vernomen.

 

7788mebo1in1971leenvanoeveren.thumb.jpg.cbd7d516f6a30011a73e229847fcc07d.jpg

De MEBO I in Scheveningen haven in 1971. Foto: Leen van Oeveren

 

Hans Knot, 13 mei 2017

de redactie

5914609602d5b_ShulaRijxman.jpg.a1dea7631a13668805c10b37c8aa0bba.jpgDoen wij ons werk goed? Die vraag stellen wij onszelf continu. Zijn onze programma’s onafhankelijk en betrouwbaar? Laten we alle opvattingen in de samenleving zien, komt iedereen aan bod? Leveren we een bijdrage aan de kwaliteit van onze samenleving? We doen dat omdat we het belangrijk vinden wat het publiek van onze programma’s vindt. We kijken verder dan de goede kijkcijfers die onze programma’s oogsten. Want wij zijn van en voor het publiek. Met een brede programmering voor alle Nederlanders. Om zo iedereen in Nederland door middel van een betrouwbare nieuwsvoorziening, dramaseries, scherpe journalistiek, kunst- en cultuurprogrammering en documentaires te informeren over de wereld om hen heen, en over elkaar. Om onafhankelijk van politiek en commercie te berichten over de besluitvorming in onze democratie en de macht te controleren. En dat belang is groter dan ooit – lees het recente rapport van Freedom House maar over hoe vrije media op steeds meer plekken onder druk staan.


Wij kunnen wel als slagers ons eigen vlees gaan keuren, maar we hebben duizenden mensen, en een expertpanel, gevraagd wat ze van onze programma’s vinden. Hun eindscore: een 8,2. Ik ben trots op deze waardering. Ook vind ik het goed om te zien dat het verschil met het aanbod van de commerciëlen door verreweg de meeste mensen als groot wordt beoordeeld. Onze programmering is de moeite waard en de mix van lichte en zwaardere programma’s vindt men logisch. Afwisseling van spijs doet immers eten. Het mooiste vind ik dat het vakmanschap van onze programma’s een 8,6 krijgt. Dat compliment kunnen al die programmamakers bij de omroepen en producenten die dagelijks mooie en relevante programma’s voor de publieke omroep maken maar mooi in hun zak steken. Lees hier meer over in onze terugblik op 2016.


Ik ben blij dat de meeste Nederlanders ons als goed beoordelen. Want wij zijn er voor hen. In alle onafhankelijkheid van commercie en politiek. Tegelijkertijd zijn de mooie waarderingscijfers geen reden om op onze lauweren te rusten. Want het medialandschap verandert razendsnel. Commerciële mega-media-conglomeraten monopoliseren wereldwijd de productie en distributie van beeld. Bij de NPO is 83% van de producties Nederlandstalig. Omdat wij het belangrijk vinden onze taal, cultuur en identiteit te laten zien. Facebook en Netflix malen daar niet om. Publieke omroepen investeren de helft van hun omzet in lokaal product, terwijl de commerciëlen blijven steken op slechts een derde. Dat scheelt een flinke slok op een borrel.


Als publieke omroep in een klein taalgebied kun je in een door Facebooks en YouTubes gedomineerde wereld alleen overeind blijven met zeer goede content. Het kleine Denemarken bewijst dat dat heel goed kan. Daar hebben ze de budgetten heel gericht ingezet op een beperkt aantal dramaproducties van topkwaliteit. Dat lijkt mij de weg die wij ook op moeten.


We zullen ook continu moeten blijven vernieuwen. Binnenkort lanceren we bijvoorbeeld ons nieuwe on demand platform. En we gaan het publiek nauwer betrekken bij ons beleid. Dat is nodig om alle 17 miljoen Nederlanders goed te blijven bedienen. Met waardevolle programma’s van eigen bodem, voor Nederlanders door Nederlanders gemaakt.


Daar zou wat mij betreft de politieke discussie over moeten gaan. Over hoe je ook in een klein taalgebied onafhankelijke media ondersteunt. Over hoe je Nederlandse makers helpt de verhalen te vertellen die verteld moeten worden. Over hoe een onafhankelijke publieke omroep van waarde kan blijven voor onze samenleving in een snel veranderend medialandschap. Dat lijkt me zinvoller dan Haagse discussies op de vierkante millimeter over een onsje meer of minder amusement, een tikje meer of minder reclame, het aantal lineaire kanalen in een digitale wereld, of haarkloverij over het verschil in programmering tussen ons en de commerciëlen. Kom op, denk ik dan, het is 2017. Gaan we echt deze achterhoedegevechten met elkaar voeren? Dat is zonde van de tijd. En het getuigt van een kruideniersmentaliteit. Want wat er écht op het spel staat, is het overeind blijven van onafhankelijke Nederlandse journalistiek en cultuur in een internationaal slagveld. Ik reken erop dat we hier de ruimte en middelen voor krijgen van de politiek. Zodat we kunnen blijven investeren in mooie programma's, in innovatieve diensten en een breed aanbod voor 17 miljoen Nederlanders.


Shula Rijxman
Voorzitter raad van bestuur

hans knot

witteLP1a.jpg.4d4f022bf60b8288e572ed6b44f84f43.jpg

Tegen het einde van de jaren zestig en in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verschenen er tal van LP’s in de winkels, die niet door de platenmaatschappijen officieel op de markt werden gebracht maar voornamelijk illegaal waren geperst in het buitenland. In die tijd kocht ik veel LP’s, gezien mijn liefde voor de muziek in de breedste zin van het woord.

Er waren drie zaken waar ik vrijwel wekelijks kwam om mijn collectie uit te breiden. Voor de allernieuwste singles en LP’s ging ik naar Roel Hemmes in de Steentilstraat. Ook dook ik wekelijks even de kelder in bij Eekels in de Oude Ebbingestraat om te kijken of er iets nieuws was op LP gebied. Men had daar een meer afwijkende collectie als bij Hemmes.

Maar er was nog een derde zaak waar ik ook wekelijks langs ging. Het was de firma Boverhof aan het Schuitendiep in Groningen. Eigenlijk kwam ik er al vanaf 1967 om er wekelijks singles in te slaan voor de jukebox van de Disney Bar in de Pelsterstraat. Eigenaar Kees Dekker had me gevraagd de muziekkeuze voor hem wekelijks te verzorgen. Zo kocht ik iedere week vijf nieuwe platen en de singles die uit de grote muziekkast werden gehaald kreeg ik als dank mee.

 

Andere eigenaren van zakelijke jukeboxen hadden een soort van huurregeling met de firma Boverhof. Door een medewerker van het bedrijf werden wekelijks een aantal singles verwijderd om voor het nieuwe aanbod ruimte te maken. Op het einde van de dag kwamen alle singles, die uit jukeboxen waren verwijderd, netjes in grote bakken in de winkel te staan en waren ze vervolgens per stuk voor 1 gulden te koop. Grasduinen in die bakken was ook een heerlijke gelegenheid en bovendien kwamen er meer leeftijdgenoten met hetzelfde doel waardoor praten over de gezamenlijke muziekhobby tevens tot vriendschappen leidde.

 

Op een bepaalde dag stonden er drie LP’s te koop vol met rock and roll nummers die jarenlang werden gezocht en plotseling in een keer waren aan te schaffen. Afluisteren leverde wel het gevoel op dat niet alles topkwaliteit bleek te zijn en later werd bekend dat dit kon kloppen aangezien deels werd geluisterd naar de muziek van gebruikte singles die waren opgenomen voor herpersing op LP. Een superverzamelaar was op het idee gekomen via een bevriende relatie zijn collectie aan de LP toe te vertrouwen, zodat anderen deze LP’s, die geen bekend platenlabel had, konden kopen. De zogenaamde witte LP’s die bij sommige winkels gewoon in de bakken stonden, zoals bij Boverhof, en bij andere zaken niet werden verkocht of soms toch van onder de toonbank.

Uiteraard was de verkoop illegaal in de ogen van de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren (NVGD). Er werden naar alle platenwinkels, die al dan niet aangesloten  waren bij deze club, behoorlijke dreigende brieven geschreven waarin gemeld werd dat bepaalde, in Nederland actief zijnde platenmaatschappijen, zouden overwegen alle leveringen aan detailhandelaren, die illegale witte LP’s verkochten, stop te zetten.

 

De behoorlijk scherp gestelde brieven werden eind maart 1970 verstuurd toen het bekend werd dat ‘illegaal’ opgenomen nummers van de Rolling Stones op grote schaal zouden worden verspreid. Ook Boverhof kreeg een dergelijke brief en in het Nieuwsblad van het Noorden van 2 april 1970 verzette hij zich fel tegen eventuele maatregelen. Het artikel bleef decennia bewaard in een LP hoes van een van de daar gekochte LP’s op het ‘Europa Label’.

 

“Het lijkt een oplichterstroep", zei de heer W. (Wim) Boverhof in Groningen. Hij was het niet eens met de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren. Om dat nog eens duidelijk te maken bracht hij de omstreden zogenaamde witte plaat van de Rolling Stones uit. Meerdere aangesloten handelaren, die van plan waren deze ‘witte’ schijf ook te koop aan te bieden, waren van dit idee afgestapt, toen ook de platenmaatschappij Phonogram fel reageerde met brieven die er niet om logen.’

 

Het kwam, zoals gemeld, er op neer als de handelaren tot verkoop van die bewuste plaat overgingen, ze zouden worden uitgesloten van levering van alle platen, die de betreffende maatschappij uitbracht. Wim Boverhof, die geen lid van de bond was, had vooral bezwaren tegen de toenmalige situatie van de grammofoonplatenmarkt. Zo stelde hij: “Zelfs benzinemaatschappijen kunnen platen verkopen”.

 

In die tijd waren er ook cassettebandjes met muziek van bekende orkesten in omloop zonder dat men eigenlijk precies wist waar ze vandaan kwamen. Ook was het niet uitgesloten dat een lid van het betreffende orkest, de opname clandestien had verkocht en dus mee deelde met de opbrengst. In ieder geval verschenen er veel merkloze platen op de markt zonder dat de maatschappij, die de bewuste band onder contract had, wist wie deze leverden.

 

Een van de eerste LP’s, die in Nederland illegaal op de markt kwamen was ‘Little white wonder’ van Bob Dylan. Het was niet Artone-CBS, waar de Amerikaan voor de Nederlandse markt onder contract stond, die de schijf op de markt bracht. CBS maakte er echter geen zaak van en dus was de schijf bij de meeste Grammofoonplaten  Detailhandelaren zonder problemen te koop.

 

Er was vooral de nodige publiciteit hoe het toch mogelijk was dat er zowaar de zogenaamde witte LP’s van de Rolling Stones werden aangeboden. De platenmaatschappij Phonogram – waar men de distributie in ons land voor de Rolling Stones verzorgde, beet, op verzoek van het Londense Decca om de rechten van de Stones en de maatschappij te verdedigen, fel van zich af en als gevolg daarvan bleven de  aangesloten handelaren grotendeels in het gareel.

 

Mevrouw Truus Boverhof kwam ik in haar grammofoonplatenzaak wekelijks tegen in die tijd. Uiteraard viel het op dat ze ook ‘witte lp’s’ verkocht wat weer tot aankoop door mij leidde. En niet alleen aan mij maar ook aan  de andere vaste bezoekers, die op vrijdagmiddag het winkeltje aandeden.

 

Eigenaar van weer een andere platenzaak aan de Heerestraat in Groningen was de heer H.P. Vink, die bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren was. In het Nieuwsblad van het Noorden zei hij destijds over Boverhof zijn actie: “Ik kan mij voorstellen dat de heer Boverhof niet in ons gareel loopt. Hij heeft geen belang bij het lidmaatschap omdat hij op deze wijze een zeer goede boterham verdient. Ik vraag mij af wat ik zou doen als ik in zijn schoenen stond. Of ik het leuk vind is wat anders."

 

Als reactie daarop stelde Wim Boverhof: “Ik ben nooit lid van de vereniging geweest, omdat ik naast de nieuwe geen gebruikte platen mocht verkopen. Officieel mogen de maatschappijen niet aan mij leveren, maar onofficieel zie ik wel kans de platen, die ik wil hebben, te krijgen. Desnoods reis ik heel West-Europa af. Ik werd genoodzaakt te pionieren. Daardoor is het ook zover gekomen, dat ik ze nu goedkoper kan krijgen dan de erkende concurrentie. Dat is natuurlijk een vreemde situatie, maar ze is er."

 

En dat hij succes had was ondermeer in de winkel aan het Schuitendiep te zien waarin een speciale bak was ingevuld met lp’s van ondermeer de Amerikaanse als zowel de Nederlandse uitvoering van de musical ‘Hair’, die in die dagen zeer populair was en overal volle zalen trok. En dat Boverhof het goed voor elkaar had bleek een week later toen er vier uitvoeringen van de musical in een bomvolle Martinihal waren en hij er een speciale stand had om de LP’s te verkopen.

 

witteLP1b.jpg.71b71e9e3fc47f0fd2fa268795a55db7.jpgWim Boverhof had ondermeer bezwaren tegen de honderd gulden inleggeld, die een kandidaat-lid aan de vereniging diende over te maken. Bovendien werd er dan door een soort van ballotagecommissie besloten of hij al dan niet werd toegelaten. Was het advies negatief dan kreeg een aspirant kandidaat niet de volle inbreng van 100 gulden terug maar slechts de helft van dit bedrag. Een reactie op deze financiële handel destijds van hem in het Nieuwsblad van het Noorden: “Het is fraai. Zo'n bond lijkt mij ook wel iets op op te starten. Dat is een mooie handel".

 

Ook was het zo dat aspirant leden de NVGD uitvoerig dienden te informeren over de financiële zaken van het betreffende bedrijf. En voor Wim Boverhof was een lidmaatschap dan ook een onnodige optie: “Ik heb geen verplichtingen aan de vereniging. Ze is niet nodig. Daardoor is deze situatie gekweekt. Iedereen verkoopt tegenwoordig grammofoonplaten. En wat doet de bond daar tegen? Niets."

 

Zijn Groninger  collega Vink vertelde destijds dat het inleggeld nodig was om de onderzoekkosten te dekken. Voorts wenste men alleen maar betrouwbare leden op te nemen in het NVGD register:

“Ik wil niet zeggen dat de heer Boverhof een avonturier is. Natuurlijk is er onrust onder onze leden. De gehele handel is onrustig. ledereen staat op zijn achterste poten. De tijd van gezapig zakendoen is voorbij, iedereen kan platen gaan verkopen. Voor een hoop zaken betekent dat paniek. Ach met vakkennis en een grote sortering red je het wel. En dat van die witte platen. Is het juist? Laten wij dat in het midden laten. Er zijn legio platen, die via duistere kanalen de handel bereiken. Zit er een lek bij de fabrieken of spuit men een surplus aan platen?"

 

Er was nog een Groninger eigenaar van een platenzaak die een soort van dreigbrief van de platenmaatschappij Phonogram kreeg en wel de heer Kappen van ‘Het Carillon’, destijds gevestigd op het Kwinkenplein. Hij stelde in het Nieuwsblad van het Noorden gezwicht te zijn voor de inhoud van de brief. “We wilden niet het risico lopen van levering te worden uitgesloten. Het is erg jammer dat het zo moest lopen.”

 

wittelpstones.thumb.JPG.f3e4e4193ebd6c8b0cbbf1c60719dd36.JPGVoor de platenmaatschappij hadden de reacties een positieve wending gekregen want: “Wat ons betreft is die zaak over de Stones-plaat de wereld uit", stelde destijds de heer Ten Kate publiciteitsman van Phonogram. “Die Groninger handelaar Boverhof is niet aangesloten. Hij behoeft zich niet aan onze bepalingen te houden. Er gebeurt dan ook niets. Er is niets aan te doen. Hij kan verkopen wat hij wil. De liefhebbers van de Rolling Stones zullen het wel fijn vinden"

 

De titel van de witte Stones LP was ‘Live’r than you’ll ever be’. Het muzikale werk verscheen op het Peace label en de naam van de groep was ‘Greatest Group on Earth’. Mevrouw Boverhof en haar assistente, Tineke van Nieff, verkochten de LP destijds voor 13 gulden in de winkel aan het Schuitendiep. Op de LP stonden oudere nummers als ‘Carol’ en ‘I’m free’, maar ook voor die tijd nieuwere songs als ‘Sympathy for the devil’, ‘Midnight rambler’ en  het nooit eerder door de Stones op de plaat gezette ‘Little Queenie’.

 

Hans Knot, 6 mei 2017

hans knot

 

 

nvr.jpg.eb8dbb6d32525e078c1ce4b558b2e463.jpg

Nog een paar dagen en de jaarlijkse dodenherdenking zal andermaal gaan plaats vinden met in nagedachtenis alle gestorven mensen die voor Nederland zijn gevallen in vele oorlogen waar dan ook ter wereld. In mijn nostalgische column van deze week is het tijd voor een vreemde terugblik.

 

‘In naam der rechtvaardigheid’ stond er als aanhef boven een brief aan de toenmalige minister van Justitie, mr. Polak. (1967-1971). De brief was afkomstig van de radiohandelaar Johannes Sipma uit Franeker. Het ging in het schrijven over een vreemde en ingewikkelde zaak die zijn oorsprong had in de Tweede Wereldoorlog.

 

Nadat de Duitsers ons land waren binnengevallen werd na een periode van drie jaren besloten dat alle radios ingeleverd dienden te worden bij de bezetter. Niet iedereen gehoorzaamde aan de eis van de bezetter om mee te werken. Een van hen was handelaar Sipma, die besloot zijn volledige bedrijfsadministratie te vernietigen om te voorkomen dat de bezetter van zijn administratieve gegevens gebruik zou kunnen maken voor het opsporen van door hem verkochte radiotoestellen, en dus de rechtmatige eigenaren.

 

Een nogal logische reactie waardoor Sipma na de afloop van de oorlog echter in moeilijkheden kwam. Hij was namelijk lid van de Nederlandse Vereniging van Radio Detailhandelaren geweest, maar bedankte mondeling voor dit lidmaatschap na afloop van de oorlog. Volgens Sipma had hij dat wel twintig keer gemeld en volgens een woordvoerder van voornoemde vereniging had Sipma het lidmaatschap slechts éénmaal mondeling afgezegd.

 

Toch bleef handelaar Sipma door de vereniging als lid gehandhaafd omdat het bedanken niet mondeling maar schriftelijk per aangetekende brief diende te gebeuren. Dat had Sipma kunnen weten, ware het niet dat de lidmaatschapskaart, waarop dit stond vermeld, met de rest van zijn bedrijfsadministratie eveneens vernietigd was. Maar volgens Sipma had niemand namens de vereniging erop gewezen dat afmelding van lidmaatschap schriftelijk en aangetekend diende te gebeuren. Iedere keer had hij, zodra hij bemerkte dat hij toch nog lid was, zich opnieuw per telefoon gemeld bij een vertegenwoordiger van de Nederlandse Vereniging van Radio Detailhandelaren.

Inleveren_radio_s_in_Vogelenzang.jpg.f3bb7afb42d340b4085fe551f21e71bc.jpg

Hij weigerde dan ook zijn jaarlijkse lidmaatschap te betalen en het contributiebedrag liep in de loop van de jaren zo hoog op dat de vereniging er een rechtszaak van maakte. De vordering was oorspronkelijk f 2300,-- maar werd volgens de heer Sipma, nadat er in de pers enige aandacht aan was besteed, verlaagd tot een vordering van f 1800,--

 

Op verzoek van Sipma zou hem rechtskundige bijstand verleend worden door mr. Heemskerk, advocaat en procureur te Leeuwarden. De zaak kwam op 11 januari 1968 voor, maar mr. Heemskerk was volgens Sipma niet aanwezig. Na behandeling van de zaak kwam de advocaat te laat bij de rechtbank aan en maakte zijn excuses tegenover de rechter voor zijn afwezigheid. Hij had zich namelijk in het tijdstip van de rechtszitting vergist.

 

Drie weken later kreeg Sipma bericht dat hij veroordeeld was. Sipma vroeg zich af of de zaak niet kon worden aangehouden wegens afwezigheid van de pleiter. In de brief aan de minister stelde hij dat zijn rechtsgevoel door de gang van zaken zeer ernstig geschokt was. De vordering van de radiohandelarenvereniging betaalde Sipma wel, mede op advies van relaties, maar hij deed dit wel onder protest.

 

De brief aan de minister van Justitie, Polak, ging verder met: ‘Nadien werd voor de tweede maal een aanslag gepleegd op het rechtsgevoel van ondergetekende, die zich toch afvraagt of er in Nederland nog recht wordt gedaan en tevens of zij, die beweren dat wij in Nederland klassenjustitie hebben, dan toch gelijk hebben Sipma schreef de brief in 1970, nadat beslag gelegd was op het door hem bewoonde pand te Franeker omdat hij weigerde de indertijd door mr. Heemskerk ingediende nota voor rechtskundige bijstand te betalen. Sipma ging er namelijk van uit dat deze bijstand niet verleend was, omdat mr. Heemskerk afwezig was op het moment dat hij aanwezig had dienen te zijn in 1968 om zijn cliënt te verdedigen.

 

Mr. Heemskerk was ondertussen overleden maar de vordering was in 1970 ingediend door zijn zoon, mr. E. N. Heemskerk. Deze verklaarde destijds desgevraagd door een journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst: “Het kan wel zijn dat mijn vader zich in de tijd van de rechtszitting vergist heeft, maar dat heeft aan de zaak niets toe- of afgedaan. De rechtbank heeft namelijk de partijen persoonlijk gehoord. Gepleit werd er niet door mijn vader. Er is wel het nodige werk in gaan zitten.”

 

Sipma kondigde in de brief aan dat hij zou blijven weigeren te betalen (de vordering bedroeg  f 600). Hij ondertekende zijn brief met: ‘een bitter in het recht teleurgestelde Joh. Sipma’. Het valt te betwijfelen of Sipma een antwoord heeft gehad vanuit het ministerie van Justitie. Een uitgebreide speurtocht heeft helaas niets opgeleverd.

 

Hans Knot, 29 april 2017

 

de redactie

bbc-world-service.png.c7e39a185d122c2bb0f35bd10e0b96b6.pngOp 28 maart 2011 was het over en uit met de 648 kHz. De middengolfzender van de BBC World Service werd die dag uitgezet. Er moest worden bezuinigd en de zender die in heel West Europa was te ontvangen kostte teveel. De luisteraars moesten maar uitwijken naar het internet, het radiomedium van de toekomst.

Ik luisterde in die tijd dagelijks naar deze zender met behulp van mijn Sony Srf-m35 Walkman op weg naar het werk, ‘s avonds voor het slapen gaan (Newshour) en in het weekend in de auto via de autoradio. In heel Nederland en België uitstekend te ontvangen.

 

Voor thuis had ik snel een oplossing gevonden: een wekkerradio met internet. Via de wifi dus. Een eenmalige aanschaf, klaar. Maar buiten de deur werd het lastiger. Itunes op de telefoon was de enige optie. Dus een smartphone aanschaffen met een nieuwe carkit in de auto waarmee je, via bluetooth, de audio vanaf je telefoon naar je autoradio streamt. Maar dan ben je er nog niet. Voor het dataverbruik moet je maandelijks aan je provider een aardige som geld aftikken. En de kwaliteit van de mobiele verbinding met 3G is niet overal goed te noemen. Uitval tijdens lange autoritten, storing op het signaal als je langs bijvoorbeeld de metro fietst in de stad. Het werkt, maar niet vlekkeloos. En het kost ook nog eens bijna 15 euro extra per maand voor een mobiele databundel.

 

Leuk die nieuwe techniek, maar om mobiel naar het wereldnieuws te luisteren werd mij dit te gortig. De BBC bespaart in de kosten en legt de rekening bij mij neer. Tijd om na te denken over een alternatief.

 

In september 2013 gaan de landelijke commerciële zenders in Nederland uitzenden via DAB+. De Publieke radiozenders zijn dan al sinds februari 2004 bij wijze van proef via DAB te ontvangen. Ik besluit voor onderweg de Pure Move 2500 aan te schaffen, een portable DAB+ ontvanger. Via Radio 1 en BNR kom ik uit bij Radio 2. Hier blijf ik ‘hangen’. Het digitale geluid is via de oordopjes prima. Vooral het ontbreken van de FM-ruis bevalt mij prima. Een alternatief is gevonden voor in de stad. Maar voor de lange autoritten buiten de stad moet ik het vooral met de FM doen. Een nieuwe auto uitgerust met een DAB+ radio zit er voorlopig niet in en de databundel is niet groot genoeg om altijd via internet te luisteren.

 

In 2016 komt de eerste smartphone op de markt waarmee je naast FM en internet ook via DAB+ naar radio kunt luisteren. Ik bestel de LG Styles2 en besluit gelijk van provider te wisselen. Het 3G netwerk wordt ingeruild voor 4G. Al snel kom ik er achter dat luisteren via DAB+ op deze telefoon heel matig is. Het signaal valt steeds weg en de app schakelt dan automatisch over naar het internet. En wat valt op? De kwaliteit van de audio via het internet is veel beter en 4G is zo stabiel dat het signaal niet meer wegvalt. Niet als je een tunnel inrijdt, niet in de ondergrondse parkeergarage op het werk en zelfs in de metro kan ik gewoon blijven luisteren. Met DAB+ is dit onmogelijk. Enige beperking is nu nog de grootte van de databundel en de daarbij behorende kosten.

 

En dan komt begin 2017 je telefoonprovider met een abonnement voor onbeperkt bellen, sms en internet. Voor 5 euro meer per maand, overstappen is gratis. Inmiddels verstook ik een kleine gig per dag aan dataverkeer verdeeld over NPO Radio 2, de BBC World Service en LX Classics. Naast NPO Radio 2 zijn sinds kort ook de andere twee stations in Nederland via DAB+ te ontvangen. Leuk om te weten dat ik straks, als mijn nieuwe auto wordt geleverd, via DAB+ hier naar kan luisteren. Maar of ik dat ook ga doen? Nee, want ik ben er inmiddels van overtuigd dat internet het radiodistributiekanaal is voor de toekomst. Ook in de auto. Tegen de tijd dat de FM-zenders worden uitgeschakeld kunnen wat mij betreft ook de DAB+ zenders uit.

 

Vincent Schriel, 26 april 2017

de redactie

In de ruim dertig jaar dat hij op de landelijke radio te horen is, heeft Rob Stenders nooit écht concessies gedaan aan wie hij is. Dat leidde ertoe dat hij vaker dan wie dan ook van werkgever wisselde, nooit werd weggestuurd, maar altijd zelf op zoek ging naar groener gras bij de buren. Soms was hij hierdoor even helemaal niet op een radiostation te horen, zoals na zijn vertrek bij de publieke omroep VOO in 1991. Hij stootte er zijn hoofd omdat radiobaas Lex Harding in hem niet de liefde voor muziek en voor het medium radio leek te herkennen waarmee deze zelf twintig jaar eerder als radiomáker op de zeezender Veronica de jonge Rob had beïnvloed. Anno 2017 erkent pensionado Harding het gelijk van Stenders door zelf weer juist díe platen te draaien op zijn eigen LX Classics, een internetzendertje gemodelleerd naar KX Classics van Stenders. Op beide kanalen klinkt de voorliefde door voor de ‘betere’ pop en rock uit de sixties en seventies.

 

Precies op tijd maakte Stenders in 2015 de overstap van 3FM (waar de vijftiger vanwege zijn vakmanschap al een paar jaar ‘blessuretijd’ was gegund) naar Radio 2. Daar introduceerde hij een nieuwe invulling van het fenomeen ‘verzoekplatenprogramma’. In de Platenbonanza worden gewoon de platen gedraaid die Stenders wil draaien, het aantal verzoeken is zo groot dat hij muzikaal elke gewenste kant op kan, inclusief zijn geliefde ‘hard to find classics’. Het muzikale palet van Rob Stenders is breed genoeg om hiermee een grote groep luisteraars tevreden te stellen.

 

Hoezeer Stenders’ Platenbonanza een schot in de roos is, bleek in maart 2017, toen dit dagelijkse middagprogramma een week lang werd gepromoveerd tot hét format voor de hele zender: 24 uur per dag draaiden alle deejays de platen die de luisteraars per e-mail, social media en telefoon aanvroegen. Ook het Paasweekend bood opnieuw ruimte aan een zenderbrede ‘Paasbonanza’. Een dikke middelvinger naar alle stations die hun muziekkeuze laten bepalen (en beperken) door een panel of computerprogramma dat platen afwijst omdat ze luisteraars zouden wegjagen. Op het Radio 2 dat Stenders (samen met vooral Gerard Ekdom) geruggesteund door de zenderleiding mag vormgeven, vindt muzikale veelzijdigheid een nieuwe vorm.

 

Dit is belangrijk voor Radio 2 in een tijd dat de publieke radiozenders zich alle herpositioneren. Waar voormalig grootverdiener 3FM zichzelf in de marge aan het heruitvinden is, verjongt Radio 5 in de richting van het Radio 2 van twintig jaar geleden (toen Frits Spits en Ferry Maat er de grote namen waren) en aast Radio 5 intern op de FM-frequentie van 3FM (‘Hun doelgroep luistert toch alleen online’) en opereren alleen Radio 1 en Radio 4 momenteel in de publicitaire luwte.

 

Radio 2 is niet langer ‘het station van je ouders’, roept de zender. Al zou Stenders qua leeftijd allang kinderen kunnen hebben (en hebben de meeste van zijn collega’s die daadwerkelijk), boegbeelden Stenders en Ekdom hebben naar Radio 2 inderdaad het elan van 3FM meegenomen en vertaald naar een nét iets bredere doelgroep.

 

Stenders blijft natuurlijk Stenders, dus als hij een bepaalde plaat graag wil draaien en die wordt niet aangevraagd, roept hij de luisteraar gewoon op die plaat aan te vragen. Geheid dat het dan verzoekjes om díe plaat. Dat is een ‘fuck the system’ met een mooie strik er omheen.

 

Edwin Wendt, 24 april 2017



×