Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    158
  • opmerkingen
    127
  • weergaven
    5136

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

hans knot

Niet lang geleden was kleindochter Femke bij Opa een paar uur op bezoek en maakten we gezellig muziek en kwam opeens ook de muziek van ‘heel vroeger’ in de cd-speler. Het betrof de dubbel cd met de liedjes uit de televisieserie ‘Ja zuster, nee zuster’ dat in de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw miljoenen kijkers aan de beeldbuis deed kleven. Het was in de tijd dat zwart-wit televisie nog ver boven kleurentelevisie stond als het ging op het aantal uren aan uitzendingen. Bovendien hadden we toen in Nederland slechts de keuze uit het programma-aanbod van Nederland 1 en Nederland 2.

 

59d688315667b_leenjongewaard2.thumb.jpg.6bddf9cef95817d5dc58f9c6f1967984.jpgUiteraard was Femke zeer nieuwsgierig wat voor spannende avonturen er dan werden beleefd in de serie en zo vertelde ik over zuster Clivia, de boze buurman, de opa en anderen die in de diverse verhalen voorkwamen. Een herinnering die mij bij stond was de de oude opa, gespeeld door Leen Jongewaard, eens werd beschuldigd van het loslaten van een leeuw toen men het circusterrein van Circus Boltini bezocht, maar uiteindelijk vrij uit ging omdat iemand anders de leeuw had doen ontsnappen. Verwend als de hedendaagse jeugd is met het kunnen terugzien van tal van televisieprogramma’s of het aanbod via forums als You Tube, was er natuurlijk de vraag of ze het ook mocht kijken.

 

Helaas diende ik haar te vertellen dat er slechts korte fragmenten van de serie bewaard zijn gebleven omdat er vroeger een veel andere manier van opnemen en registratie was dat in de snelle wereld van internet en geavanceerde telefoons, waarmee je filmpjes kan maken. Dientengevolge was het vroeger ook allemaal veel en veel duurder en dienden Ampexbanden, waarop een aflevering was vastgelegd, na een tijd weer hergebruikt te worden voor de registratie van weer een ander programma. Voor de hedendaagse jeugd niet uit te leggen en te begrijpen.

 

Op 18 mei 1968 werd de negentiende aflevering in de serie ‘Ja zuster, nee zuster’ uitgezonden en werden er bijna 7 miljoen kijkers geregistreerd. Het was de laatste aflevering dat televisieseizoen, dat altijd tegen de zomer destijds afliep en na de zomer zou het programma nog een keer terugkeren op het scherm om daarna geschiedenis te zijn, waar trouwens bijna 50 jaar later nog vaak over wordt verhaald.

 

De opnamen van een fijne televisieserie, die op haar hoogtepunt stopte, zijn dan wel grotendeels gewist maar gelukkig bewaarde ik destijds de nodige aantekeningen en knipsels. Zo stelde regisseur Henk Barnard in een interview dat hij het jammer vond dat de stekker eruit ging want hij had nog best een jaartje willen doorgaan met de heerlijke teksten van Annie M.G. Schmidt en het gezelschap, waarmee hij de de daaraan voorafgaande twee jaren zo fijn mee had samengewerkt.

 

59d68832c243c_leenjongewaardenhettyblok.thumb.jpg.fe1abab70cbc1aba95233feb3f08b85b.jpgBarnard destijds: “Het vormt een te grote belasting van Annie en trouwens, voor ons allemaal." Henk Barnard werkte destijds al 13 jaar bij de VARA-televisie. Aanvankelijk was hij floormanager, later werkte hij als regisseur van vrouwen- en kinderprogramma's en soms werd hij ingezet bij de productie van culturele programma's. Barnard  was het ook die aanvankelijk Pipo de Clown op de beeldbuis bracht, een zeer succesvol kinderprogramma in de jaren zestig.

 

“Ik wist dat Annie Schmidt al jaren geleden een dergelijke serie wilde schrijven. Ik heb het bijzonder fijn gevonden toen zij eindelijk door de VARA werd uitgenodigd. En wij hebben geluk gehad met de samenstelling van de cast. Succes kun je nooit tevoren voorspellen. Het is wel een succes geworden, dat wel. De kijkdichtheid is gemiddeld 75 procent geweest en vele avonduitzendingen halen dat niet en Annie heeft dus een enorme prestatie geleverd. Niet alleen door twintigmaal een goede tekst te leveren, maar ze schreef ook nog zestig liedjes, waarvan er minstens 4 de hitparade hebben gehaald."

 

Het team van ‘Ja zuster, nee zuster’ was destijds terecht een beetje trots op die grote kijkdichtheid en de grote waardering. Tien jaar eerder, toen Annie M.G. Schmidt de serie van Pension Hommeles schreef, had zij eveneens succes maar in die tijd werden er nog maar weinig tot geen buitenlandse televisieseries aangekocht. In de tweede helft van de jaren zestig werd het publiek geconfronteerd met de beste serie-produkties die aan de markt waren en die werden gemaakt in landen waar de televisie destijds niet zo’n stiefkindje was als in Nederland.

 

Dat ‘Ja zuster, nee zuster’ naast de concurrentie een dergelijk goed figuur sloeg was een extra compliment waard. Regisseur Barnard wilde destijds niet klagen, maar gaf wel toe dat voor een televisie-serie in bijvoorbeeld Duitsland een grote staf gereedstond, en dat hij het, behalve met de technici en de acteurs, maar diende te  doen met een staf van twee mensen.

 

6,5 tot 7 miljoen kijkers voor ‘Ja zuster, nee zuster’ per uitzending. betekende dat er altijd wel een groot aantal naar de pen greep om hun oordeel te geven. Volgens de regisseur bevatte de stapel brieven na iedere uitzending vrijwel zonder uitzondering waardering. Een  enkele maal viel er iemand over een plat woord, dat zou zijn gebruikt, iets waar men een halve eeuw later niet meer over valt, laat staan dat het opvalt.

 

Henk Barnard: “Annie Schmidt schreef de werkelijkheid en sommige mensen willen die niet zien. Sommige buitenlandse produkties zijn zo gepolijst en gestileerd dat ze te ver van de werkelijkheid afstaan. Dan herkennen de mensen zich niet meer in de situaties op het scherm. Dat deugt volgens mij ook niet. Overigens vind ik dat men niet alle verantwoordelijkheid in onze schoenen mag schuiven. Als iemand schrijft dat hij niet wil hebben dat zijn dochtertje van vijf jaar bepaalde woorden hoort, dient hij gewoon de knop om te draaien. Wij hebben zeker een bepaalde verantwoordelijkheid, maar deze ligt toch in de eerste plaats bij het gezin."

 

Barnard eindigde door te stellen dat aan ‘Ja zuster, nee zuster’  hij de prettigste herinneringen zou bewaren. Bovendien zouden volgens hem Zuster Clivia en Opa nog lang in de herinnering van de kijkers voortleven."  En kijk, bijna 50 jaar later is er ruimte voor een historische column over het destijds zo populaire familieprogramma. Menno Dekker was als beginnend fotograaf aanwezig tijdens een van de vele liefdadigheidsuitzendingen die op de Nederlandse televisie werden uitgezonden en maakte de mooie serie foto’s die bij deze column is afgedrukt. Het was de zogenaamde ´Emmeractie´, waarvoor de opbrengst bestemd was voor het gehandicapte kind en welke actie plaatsvond op 9 mei 1969 in theater Carré in Amsterdam.

 

Hans Knot, 14 oktober 2017

hans knot

Recentelijk werd ik weer eens geconfronteerd met een aantal vragen inzake het allereerste commerciële televisieproject dat Nederland kende. Het ging om uitzendingen vanaf het REM-eiland, voor de kust van Noordwijk, in de periode augustus tot ruim half december 1964. Een vrij korte periode maar als ik zo in mijn archief duik is dit het station dat procentueel gerekend de meeste aandacht van alle stations vanaf internationale wateren heeft gehad.

 

Op zoek naar antwoorden op vragen, die ik kreeg voorgeschoteld, kwam er ook een groot aantal namen van betrokken personen voorbij, waarvan één even iets meer aandacht trok dan anderen. In gedachten zag ik de zwart/wit opnamen terug van de opening van REM TV. Het was niet alleen een film, waarin werd vertoond hoe het REM-eiland was gebouwd, maar ook een korte introductie van de toekomstige programma’s die zouden worden vertoond.

 

Hetty Bennink (foto Archief Freewave Nostalgie)De introductie geschiedde door twee omroepsters, die de nodige informatie verstrekten. Denk niet dat zij op het REM-eiland aanwezig waren, nee de opname was in Amsterdam vooraf op film vastgelegd en werd via gigantische projectoren afgedraaid. De namen waren trouwens Hetty Bennink en Marianne Bierenbroodspot. Samen met collega’s zou Hetty Bennink regelmatig terugkeren op REM-TV, dat je beperkt kon ontvangen via speciale ontvangstantennes. Bepaalde lieden gingen zodanig experimenteerden met het verbuigen van kleerhangers, dat ontvangst ook op die manier mogelijk werd in een klein deel van West- Nederland.

 

Een collega, Sonja van Proosdij, ging na het uit de ether halen van het radio- en televisiestation - volgens de overheid een illegale project - werken voor de AVRO en zo zocht een ieder zijn of haar weg. Bij de TROS, dat ontstaan was als legale publieke omroep, waren ze maar wat blij dat men bepaalde programma’s, die succesvol waren bij de REM, konden voortzetten binnen hun eerst beperkte zendtijd als omroep. En Hetty Bennink ging mee als omroepster, want men dacht dat de jonge vrouw zeker een succes zou gaan worden als publiekstrekker en mogelijk nieuwe leden.

 

Maar Hetty, die als free-lancer in dienst was van de kleine omroep, werd ook gevraagd om wat promotionele werkzaamheden te verrichten van de in opkomst zijnde politieke Boerenpartij van boer Hendrik Koekoek. De boeren, die veelvuldig in opstand kwamen inzake de in hun ogen onjuiste herverkavelingen, hadden vooral in Drenthe en Overijssel hard toegeslagen en vele potentiële leden gemaakt en dus een plek vergaard in de Tweede Kamer. Hetty werd ook daar free lance in dienst genomen voor promotionele doeleinden.

 

Hetty Bennink (foto Archief Freewave Nostalgie)

 

Maar was iedereen wel blij met de dubbele functie waarvoor ze had gekozen? Ik vond een bericht terug in de krant van 20 mei 1966 waaruit bleek dat men binnen de burelen van de TROS het helemaal niet fijn vond. Men berichtte: ‘Als schalks kijkende Hetty Bennink door de Haagse straten stapte, ging er een schok van herkenning door de menigte. “Kijk, daar gaat ze, de televisieomroepster ", fluisterden waakzame huisvrouwen in die emotionele dagen, toen de REM-zender zijn voorlopig einde definitief tegemoet ging.’ Dat was in december 1964. Anderhalf jaar later, had men ‘het gezicht’ van de REM en toekomstig van de TROS in de steek gelaten.

 

Wat bleek was dat enkele dagen voor het bericht in de krant kwam de heren Vroom en Minderop van de directie van de TROS haar hadden meegedeeld dat zij niet meer terug hoefde te komen. “Wij stellen geen prijs op uw binding met de Boerenpartij", aldus destijds in een brief mr. J. H. Minderop. Hetty Bennink was destijds moeder van driejarige Robbie en was zeer verbolgen over het besluit van de leiding van de TROS.

 

Een dag eerder, op dinsdag, was het haar op het kantoor van TROS-secretaris mr. Minderop aan het Noordeinde verteld. Ze reageerde met: “Ik was vooral pijnlijk getroffen door de agressieve toon waarop hij mij het nieuws meedeelde. Ik moest maar niet meer aan een job als TROS-omroepster denken, want ik had veel te veel te maken met de Boerenpartij. En de TROS wilde zich niet politiek binden vertelde hij mij.”

 

hetty2.thumb.jpg.43572058c7a20a5b0c39f24e4feb427e.jpgIn totaal heeft Hetty Bennink aan twee uitzendingen van de Boerenpartij in het kader van de Politieke Zendtijd op de televisie meegewerkt. De eerste werd even vóór de Provinciale Statenverkiezingen van dat jaar op het scherm gebracht. Hetty: “Ik was door de Boerenpartij en door de heer Koekoek persoonlijk benaderd met de vraag of ik zou willen meedoen aan een politieke uitzending. Ik vond die meneer Koekoek direct een aardige man. Hij wilde ook dat ik lezingen voor de partij ging houden. Hij had me voor allerlei werkzaamheden nodig, zei hij. En och, ik zag er geen kwaad in.

 

Wél was één van mijn eisen, dat ik van tevoren de televisieteksten zou mogen zien. Nou, die handelden over open bestel in radio en televisie. En daar was ik, nog altijd TROS-aanhangster in hart en nieren, steeds een voorstandster van geweest. Ik kon er dus helemaal achter staan.”

 

De tweede keer dat ze voor de Boerenpartij op het televisiescherm was te bewonderen was in de maand mei 1966 op een maandagavond. Met een zeer lieve glimlach en duidelijk articulerend bracht zij nog eens via het televisiescherm in herinnering, dat de Boerenpartij  vrijheid in de ether wenste en dat de partij daarom zo gelukkig was met de TROS.

 

Bennink over de uitzendingen destijds: “Voor die eerste uitzending hadden Koekoek en mensen van Atlas-film, waar de programma's werden gemaakt, bij voorbaat toestemming aan het TROS-bestuur gevraagd. Men ging akkoord. Ook met de tekst van deze tweede uitzending ben ik naar de heren geweest. Prof. Vroom, de voorzitter, zei: “O, dat is leuk zeg, dat geeft ons nog de nodige publiciteit ook." Dat was op een donderdag dat we bij de TROS net onze aspirant zendtijd hadden verworven. We hebben toen nog wat aan de tekst veranderd. Die was gemaakt op een moment, dat men nog niet zeker was van die ene uur televisie en drie uur radio, die men kreeg toegewezen.”

 

Hetty Bennink stelde – na het aanhoren van het gegeven dat ze niet meer welkom was bij de TROS - dat ze er al een paar dagen een vermoeden van had dat er iets met haar stond te gebeuren. Na de onheilstijding van mr. Minderop, belde ze hevig gepikeerd prof. Vroom op, die het nog geen 24 uur daarvoor nog zo eens met haar was, maar die vervolgens antwoordde: “Nee, ik sta achter Minderop, ik kan niemand hebben die gelieerd is met een politieke partij."

 

De TROS, voor velen destijds de ijveraarster voor openheid in het bestel, van wie men fluisterde, dat een belangrijk deel van de Boeren Partij-winst op haar rekening diende te worden bij geschreven, nam op onjuiste wijze afscheid van een van haar boegbeelden waaraan in de REM eiland periode veel was te danken.  

 

 

Hans Knot, 7 oktober 2017

hans knot

aedison.thumb.jpg.321d478ccc4853488637b376bbcd6fd6.jpg

In de nostalgische column van deze zaterdag blijf ik even hangen in het mapje met aantekeningen en knipsels uit de maand maart 1968, waarover ik het vorige week ook al had. Wie herinnert zich nog dat je, wilde je met familie, kennissen of vrienden in het buitenland bellen, dat je eerst contact diende te maken met je lokale of regionale telefooncentrale en nog veel eerder alleen met een landelijke centrale in Amsterdam? Er was dan een speciaal telefoonnummer dat je belde voor buitenlandse telefoongesprekken waarbij de dienstdoende telefoniste op jouw verzoek de verbinding tot stand bracht.

 

In gedachten zie ik zo’n  hele grote schakelkast voor mijn ogen waarin de dame in kwestie allerlei pluggen insteekt en uiteindelijk een signaal richting het gekozen nummer wordt geopend. Wel, begin  maart 1968 werd bekend gemaakt dat er spoedig een einde zou komen  aan deze vorm van telefoneren en dat het bellen met het buitenland  eenvoudiger zou worden. In ieder geval voor ons Groningers. Er werd namelijk aangekondigd dat begin juni 1968 33.761 telefoonabonnees in de sector Groningen automatisch met het buitenland zouden kunnen gaan bellen.

 

Met de installatie van de benodigde apparatuur was men al begonnen, maar het wachten was nog op bepaalde onderdelen alvorens men inderdaad tot automatisering over kon gaan, zo meldde men vanuit de Reitemakersrijge, waar de telefooncentrale van de P.T.T. voor deze regio was gevestigd.

 

De landen, waarmee vervolgens automatisch getelefoneerd kon worden, waren België, Groot-Brittannië en Noord-lerland, het toenmalige West-Duitsland, Zwitserland en Liechtenstein. De abonnees die van deze nieuwe mogelijkheid destijds konden profiteren waren woonachtig of gevestigd in Groningen, Haren, Hoogkerk, Ruischerbrug, Onderdendam, Westerbroek, Roden, Bedum,Ten Boer, Aduard, Waterhuizen, Zuidlaren, Glimmen, Eelde, Peize en Adorp. Destijds waren dit de netnummers 05900 tot en met 05909.

 

Bij het automatisch telefoneren naar het buitenland kreeg de abonnee met drie nummers te maken: het landnummer, het netnummer en het abonneenummer. Na het draaien van het landnummer, dat te vinden was in de toen nieuwste telefoongids, hoorde de beller weer de normale kiestoon. Ook kreeg men uitleg hoe verder het netnummer en het abonneenummer vervolgens achterelkaar diende te worden gedraaid. Toen helemaal nieuw voor nu gewoon begrijpelijk.

 

Dan was er in het tweede weekend van maart ook het programma Grand Gala Du Disque, waar half Nederland jaarlijks naar uitkeek. In 1968 was het trouwens meer dan opmerkelijk te noemen aangezien in dat jaar dit succesvolle programma voor het eerst in kleur werd uitgezonden, waarover later meer.

 

Nationaal en internationaal werden tal van artiesten beloond voor hun artistieke kwaliteiten met een Edison, die met trots thuis op de schoorsteenmantel kon worden gezet. Jarenlang was het Godfried Bomans die het programma mocht presenteren, maar ook Wim Sonneveld was vaak de opperstalmeester.

 

In 1968 werd hij begeleid door Ina van Faassen, een toen bekende toneelspeelster. Denk wel dat er in die tijd een zeer beperkt aanbod aan televisiekanalen was en dus veel gezamenlijk werd gekeken. Sonneveld en van Faassen brachten die avond ondermeer een sketch waarin ze zich verplaatsen in de belangrijkste gastdame en gastheer van de Nederlandse televisie, namelijk Mies Bouwman en Willem Duys. Denk niet dat Wim Sonneveld de rol van Willem tot zich nam, nee hij was de nieuwe Mies Bouwman en Van Faassen werd Duys.

 

Het was voor die tijd een  vermakelijke opvulling van het programma terwijl we het anno 2017 zouden zien als een oudbollige optreden. Leuk werd het helemaal toen Leen Jongewaard het toneel betrad en samen met Sonneveld  zich begaf op het pad van de zeer populaire televisieserie ´Ja zuster, nee zuster´ en het lied over de oude opa en ´in een rijtuigje´ ten gehore brachten. De toen 41-jarige jonge echte opa, Willy Alberti, bracht met Sonneveld trouwens een toen spiksplinternieuw duet over Amsterdam. In die tijd werden dergelijke showprogramma´s nog onderbroken voor een pauze. Het was net of je thuis in een schouwburg zat. Tijd voor een bezoek aan het toilet als wel een sigaretje, die uit het vaasje op de salontafel werd gehaald. Moeder zorgde dan voor de verfrissingen. Voor de pauze traden trouwens nog de Vlaamse zanger Will Tura,  Ramses Shaffy, de Franse zangeres Barbara, de gitarist Manitas de Plata, de Amerikaanse zangeres Vicky Carr, Boudewijn de Groot en Nancy Wilson op, zowaar een pracht programma. Edisons werden trouwens uitgereikt aan Ramses Shaffy, de Damrakkertjes – een kinderkoor dat met veel succes vaak op de radio was te horen en menig lied tot het vinyl vertrouwde. Ook Boy Edgar en Boudewijn de Groot werden vereerd met een dergelijk beeldje. Boy, eigenlijk George Willem Fred, Edgar was een belangrijke Nederlandse jazzdirigent, pianist en tevens trompettist.

 

Hij was tevens tijdens de Tweede Wereldoorlog een verzetsman die vele Joodse kinderen redde en was na de Oorlog gepromoveerd als arts op een onderzoek naar multiple sclerose. Na zijn overlijden in 1980 werd de Boy Edgarprijs in het leven geroepen en kan beschouwd worden als de meest belangrijke Jazzprijs in Nederland.

 

In de map met herinneringen vond ik een knipsel terug inzake bovenstaand televisieprogramma waarin melding werd gemaakt van de traagheid waarmee het eerste deel van het Grand Gala Du Disque dat jaar gepaard ging. ‘Ondanks de kwinkslagen van Wim Sonneveld en Ina van Faassen verliep het programma tot de pauze uiterst traag. De zaal kwam maar moeilijk tot het nodige applaus.’ Klaarblijkelijk had het natje en het droogje in de pauze goed gedaan want de verslaggever had opeens een andere mening voor zijn lezers: ‘Na de pauze werd het echter een verrukkelijke toestand, wat hoofdzakelijk de verdienste was van The Four Tops, die de hele zaal meesleepten.’ Het was natuurlijk een topattractie voor die tijd dat deze formatie uit de stal van Tamla Motown geruime tijd op het toneel in Amsterdam hun grote successen ten gehore brachten.

 

59c8018cb57f8_aNANCY_WILSON_(JAZZ)_HOLLYWOOD-MYWAY-361600.thumb.jpg.5cfb1be40d5f013f7325534f975c90bd.jpgEdisons werden na de pauze nog uitgereikt aan Cuby and the Blizzards, Jean Ferrat, Willy Alberti, The Four Tops en The Beatles. De Edison voor de Beatles werd in ontvangst genomen door hun impresario Peter Brown.

Op de maandag na de uitzending vond ik in het Nieuwsblad van het Noorden nog een kanttekening plaats op de radio- en televisiepagina’s, die ik destijds ook uitknipte. Ondermeer stond er in te lezen: ‘Er is in het verleden meermalen erg geschutterd bij het Grand Gala du Disque en de weerslag daarvan viel dan via de televisie in de huiskamer duidelijk waar te nemen. Dit keer geen spoor daarvan. Alles liep dank zij een strakke, en toch vloeiende, organisatie als een goed geoliede machine met Wim Sonneveld (handig, spits en nooit hatelijk) en Ina van Faassen, (een ideale, snel reagerende partner), als een onnavolgbaar duo.

 

De expressieve Nancy Wilson en de Ofarims waren de hoogtepunten van de avond. Het programma kwam door de kleuren heel anders op je aan dan bij zwart-wit televisie. De kleuren waren in de close ups zondermeer, voortreffelijk. Op bepaalde ogenblikken, ik denk speciaal aan het optreden van Barbara, perfekt. Enkele malen deed zich een zweem van geel in de beelden voor, ook bij onverzadigde instelling van het toestel, wat vermoedelijk zal hebben samengehangen met de belichting.’

 

Zo hebben we de maand maart 1968 deels ook belicht en ga ik weer op zoek naar een ander onderwerp voor de volgende nostalgische column.

hans knot

achrisvermeulen.thumb.jpg.9a30f85dd3f9a48d05d6c03db35c5635.jpg

Deze keer neem ik U in de nostalgische column mee naar het jaar 1968 en om nog preciezer te zijn naar de maand maart. De inhoud komt deels uit het mapje dat ik uit het archief met opzienbarende knipsels, ooit door mij uit de krant geknipt, heb gehaald. Het brengt me bij het eerste bericht en direct bij een meer recenter boek. 368 pagina’s aan spanning waren er terug te vinden in de thriller van het jaar 2015, geschreven door Paula Hawkins. Ik las het boek destijds in 2 dagen uit. Ik dacht er meteen aan terug toen ik het knipsel na jaren opnieuw las van 1 maart 1968 waarin werd beschreven dat een jongen vanuit een rijdende trein een moord zag worden gepleegd.

 

In het bericht werd melding gemaakt dat de Engelse politie dag en nacht een 12-jarige jongen bewaakte, die in de trein zat en naar buiten keek en zag hoe een vrouw werd vermoord.  De reden van de bewaking werd als volgt verdedigd: "Hij kent namelijk het uiterlijk van de moordenaar”. Hij had de recherche verteld, dat hij in een trein zat, die maandagavond 26 februari van dat jaar het station van Leeds naderde.

Toen de trein over een dam reed, keek hij neer op een kerkhof, waar hij zag hoe een man een vrouw aanviel. Hij vertelde het zijn moeder, die in ander compartiment met een vriendin zat te praten. Zij geloofde hem niet. De volgende dag las zij in de kranten, dat de 42-jarige mevrouw Mary Judge op het kerkhof was aangerand en vermoord. Volgens de politie had de jongen de aanvaller beschreven als een man van een jaar of twintig. Grote vraag is of Paula Hawkins, via dit bericht, op het idee is gekomen tot het schrijven van haar succesvolle roman ‘Het meisje in de trein’.

 

Caroline's MV Mi Amigo in IJmuiden maart 1968 (foto Chris Vermeulen)

 

Op 29 februari 1968 werd ook afscheid genomen in Washington van de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie. Vrijwel alles ging mis toen Robert McNamara officieel als Amerikaans minister van Defensie afscheid nam van het Pentagon. Het regende voor het eerst sinds 27 dagen. McNamara en de toeschouwers werden drijfnat. Een luchtdéfilé ging niet door vanwege het slechte weer en president Johnson, die op weg was naar de plechtigheid, bleef een kwartier in een lift vast zitten, die plotseling niet verder ging. Als klap op de vuurpijl vielen de luidsprekers uit, zodat de duizenden mensen, die op het plein voor het Pentagon stonden, vrijwel niets gehoord hebben van de toespraak van de president tot McNamara, die zelf trouwens niet heeft gesproken.

 

Wie wel sprak en wel door middel van het aan elkaar praten van platen was Willem Duys. In de lokale krant in Groningen werd hij aangekondigd als plaat-prater  in de Coendersborg. Dit zou gaan gebeuren in een optreden van Duys in het zondagmiddaggrammofoonplatenconcert van het theater Coendersborg.  De programmeur van dit theater, gelegen in de wijk Helpman, organiseerde trouwens meer in die tijd, zoals op donderdagavond 7 maart en een recital ronde was met pianist Daniël Wayenberg. Bijna 50 jaar later kan ik melden dat hij onder meer de  Chromatische Fuga van Bach en twee Rhapsodieën van Brahms speelde en voorts Prélude, Choral et Fuge van César Franck en de Sonate in Bes van Schubert.

 

adaniel.jpg.10a719966b8c47536deb08f09ed6ea63.jpg

Aanbod aan radio was er niet al te veel in maart 1968, nadat begin die maand de beide Caroline schepen in beslag werden genomen. We deden het als jongeren vooral met Radio Veronica en Hilversum III en in de avonduren met de uitzendingen in de fading van Radio Luxembourg. En het luisterpatroon van velen, die afstemden op Hilversum III, veranderde want in de maanden maart en april werden de uitzendingen via de 240 meter middengolf niet om half 4 in de middag stopgezet maar gingen door tot 5 uur.

 

Deze uitzendtijden hielden verband met internationale overeenkomsten met als reden storingen te voorkomen met radiostations in andere landen, in dit geval in Hongarije. De uitzendingen via een aantal FM-kanalen van het toenmalige popstation gingen normaal door tot 6 uur in de avond.

 

Wie kent de naam Eef Brouwers nog. Wat een mooie loopbaan heeft de man gemaakt. In maart 1968 werd bekend dat hij van de RONO, dat destijds stond voor Regionale Omroep Noord en Oost, naar de AVRO zou gaan. De Groninger journalist trad per 1 april 1968 in dienst van de omroep als lid van de eindredactie van AVRO’s Radio Journaal en nam daar de plaats in van een andere ras Groninger, Klaas Jan Hindriks.

Deze had namelijk een nieuwe baan aangenomen als hoofdmedewerker van van het informatieve programma van de toenmalige NTS, de Nederlandse Televisie Stichting. Eef Brouwers was tot 1 april chef actualiteiten en sport bij de RONO, een taak die hij een jaar eerder op zich nam. Daarvoor was hij werkzaam als redacteur bij onder meer het Nieuwsblad van het Noorden, het Utrechts Dagblad en de toenmalige Nieuwe Provinciale Groninger Courant.

 

Hoe vaak kwam het wel niet voor in de loop der jaren dat er felle kritiek ontstond op het reilen en zeilen van de Nederlandse Spoorwegen. Slechts zelden komt deze organisatie op een  positieve manier in het nieuws. Ik bewaarde een aantekening van een voorval dat destijds op 1 maart 1968 plaats vond. De sneltrein, zo werd de latere intercity nog genoemd, was die ochtend speciaal gestopt op het station van Nijkerk, waar men normaal in grote snelheid voorbij denderde. Er was plotseling een extra stop om een inwoner van Nijkerk de gelegenheid te geven met grote spoed zich te begeven naar het ziekenhuis in Zwolle.

Hij diende in het ziekenhuis bloed te geven wat met spoed nodig was. Duidelijk een geval van een afwijkende bloedgroep. Hij had zijn probleem van ‘geen vervoer’ te hebben voorgelegd aan de stationschef, die onmiddellijk het sein op onveilig had gezet om de sneltrein tot stoppen te dwingen. Het oponthoud duurde slechts enkele ogenblikken maar was wel dermate opmerkelijk dat het bericht in de kranten kwam. De stationschef kon desgevraagd niet zeggen of een dergelijke stop eerder was voorgekomen: “Ik ben al 28 jaar bij de Nederlandse Spoorwegen werkzaam, maar mij is zo’n geval niet bekend.” Of er een reprimande van de leiding van de NS voor hem is gekomen werd ook niet vermeld.   

 

En dan het gegeven dat vrijwel wekelijks nog steeds The Beatles  één van de nieuwspagina’s in de kranten haalde. Zo ook op 2 maart 1968, toen bekend werd gemaakt dat drummer Ringo Star en zijn toenmalige vrouw Maureen het oord van de Maharishi Yogi, aan de voet van de Himalaya, hadden verlaten en waren teruggekeerd naar Engeland. Daar aangekomen meldde Ringo wel helemaal uitgemediteerd te zijn en hij het heiligdom van de Yogi meer een vakantieoord had gevonden dan een plek tot innerlijke bezinning.

 

Ringo en zijn vrouw hadden tien dagen in het oord transcendent gemediteerd maar waren mede vanwege het gemis van hun kinderen huiswaards gevlogen. Wel was alles in alle stilte gebeurd. Hij had slechts gemeld met de auto naar Dehli te gaan en had vervolgens snel tickets geboekt voor de eerste vlucht terug naar Heathrow. Ook de andere drie toenmalige Beatles verbleven in het oord waarbij vooral John Lennon en George Harrison een lange periode ter overdenking de tijd doorbrachten.

 

Tenslotte iets over de Friezen want in het gemeentehuis van Leeuwarderadeel trouwden op 1 maart 1968 het echtpaar Straatsma-Westerhof maar weigerden uiteindelijk de huwelijksakte te tekenen omdat deze akte niet was opgesteld in de taal die ze dagelijks spraken, het Fries. Drs. Straatsma was dan ook voorzitter van de ‘Ried fan de Fryske Biweging’ en directeur van het Bureau voor Friese taalbevordering. In de periode voor de trouwpartij had hij getracht de ambtelijke instanties te overtuigen dat volgens de wet de huwelijksakte ook in het Fries mocht worden opgesteld. Maar volgens de officier van Justitie was dat niet mogelijk.

Het huwelijk trok grote belangstelling en de gehele plechtigheid vond in het Fries plaats. Toen de bode de heer Straatsma de pen wilde aanreiken ter ondertekening van de huwelijksakte zei de bruidegom deze niet te voorzien van zijn handtekening omdat het respect voor de Friese taal niet was nagekomen. Helaas kwam Straatsma in 2006 te overlijden op de leeftijd van 69 jaar en zou hij zijn 40 jarig huwelijksfeest niet meer in het Fries hebben kunnen vieren.

 

astraatsma.thumb.jpg.4101f7eace71e1e74e8feb052a721bbf.jpg

 

de redactie

Je zal maar van 'de populaire kranten' afhankelijk zijn voor je nieuwsvoorziening. De Telegraaf en het AD schrijven in de aankondiging van Andere Tijden over de allereerste ontgroening die de landelijke pers haalde. Dat was in 1962, toen bekend werd hoe de eerstejaars, als vanouds kaalgeschoren om hen 'van hun identiteit te beroven', halfnaakt in een hok werden samengedreven terwijl een incontinent varken tussen hen door liep. Om de feestvreugde wat te vergroten, riep een van de ouderejaars: 'En nu gaan we Dachautje spelen'. Dit ging een aantal eerstejaars, vijftien jaar na de oorlog, toch wat ver en er werd wat gemord, met name door de eerstejaars van Joodse komaf. Maar ja, ze wilden toch graag bij het corps en bonden in.
Op één na.


In de aankondiging van de eerste 'Andere Tijden' van dit seizoen, afgelopen zaterdag op tv, staat hoe vier prominente eerstejaars van toen, onder wie Edwin Rutten (Ome Willem) en oud-politicus Gerrit Jan Wolffensperger, geschokt terugkijken op het incident en de concentratiekamp-achtige foto van destijds.
Degene die het verhaal destijds aan de grote klok hing, wordt door Telegraaf en AD anoniem betiteld als 'de vader van een afvallige feut'.
Nu werd die 'afvallige feut' ook door Andere Tijden geinterviewd. Hij was letterlijk de enige die op die avond in 1962 zijn rug recht hield en direct opstapte: 'Bij zo'n club wil ik niet horen', zei hij tegen zijn vader, die een boze brief aan NRC schreef.


Of de redacteuren van AD of Telegraaf Wim Noordhoek niet herkenden of dat de makers van Andere Tijden het nodig vonden om wél Rutten en Wolffensperger te 'highlighten' en niet degene die de zaak werkelijk aan het rollen bracht, - bovendien een prominent programmamaker uit de VPRO-historie - blijft onduidelijk.


Feit is: die 'afvallige feut' speelde vanaf 1968 een belangrijke rol in de omroephistorie: Wim Noordhoek maakte vele, vele uren radio over journalistieke onderwerpen, cultuur en (pop- /rock-)muziek. Na de uurtjes LP-muziek bij het open zolderraam in '68/ '69 op Hilversum 2 (de VPRO wilde avankelijk niet op Hilversum III), de Joe Blow Show en 'Amigos de Musica' met Jan Donkers volgden onder meer vele uren de Avonden op de toenmalige 'verdiepende' zender Radio 5. 


Terug naar het verhaal: deze 'Amigo de musica', in de aankondiging een anonieme 'afvallige feut' uit 1962, is in de documentaire werkelijk de enige die met walging over de gang van zaken in dit corpsballenwereldje spreekt. Bij alle anderen klinkt toch door dat het er nu eenmaal bij hoorde en dat je het diende te slikken om tot het 'old boys network' te gaan behoren.


Daarom 55 jaar later alsnog hulde aan 'Amigo' Wim Noordhoek.

 

Edwin Wendt, 17 september 2017

hans knot

5wolters3.thumb.jpg.b56f9bf274d53a4432a72e2dfbb48971.jpg

Recentelijk zat ik even bij te komen van het drie wekelijkse beurtje van de voortuin toen ik een aantal mensen zag voorbijkomen dat op hetzelfde stuk woont waar wij ons huis hebben. In totaal staan er 16 woningen waarvan 4 studentenhuisvesting hebben. Ik dacht onder meer wat een verschil met bijvoorbeeld 50 jaar geleden toen je alle mensen op je stoep kende. Je ging veel meer met elkaar om en zelfs kwam je bijelkaar over de vloer. Bij sommigen was er een vaste kaartavond en bij ons was het bijvoorbeeld kindermiddag als de televisie weer eens een kinderprogramma bracht. Men lette ook veel meer op een positieve manier op elkaar.

 

Ook in het bedrijfsleven was de samenhorigheid veel beter en men trok ook in de avonduren veelvuldig als collega´s met elkaar op. Natuurlijk, als al eens eerder door mij gesteld, was er niet de enorme invloed van de televisie want er was weinig keuze en zeker ook beperkte zendtijd. En dus werd er vertier gezocht binnen bijvoorbeeld de o­ntspanningsvereniging of de sportafdeling binnen het bedrijf. Als voorbeeld neem ik dit keer mijn oudste zuster Rika, die werkzaam was bij de Firma J.B. Wolters.

 

Deze uitgeverij was  vooral bekend van tientallen schoolboekjes die zowel vanuit Batavia als vanuit Groningen werden uitgegeven. Later zou de uitgeverij fuseren en wereldwijd bekend worden door vele publicaties o­nder de naam Wolters-Noordhoff. Men had een grote drukkerij in de Akkerstraat en de kantoren waren gevestigd in het statige gebouw en tevens het oudste pand van de stad Groningen, in de Oude Boteringestraat.


5jbwoltersrevue1.jpg.56df529eef897f437538764c3a221a3e.jpgMijn zus zocht voor de o­ntspanning gezelschap binnen de Flumando’s, een muziek- en zanggezelschap, dat o­ndermeer optrad tijdens de jaarlijkse feestavonden voor personeelsleden en hun familieleden. Rika: ‘Wij traden niet alleen tijdens feestavonden op, maar gingen ook vaak uit zingen naar bejaardentehuizen, justitiële inrichtingen zoals Het Mesdag Asiel, Het Huis van Bewaring in Groningen en de Aaborg in de van Heemskerkstraat, een opvoedingstehuis voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen.”

 

De naam ‘Flumando’s werd destijds afgeleid van enkele van de instrumenten die bespeeld werden namelijk: twee mandolines, twee fluiten, een banjo, een bugel, en een accordeon en drum. Buiten deze muzikale bandleden waren er o­ngeveer tien zangeressen. De reguliere repetities waren eens per week in de Cirkel, een kerkgebouw van de Baptisten, gevestigd aan de Korreweg, hoek Singelweg. De trainingsavonden voor de revues werden gehouden in de recreatiezaal in de Akkerstraat. “Als we begonnen met de repetitie voor de jaarlijkse feestavond van het bedrijf, dan kwamen we in het begin eens per week bij elkaar om te oefenen en enkele weken voor de uitvoering werd dit opgevoerd tot twee keer per week. Deze repetities werden dan tezamen gedaan met de andere o­nderdelen die meededen in de Revue. Er heerste altijd een vreselijke leuke sfeer.Voor de buitenoptredens waren er geen verplichtingen want dezen waren geheel op vrijwillige basis.”

I5jbwoltersrevue2.jpg.c14d06e24d6f33ce414e0d48044ebe23.jpgedereen deed hier ook graag aan mee en er was zeker sprake van sociale samenhorigheid. Rika: “Ik ben zelf in september 1961 bij J.B.  Wolters weggegaan om te gaan werken bij Blom en van der AA, de verzekeringsmaatschappij, iedereen bekend van de grote reclame op het dakspant van het Centraal Station in Amsterdam. O­ndanks het feit dat ik niet meer een werknemer was bij de uitgeverij werd ik niet als een vreemde eend in de bijt gezien. Er deden trouwens wel meer buitenleden mee, namelijk familieleden van medewerkers. Bovendien was ik ook nog eens bij sommige optredens soliste dus ze konden mij natuurlijk niet missen.”

 

Op één van de feestavonden was er trouwens een gastoptreden van een toen totaal o­nbekende persoon die een band parodie presentatie deed. Elke Nederlander kent hem al lang: André van Duin. 1964 was het jaar dat de revue ‘Met Telstar naar Showland’ werd opgevoerd en tevens het jaar dat ik me heel bewust herinner dat mijn zus bij nacht en o­ntij aan het repeteren was en tevens de vrolijke noot door huize Knot verspreidde. Telstar, de beroemde communicatiesatelliet, die wereldwijd vaak wordt gezien als de absolute doorbraak van de satelliet als communicatiemiddel voor het overbrengen van beeldsignalen, was de aanleiding tot het samenstellen van het programma dat op twee opeenvolgende vrijdagen, 10 en 17 april, op ‘Cape Akkerstraat’ werd opgevoerd. De teksten, leiding en regie waren in handen van André Bakker. Bijgaand de folder van de Revue. Opgemerkt dient nog te worden dat naast de Revue er na afloop voor de aanwezigen nog gedanst kon worden met het Noorder Ballroom Orkest.

5omewim.jpg.efbd83b04247e5da914e8718e9b92934.jpgEn dan was er natuurlijk ook het wekelijkse hoogtepunt van de aflevering van de Bladenmap, ook wel de Lees Portefeuille genoemd. Wij kregen de map speciaal voor de Kapsalon waar de inhoud voor de klanten een mooie afleiding was totdat Kapper Knot weer een volgende klant naar zijn knipstoel leidde. Er zat een grote sortering aan bladen in, waarvan me een groot aantal is bijgebleven en een paar absolute positieve uitschieters waren te melden. Zo waren er naast de Revu (ja zonder de e op het einde), de Panorama (vaak met apentekening op de achterkant) de Vlaamse ‘De Post’ terug te vinden. Maar ook de Romance en de Margriet. Ook werden de kinderen niet vergeten via de Donald Duck en de Vlaamse Robbedoes. Zeker mag niet vergeten worden te melden dat de Katholieke Illustratie en de Wereldkroniek erin zaten. Verstopt werd door mijn vader altijd direct de editie van ‘De Lach’. Misschien een beetje té frivool voor die dagen verdween dit tijdschrift o­nder de zitbank in de salon. Een deurtje erin gaf toegang tot o­ndermeer het oud papier en daar werd ‘De Lach’ verstopt, totdat de wekelijkse gang van Pastoor Schoenmaker naar de salon was geweest. Daarna was het tijdschrift met redelijk schaars geklede dames wel weer openbaar bezit.

 

5vaillantmatch.thumb.jpg.218fb6add1b15da00a349ad437cd48ee.jpgMijn favoriet uit de greep aan tijdschrifttitels was zondermeer in die tijd Robbedoes te noemen, mede vanwege het wekelijkse spannende verhaal van Oom Wim, dat over een groot aantal pagina’s was verspreid. Officieel was het een Franse serie o­nder de titel ‘Les Histoires vraises de l’Oncle Paul’. Het werd getekend door de in 1923 in Nantes geboren Jean Graton, die zijn eerste tekening op zijn achtste levensjaar al geplaatst zag in de bekende Le Soir. Toch werd het niet direct na zijn schoolperiode de broodwinning want eerst was hij industrieel tekenaar, bankwerker, werkte voor een persagentschap en was actief als reclametekenaar alvorens in de wereld van het striptekenen terecht te komen. In de periode 1952 debuteerde hij met een serie verhalen die uitkwam o­nder de titel ‘Spannende Verhalen van Oom Wim’. Vrijwel tegelijkertijd kwam een ander verhaal ‘De eerste ronde’ uit in het tijdschrift Kuifje. Dat bracht vermoedelijk niet genoeg brood op de plank want hij tekende en schreef ook een hele serie over de wereld van de sport o­nder de titel ‘Leve de Sport’ en was later ook nog tekenaar voor het tijdschrift Line. Het sterke aan de spannende verhalen van Oom Wim was dat Jean Graton de man liet spreken als een o­nderwijzer, die je nog wijzer maakte dan je al dacht te zijn.

 

Maar meer verhalen, die later erg geliefd werden, waren zijn creatie, waarbij hij trouwens wel meerdere tekenaars naast zich had. Het was o­nmogelijk alles zelf te tekenen en iedere week weer aan de verplichtingen te voldoen. Zo creëerde hij Michael Vaillant, de verhalen over de autocoureur die niet alleen in Robbedoes verschenen maar ook in boekvorm. Hij speelde ook de hoofdrol in enkele korte verhalen voordat in 1959 een eerste album op de markt kwam: ‘De grote uitdaging’ . Deze reeks, waarvan de eerste 30 titels bij Le Lombard verschenen, behoort tot de klassieken van de Frans-Belgische strip. In 1982 richtte Graton zijn eigen uitgeverij op. Inmiddels is ook de uitgave van het tijdschrift Robbedoes al weer geruime tijd geleden tot een einde gekomen.

 

Hans Knot, 16 september 2017

hans knot

Je kunt wat verzamelen in je leven. Sommige mensen bekritiseren dat met: ´je hebt al zoveel, er komt geen einde aan´, maar deze mensen beseffen vaak niet wat je met je deel verzamelingen kunt doen. Recentelijk hoorde ik op de radio zowaar een mooi oud succes van Rick van der Linden’s Ekseption voorbij komen wat mezelf ertoe opriep de muziek van deze Nederlandse formatie weer eens tevoorschijn te halen evenals diverse composities van Beethoven.

 

59ae982a137a7_beethoven2.jpg.fa6f5e852a895118049f1cf90d824b18.jpg

Toch mooi om eens een dagje Beethoven te doen, of niet dan?  Brengt de herinneringen naar boven naar de wekelijkse muzieklessen van Piet Hiemstra op de middelbare school in de jaren zestig. Wat wist die man prachtige verhalen te vertellen waardoor hij je als het ware vastbond aan de te draaien platen tijdens de klassieke muziekles. Daar is dan ondermeer mijn liefde voor de klassieke muziek ontstaan naast de verplichting in het gezin zoveel mogelijk op de zondag te luisteren naar het Belcanto concert op de Belgische radio, dat via de draadomroep gemakkelijk was te ontvangen.

 

Toen in de werkjes van Beethoven uit de kast trok werd mijn aandacht ook getrokken naar notities die ik in 1970 heb toegevoegd tot het werk van deze componist. Het gaat over één van de elf ‘Gespreksaantekeningenboekjes’ die in de maand juni van dat jaar werd gepubliceerd door de toenmalige Oostduitse Staatsbibliotheek. Het kwam toen uit ter gelegenheid van de 200ste geboortedag van Ludwig van Beethoven.

 

Er wordt in persoonlijke aantekeningen door de componist echt niet alleen melding gemaakt over de geweldige compositities die hij ons nagelaten heeft maar ook over allerlei kleinere zaken waarmee hij zich bezighield, zoals de onderwerpen uit zijn dagelijks leven. De zorgen over rekeningen die betaald dienden te worden voor de bestelde etenswaren en op zoek naar een betere bewoning of de problemen die hij had met zijn spijsvertering, die vooral ontstonden door te snel en te veel te eten.

 

Maar ook kwam in het geschrift naar voren dat hij toch ook voor de goede dingen oog had want zo maakte hij eens een vriend duidelijk dat de vrouw van een zekere koordirigent van opzij gezien, mooie billen had. De laatste 12 jaren van zijn leven was Beethoven volkomen doof en zij die met hem wilden praten moesten opschrijven wat ze wilden zeggen. Beethoven had dan ook altijd kleine notitieboekjes bij zich om aan de persoon, waarmee hij in gesprek was, ter hand te stellen. Het boekje bewees ook dat Beethoven gewoonlijk mondeling antwoordde, behalve wanneer hij wilde vermijden dat anderen, die erbij zaten, zijn antwoord hoorden.

 

Mevrouw Grita Herre, die destijds aan de uitgave in boekvorm werkte op een kantoor in Oost-Berlijn aan Unter den Linden, zei destijds in een kranteninterview: “De lectuur van de notitieboekjes lijkt op het luisteren naar één kant van een telefoongesprek. Zo kan men lezen dat een Weense sopraan aan de componist vroeg: “Hoeveel geliefden hebt u gehad?" — Het antwoord was volgens haar niet bekend. Hoewel eenzijdig, gaven de boekjes toch een aanwijzing voor de dingen waarmee Beethoven zich bezig hield.

 

Hij maakte zich bijvoorbeeld zorgen over het verkrijgen van goed schrijfpapier en huishoudelijke hulp in zijn vrijgezellenbestaan. Hij was een moeilijke pensiongast, eiste dat zijn voedsel met boter werd bereid en ook kon men lezen dat een bezoeker hem geruststelde met de mededeling: “Uw koffie wordt altijd precies afgemeten."

 

Het bijhouden van zijn uitgaven viel hem ook moeilijk, omdat hij nooit de kunst van het vermenigvuldigen onder de knie wist te krijgen. Als hij 18 met 36 wilde vermenigvuldigen schreef hij dertien keer het cijfer 36 onder elkaar en telde alles bijelkaar op om een antwoord te krijgen. Grita Herre zei verder in het interview: “Sommige biografen hebben hem te olympisch afgeschilderd. Hier, in deze aantekeningen,

ziet men een eenvoudige man en de dingen van alledag waarmee hij zich bezig hield."

 

De aantekeningenboekjes waren van goedkoop papier en waren 13 bij 18 cm. Soms was het schrift door de ouderdom niet meer te lezen. De aantekeningen waren ongedateerd en het oude Duits en het Weense idioom maakten volgens de recensie het lezen vaak moeilijk. Beethoven converseerde niet over het componeren met zijn vrienden, hoewel hier en daar een paar muzieknoten door hem of een vriend zijn neergekrabbeld.

 

Daaruit bleek ondermeer dat hij van plan was een sprookjesopera ‘Melusine’, waarvoor Franz Grillparzer het libretto had geschreven, te componeren. Ook maakte hij melding van een nieuwe Mis en een oratorium met de titel ‘De overwinning van het kruis’, waaraan hij werkte. Biografen hebben destijds het materiaal onderzocht op eventuele belangrijke muzikale onthullingen, maar het grootste deel van de inhoud was van persoonlijke aard.

 

Beethoven had bijvoorbeeld grote belangstelling voor zijn neef Karl, die een mislukking werd in de wetenschappelijke loopbaan die oom Ludwig hem wilde laten volgen. Karl deed in 1826 een poging tot

zelfmoord en toen zijn oom zich naar zijn ziekbed spoedde, schreef hij: ‘Val me niet lastig met verwijten en beschuldigingen.’ De Oostduitse uitgave werd geleid door Karl-Heinz Kohier, destijds directeur van de muziekbibliotheek, die de notitieboekjes ‘De merkwaardigste documenten in de muziekgeschiedenis’ noemde.

 

Beethoven bezat ongeveer 400 boekjes en zijn vriend en eerste biograaf, Anton Schindler, kreeg ze na de dood van Beethoven in 1827. Schindler vernietigde er ongeveer 260 van, omdat hij ze niet interessant vond en omdat dezen ook het imago van Beethoven schade konden doen. Schindler verkocht 137 notitieboekjes aan de bibliotheek in 1846 en drie delen, 37 boekjes bevattend, werden gepubliceerd in een uitgave die door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd afgebroken.

 

Vijf jaren later werd een zekere Wolfgang Krüger-Riebow het hoofd van de muziekcollectie van de bibliotheek en hij ging er met de boekjes van door maar werd als dief in het toenmalige West-Duitsland gegrepen. Hij probeerde de diefstal goed te praten door te vertellen dat hij een agent van de inlichtingendienst was en niet wilde, dat de boekjes in Russische handen zouden vallen. Hij bleek een gedegen oplichter en verdween dan ook in het gevang.

 

59ae9828f3c7c_beethoven1.thumb.png.c9fda3af56c5fce3c8042711f5397a85.png

 

In 1960 werden de gestolen documenten vanuit Bonn teruggestuurd naar de bibliotheek in Oost-Berlijn. Het laatste aantekenboekje eindigde drie weken voor Beethoven zijn dood op 5 maart 1847. Een van de laatste bezoekers die de componist, die aan waterzucht leed en pijn had bij het doorprikken van de gezwellen, opvrolijkte, was een 13-jarige jongen: Gerhard von Breuning, zoon van een vriend van Beethoven.

 

Hans Knot, 7 september 2017

hans knot

In de maand april 1964 stonden er in tal van kranten hele korte berichtjes waarin melding werd gemaakt van het gegeven dat er een samenwerking was geweest tussen onderdelen van het Nederlandse leger en Radio Veronica, waarbij er werd vermeld dat het ging om illegale activiteiten. In ‘de Telegraaf’ van 15 april kreeg de lezer uitgebreidere informatie. Het bleek dat in de studio van Radio Veronica in Hilversum sinds enige tijd muziekprogramma’s werden gemaakt voor het leger, programma’s die werden gepresenteerd door onder meer Joost de Draaijer en Tineke. Ondanks dat men dus berichtte dat de programma’s in alle voorzichtigheid en geheimzinnigheid waren gemaakt werd in het artikel door een woordvoerder van de afdeling Welzijn in Den Haag.bevestigd dat er wel degelijk sprake was van een vorm van samenwerking tussen het leger en Radio Veronica.

 

“Wij maken bij Veronica muziekprogramma’s die we tijdens de pauzes in de legerbioscopen en in de kantinetijden in de kantines van de kazernes laten afdraaien. We hebben juist de eerst twee programma’s opgenomen en die zijn louter gevuld met muziek en praatjes van Joost en Tineke.” Wat was eigenlijk de bedoeling van de inhoud van deze programma’s? Naast het brengen van ontspanningsmuziek voor de soldaten wenste men ook aandacht te besteden via promotiespots voor diverse cursussen georganiseerd door Welzijnszorg, die tot op dat moment te weinig bekendheid hadden. Andermaal de woordvoerder: “Veel militairen weten niet, dat ze alles kunnen leren in het leger en met spots willen we een ieder hier attent op maken.” Ook vanuit het gebouw van Radio Veronica was bevestiging gekomen: “De Welzijnszorg heeft inderdaad ons gevraagd of ze bij ons programma’s mochten maken. Dit hebben we toegestaan. Ons radiostation staat hier eigenlijk buiten en wij, directie van Radio Veronica, verdienen er niets aan.” De directie, zo bleek, had slechts toegezegd dat de afdeling Welzijn een studio mocht gebruiken om daar bandjes op te nemen en dat men de rest maar diende te regelen met het personeel; ofwel directe betaling aan de technici en presentatoren. Ook hadden de Veronica medewerkers zelf toestemming gekregen mee te werken aan deze speciale programma’s, mits ze dat maar deden in hun vrije tijd.

 

column1.thumb.jpg.876dd1400579fa5f9b18e6617e356a4c.jpg

Een dag later werd andermaal aandacht besteed aan de vorm van samenwerking, waarbij onder meer werd gemeld dat staf van de Generale Staf had ingegrepen na de eerdere publicatie. Om 11 uur in de ochtend van 15 april bleek de legerleiding overhaast het besluit te hebben genomen om het plan van Welzijnszorg om de militairen via de moderne muziek van Veronica te interesseren voor het volgen van cursussen te laten sneuvelen. De Legervoorlichtingsdienst had zelf aan de redactie van ‘de Telegraaf’ gemeld dat de Chef Generale Staf, Luitenant Generaal Van der Veen, persoonlijk een onderzoek had laten instellen. Ook had men gesuggereerd dat het zelfs niet ondenkbaar zou zijn dat er eventueel maatregelen waren te verwachten tegen de betrokken officieren. Als commentaar hierop meldde de krant: ‘De Legervoorlichtingsdienst heeft naar buiten aanvankelijk nog de indruk willen wekken, dat het wel van plan zou zijn geweest van Veronica, om zodoende goede contacten in het leger te krijgen, maar later trok men deze verklaring in en stelde men dat het alleen om een privéactie van de hoofd van dienst was gegaan.’

 

Als reden van het verbod gaf de woordvoerder van de Legervoorlichtingsdienst aan dat een overheidsorganisatie geen gebruik mocht maken van de faciliteiten van een omroeporganisatie die door de regering niet als legaal erkend werd. Via het ANP werd door de Legervoorlichtingsdienst nog eens speciaal meegedeeld dat de actie tot samenwerking puur was uitgevoerd door enkele personeelsleden van de Dienst Welzijnszorg. De journalist van ‘de Telegraaf’ voegde eraan toe dat in werkelijkheid de stafofficieren van Welzijnszorg op het idee waren gekomen, omdat er te weinig bekend was dat de militairen in het leger veel cursussen konden volgen.

 

Men had een paar dagen eerder contact gehad met Overste Muier, Hoofd van de Dienst Welzijnszorg, die onder meer had verteld dat de militairen wel weten dat er toneel- en filmvoorstellingen werden georganiseerd, maar dat de cursussen nog geen  begrip waren en dat men dat men bekendheid juist door het brengen van de speciale programma’s wilde bereiken.

 

column2.thumb.jpg.0990ca5f645d985e2e98e8eea535e989.jpg

Nadat het besluit van de legertop op 16 april was uitgelekt de samenwerking onmiddellijk stop te zetten werd er ook in Hilversum om een reactie gevraagd, waarbij Bull Verweij zei: ‘’Wij hebben de studio sportief ter beschikking gesteld voor dit goede doel en ik begrijp derhalve niet waarom men in Den Haag zo boos is geworden.”  Afsluitend schreef men: ‘Dat deze vorm van propaganda succesvol zou zijn geweest, lijkt wel zeker. Veronica heeft de meest moderne platen tot haar beschikking en de stemmen die bekend en populair zijn. En de opwekking van Joost de Draaijer, die men niet mag horen, zou een goede indruk hebben gemaakt, want Joost mag op het ogenblik wel zelf in militaire dienst zijn, maar men verstaat in Nederland nog niet de kunst om militairen met een zekere faam in de burgermaatschappij in te zetten voor haar eigen doelen. En dat is alleen maar jammer en kortzichtig.’

 

Hans Knot, 2 september 2017

de redactie

Onlangs schreef iemand hier op het forum in een discussie dat vroeger alles beter was. Maar er is in die pak weg 40 jaar toch best veel ten goede veranderd? 

 

Zo schrijf ik dit stuk op mijn laptop met een tekstverwerker in de cloud terwijl ik in de trein zit tussen Utrecht en Rotterdam. Ondertussen drink ik een lekkere verse kop koffie, gemaakt met zo'n bonenmachine op het station. Ik heb van mijn werkgever een plastic kaart meegekregen waarmee ik direct op zijn kosten reis. Luisterend naar een internet radiostation op de smartphone maak ik een overzicht van zo maar een doordeweekse dag.

 

In de vroege ochtend word ik niet meer om vijf uur wakker van het pruttel van de dieselauto van de buren, want die hebben ze gelukkig ingeruild voor een geluidloos elektrisch exemplaar. En als mijn wekker om kwart voor zes af gaat met muziek snooze ik nog twee keer voordat ik opsta. Na het opstaan stap ik onder de regendouche om vervolgens fris en wakker naar de keuken te lopen. Ik mik een cuppie in de koffiemachine en binnen een minuut zit ik met een heerlijke espresso op de bank. Ik pak de tablet en lees daarop de krant met het actuele nieuws. Snel check ik nog even buienalarm om te kijken of ik mijn regenpak vandaag nodig heb. Want normaal gesproken ga ik elke dag met mijn elektrische fiets naar het werk. Oh ja, deze is betaald met het fietsplan van mijn werkgever.

 

Op mijn werkplek scoor ik een verse mok bonenkoffie, zet mijn bureau in de sta-stand en selecteer op mijn smartphone een internetradiostation. Oordoppies in de oren, inloggen op de computer en werken maar.

 

Thuisgekomen haal ik direct de vaatwasser leeg en als de bel gaat neem ik de boodschappen van Appie in ontvangst. Met behulp van de inductiekookplaat, de inbouwmagnetron of de airfryer uit Eindhoven maak ik het avondeten klaar. Als dat op is schuif ik de vieze vaat zo de vaatwasser in. Dan is het inmiddels half zeven en start ik met interactieve TV het nieuws van zes uur. Als dat is afgelopen gooi ik nog even snel een cuppie in de koffiemachine om daarna met een lekker bakkie verder te kijken naar een spannende serie op Netflix.

 

Als het tijd is om naar bed te gaan zet ik de laatste glazen en kopjes in de vaatwasser en druk op start. Daarna selecteer ik de laatste podcast van Newshour op de smartphone  en luister ik voor het slapen gaan nog even naar het wereldnieuws van de afgelopen dag, dat eerder op de avond door de BBC is uitgezonden.

 

Hoe zag zo'n dag er 40 jaar geleden uit? Was het toen echt beter?

 

Vincent Schriel, 31 augustus 2017

hans knot

Gelijk aan vorige week sta ik op deze zaterdag 19 augustus stil bij gebeurtenissen die op en rond 14 augustus 1967 plaatsvonden. Een dag, ruim een halve eeuw geleden, dat vele tienduizenden luisteraars treurden omdat een groot deel van hun favoriete popstations uit de ether verdwenen. Dit doordat de Britse regering had besloten de Marine Offences Act van kracht te laten worden. Hierdoor was het ondermeer verboden programma’s aan land op te nemen voor mensen met een Brits paspoort, om reclame te maken op de zeezenders, te bevoorraden en veel meer. Sinds die, wat in de wereld van fervente radioliefhebbers als ‘Black Monday’ de geschiedenis inging, wordt elk jaar stil gestaan bij het verdwijnen van die radiostations.

 

Talloze documentaires zijn er in de loop van de afgelopen decennia via radiostations over dit unieke stukje radiogeschiedenis gemaakt maar ook zijn er, sinds 1978, bijna jaarlijks bijeenkomsten onder de noemer ‘Radio Day’ georganiseerd waar aanhangers van de vrije radio samen kwamen met de helden van weleer. Zo ook het afgelopen weekend toen er – op een geheime locatie – een grote reunië was in Londen van voormalige medewerkers van de zeezenders uit de jaren zestig. Vanuit allerlei landen en werelddelen waren zij naar Londen gekomen om nog een keer gezamenlijk leuke herinneringen op te halen naar de tijd van meer dan een halve eeuw geleden.

 

schotels.thumb.JPG.86a11d8cc7243679b009e91cbffdfe97.JPG

Ook was er een speciale - drie dagen durende -  uitzending van BBC Radio Essex vanuit de haven van Harwich en waren er bijeenkomsten op bepaalde locaties waar fans de verhalen van hun favorieten konden ophalen;  organiseerde Radio Caroline haar eigen happening en was er in Schotland een speciale reunië voor hen die in de jaren zestig van de vorige eeuw actief waren bij Radio Scotland. In Nederland was er via een 15 tal radiostations een 2017-versie te beluisteren van het legendarische programma van John Peel op Radio London, the Perfumed Garden. Zes uur lang was deze versie niet alleen in Nederland te beluisteren maar ook in België, Duitsland en Engeland. De presentatie was in handen van Oeds Jan Koster en uw columnist Hans Knot. Elders zal U verslaggeving en foto’s kunnen vinden van datgene tijdens de reunië in Londen werd beleefd.

 

Foto: Hans Knot

 

Maar gelijk aan vorige week blik ik ook terug op andere zaken die op maandag 14 augustus of de dagen erom heen gebeurden. Het was natuurlijk de ‘Summer of love’ waarin velen probeerden zoveel mogelijk lief voor elkaar te zijn, alles met elkaar te willen delen en vredig met elkaar om te gaan. Al dan niet met gebruik van ondersteunende middelen als drugs, drank, bloemen en seks. Zo werd op de gedenkwaardige maandag 14 augustus bekend gemaakt dat op de daarop volgende zaterdag de VARA radio met een reportagebus naar Groningen zou komen omdat op de trap van het stadshuis een love-in zou worden gehouden.

In Uitlaat, een jongerenprogramma van de VARA, zou rechtstreeks verbinding zijn met de Martinistad Groningen, waarbij medewerkers van het programma deelnemers aan de ‘love in’ zouden interviewen. Productieleider van ‘Uitlaat’ was Wim de Bie die de hoop uitsprak dat er een grote opkomst zou zijn  en men beschilderd en met bloemen omhangen naar de Grote Markt zou komen. Tegelijkertijd werd een soortgelijke bijeenkomst in Maastricht gehouden en uiteraard was het de bedoeling dat men op deze manier een soort van kruisgesprek op gang wilde laten komen tussen de aanwezigen in Groningen en die in Maastricht. Na afloop, zo stelde De Bie die maandag, zou er ter herinnering een groepsfoto van beide ‘Love ins’ worden genomen. Ik ben benieuwd wie na 50 jaar nog een dergelijke foto in haar of zijn bezit heeft.

Blijkbaar hoorde je er niet bij als je ook niet betrokken was bij een ‘love in’. Zo werd de bewuste maandag 14 augustus 1967 door een woordvoerder van  de gemeente Rotterdam bekend gemaakt dat de toenmalige provo-beat-kelder ‘De Leiperd’, ondergebracht in een oud pakhuis onder de Maasbrug, op 2 september zou worden ingewijd met een 36-uur-durend festijn. Het avond-programma zou volgens hem in het teken staan van ‘love-in’ en ‘flower power’. De gemeente stelde een bedrag van f 40.000,-- voor de inrichting beschikbaar. Let wel we hebben het hier over een bedrag in 1967. De betreffende journalist van de GPD was alvast een kijkje gaan nemen in ‘De Leiperd’ en constateerde in de berichtgeving dat ook met de politie de verhouding goed was want volgens hem zat. enkele dagen eerder een geüniformeerd politieagent in het provo-beathuis piano te spelen.

 

Maar ook trieste berichten werden uiteraard vermeld en in de ochtend van de 14de augustus werden de vlaggen van Nederland en Amerika halfstok uitgehangen aan het Concertgebouw in Amsterdam. Er werd officieel afscheid genomen van een week eerder in New York overleden Max Tak. Hij was een overbekende radiospreker,  journalist, componist, musicus en dirigent. Frits Schiller, destijds de grote, oude, man van het Rembrandtsplein, Alex de Haas en Heintje Davids waren enkelen uit een lange rij vrienden en bekenden die langs de baar defileerden. Een van Max Taks laatste wensen was dat ‘het laatste bedrijf’ in Amsterdam diende te spelen, werd zo vervuld. Het stoffelijk overschot van Max Tak werd op de Joodse begraafplaats in Muiderberg vervolgens ter aarde besteld. Aan de groeve spraken vertegenwoordigers van het Concertgebouw, de AVRO, Elseviers Weekblad en het dagblad de Telegraaf.

 

Op maandag 14 augustus, ook gerelateerd aan de radio, overleed op de leeftijd van 59 jaar in Amsterdam de schrijverjournalist Bob Wallagh. Hij werd bijzonder bekend vanaf 1946 toen hij optrad als leider van de hersengymnastiek voor de AVRO met de rubriek ‘Hoe is de stand Mieke?’ Wallagh was al jaren aan de reportagedienst van de AVRO verbonden en gold vóór de Tweede Wereldoorlog als een expert op het gebied van de bokssport. Hij verzorgde ondermeer de redactie van het blad van de Nederlandse Boksbond. Wallagh was voor de oorlog redactiechef bij het persbureau Vaz Dias en later ook redacteur van het Hollands Weekblad. Later is hij opgetreden als een verdediger van Han van Meegeren. Hij heeft over deze schilderijenvervalser vele reportages gemaakt en een boekje geschreven.

 

In het woonoord Schattenberg bij het Drentse Hooghalen werd trouwens hard gewerkt en kon op dinsdag 15 augustus  de eerste van de twaalf reflectoren van de radio-telescoop op zijn plaats getakeld worden. De medewerkers van het bedrijf Bronswerk Feijenoord N.V. uit Rotterdam hadden er een hele hijs aan. Het was een karwei, waarbij het op millimeters aankwam.

 

 

De middellijn van de reflector bedraagt vijfentwintig meter. De hoogte van de twaalf gevaarten, die ver boven de Staatsbossen uittorenen, is zevenentwintig meter. Wilfijn Rotterdam waren er de constructeurs van. In het woonoord, dat bijna dertig jaar historie achter zich had, was men in opdracht van de Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg bezig over een lengte van ongeveer 1 kilometer twaalf radiotelescopen te bouwen, waarvan tien vaste en twee verrijdbare. In april 1967 was men daarmee begonnen, nadat in de herfst van 1966 de voorbereidingen waren getroffen voor de constructie van de reflectoren. Het gehele complex van werkzaamheden werd in oktober 1968 opgeleverd.

 

Dus, gelet op deze en andere herinneringen aan wat er zoal op en rond die bewuste ‘Black Monday’ 1967 gebeurde, bedenk altijd bij het terugluisteren van bijvoorbeeld het laatste uur van Radio London dat er in die dagen veel meer gebeurde dan alleen maar het invoeren van de Marine Offences Bill, die officieel ‘Act’ werd.

 

Hans Knot,  19 augustus 2017

hans knot

Op deze zaterdag 12 augustus gaat de nostalgische column over 14 augustus 1967, een maandag die voor de fervente radioluisteraars nog immer ‘Black Monday’ wordt genoemd en vreemd genoeg ook dit jaar op een maandag zal vallen. In Engeland en Nederland zal via tal van activiteiten dit weekend en komende maandag stil gestaan worden bij het gegeven dat een halve eeuw geleden het merendeel van de zeezenders voor de Britse kust, via de invoering van de Marine Offences Bill, uit de ether werd verdreven.

 

De kranten stonden destijds vol van protesten en de deejays, van de stations die uit de ether verdwenen waren, werden bij aankomst op Liverpool station in Londen destijds door een hysterische groep jongen vrouwen en meisjes toegejuichd. De helden van destijds zijn voor een grote groep vaste luisteraars nog steeds hun helden, getuige de belangstelling voor de vrije radio die via de sociale media de laatste jaren vooral flink is aangewakkerd.

 

8298.thumb.JPG.f96f4e27e0e9669233ee5649249d4d3d.JPG

Maar er was in de wereld natuurlijk veel meer aan de hand op die 14de augustus en de dagen erom heen. Te veel om in deze column op te nemen maar toch wel belangrijk even stil te staan bij de wereldse echte problemen die er waren. Het gezag van de Chinese regering beperkte zich, volgens een onderzoek, feitelijk alleen nog maar tot Peking en naaste omgeving. Eigenlijk was niemand op dat moment in China aan de macht.

 

Dit stelde ondermeer de 29-jarige Noorse journalist Harald Munthe-Kaas, die van Peking in Oslo teruggekeerde. Munthe-Kaas, die Chinese taal en letteren studeerde en Chinees sprak, zei, dat er een zeer nerveuze sfeer in Peking heerste, daar ook de politieke toestand in China chaotisch was. De toenmalige president Lioe Sjao-Sji had huisarrest en niets meer te vertellen. In de zuidwestelijke Chinese provincie Szetsjwan heerste een complete burgeroorlog, zo meldde het officiële persbureau van Nationalistisch-China.

 

MV Galaxy van Radio London (foto Ron Bunninga)

 

Bij de oorlog werd ook gebruik gemaakt van tanks en grote kanonnen. De tegenstanders van Mao zouden na een hevig gevecht, van vijf dagen, de industriestad Nantsjoeng veroverd hebben. Volgens berichtgeving, die destijds moeizaam naar buiten kwam, waren zware gevechten uitgebroken in Tsjengtoe, de hoofdstad van de provincie Szetsjwan. Ook zouden er zware gevechten geleverd zijn in Tsjoengking, een stad in de bergen, welke memelsbreed 1500 km landinwaarts van de monding van de Jangtse ligt.

 

Reizigers uit Kanton hadden in Hongkong verteld, dat in Kanton anarchie heerste. Verscheidene duizenden gevangenen zouden uit een werkkamp zijn ontsnapt. Ze zwerfden door de straten en plunderden winkels. Volgens de reizigers hing aan bijna iedere boom van de Tai Ping Sud-laan een lijk. De luchtverbinding tussen Kanton en Hongkong was verbroken.

 

Velen staan dan wel ieder jaar stil bij de closedown van de Britse zeezenders maar het is wel goed even in de tijd te worden terug gebracht met andere zaken die destijds speelden. Hoe stond het met het weer in ons land? We hadden in de GPD kranten de rubriek met de kat Pressie die op die dag meldde: ‘De lijn van stabiel zomerweer is gebroken. Enkele buien die dit weekeinde passeerden, misten het stabiele eveneens, want de regenval was soms wolkbreukachtig. Zowel zaterdag als zondag vielen er vooral in Groningen, Drenthe en Overijssel zware buien. Zondagmorgen meldde Paterswolde 18 mm, vanmorgen Spier (Dr.) 21 mm. In zijn geheel leverde het weekeinde aan buien de volgende regenhoeveelheden op: Paterswolde 32, Spier 25, Groningen 16, Delfzijl 15, Schiermonnikoog 13 mm. De tot nu toe meest actieve depressie van deze zomer lag vanmorgen bij lerland en wordt morgenochtend met een luchtdruk van ongeveer 740 millimeter boven de Noordzee verwacht.’

 

Er was ook vaak in die dagen vermelding in de kranten over vluchtpogingen uit de DDR. Zo ook op 14 augustus 1967 toen te lezen was dat de Maastrichtse 30-jarige machine-bouwkundige Tonnie van den Boom niet teruggekeerd was van een reis naar Bulgarije. Hij was daar op 29 juli van dat jaar met zijn zwager Peter Lehmann uit Sollingen en een vriend, Winfried Kadur uit Remscheidt-Lennep, heengereisd om zijn schoonzuster Gudrun Lehmann (28) uit Kiesselbach (Oost-Duitsland) naar het westen te smokkelen. Van de Oost-Duitse werd echter bekend, dat zij tijdens een vakantie in Bulgarije door onbekende oorzaak om het leven was gekomen.

Bij de voorbereiding van de plannen deze vrouw, die arts was aan een kliniek in Kiesselbach, naar het westen te smokkelen, had ze gezworen zich van het leven te beroven, als er iets mis zou gaan. Het overlijden van Gudrun en het niet tijdig terugkeren van het drietal mannen deed vermoeden, dat er inderdaad iets mis was gegaan en dat Tonnie van den Boom en zijn metgezellen in handen van de Bulgaarse staatspolitie waren gevallen. Schimmigheid in berichtgeving in deze voerde de boventoon en duidelijkheid is er nooit verschaft.

 

Maar gelukkig waren er ook feestelijke zaken te melden die beruchte maandag want er was over het oudste echtpaar van ons land die dag te melden dat ze aan de voorafgaande zaterdag hun 76-jarig huwelijksfeest hadden gevierd.  Het ging om Harm Tingen (99) en Jantje Woltman (94). De gehele dag was het een komen en gaan van familieleden, vrienden en kennissen. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef de volgende maandag: ‘Taarten, bloemen en schriftelijke felicitaties werden bij tientallen aan hun propere woninkje aan het Varik 3 in het Bonnerveld te Gieten afgegeven. Een hoogtepunt vormde in de middaguren de komst van burgemeester mr. H. V. van Walsurn, die de oudjes namens het gemeentebestuur de gelukwensen aanbood en daarbij een fruitmand overhandigde. In de

vreugde deelde ook de 70-jarige zoon Teunis, bij wie de ‘feestvarkens’ inwoonde, en die de honneurs waarnam.

 

De serenade, die het plaatselijk muziekkorps Harmonie aan Neerlands langst getrouwden bracht was eveneens een hoogtepunt. Toen de mannelijke helft om kwart voor zeven 's avonds in de Drentse uitzending van de RONO zich zelf in een kort vraaggesprek met Jan Weggemans door de luidspreker had gehoord, betekende dit het einde van een voor het echtpaar vermoeiende, doch feestelijke dag. Volgens de journalist van de krant liet mevrouw Tingen zich direct er op naar bed brengen. Haar man volgde haar al snel.’ Tja Radio London was er niet meer en altijd maar luisteren naar de RONO was ook niet alles. Ik beloof volgende week nog een paar onderwerpen over die bewuste 14de augustus in herinnering te brengen.

 

Hans Knot, 12 augustus 2017

hans knot

Vandaag neem ik je mee terug naar 1973 en daar zijn twee gebeurtenissen de reden toe. Een tweetal weken geleden paste ik op twee van de kleinkinderen gedurende een aantal uren op de vrijdagochtend en na een tijdje ander vermaak besloten we oude liedjes te beluisteren. Het werd grote pret want de dubbel cd met liedjes uit de televisieserie ‘Ja zuster, nee zuster’ kwam uit de kast en uiteraard kwamen liedjes als de Fucsia, In een rijtuigje en de Kat van Ome Willem voorbij.

 

sonneveld3.jpg.dbfab85b14394d6628e7808aace758c0.jpg

Opmerkelijk voor mij was dat Femke, 7 jaar en die het liedje nooit eerder had gehoord, na drie keer beluisteren mee ging zingen alsof ze zelf morgen naar Parijs zou vertrekken. Wim Sonneveld, 43 jaar na zijn overlijden in de schijnwerper in Huize Knot. Een ruime week later werden we nog een keer aan deze cabaretier herinnerd. Han Peekel bracht, op de late avond, een prachtige special over Herman Stok waarvan ik volop genoot. Een van de vele successen van Wim Sonneveld, Katootje, kwam in een fragment voorbij in een gruwelijke instrumentale uitvoering, afkomstig uit het programma ´Top of Flop’. Jurylid Willem ´O´ Duys meldde daarbij dat wanneer Wim Sonneveld, die op dat moment in Zuid Frankrijk woonde, zich zou omdraaien in de sneeuw als hij deze valse versie zou horen.

 

Het bracht me in gedachten terug naar de jaren zestig dat thuis, we waren met zijn zevenen, het onderwerp cabaretiers met een bepaalde regelmaat ook wel aan bod kwam. Immers waren er voorstanders en tegenstanders van de grote drie, waarbij door mijzelf Wim Kan als grote afvaller werd geselecteerd. Het kan aan de puberjaren hebben gelegen maar ik kom me ontzettend ergeren aan de in mijn oren gemaakte vorm van humor van de man die vooral links gericht wenste te scoren. En dan ook nog eens de Oude Jaars Conferences die hij kreeg toebedeeld.

 

Ik denk gemiddeld dat Toon Hermans het in Huize Knot het beste deed, aangegrepen door zijn prachtige one man shows. Voor mijzelf was het echter Wim Sonneveld mede omdat hij prachtige types neerzette in diverse programma´s, waaronder natuurlijk de eerder gememoreerde ´Ja zuster, nee zuster´. Alleen als je op de radio weer eens Sonneveld voorbij hoorde komen dan was dat steevast een nummer van een van zijn bloemrijke LP´s, die in de loop der jaren zijn opgenomen en uitgebracht.

 

Maar hoe langer ik er kortelings over nadacht kwam bij mij de gedachte op dat ergens in de begin jaren zeventig door mij een kanttekening was gemaakt omtrent een programma op de radio. Jawel hoor het was in de zomer van 1973 dat Wim Sonneveld eindelijk weer eens een keer live was te horen. In die tijd had Wim Sonneveld zich bijna volledig teruggetrokken en trad hij niet meer op maar in het TROS programma ´Vice Versa Veluwe´ maakte hij daar een uitzondering op.

sonneveld.jpg.b90a7eb9b89964eaa91e2fc5438f2ef6.jpg

De programmaleiding van de TROS had Wim Sonneveld bereid gevonden af te reizen naar het plaatsje Hulshorst om een zogenaamde ´tour de chant´ met de duur van een half uur te brengen. Het bestond uit conferences en liedjes uit zijn uitgebreide repertoire, waarbij hij werd begeleid door zijn vaste trio.

 

In mijn archief vond ik een reactie terug van programmasamensteller Piet Daalhuysen, die inging op het gegeven dat Sonneveld eindelijk weer eens live op de radio zou zijn te horen: “Toen ik met de voorbereidingen van dit programma bezig was, stapte ik naar John de Crane en vroeg hem of hij ‘enkele zware jongens’ voor me had. Vrijwel direct reageerde hij met de vraag van wat ik van Wim Sonneveld vond.”

Daalhuysen vroeg zich af, mede het gegeven dat Sonneveld bijna nooit meer optrad, of deze wel bereid zou zijn maar De Crane stelde dat hij Wim Sonneveld gewoon brutaalweg diende te vragen. Uiteindelijk lukte het maar er waren wat haken en ogen. Piet Daalhuysen destijds: “Hij reageerde meteen op mijn verzoek en wilde best optreden mits hij kon worden begeleid door zijn vaste trio. Maar dat gaf natuurlijk de nodige problemen want zijn begeleiders waren als trio ontbonden en traden al enige tijd in andere formaties op.”

 

sonneveld2.jpg.1e04d21753087661ca0f87e87bc1dd68.jpgVia de basist Wim van der Stelt gelukte het Daalhuysen het trio weer bijelkaar te krijgen voor dit speciale ‘Vice Versa Veluwe’ zomerprogramma. Opmerkelijk want tot 1960 was Wim Sonneveld zeer regelmatig op de radio te horen. Wie herinnert zich niet het programma 'De showboat' waarin hij de rol van ‘Willem Parel’ speelde. Een dag voor de uitzending kwam Wim Sonneveld naar Nederland, vergezeld van Conny Stuart die bij hem logeerde. Zij was trouwens een week later de centrale gast in het gelijknamige programma, dat op zaterdagmiddag destijds in de zomer van 1973 via Hilversum 2 om half 2 de ether inging.

Sonneveld maakte die week ondermeer bekend geen plannen meer te hebben om te gaan optreden maar dat er wel plannen waren voor een film over zijn leven, waarin acteur Willem Nijholt de hoofdrol zou gaan spelen. In een het daarop volgend jaar kwam Wim Sonneveld veel te vroeg te overlijden. Tijdens het schrijven van deze column besefte ik – als practisch niet-televisiekijker – de serie over 100 jaar Wim Sonneveld, die recentelijk door de NPO werd uitgezonden,  niet te hebben gezien. Gelukkig maar dat we in de moderne tijd van terug kunnen kijken leven.

 

http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/397299/100_Jaar_Sonneveld.html

 

Hans Knot, 5 augustus 2017

 

 

hans knot

weer.thumb.jpg.b598154e8b155e537b6f3a59e1ac7cce.jpg

Eind juni nam Helga van Leur afscheid als weervrouw op RTL. Zij, die helemaal niet op de televisie wilde, werd de meest succesvolle weervertolker in Nederland en werd tijdens haar loopbaan zelfs één keer uitgeroepen tot de beste weervrouw van de gehele wereld. Weer kunnen we overal vandaan halen. Zelf bezocht ik in de jaren negentig van de vorige eeuw ook de studios van The Weather Channel, voor een reportage die ik schreef voor het Veronicablad. Dat betekende 24 uur per etmaal informatie inzake het weer in de breedste zin van het woord.

 

Dat was vroeger dan wel eens geheel anders, het waren, tot 13 maart 1968, alleen medewerkers van het KNMI die de weervoorspelling op de televisie verzorgden en dan niet eens dagelijks. Daarna werd het weer gedurende een lange periode uitsluitend via een kaart getoond, waarbij de aanvullende informatie werd verstrekt door een niet-weerkundige, aanwezig in de televisiestudio in Bussum destijds nog het hart van de televisie in Nederland.

 

Uiteraard werden we via de kranten op de hoogte gehouden. Zo wist het GPD te melden dat bij de laatste beurt het niet misplaatst geweest zou zijn de weerman even in het volle licht te plaatsen en hem een interviewtje af te nemen, temeer omdat het drs. C. J. van der Ham betrof, die dienst had. Hij was de nestor onder de televisieweermannen en had zijn commentaren al vanaf het najaar van 1951 gegeven.

 

Het nieuwe systeem, dat in maart 1968 werd ingevoerd, had een voor en een tegen. Een verbetering van de service was ongetwijfeld de grotere frequentie (zes maal per week), waarmee informatie werd gegeven; als een verlies zag men het voortaan ontbreken van de persoonlijke toets van de mannen uit De Bilt, waar het KNMI haar burelen had.

 

Het weer stond echt in de spotlight want uit persoonlijke notities zag ik recent terug dat een paar dagen later, op 17 maart 1968, er een documentaire over ´het weer´ was gebracht als onderdeel van de serie ´Verkenning en Wetenschap´, een serie die liep van Nederland 2. Het betrof een 25 minuten durende documentaire onder redactie van Rens Groot. In het programma werden enige geheimen rondom de weerverwachting verteld, bijvoorbeeld waarom het soms voor het KNMI zo moeilijk was om bij een bepaalde luchtcirculatie een kloppende weerverwachting samen te stellen. Ook werden de mogelijkheden ter sprake gebracht die er destijds waren om betere weerverwachtingen te krijgen. De cameraploeg had bij het KNMI op dit gebied interessante opnamen mogen maken. Zo werd ondermeer aandacht besteed aan de toenmalige nieuwe technieken ais radarwaarneming, weersatellietfotografie en de verwerking van gegevens door de computer, in een poging langs statistische weg tot lange termijnverwachtingen te komen. Let wel we hebben het over 1968!

 

Weer een dag later werd door de Nederlandse Vereniging voor Slechthorenden bekend gemaakt dat er een winnaar was voor de door de Vereniging ingestelde prijs voor de best verstaanbare televisie- spreker voor het jaar 1967. De prijs werd toegekend aan Cor Witschge, ofwel Pipo de Clown. Het jaar daarvoor viel de prijs ten deel aan Eugenie van Westhreenen-Herlaar, nieuwslezer van het NTS-journaal, de voorganger van het NOS Journaal.

 

In 1968 reageerden vooral de jeugdige slechthorende en dove kijkers op het verzoek van de Vereniging voor Slechthorenden om met een naam voor een kandidaat te komen. Met overgrote meerderheid spraken de jongeren zich uit voor Pipo en zijn gezelschap! Zij gaven daardoor te kennen dat, behalve duidelijk en goed gearticuleerd spreken, ook de gelaatsmimiek alsmede het beeldende karakter van de verhalen tot een ‘goed verstaan’ bijdroegen. De onderscheiding bestond uit een oorkonde en een gouden horloge met inscriptie. En dan was er opeens weer behoefte aan hanengedrag binnen de omroep. Eind april 1968 meldde VARA bestuurder Rengelink tijdens de jaarvergadering van de verenigingsraad dat de VARA-haan weer eens krachtig diende te kraaien. Hij bedoelde niet dat het volume van de haan, waarmee het VARA programma vroeger opende, omhoog diende te gaan, maar dat er een steviger links ideëel tegenwicht diende te worden gemaakt ten opzichte van de enorme ruk naar rechts, die volgens hem in de radio en televisiewereld in Nederland was gemaakt.

 

Hij doelde vooral op de concentraties, die meer en  meer ontstonden bij dagbladen en geïllustreerde bladen om op allerlei manieren samen te werken waardoor productiekosten zouden kunnen dalen. Volgens Renglink waren deze samenwerkingsverbanden zeer gevaarlijk te noemen, in het bijzonder voor het behoud van de democratie en de vrijheid van meningsuiting in Nederland. Hij stelde ondermeer: “Wij moeten oppassen voor de ondemocratische en fascistische krachten, die in Nederland weer de kop opsteken.”

 

Rengelink had het dus niet erg begrepen op die persconcentraties, waarbij het dan wel ogenschijnlijk om technisch samenwerking ging, maar volgens hem zich echter volkomen aan het oog van de publieke opinie onttrok. “De media worden steeds meer ondergeschikt aan het bedrijfsleven." De steeds verdergaande verbrokkeling door de mini-omroepen en de wens van bijna elke streek en grote stad om een eigen omroep in het leven te roepen, zag de heer Broeksz, toenmalig voorzitter van de VARA, als ‘een op mossen schieten met de kanonnen van radio en televisie’. Hij stelde verder: “Radio en televisie zijn massa-media, ze worden onjuist gebruikt, wanneer ze gericht worden op het nu voor kleine afgeronde groepen”. Duidelijk is dat de wereld van radio en televisie de afgelopen halve eeuw drastisch is veranderd.  

 

Hans Knot, 29 juli 2017

de redactie

5979f9fa6f388_algemeen18autoradio.png.bae95fcb7fcc4cff20b8cb4685ea18af.pngOver een paar jaar, als de FM in Nederland wordt uitgeschakeld, luisteren we allemaal digitaal naar de radio. Thuis hebben we het al dankzij onze kabel- of internetprovider. En als hun aanbod niet voldoende is kan je met een internetradio naar zo'n beetje alles luisteren wat er in de wereld aan radio wordt gemaakt.


Buiten de deur is het anders. Digitaal naar radio luisteren staat hier nog in de kinderschoenen. We hebben landelijk DAB+ en 4G internet tot onze beschikking, maar hoe werken deze netwerken in de praktijk? In de auto en het openbaar vervoer. Omdat ik van beide vervoersmogelijkheden gebruik maak heb ik in de afgelopen twee maanden een vergelijk gemaakt tussen DAB+ en 4G. Op de heenweg DAB+, op de terugweg 4G.


Laten we maar met de auto beginnen. Sinds kort heb ik er één met een radio voor DAB+. Voor de korte ritjes in de stad voldoet dit prima. Maar zodra ik de stad uit rij beginnen de problemen. Ik woon in het Rijnmond gebied waar je veel tunnels hebt: Beneluxtunnel, Botlektunnel, Heinenoordtunnel, Maastunnel, Noordtunnel en Thomassentunnel. Ook zie je dat er steeds vaker wordt gekozen voor het onder de grond aanleggen van wegen. De nieuwe A4 tussen Schiedam en Delft is daar een voorbeeld van. Zodra je zo'n tunnel in rijd ben je het signaal kwijt. Anders is dat met 4G. Zonder problemen tunnel in en tunnel uit. En wat ook handig is: als je wordt gebeld gaat de radio op pauze. Dan mis je niets van een discussie op de radio.


Ook op lange ritten wint 4G het van DAB+. Tijdens een ritje van Rotterdam naar Hilversum via de A15 en A27 gaat het al snel mis. In de Noordtunnel bij Alblasserdam geen signaal en tussen Gorinchem en Utrecht valt het DAB+ signaal meerdere malen weg, zowel bij de stations van de publieke omroep als de commerciëlen. Bij de derde partij die DAB+ aanbiedt, MTVNL, valt het op dat het signaal meer wegvalt dan bij de andere twee netwerken. En 4G? Dat werkt feilloos.


Als ik voor mijn werk op pad moet kies ik altijd voor het openbaar vervoer. De locaties waar ik heen ga zijn prima met de tram, metro en trein bereikbaar en in de meeste gevallen gaat het sneller dan met de auto.


Onderweg heb ik altijd de radio aanstaan, ook in het openbaar vervoer. Met een kleine Pure portable DAB+ ontvanger en oordopjes luistert het lekker weg. Maar niet in de metro. Zodra deze ondergronds gaat is het over en uit. Pas op Rotterdam Centraal, als je de stationshal inloopt, is er weer signaal. Zelfde heb je in de trein. Richting Den Haag krijg je de spoortunnel bij Delft en wordt het stil. Ook richting Schiphol en Breda met de Intercity Direct heb je hetzelfde probleem. Het spoor is op meerdere plekken ondergronds aangelegd om overlast voor de omgeving te voorkomen. Zodra je de treintunnel in gaat ben je ook hier het signaal kwijt.


Met 4G gaat ook het niet vlekkeloos, maar wel stukken beter. In de metro is 4G beschikbaar en kan je zonder onderbreking blijven luisteren. Maar in de trein gaat het wel eens mis. Richting Breda en Schiphol valt het signaal een enkele keer weg. Gelukkig gaat de radio-app op je mobiel dan op pauze en zodra er weer signaal is gaat het verder waar hij is gebleven. Je mist in ieder geval niets.


Mijn conclusie is dat buitenshuis de beschikbaarheid van 4G beter is dan DAB+. Ook biedt 4G meer functionaliteiten. In de trein kan je met je laptop het internet op (via thetering) en in de auto krijg je de actuele weginformatie via je routeplanner. Ook heb je met 4G gigantisch veel radiostations tot je beschikking. Door de beschikbaarheid en de extra functionaliteit heeft 4G een grote voorsprong op DAB+. Zodra de NS, net als de metro in Rotterdam, 4G goed toegankelijk maakt in de tunnels, is de dekkingsgraad volledig. Dan kunnen we overal in Nederland zonder onderbreking altijd bellen, appen en radio luisteren. Dan is het alleen nog wachten op het moment dat de datalimiet van het mobiele internet verdwijnt, net zoals met de vaste aansluiting is gebeurd. Tele2 en T-mobile hebben de aanzet hiervoor al gegeven.


Vincent Schriel, 27 juli 2017

hans knot

Amsterdam-700-Jaar.jpg.4e29d63418e54d5ee40cd2cc0eea7b5d.jpg

Nostalgisch terugblikken kan herinneringen terugbrengen waarbij je lang niet stil hebt gestaan. In mijn geval worden ze opgeroepen door de vele aantekeningen, die ik in de loop van de afgelopen zes decennia heb gemaakt, knipsels die ik veelvuldig en vooral zorgvuldig heb geknipt en vergaard, maar ook door intensief oude radioprogramma’s te beluisteren. Ze zijn er met duizenden en in minder aantal de televisieprogramma’s waaruit ik herinneringen kan ophalen. En dankzij internet en you tube hebben weer anderen veel plezier om oude fragmenten van televisieprogramma’s terug te zien.

 

De maand februari 1975 is in dit artikel mijn ijkpunt in de eeuwige tocht naar nog meer herinneringen. Was het niet het jaar dat in Amsterdam uitgebreid werd stil gestaan bij het gegeven dat de stad haar 700-jarig bestaan vierde op 25 oktober van dat jaar? Het lijkt als gisteren maar is al weer liefst 42 jaar geleden. Het 700-jarig bestaan van de stad werd gevierd met allerlei initiatieven, waaronder de eerste editie van SAIL, het eerste Kwakoe Festival en het eerste Amsterdam Tournament. De stad kreeg 700 nieuwe bomen en er hing sfeerverlichting aan de bruggen in de binnenstad.

 

In die tijd was ik nog een intense televisiekijker, iets wat ik me niet meer kan voorstellen en al in februari van dat jaar 1975 was het de TROS die aandacht besteedde aan het 700-jarig bestaan van Amsterdam middels een muzikaal programma onder regie van een ras Amsterdammer, Ralph Inbar. Hij besloot ter gelegenheid van het prachtige jubileum de TROS voor te stellen te komen met een muzikaal programma waarin diverse artiesten een ‘rondje Amsterdam’ zouden gaan doen.

Uiteraard diende het programma geopend te worden met een dagopener, waarbij werd gekozen voor het prachtige lied ‘Amsterdam ontwaakt’, waarbij Willeke Alberti het voortouw nam. Liesbeth List volgde met ´Kinderen een kwartje’, maar ook Tante Leen, die nog in leven was, mocht niet ontbreken en zong een onvervalste smartlap via ´Amsterdam zonder Pierement´.  Iemand die je wel eens tegenkwam, als je op bezoek was in de hoofdstad van ons land, was Ramses Shaffy. Hij was bereid ´Het is stil in Amsterdam´voor zijn  rekening te nemen, terwijl Leen Jongewaard eens niet als opa optrad maar ´Het kroegenlied´  ten gehore bracht. Wie anders dan Adele Bloemendaal was geschikt om met een heerlijk Amsterdams accent het lied over ´de rosse buurt´ ten gehore te brengen.

 

Het internationale tintje mocht van Inbar niet ontbreken en hij koos er voor een groep, die destijds aardig aan de weg te timmerde, uit te nodigen het lied ´Let´s go to town´ te zingen. Het ging om de Britse formatie Sailor, die op een toen recente LP ondermeer het lied ´the girls from Amsterdam´ bracht. En ja, dan de presentatie, die was ook al weer in handen van een alom bekende Amsterdamse. In eerste instantie verscheen Sylvia de Leur op het scherm als een Amerikaanse hippie, die in Amsterdam woonde en al een beetje Nederlands kende.

Uiteraard had Ralph Inbar ervoor gezorgd dat een van de beste tekstschrijvers uit die tijd werd ingehuurd. Eli Asser, die ooit zijn loopbaan in de reclamewereld begon, maakte er iets heel speciaals van, wat ook gezegd kon worden van het decor. Gelijk aan Amsterdam leek het erop dat de setting op palen was gebouwd. Als altijd bleef Inbar een bescheiden man want in een interview stelde hij: “Zie het als een eenvoudige hommage aan Amsterdam. Een leuk programma met mooie liedjes”.

Zoals al gemeld was de officiële datum van het 700-jarig bestaan 27 oktober 1975. Het was toen precies op de dag af zeven eeuwen geleden dat de toen 21-jarige Floris V, Graaf van Holland, aan mensen die te Amstelledamme woonden, een bepaald privilege gaf, waarmee de graaf de inwoners van Amsterdam het recht verleende tolvrij hun eigen goederen te varen in het gebied dat hij als graaf beheerde. Het verhaal gaat dat Floris V de belofte op perkament heeft vastgelegd en het blijkt waarheid te zijn aangezien het is terug te vinden in het gemeentearchief van Amsterdam, waarin het zorgvuldig word bewaard.

 

Het document, zo wordt historisch gesteld, is het eerste document waarin de oude naam van Amsterdam is vastgelegd op papier. Maar de historie van onze hoofstad gaat veel verder terug dan het jaar 1275 want meerdere historici en archeologen stellen dat de historie van Amsterdam terug gaat naar ver voor 1200. Zo waren de eerste bewoners vissers, die hun verdiensten hadden via vangsten op het IJ dat veel breder was dan nu het geval is. 

 

Inmiddels zijn er initiatiefnemers al lang bezig met de voorbereiding voor een volgend jubileumfeest, dat in het jaar 2025 dient te gaan plaats vinden: 750 jaar Amsterdam. Naar buiten is men al gekomen met een oproep: ‘Er is iets minder dan tien jaar tijd tot de mijlpaal van 750 jaar Amsterdam en dat geeft ruimte voor mooie initiatieven. We willen bestuurders, bedrijven én bewoners stimuleren hun talent in te zetten bij het vormgeven van de stad in 2025. Daarom maken we onze ideeën zichtbaar in dit project: Amsterdam 750 jaar.

We startten dit programma met elf bij Amsterdam betrokken organisaties. In dit project schoven we onze young professionals naar voren: wie kunnen beter bijdragen aan de ontwikkeling van de stad, dan de bestuurders van de toekomst? We stellen ook deelnemersplaatsen beschikbaar voor young professionals van maatschappelijke en culturele organisaties.

Wij zijn ervan overtuigd dat de voorgestelde initiatieven een bijdrage kunnen leveren aan verdere sociale, economische, ruimtelijke en culturele ontwikkeling van de stad. Daarom hopen we dat de ideeën een gesprek in de stad uitlokken. Dat ze prikkelen tot meer ideeën én, nog belangrijker: tot actie!’

 

Acht jaar dus nog te gaan waarbij de jonge generatie dan ook weer acht jaar ouder is en de ideeën die men ontwikkelt in de komende tijd tot realiteit kan brengen. Er is inmiddels een informatiesite opgezet waarop de komende jaren de nodige informatie zal worden gebracht. Geïnteresseerden kunnen deze site het beste bookmarken om met een bepaalde regelmaat aan te klikken voor meer informatie:  http://www.amsterdam750jaar.com/

 

Hans Knot, 22 juli 2017

hans knot

Al ruim vierenhalve decennia lang schrijf ik over de geschiedenis van de media, met de zeezenders in het bijzonder. Op vele manieren is de geschiedenis te ontsluiten, waarbij ontzettend veel bronnen geraadpleegd kunnen worden. Het openbaar zijn van vele krantenarchieven brengt soms nog verrassingen voor me, zoals recentelijk toen ik een bericht aantrof in de krant van zaterdag 13 november 1965. Op zoek naar verhalen rond de start van het toenmalige Hilversum 3, viel mijn oog op een artikel waarin werd beweerd dat er naast Radio Veronica nog een tweede zendschip op de Noordzee voor de kust van Scheveningen zou worden verankerd, ongeveer een mijl verwijderd van de Norderney van Radio Veronica.

 

59653d1c49592_Jul1113.thumb.JPG.8aed9957bc87fc1fa1de6d87b6abb908.JPGDe informatie, gegeven in het bericht, kreeg in de daarop volgende weken geen vervolg en kan, zoals zovele berichten in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw betreffende de zeezenders, geplaatst worden in de categorie ‘duimzuigers’. Er werd namelijk aangekondigd dat, als de plannen van de initiatiefnemers doorgingen, er vanaf de maand december een nieuwe zeezender voor de Nederlandse kust van start zou gaan om lichte muziek de huiskamers in Nederland en België in te sturen. Het initiatief was afkomstig, aldus het bericht, van drie voormalige medewerkers van de Britse zeezender Radio City.

 

Uitzendingen zouden gaan plaats vinden op de middengolf op een frequentie rond de 200 meter. Uiteraard een frequentie veel te dicht bij de 192 meter, die destijds door Radio Veronica werd gebruikt. Programma’s, aldus de initiatiefnemers – die niet bij naam werden genoemd – zouden gaan plaats vinden tussen acht uur in de ochtend en acht uur in de avond. De namen van de betreffende personen wenste men niet openbaar te maken ‘met het oog op de reeds ondervonden en nog te verwachten tegenwerking bij de uitvoering van hun plannen.’ Wel meldde men dat er werd samengewerkt met een aantal Nederlanders, dat vooral werd ingezet om contacten te leggen in de reclamewereld en bij de potentiële adverteerders.

 

Het verhaal in de kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst werd helemaal voor sommigen interessant toen men stelde al contacten te hebben gelegd met Jos Brink (toen NCRV) en Herman Stok (toen VARA) om een aanstelling als deejay te krijgen. Ook stelde men contacten te hebben met een aantal personen uit Jazz bands en Beat groepen. Gesuggereerd werd dat op een kleine werf in Londen hard werd gewerkt aan de afbouw en inrichting van het toekomstige zendschip, waarbij men al een ligplaats een mijl verwijderd van de Norderney in gedachten had. Het is bij die gedachte gebleven.

 

In de Telegraaf van die dag werd ook Veronica directeur Bull Verweij een mening gevraagd: “Ik zou het zeer vreemd vinden als men er nu nog mee zal gaan beginnen, vooral nu de regering plannen heeft om tegen de zogenaamde ‘piratenzenders’ te gaan optreden. Maar waren er nog meer bijzondere dingen te melden op de 13de november 1965?

 

Vaste prik in Huize Knot was vroeg, om 7 uur in de ochtend, te luisteren naar de Radio Nieuwsdienst van het ANP en wel via de Draadomroep. Die ochtend was het heel vreemd een zuidelijk accent te horen bij de nieuwslezer van dienst. Na een dikke minuut werd echter het lezen door een vertrouwde stem overgenomen. Wat bleek, de nieuwslezer van dienst had bij uitzondering vertraging opgelopen waardoor de chef van Dienst – Louis Jansen -, een overvalste Limburger, het eerste deel van het bulletin voor zijn rekening nam. Wel werd nog vermeld dat een dergelijke inval in 13 jaar niet was voorgevallen bij de Nieuwsdienst verzorgd door het ANP.

 

Belangrijk nieuws diezelfde 13de november was wel dat Pieter van Vollenhoven, de toenmalige verloofde van prinses Margriet, die ochtend door militaire artsen onvoorwaardelijk was goedgekeurd voor alle diensten binnen de Koninklijke Luchtmacht. Een herkeuring was noodzakelijk geworden door de gecompliceerde beenbreuk, die de heer Van Vollenhoven eerder dat voorjaar tijdens het skiën opliep. Tijdens de herkeuring was komen vast te staan, dat hij geen blijvend letsel aan dit ongeluk had overgehouden.

 

Bij de Koninklijke Luchtmacht stelde men destijds zich op het standpunt, dat geen mededelingen over de toekomstige adspirant-officier Van Vollenhoven werden gedaan voor hij metterdaad deel uit zou gaan maken van de luchtmacht. Over de plaats, waar hij zou opkomen en bij welk onderdeel hij na zijn eerste oefening zou worden ingedeeld, wenste men ook niets te zeggen.

 

Uitgaan op mijn zestiende jaar was er in die tijd nog niet echt bij. Ik volgde wel het een en ander in de krant wat mijn nieuwsgierigheid wel opwekte. Iedere zaterdag stond er een pagina vol met kleine advertenties wat de nieuwsgierigheid nog meer aanwakkerde want er waren in die tijd ongelovelijk veel gelegenheden om uit te gaan, zowel in de stad Groningen als binnen de gelijknamige provincie.
 

Er was een aantal uitgaansgelegenheden dat voorsprong had op de anderen en een groter publiek trok. Dat kon je zien door de artiesten, die men had aangetrokken, met als doel zo’n dansavond nog feestelijker te maken. Maar de stunt van hotelhouder Jan Beijering uit Vlagtwedde op de 14de november 1965 ging niet door. Het optreden van de Tielman Brothers tijdens de dansavond kon niet plaatsvinden omdat twee leden van de band namelijk waren vastgehouden op het politiebureau in Nijmegen.

 

De reden van de aanhouding was omdat ze iemand het ziekenhuis hadden ingeslagen. In de krant was de volgende dag de teleurstelling te lezen: ‘Voor voornoemde dansavond bestond volgens de eigenaar een enorme belangstelling en om ruim zeven uur waren er zondagavond al meer dan 300 personen in de danszaal, die allen hun vier guldentjes hadden neergeteld. Drie leden van de band waren in de loop van de middag al vanuit Heerlen in Vlagtwedde aangekomen en alles stond gereed om te beginnen.

 

Twee leden ontbraken echter nog en dit tweetal moest melden, dat het in Nijmegen betrokken was geweest bij een verkeersongeval. Vandaar enig oponthoud. Die vertraging duurde echter bijzonder lang, want niet alleen was het tweetal betrokken bij een verkeersongeval, maar ook bij een woordenwisseling, die op dit ongeval was gevolgd. En die woordenwisseling werd vervolgens omgezet in vechten. Het tweetal sloeg prompt iemand het ziekenhuis in.’

 

Reden genoeg voor de politie in Nijmegen om beide leden van de Tielman Brothers een tijdje vast te houden. Vanuit Vlagtwedde heeft eigenaar Beijering nog wel geprobeerd ze vroegtijdig vrij te krijgen maar uiteindelijk ging hij over tot terugbetaling van de entreegelden. Wel stelde hij dat hij een schadevergoeding zou indienen bij de manager van de band.

 

Hans Knot, 15 juli 2017

Vincent

59638c8077bc9_GoogleChromecastAudio.png.052f15d51c15823983f68a19ba4cc964.pngVorige week heb ik per ongeluk de Google Chromecast Audio besteld. Eigenlijk had ik de gewone Google Chromecast nodig om naar Netflix te kijken. De webwinkel waar ik hem heb besteld doet nooit moeilijk over terugsturen, maar toch heb ik besloten dit niet te doen omdat ik eigenlijk wel nieuwgierig ben naar de mogelijkheden van het apparaat.


Even voor wie het nog niet weet. Met de Google Chromecast kan je makkelijk video streamen van een telefoon of tablet naar de TV. Dit doe je binnen je eigen netwerk thuis. Als je Netflix wilt kijken op de TV open je de Netflix app op de smartphone en klikt op het ‘cast’ logo in de app. Vervolgens selecteer je de film of serie. Hij start direct op de TV, de telefoon is je afstandsbediening. Google Chromecast maakt zelf verbinding met de Netflix server en streamt van daar uit naar de TV. Het kost daardoor geen data of stroom van de smartphone.


Ik heb dus de Google Chromecast Audio niet teruggestuurd maar aangesloten op de aux-ingang van de stereo installatie en met behulp van een Android smartphone aangemeld bij het draadloze netwerk. Toevallig heb ik een Android, maar het kan ook met een iPhone. Binnen een paar minuten werkt het.


Buitenshuis luister ik inmiddels alleen nog maar naar internetradio of Spotify. Maar thuis in de huiskamer is het nog wisselend de tuner van de stereo-installatie, de oude gereviseerde Philips plano uit 1964 of de radiokanalen van de TV. Maar de verkeerde bestelling van € 39,- heeft ervoor gezorgd dat al deze apparaten voor radio luisteren wat mij betreft overbodig zijn.


Ontvangst van de lange-, midden- en korte golf in de huiskamer is door de electro smog niet meer mogelijk en daarom afgeschreven. De FM wil men vervangen voor DAB+ omdat het kwalitatief een beter geluid heeft en meer zenders biedt. Dat laatste klopt, je krijgt meer zenders dan de FM. Zelfs meer dan wat de TV aan radiokanalen biedt. Maar met de Google Chromecast Audio, mijn Android telefoon en de TuneIn app beschik ik nu over alle radiostations die via het internet uitzenden, inclusief hun podcasts. En als ik even geen radio wil luisteren maar alleen muziek wil horen? De Spotify app openen, op het ‘cast’ logo klikken en de muziek starten. En dat allemaal met één vinger.


Het is dus de bedoeling dat we in de toekomst de FM inruilen voor DAB+. Maar met de Google Chromecast Audio heb ik de opvolger van de ‘DAB-doos’ al in huis. ‘Foutje, bedankt’ zullen we maar zeggen.


Vincent Schriel, 10 juli 2017

hans knot

Vandaag 8 juli duik ik nostalgisch met je naar het jaar dat ik 11 werd. In 1960 viel 8 juli op een vrijdag. Een tot die week voor velen onbekende persoon met als bijnaam ‘Utrechtse Appie’ had eerder die week, op maandag, de voorpagina’s van vele kranten gehaald doordat hij een dag eerder in Amsterdam op de wallen de journalist Bram Brakel had neergeslagen. Waarschijnlijk had deze ‘Appie’ iets tegen publicatie op het gebied van toenmalige bewoners van de wallen, zo kon men lezen.

 

Op 8 juli stond hij alweer in de kranten voornaam op de voorkant en andermaal had hij toegeslagen. Op de donderdagavond was een filmploeg, onder leiding van de Italiaanse filmregisseur Luciano Emmer, aan het filmen op de wallen, wat Appie ook weer niet aanstond. Na eerst vocaal zich te hebben laten horen besloot hij de Italiaan aan te pakken en zonder pardon in het water van de Oude Zijds Achterburgwal te trappen. De opnamen werden direct gestaakt van de productie ‘Meisjes achter het raam’

 

De dader, de 32-jarige A.G.B., werd wegens poging tot doodslag opgesloten in het naburige politiebureau. Om kwart voor acht in de avond, toen de opnamen waren begonnen, wendde hij zich behoorlijk aangeschoten tot een van de aanwezige technici en kwam de reden van zijn latere daad naar voren. Hij bleek ontzettend boos te zijn over de slechte vergoeding die zijn vrouw ‘Lange Bep’ van de filmmaatschappij zou krijgen omdat de opnamen de uitoefening van haar beroep belemmerden. Zij zou slechts 90 gulden per opnameavond krijgen, terwijl vrouwen, die geen last ondervonden van de filmopnamen, toch een bedrag van 50 gulden hadden uitgekeerd kregen.

 

Vervolgens maakte iemand van de omstanders ‘Appie’ duidelijk dat de technicus niets te maken had met de uitgekeerde vergoedingen en hij dus duidelijk bij Emmer diende te zijn. Hij liep vervolgens op Luciano af en schopte hem onmiddellijk in het groezelige water. Gelukkig waren er genoeg omstanders die hem snel uit het water konden halen. Droge kleren waren ook snel aanwezig maar onbekend is of deze kleding afkomstig was van klandizie van de ‘meisjes achter het raam’.

 

avrobode1959.jpgDe AVRO publiceerde begin juli 1960 haar jaarverslag over 1959 waarin men onder meer meldde dat men van mening was dat een toename viel te constateren van in een gedeelte van de vaderlandse pers verschenen campagne voor invoering van commerciële televisie en tegen het toenmalige omroepbestel. Dat was de AVRO-leiding opgevallen, naast de in 1959 toegenomen objectieve publiciteit in dag-, week- en maandbladen met betrekking tot de AVRO.

 

In het jaarverslag van de AVRO over 1959 merkte het bestuur van de AVRO ondermeer het volgende op: ‘Het komt ons voor geen toeval te zijn, dat de desbetreffende bladen veelal financieel in de commerciële televisie zijn geïnteresseerd. Indien deze veronderstelling juist is zou dit betekenen, dat een situatie is ontstaan, die niet in overeenstemming is met het goede journalistieke gebruik, dat de redactie zich onafhankelijk moet weten van de commerciële belangen van het bedrijf’.

 

In het jaarverslag sprak het AVRO-bestuur zijn vreugde uit over het feit, dat de overheid ten aanzien van de televisie iets meer armslag naar zendtijd en financiën had gegeven. Desondanks meende het bestuur, dat niet alleen het streven gericht diende te blijven op voortgezette uitbreiding van de zendtijd, maar ook werd de totstandkoming op zo kort mogelijke termijn van een tweede programma belangrijk geacht. Let wel we hebben het over de situatie in 1960!

 

De ervaringen die men met commerciële televisie in andere landen destijds reeds had opgedaan, was voor het AVRO bestuur mede bepalend voor het blijvende afwijkende standpunt inzake eventuele invoering van commerciële televisie in ons land. Hierover meldde men in het jaarverslag: ‘Mocht de overheid besluiten het inlassen van reclame in de televisie toe te staan, dan, zo menen wij, kan zulks alleen op een wezenlijk verantwoorde wijze geschieden, indien een en ander wordt gerealiseerd onder auspiciën van de bestaande omroepverenigingen dan wel de Nederlandse Televisie Stichting’.

 

In het verslag werd tevens meegedeeld dat de AVRO eind 1959 voor het eerst in haar bestaan 400.000 leden telde. De AVRO-bode had een oplage van 440.000 exemplaren. Voorts werd geconstateerd dat de financiële positie in 1959 uitermate gezond bleef. In 1960 was er bij lange na niet altijd sprake van eerlijke berichtgeving in de pers. Het is vergelijkbaar met sommige berichtgevingen in de hedendaagse kranten en andere media betreffende motorclubs. Als één persoon fout is dan wordt de hele motorclub als bende omschreven en wordt men veroordeeld ver voordat een rechter een uitspraak heeft gedaan.

 

Ik kwam het volgende redactionele artikeltje tegen in een krant van 9 januari 1960 over personen die zich destijds bezig hielden met het verzorgen van niet legale vormen van radiotransmissie; in de volksmond vaak ten onrechte zendamateurs genoemd. Deze laatste groepering zo werd en wordt er doorsnee vanuit gegaan, hebben een of meerdere examens gedaan en zijn in het bezit van een officiële licentie.

 

De verslaggeving, die in enkele GPD kranten was terug te vinden, ging wel heel ver: ‘Een ernstige zaak blijven nog steeds de geheime zenders. Daar zit óók een besmettelijk element in. Wat het voor mensen zijn, die clandestiene radio zendamateurs? Helemaal geen lieden met een technische knobbel, maar merendeels werkschuwe, die zich op een of andere manier willen doen gelden. Op aanwijzing van anderen weten ze wat aan knopjes te draaien en met grammofoonplaten opzetten en afnemen is hun voornaamste werk gedaan.

 

Er zijn van die knapen, die er wat ordinaire leut tussen door gooien, waaruit duidelijk blijkt met wat voor soort mensen men te doen heeft. In ieder geval met onverantwoordelijken, want lang genoeg is verspreid, hoeveel gevaar die clandestiene zenders kunnen veroorzaken. Wist U, dat er nog meer dan honderd van die ethermisdadigers in Nederland zijn, en dat er al een kleine 700 opgespoord zijn in de loop der jaren? Wat heeft dit al een geld gekost! Brood voor zichzelf zit er trouwens niet meer in tegenwoordig.

 

Eertijds lieten Jan en Alleman voor zich plaatjes draaien tegen betaling van een gulden, thans zijn de etherpiraten blijkbaar tevreden met dankbetuigingen van even onverantwoordelijke elementen, die blij gemaakt zijn muzikaal omlijst — en hoe — met wat schunnigheden en bedenkelijke opmerkingen aan het adres van wie men op deze wijze eens ‘lekker’ te pakken wilde nemen. Het is verheugend, dat de PTT in het nieuwe jaar nog intensiever gaat opsporen en als dan de rechters in geen enkel opzicht meer genade laten gelden, zal het misschien gelukken dit kwaad op den duur uit de wereld te helpen.’

 

Niet alleen werd de veger gebruikt om alles op één hoop te vegen maar ook werd op een schandalige in een redactioneel artikel de medemens belachelijk gemaakt. Valt nog mee dat men niet het idee aanleverde om strafkampen voor deze werkschuwen en onverantwoordelijke elementen op te richten. Volgende week een duik in een ander jaar.

 

Hans Knot, 8 juli 2017

hans knot

Op deze zaterdag neem ik je andermaal mee naar het jaar 1970. Radiovriend sinds de jaren zeventig en afkomstig uit Rotterdam is Jan Hendrik Kruidenier. Zijn liefde voor Amerikaanse radio is gelijk aan die van mij, maar hij houdt ook de regionale radio en meer in Zuid Holland nauwkeurig in de gaten. Zo stuurde hij me een bericht over klachten die er recentelijk waren in Barendrecht. De politie had op zondagmorgen een telefoontje binnen gekregen van een bewoner die zich ergerde aan het gegeven dat een medebewoner van zijn straat nogal luidruchtig de radio aan had staan en de ramen open, dit vanwege het warme weer.

 

En wat kwam er uit deze radio? Juist de klanken van de zondagsmis en niet zachtjes, volgens de klagende buren, maar snoeihard. Een politiewoordvoerder meldde wel dat er tijdens de warme dagen er veel klachten binnenkomen over geluidsoverlast omdat vele ramen en deuren openstaan en bovendien mensen zich meer buiten het huis bevinden, maar dat de melding over het kerkelijk overlast toch wel heel bijzonder was.

 

59501f180e8bf_Jun1317.thumb.JPG.20c7cfec84ca30349dd6b68fbf166eec.JPGZoals misschien niet bekend bij de gemiddelde lezer kunnen ouderen, langdurig zieken en anderen, die verhinderd zijn een kerkdienst bij te wonen, toch via speciale lijnen meeluisteren naar datgene tijdens de diensten wordt verwoord. Ik kan me voorstellen dat heel wat ouderen en zieken met deze vorm van communicatie heel blij zijn en ze toch een beetje onderdeel blijven van de kerkgemeenschap waar ze toebehoren maar niet meer de mogelijkheid hebben om een wekelijkse kerkdienst te bezoeken.

 

Het doet me ook terugdenken aan een andere vorm van communicatie die sommige kerkgenootschappen plegen of hebben gepleegd. In het jaar 1970 was er een nieuw radiostation met de naam Radio Nordsee International, dat met Engelstalige en Duitstalige programma’s haar luisterschare verblijdde. Maar de kassa diende te rinkelen dus werd er op een bepaald moment zendtijd verhuurd aan de in ’s Gravenhage gevestigde kerkelijke organisatie van de Stichting Johan Maasbach Wereldzendingen. Iniden hij niet op reis was, dan was hij te vinden in een groot gebouw in Den Haag - het Capitol Evangelie Centrum. Het doel was zijn preken te verspreiden via de radio over de gehele wereld en zoveel mogelijk mensen te bemoedigen. Ook werd in die dagen al een eigen tijdschrift uitgegeven die in de programma’s ook werd gepromoot.

 

Een halfuurtje Maasbach op de radio was voor velen nog wel te pruimen en dus kwam er toch wat geld in de kassa bij RNI. Terugdenkend aan zijn ‘show’ staat me direct in herinnering een preek die hij hield in een groot stadion in Reijkjavik op IJsland. Ik zat te luisteren naar de RNI World Service toen het Johan Maasbach zijn beurt was en zijn stem schalde door de ether met enig echoeffect. Maar zijn in het Engels gehouden preek werd in segmenten direct vertaald door een IJslander, zodat de vele aanwezigen in het station konden begrijpen wat zijn boodschap was. De opname van deze uitzending pak ik nog wel eens uit hilariteit uit mijn archief. Overdrijven kon de beste man enorm door zijn uithalen in de preek maar ook door kleine zinnetjes in zijn publicteitsmateriaal. Een folder, verspreid door zijn medewerkers, had ondermeer de opmerking dat het in een oplage van miljoenen was gedrukt.

59501f196e513_Jun1318.thumb.JPG.ff2de842b3c5bc05ac5f58f6fccb0b94.JPG

 

Maar er werd in 1970 gelukkig meer naar andere programma’s geluisterd, zoals naar Hilversum III. Denk niet dat ik naar Hilversum III luisterde omdat het een prachtig alternatief was voor Radio Veronica en nieuwkomer Radio Nordsee International, nee het had met sport te maken want tijdens de Tour de France van dat jaar werden er in de middaguren speciale uitzendingen vanuit de studio in Hilversum met ‘lijntjes’ vanuit Frankrijk verzorgd. Een pracht programma wat de volgers van de wielersport al decennia met plezier beluisteren.

 

Later dat jaar wist de dienst Studie en Onderzoek van de NOS te melden dat de zomerse klanken van de speciale programma’s rond de Tour de France ook van invloed waren geweest op de beluistering van andere programma’s die door Hilversum 3 in 1970 waren uitgezonden. In een onderzoeksverslag meldde men: ‘Het heeft de radioluisteraars geholpen Hilversum 3 te ontdekken en het heeft het luistergedrag op andere dagen ook beinvloed.’ De komst van vele nieuwe luisteraars ging, volgens de onderzoekers van de NOS, ten koste van Radio Veronica. De gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum 3, zo stelde men, was in het derde kwartaal gestegen naar 6,7 terwijl in het tweede kwartaal die op 5,4 en in het eerste kwartaal op 5,6 was uitgekomen tijdens de meting.

 

Radio Veronica had een luisterdichtheid in het eerste kwartaal van 6,4, 5,8 in het tweede en 5 in het derde kwartaal. De onderzoekers meldden echter niet dat Hilversum 3 in geheel Nederland via een keten van hulpzenders was te ontvangen en Radio Veronica slechts in een deel van ons land goed was te ontvangen. Inwoners in bepaalde delen van het land hadden slechte of geheel geen ontvangst van de uitzendingen van Radio Veronica, die destijds via de 192 meter werden uitgezonden. 1% stond destijds voor 90.000 luisteraars van 15 jaar of ouder.

De metingen in het onderzoek werden verricht in de weken tussen 27 september en 10 oktober en volgens de onderzoekers werden de verschuivingen niet veroorzaakt door incidentele gebeurtenissen maar traden op alle dagen van beide weken die verschuivingen op. Men had berekend dat de gemiddelde beluistering van Hilversum III tussen 9 en 12 uur in de ochtend op 5,7% uitkwam, wat precies gelijk was aan het percentage dat Radio Veronica in die uren bereikte.

 

Tussen 12 en 14 uur was de luisterdichtheid van Hilversum 3 hoger dan die van Radio Veronica, respectievelijk 6,4 en 4.3% van de gemeten populatie. De daarop drie volgende uren tot 17 uur bleek Hilversum III uitgekomen te zijn op 7,2 en Veronica op 5% en tussen 17 en 18 uur respectievelijk 8,2 en 5,2%. Daarna ging dagelijks Hilversum III uit de ether en zijn ook de cijfers voor Radio Veronica niet meer gemeten. Er was dus duidelijk sprake van een vergelijkend luisteronderzoek.

 

Inmiddels zijn we decennia verder en maakt de Tour de France vandaag haar jaarlijkse start en wel met een korte tijdrit in het Duitse Düsseldorf en is NPO Radio 1 er dagelijks met een uitzending tussen 2 en 6 uur in de middag. Voor meer informatie verwijs ik je naar http://nos.nl/tour/artikel/2179385-de-tour-de-france-bij-de-nos.html

 

Hans Knot, 1 juli 2017.

de redactie

58efd61736e67_NPO3FM.png.7bfcebb4508ca43ab49517754dca06c2.pngRoosmarijn Reijmer gooit in NRC Handelsblad de knuppel in het ‘letterlijke’ hoenderhok: het is hoog tijd voor een vrouw in de dagprogrammering van 3FM.

Ze heeft gelijk. Op zich gaat het niet om man of vrouw, de beste moet op de zender. Maar er werken nu voldoende goeie vrouwelijke deejays bij 3FM. Roos is nu al zes jaar de enige met een plek doordeweeks, al is het aan de ‘randen van de nacht’. Het weekend zit inmiddels bomvol vrouwelijke deejays: Annemieke Schollaerdt – zij zou in 2011 de VPRO-uren gaan presenteren, maar koos voor haar privéleven en bedankte voor elke avond van huis zijn. Roos sprong wel in het gat. Voor Annemieke is het nu als eind-dertiger inmiddels te laat om van het weekend door te schuiven naar de werkdagen. Gemiste kans, eigen schuld. (Ook in het verleden liet een vrouw haar positie op 3 uit handen glippen: Claudia de Breij verkoos het theater boven een dagelijkse lunchshow op 3FM.)

Eva Koreman verdient nu echt een plek doordeweeks. Ik begrijp dat ze een serieuze kandidaat was voor de lunchshow met Ramon maar dat ze is afgevallen vanwege 'iets mindere chemie dan Mark'. Vaag. Eva was, toen ze in 2015 debuteerde bij 3FM, degene die er (onbewust) voor zorgde dat in de duoshow met Giel híj als voormalig ‘enfant terrible’ ineens oud klonk.

In haar solo-nachtprogramma’s bewees ze over een groot inlevingsvermorgen te beschikken en echt een band met luisteraars te kunnen opbouwen. Zo maakte ze een mooie uitzending in de Bataclan-nacht. In haar weekend-lunchprogramma’s laat Eva nu opnieuw horen dat zij de veelzijdige vakvrouw is die 3FM nodig heeft.
 

De laatste twijfels worden weggenomen bij Radio Gaga. Het ís televisie, maar eigenlijk radio met beeld. Hier toont Eva zich elke dinsdag een uitstekend interviewer – of eigenlijk gesprekspartner – van haar luisteraars en haalt ze zonder moeite mooie verhalen naar boven. Chris Zegers, die op papier veel meer ervaring heeft, staat hier duidelijk op het tweede plan.

3FM, durf eens en zet Eva in de spits. Desnoods in plaats van of samen met Frank in de middag, maar nog liever in de ochtend in plaats van Domien. Is het probleem van die nietszeggende ochtendshow ook direct opgelost.

 

Als Roosmarijn echt een eind wil maken aan de door haar in NRC omschreven machocultuur in het 3FM-team (Waar zij en haar seksegenoten opmerkingen over 'Het voljoghurren van vrouwen' moesten accepteren) moet ze misschien eens nagaan of er toevallig een vacature 'Eindredacteur 3FM' is.

 

Edwin Wendt, 27 juni 2017

hans knot

In de nostalgische terugblik van deze week neem ik je mee naar de maand mei 1970 toen er een feestje gevierd diende te worden aan het Martinikerkhof in Groningen, alwaar destijds de radiostudio’s waren gevestigd van de regionale omroep in het noorden van ons land, de RONO, hetgeen stond voor Regionale Omroep Noord en Oost.

 

snoek12.thumb.jpg.4944da55f753f01e113871c430705446.jpg

 

Het ontstaan leidde eigenlijk naar 16 mei 1945 want toen verzorgde de O.P.M.C. (Omroep Provinciaal Militair Commissariaat) de eerste regionale uitzending via het radio-distributienet van de PTT in de stad Groningen. Later volgden uitzendingen voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Na enkele maanden werd de O.P.M.C. - opgericht om te voorzien in de grote nieuwshonger in een tijd dat de westelijke en zuidelijke actieve radiostations bijna niet of geheel niet konden worden ontvangen, opgeheven.

 

Maar dat betekende geen einde aan deze uitzendingen want de taken werden overgenomen door de RON, de Regionale Omroep Noord, hetgeen later werd uitgebreid met nog een O die werd toegevoegd, omdat ook het oosten van Nederland werd bereikt met haar programma’s.

 

Rond het 25-jarig bestaan in 1970 had de RONO ook aanmerkelijk meer zendtijd en stond zij in het middelpunt van de belangstelling in die gebieden waar men was te ontvangen. Immers was er nog lang geen commerciële radio in ons land, laat staan dat er ruimte was voor lokale radiostations. Men bracht gemiddeld rond de achttien zenduren per week en dat was in 1970 bijna het dubbele van het aantal radiouren dat bijvoorbeeld de TROS en de VPRO ter beschikking hadden.

 

Men durfe op het Martinkerkhof wel enigszins trots te zijn en bracht naar buiten dat de RONO ruwweg half Nederland als verzorgingsgebied had met rond de vier miljoen inwoners: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en geheel Gelderland. De RONO stond vijfentwintig jaar na de eerste regionale radiouitzending in Groningen, model voor de toekomstige regionale omroepen, zoals de toenmalige minister van CRM, mevr. Klompé, die in gedachten had. Dat betekende dat in de eerste plaats regionale omroep onder verantwoordelijkheid viel van de NOS, dit volgens het artikel 47a uit de Omroepwet. Het was weliswaar mogelijk om ook zelf met een regionale omroep te beginnen, maar om een zendmachtiging te verkrijgen volgens artikel 47b, diende men een voor een stad, streek of gewest representatieve culturele instelling te zijn. En of men dit daadwerkelijk was bepaalde weer de minister.

 

Klompé had in haar laatste beschikking destijds trouwens definitief bepaald dat de NOS de verzorging van de regionale radioprogramma's van de RONO op zich diende te nemen. Daartegen bestond nog wel behoorlijk wat tegenstand. Sommigen zouden graag zien, dat men ook buiten de NOS in de gelegenheid gesteld zou worden om regionale programma's te verzorgen. Dit met het argument, dat men dan tot een betere, meer gerichte aanpak zou kunnen komen.

 

Was het echter een groot bezwaar in 1970 te moeten werken onder de vleugels van de NOS werd er door een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden destijds gevraagd aan de directeur van de RONO, de heer A. M. van der Veen. Hij was van mening dat het totaal geen probleem was: “Ik ben echt zeer tevreden met de beschikking van de minister. Ik zie namelijk niet in concreto, welke mogelijkheden er voor de RONO zijn, als we volgens artikel 47b zouden moeten werken. Want hoe kom je aan voldoende geld, aan materiaal, noem maar op. Dat allemaal binnen de wet, waarbij je er dan vanuit dient te gaan, dat zo’n omroepinstelling geen winst mag beogen."

 

Van der Veen was bovendien van mening, dat de beschikking van de minister juist bijzonder veel mogelijkheden voor de RONO — of een andere regionale omroep — openliet: “Kijk, in die beschikking staat, dat we zendtijd krijgen toegewezen van 18 tot 20 uur, elke dag. Dat houdt dus in, dat we per dag twee uur bezig kunnen zijn. Maar er staat ook bij, dat het programma van de Regionale Omroep Noord en Oost wordt uitgezonden: a. over de AM-zenders Hoogezand en Hengelo; b. over de FM-zenders die in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland worden ontvangen; c. over de derde lijn van de draadomroep in het door deze zenders bestreken gebied. En dat geeft ons heel wat mogelijkheden."

 

In de toekomst kijkend in 1970 was er volgens de directeur van de RONO de mogelijkheid om per provincie iedere avond op hetzelfde tijdstip een eigen regionaal programma te maken gericht op de inwoners van de betreffende provincie. Zo waren er plannen om de zender Markelo, die begin 1970 nog hetzelfde programma als de zender opgesteld in Hoogezand uitstraalde, los te koppelen. Al eerder had men binnen de RONO besloten drie keer per week de zender Irnsum van het totaal programma los te koppelen om via die zender een speciaal programma gericht op de Friese luisteraars uit te stralen. Stap voor stap ging men verder door niet alleen een totaal regionaal programma te verzorgen maar ook voor de regio’s Friesland en de regio Oost, ofwel Overijssel en Gelderland.

 

snoek20.jpg.749578be60e41f8715d050f1ecbd5b8e.jpg

 

Uiteindelijk zouden diverse ontkoppelingen leidden tot een Gronings, Drents, Fries en Overijssels-Gelders programma. Wel betekende het dat er meer dan 2 uren aan productie per dag dienden te worden gemaakt. Pas jaren later zou deze regionale omroep worden opgesplitst in regionale radio (en later televisie) stations gericht per provincie waarbij de naam RONO verviel en in Groningen niet gekozen werd voor de naam Radio Groningen maar Radio (RTV) Noord. Op 19 oktober 1977 was het zover dat er aan het eerder gememoreerde Martinikerkhof andermaal een feestje kon worden gevierd met de start van Radio Noord in de nieuw ingerichte studios.

 

Bron Nieuwsblad van het Noorden 1970

Knot, Hans (2012) Klein, maar robuust. Ing. Paul. M. Snoek. Een werkend leven lang voor de radio. Stichting Media Communicatie, Amstelveen.

Foto’s: collectie Paul Snoek

 

Hans Knot, 24 juni 2017

 

hans knot

Vandaag ook weer een nostalgische column waarbij ik je andermaal mee terug neem naar 1968. Wat konden de diverse kranten en bladen ons in dat jaar toch mooie dingen in  het vooruitzicht brengen. Zoals het nieuws dat de Amerikaan Patrick McGoohan destijds over niet al te lange tijd één van de bekendste nieuwe sterren aan het televisiefirmament zou worden. In zijn eigen land was hij een beroemdheid geworden en dat kon ook moeilijk anders, als men bedenkt, dat hij miljoenen Britten jarenlang had bezig gehouden met televisieseries, waarvan de ene aflevering nog spannender was dan de andere.

 

Hij was er destijds begonnen met de creatie van ‘Danger Man’ John Drake en als klap op de vuurpijl kwam daar achteraan de serie ‘The Prisoner’ of — zoals het in Nederland ‘De gevangene’ ging heten en waarvan de NCRV op zaterdag 3 februari 1968 een eerste aflevering op het scherm bracht. ‘Danger Man’ John Drake was in ons land niet helemaal een onbekende verschijning. In de woelige dagen van TV-Noordzee, vanaf het REM-eiland, hadden vele kijkers in de randstad Holland al kennis gemaakt met deze superspeurder. “My name is Drake", zei hij telkens in de inleiding, “John Drake" en vervolgens stapte hij in zijn sportwagen, gaf een dot gas en verdween.

 

We liepen achter met de serie, in vergelijking met de Engelsen. RTV Noordzee werd uit de ether gehaald en wij hadden nog de nodige avonturen te goed, toen in Engeland de loopbaan van de geheime agent voorgoed ten einde was. Ze maakten zich daar druk over de vraag wat er in vredesnaam nog voor avonturen voor John Drake waren te verzinnen. De slotconclusie was dat het beter was de serie stop te zetten en een einde te maken aan ‘Danger Man’.

 

Maar Patrick McGoohan die de rol van Drake speelde, had wel andere gedachten. Natuurlijk had hij ingezien dat de populaire serie Danger Man een einde zou beleven en er dus iets anders bedacht diende te worden bedacht om brood op de plank te blijven houden. En hij zag in dat dit in het vervolg zeker niet als John Drake nog zou gaan lukken. En zo ontstond bij hem het idee om naar het afscheid van John Drake met een nieuwe televisiescript te komen voor een serie die de geschiedenis in zou gaan als ‘De gevangene’. Voor die tijd de modernste en meest revolutionairse serie die er ooit op televisiegebied was opgenomen.

 

Alleen een naam het Patrick in deze nieuwe serie niet, nee hij was de gevangene en  had alleen een nummer: ‘Nummer 6’.  Zijn herkomst was al even vaag; Hij was een man, die een heel belangrijke en geheimzinnige baan had, maar hij nam zelf ontslag. En dat maakte hem nog belangrijker, want vervolgens liep hij ‘vrij’  rond met zijn geheimen, waarvoor zowel vrienden als vijanden belangstelling hadden.

 

In de serie ‘The Prisoner’ werd hij vervolgens ontvoerd en hij kwam daarna  terecht in een soort dorp, waar allemaal mensen met een geheim rondliepen. Wie hadden hem ontvoerd? En daar begon het ontrafelen van het ene na het andere mysterie. Waren het zijn eigen mensen, zijn vijanden of misschien mensen uit beide groepen? Hij had in het dorp zijn eigen prachtige huis waarin hij zich mocht voortbewegen alleen gevolgd door een eigen televisiecamera die elke beweging van ‘nummer 6’ volgde.

 

Patrick McGoohan wist één ding heel zeker en wel dat beide serie een aantal dingen gemeen dienden te hebben. In principe zou er niet gewerkt worden met sadisme, extreem geweld of sekstoestanden. Hij ging er altijd bij alle producties vanuit dat ze door het gehele gezin, van groot tot klein, in de huiskamer gezien dienden te worden. Het betekende niet dat er in ‘The Prisoner’ geen ruimte voor mooi schoon was want in de serie kwam een aantal Britse actrices voorbij die in de tabloids de mooiste van het land werden genoemd. Maar voor ‘nummer 6’ was geen van deze mooie vrouwen te vertrouwen.

 

Voordat de serie de beeldbuizen bereikte was er praktisch niets naar buiten gekomen inzake ‘The Prisoner’. Strikt geheim waren de opnamen gemaakt: geen enkele journalist was er bij geweest. De geheimen van Patrick McGoohan en zijn raadselachtige dorp moesten tot elke prijs bewaard blijven. Vervolgens  werd er in elke aflevering een tipje van de sluier opgelicht. De binnenopnamen waren gemaakt in de Metro-Goldwyn-Mayer Studios in Engeland. Maar bij de perspresentatie weigerde McGoohan nog steeds te zeggen, waar dat gekke dorp was. McGoohan werd daardoor zelfs de gevangene van zijn eigen geheimen.

 

We zijn een kleine halve eeuw verder en wie herinnert zich nog de beide voornoemde series? Danger Man staat mij persoonlijk beter in het geheugen dan de serie ‘The Prisoner’.  Eén aflevering daarvan heeft voor vele liefhebbers van de radiogeschiedenis, met name met de zeezenders, wel een zeer speciale plek gekregen en wel ‘Not so Jolly Roger’, dat zich deels afspeelde op Red Sands Towers, eens onderkomen van ondermeer Radio 390. Alleen de kijker van nu zien dat een groot deel gewoon niet op het fort maar in een studio is opgenomen.

 

Patrick was trouwens een Amerikaan die in 2009 in Los Angeles kwam te overlijden.

 

Hans Knot, 17 juni 2017

 

 

de redactie

5914609602d5b_ShulaRijxman.jpg.a1dea7631a13668805c10b37c8aa0bba.jpgVandaag publiceren wij voor het eerst een verslag over de Maatschappelijke Waarde van de publieke omroep. Die waarde is soms zo vanzelfsprekend, dat we haar niet eens herkennen. Daarom hebben we haar in kaart gebracht. Lees en zie er meer over op www.npomaatschappelijkewaarde.nl. 


Onze programma’s maken wat los in de samenleving en in de politiek. De onthullingen van onze journalisten en redacteuren vinden hun weg naar Kamervragen en -debatten (414) en publicaties in kranten (1.300+). Soms met grote politieke gevolgen (denk aan de onthullingen van Nieuwsuur (NOS-NTR) over de Teeven-deal, of van EenVandaag (Avrotros) over het gebruik van het giftige PX-10 door Defensie), vaak leidend tot heftig maatschappelijke debat. Nadat Zembla over de gezondheidsrisico’s van rubberen korrels op kunstgrasvelden berichtte, kwam er niet alleen op de voetbalvelden heel veel los. We maken samen met maatschappelijke organisaties, zoals het Rode Kruis en het KWF Kankerbestrijding, miljoenen Nederlanders enthousiast voor goede doelen. We steunen festivals als het IDFA, Pinkpop of North Sea Jazz met beeld, woord en daad. Duizenden scholieren bereiden hun examens voor met behulp van de leerzame content van SchoolTV.


Ik vind het niet meer dan logisch dat wij als met publiek geld betaalde organisatie continu verantwoording afleggen over onze bijdrage aan de Nederlandse samenleving. De politiek heeft - terecht, want we zijn een publieke instelling - allerlei regels opgesteld over onze taak en over hoe we die mogen vervullen. We moeten voldoen aan strikte regels rondom sponsoring en reclame, het niet bijdragen aan de winst van commerciële partijen, het exploiteren van rechten, het starten van nieuwe kanalen en het soort programma’s dat we mogen maken. En amusement mag nog slechts in beperkte mate, om moeilijk bereikbare groepen te bedienen of om bijvoorbeeld cultuur of educatie op een wat lichtvoetiger wijze te verpakken. Ieder jaar leggen we onze plannen vast in een Begroting en blikken we hier op terug. Elke vijf jaar maken we uitgebreide en gedetailleerde afspraken met het ministerie van OCW en worden daar ook op afgerekend.


Het lukt ons, hoe knellend de regels soms ook zijn, en hoe hard de bezuinigingen van de afgelopen jaren er ook hebben in gehakt, mooie programma’s te maken en veel kijkers te trekken. En juist omdat we zoveel Nederlanders bereiken (wekelijks bijna 90%), precies zoals de wet van ons verlangt, zijn we van waarde voor de samenleving. Door de macht te controleren en Nederlanders te informeren over de wereld om hen heen, en elkaar. En die verbindende rol kun je alleen vervullen met een zo breed mogelijk bereik. Als podium voor het gesprek over Nederland. Onafhankelijk van politieke en commerciële invloeden. Duizenden medewerkers werken zich hier dagelijks het schompes voor.


Als je Nederlanders vraagt wat zij het grootste verschil tussen ons en andere aanbieders vinden, dan is het antwoord steevast: de beperkte hoeveelheid reclame. Op korte afstand gevolgd door de kwaliteit van onze programma’s en de goede nieuwsvoorziening.


Toch steekt in politiek Den Haag al jaren regelmatig dezelfde discussie de kop op: onderscheidt de publieke omroep zich genoeg van de commerciëlen? De laatste tijd vaak gevolgd door de vraag of de bezuinigingen van de afgelopen jaren niet gecompenseerd kunnen worden door meer inkomsten te halen uit reclame?


Hoezo, denk ik dan, we zijn per definitie anders dan de commerciëlen. Niet alleen omdat wij ons niet te schikken hebben naar het aandeelhouders-belang. We zijn ook zeer onderscheidend qua regels waar we aan moeten voldoen, en qua hoe het publiek ons waardeert (zie ook wat Nederlanders van ons vinden in onze terugblik op 2016: http://over.npo.nl/verantwoording).


Als je vindt dat de publieke omroep alleen programma’s mag maken die de commerciëlen niet maken, maak je wat er op NPO1, 2 en 3 te zien is afhankelijk van de keuzes die commerciële omroepen maken. Want die redenering (alleen onderscheidend mag) volgend, zeg je eigenlijk: als zij iets maken dat ook maar enigszins op een programma van de publieke omroep lijkt, moet het bij de publieke omroep van de buis.


En ik ben dan echt niet bang dat wij zullen moeten stoppen met documentaires als Schuldig, of een programma als Keuringsdienst van Waarde. Nee, de meer populaire krenten uit de pap raken we kwijt en blijven achter met een beperktere programmering die een steeds smaller kijkersdeel weet te boeien. Want het is juist de afwisseling van lichte en zware kost die ook de tv-kijker doet eten. We hebben simpelweg populaire programma’s nodig om het publiek ook voor ons minder populaire aanbod te interesseren. En natuurlijk omdat we wettelijk verplicht zijn iedereen te bedienen.


Het afhankelijk maken van het publieke aanbod van de keuzes die commerciele partijen maken, is wat mij betreft een heilloze weg, net als het onzalige idee dat wij onze slinkende inkomsten zouden moeten compenseren met meer reclame. Want volgens mij zit niemand te wachten op die vervelende programmaonderbrekende reclameblokken. Terwijl juist de bescheiden hoeveelheid reclamezendtijd een wezenskenmerk is van de publieke omroep. Don’t go there, zou ik zeggen.


Ik maak me dus grote zorgen over deze Haagse geluiden. Tezamen zetten ze ons vermogen om alle Nederlanders zo goed mogelijk te bedienen onder druk.


Zonde, als je kijkt naar de waardering die wij van Nederlanders oogsten, zonde ook van onze maatschappelijke waarde.


Shula Rijxman, Voorzitter raad van bestuur NPO

hans knot

Paradiso Amsterdam (foto collectie Rob Olthof)In deze aflevering van mijn nostalgische column aandacht voor de opening van de poptempel Paradiso in Amsterdam in 1968 en de invoering van de kleurentelevisie in ons land.

 

Flits en nog eens flits, maar even schakelen naar een ander televisienet en weer flits en een ander reclameblok. Het is net of alle kanalen op dezelfde tijd reclameblokken uitzenden. Dat was toch in januari 1968 geheel andere koek want reclame was een zeldzaamheid en we hadden slechts Nederland 1 en 2 en bovendien was het aanbod van de reclame, die wel werd uitgezonden, slechts in zwart-wit te zien.

 

En de verwachting destijds was dat de spots ‘voorlopig’ niet op de beeldbuis in Nederland zouden verschijnen. Op dat moment waren er op onze televisie nog maar acht uur aan kleurentv programma’s te zien, wat toen overeenkwam met ongeveer 20% van de totale zendtijd per week. Het zou tevens toch nog geruime tijd duren voor er ook reclamespots in kleur op de beeldbuis zouden verschijnen.

 

Paradiso Amsterdam, foto collectie Rob Olthof

 

In ons land waren rond die tijd pas 15.000 tvkleurentoestellen verkocht en die konden samen voor de adverteerders niet voldoende rendement opleveren om de hogere kosten van de reclamefilms in kleuren commercieel te rechtvaardigen. Dit verklaarde destijds in januari 1968 de heer B. Doyer, gedelegeerd commissaris voor Nederland en België van het Amerikaanse reclame adviesbureau J. Walter Thompson,

 

Deze onderneming was verantwoordelijk voor het aanbod en gedeeltelijke productie van ongeveer 8 procent van alle zwart-wit reclamespots. Hij stelde tevens dat de adverteerders er

zeker niet vóór 1970 op mochten rekenen dat er in kleur zou worden aandacht besteed aan hun producten. Zo stelde hij: “Feitelijk loont het pas goed als 10 procent van de kijkers een kleurentelevisie in huis heeft.” Gerekend naar het aantal huishoudens in ons land destijds betekende dit dat in 1970 er 350.000 kleurentelevisieontvangers zouden moeten zijn verkocht.

 

Het was de combinatie van verhoogde kosten met het veel kleinere bereik, dat de reclamewereld destijds nog niet aan kleuren-tv deed denken. De verwachtingen over de invloed van gekleurde reclame waren echter wel hoog gespannen. Uit internationale ervaring wist men bij Walter Thompson dat het produceren van een kleurenspot niet meer dan 20 tot 25 procent duurder behoefde te zijn dan van een zwart-wit spot, terwijl de visuele indruk gemiddeld 30 tot 50 pet hoger lag.

 

Ook zonder kleur stonden de adverteerders zich in Hilversum en Bussum, waar de televisie toen nog een belangrijke zetel had, al te verdringen om aan bod te kunnen komen. Er werd in die tijd zes dagen per week, en dus nooit op zondag, 18 minuten per dag en dus rond de 110 minuten per week, aan reclame via de twee televisienetten uitgezonden. In de VS was de gemiddelde lengte van een reclamespot destijds 1 minuut, terwijl in ons land dit 50% lager lag.

 

In 1968 waren er zeven landen in de gehele wereld, die tot op dat moment beschikten over kleurentelevisie (VS, Canada, Engeland, Duitsland, Frankrijk, Rusland en Nederland).  De reclame- in-kleur had alleen haar entree gemaakt in de eerste drie genoemde landen. Uit een onderzoek, dat in opdracht van het adviesbureau Walter Thompson was ingesteld over de prijzen van kleurenontvangers met een beeldbuis van 63 cm., bleek dat deze in Duitsland voor een prijs van f 2000,-- of minder op de markt werden gebracht, in Frankrijk voor ongeveer f 4000,--, terwijl de prijs in Engeland en Nederland ongeveer f 3000,-- bedroeg. Let wel 1968, waarin een modaal inkomen ongeveer rond de f 450,00 per maand lag.

 

Eigenlijk dient gesteld te worden dat in de maand september 1967 de kleurentelevisie al werd geïntroduceerd, daar op de Firato tentoonstelling in de Amsterdamse RAI de nieuwe uitvinding als absolute hoogtepunt werd vertoond. Het had heel wat jaren geduurd voordat het werd geïntroduceerd want in werkelijkheid was met binnen het Philipsconcern al sinds 1941 bezig met het onderzoek naar de mogelijkheden tot ontwikkeling van de kleurentelevisie, ver voordat de televisie in Nederland werd ingevoerd.

 

Op 14 oktober 1964 begon men bij Philips met experimentele kleurenuitzendingen vanuit het Natuurkundig Laboratorium. In januari 1967 gaf de overheid toestemming om vanaf oktober dat jaar de experimentele kleurenuitzendingen landelijk voort te zetten en vanaf 1 januari 1968 de kleurentelevisie definitief in te voeren. De eerste buitenreportage was de intocht van Sinterklaas in Medemblik op 18 november 1967. De kleurenuitzendingen konden in het begin alleen via de reportagetrein worden uitgezonden, omdat die als enige was uitgerust met kleurencamera's. Aan het eind van 1967 waren er circa 10.000 kleurentelevisies in Nederland. In 1968 werden er 35.000 verkocht en in het eerste kwartaal van 1969 waren dit al 50.000.

 

Voor vele Amsterdammers, maar ook tienduizenden andere Nederlanders, is de datum van zaterdag 30 maart 1968 in hun geheugen gegrift als de datum waarop slechts een aantal van hen kon beleven dat het kosmisch ontspanningscentrum Paradiso in Amsterdam werd geopend. De gemeenteraad van Amsterdam, die zware tijden doormaakte met de provobeweging en de vele hippies, die uit alle uithoeken van Nederland en ver daarbuiten de Nederlandse hoofdstad bezochten, besloot in 1967 dat er een creatieve vrijplaats diende te komen voor allerlei groeperingen vallende onder de categorie ‘jongeren’.

 

Het duurde velen te lang en het was Willem de Ridder, die ook al furore maakte met het blad ‘Hitweek’, die vond dat er sneller actie diende te worden ondernomen dan de gemeenteraad nastreefde. Samen met hem bevriende kornuiten kraakte hij het gebouw, dat eerder werd gebruikt als Verenigingsgebouw van de Vrije Gemeente, aan de Weteringeschans. In deze tijd zouden we het hebben over de geschiedenis van Paradiso als het gebouw dat beschouwd werd als absolute Poptempel van Nederland, waar het neusje van de zalm optrad en nog steeds optreed. In de ogen van de ‘krakers’ was het echter een kwestie van zogenaamde Happeningachtige avonden, gevuld met ‘theater en de vermaeck’. Het was de tijd van bloemen, vloeistofdia’s die tijdens optredens op de achtergrond werden geprojecteerd, de magische acts, het gebruik van hasj en de naaktdansers die schenen door te gaan totdat iedereen met een positief gevoel huiswaarts of naar het park was gegaan.

 

De helaas in 2013 overleden Rob Olthof was een van de eerste bezoekers en had zo zijn herinneringen: ‘Ja, dat klopt. In die tijd kwam ik regelmatig op de Hitweek burelen in Amsterdam Zuid, waar Marjolijn Kuysten en Willem de Ridder de krant in elkaar aan het zetten waren middels zogenaamd knip- en plakwerk. Er was in die tijd nog geen sprake van computergebruik, laat staan van mooie opmaakprogramma's. Marjolijn vertelde me op een dag in 1968 dat de voormalige kerk bij het Leidseplein geschikt werd gemaakt voor ‘alternatieve jongerenprogramma's’, zoals niet el later ook werd gemeld in het blad Hitweek. De allereerste avond in Paradiso heb ik zelf niet meegemaakt, maar kort daarna bezocht ik het wel om groepen als The Moody Blues, Golden Earrings (met een ‘s’ nog in die tijd) Short 66, Man, Cuby and the Blizzards en dergelijke te zien optreden.

 

De lucht in Paradiso was bezwangerd met hasj en wierookgeur, dus na afloop stonk je een uur in de wind. Op het toneel deed Phil Bloom wat half blote dansjes met een laken om haar lijf en soms was er nog een ander dansclubje te ontwaren. De meisjes uit het publiek hadden vaak bloemen in het haar en de jongens droegen bloementjes broeken, eigenlijk geen gezicht. Maar ja het was de tijd van de flower power. Paradiso was voor mij  Woodstock in het klein en voor eeuwig onvergetelijk. De laatste keer dat ik naar Paradiso ging, was er een optreden van Cuby and the Blizzards met ‘Groeten uit Grolloo’ een programma dat verder met diverse andere artiesten werd gevuld. Paradiso is en blijft ‘Het Alternatief Sentrum’, weet je wel!”

 

Hans Knot, 10 juli 2017

hans knot

radio.jpg.3294ad1d6dedc9c8b19f3128efae7fe7.jpgDeze keer neem ik U mee terug naar de maand januari 1979, 38 jaar geleden. De mediawereld zag er geheel anders uit. Satelliettelevisie met ontelbare stations in aanbod was er nog niet. Internet? Niemand had er ooit van gehoord. En de verdeling tussen televisiekijken en radiobeluisteren was in die tijd dan ook geheel anders. Ik heb het Freewave Media Magazine van januari 1979 erbij gehaald om te kijken wat er aan langere verhalen instond. Ik zelf ging destijds dieper in op het onderwerp ‘informatieverstrekking via de radio.’ Let wel het is 1979 in onderstaand verhaal en denk maar eens goed na hoeveel het medialandschap sindsdien is veranderd. 

 

‘Vele malen per dag in diverse rubrieken valt er informatie en actualiteiten te beluisteren op je radio. Je kunt eigenlijk geen station voorbij gaan waar het op voorkomt. Zelfs bij het fenomeen zeezenders kwam en komt het nog steeds voor. Actua door middel van het nieuws en informatie door de spots over bijvoorbeeld de drive in shows. Informatie is sinds de opkomst van het medium radio een belangrijk aspect geworden en kan niet meer gemist worden in het geheel.

 

Dit in tegenstelling tot de televisie waar het eventueel wel gemist kan worden. Immers de televisie is slechts in het algemeen in de avonduren te zien en te horen. De radio is in vele landen het medium waar je 24 uur per etmaal op kunt afstemmen. Hierdoor kan dit medium ten alle tijde ingaan op die gebeurtenissen die waar ook ter wereld gebeuren. Ook een pluspunt voor de radio als nieuws- en informatiemedium is de grote opkomst van de autoradio, waardoor de bereikbaarheid vele malen groter is als die van de televisie, die in de meeste gevallen slechts in de huiskamer staat opgesteld.

 

De nieuwsuitzendingen zijn de meest directe vorm van informatieoverbrenging. Daar zijn meestal persbureaus voor verantwoordelijk (Voor Nederland het ANP, Algemeen Nederlands Persbureau) Het ANP verzorgt bijvoorbeeld via Hilversum 3 ieder uur op het hele uur een kort bulletin en uitgebreide bulletins op de andere Hilversumse netten op diverse tijden. Het ANP werd in 1934 opgericht. In België worden de nieuwsuitzendingen op radio en televisie door een eigen nieuwsredactie verzorgd. De berichtgeving in de nieuwsuitzendingen worden in de regel zo beknopt en neutraal mogelijk gehouden. Actua programma's daarentegen behandelen de onderwerpen eerder aangehaald in de nieuwsuitzendingen uitgebreider daar deze rubrieken moeten worden gezien als programma's waarin achtergrondinformatie wordt gegeven en waarin het nieuws wordt becommentarieerd en van kritische kanttekeningen wordt voorzien. In Nederland heeft iedere. omroep een eigen actualiteitenrubriek (AVRO –Televizier, Veronica Info, NCRV Hier en Nu etc.) Zo kent de Belgische radio de vaste rubriek Actueel.

 

Vaak worden in de diverse actualiteiten uitzendingen contacten gelegd met diverse buitenlandse correspondenten om zo goed en snel mogelijk op de hoogte te worden gebracht van de gebeurtenissen waar ook ter wereld. Naast deze programma's of onderdelen van dezen vindt men nog die programma's waarin een journalistenforum over actuele onderwerpen discusseert of waarin een vaste commentator het nieuws analyseert. (Hoogendijk, Neumann, Hilterman e.a.)

 

Naast het nieuws van het politieke front en ander wereldgebeurtenissen brengt de radio ook veel praktische berichtgeving: weerberichten en eventuele waarschuwingen voor mist, gladheid, filevorming, omleidingen etc. In België is het verplicht met ingang van 1 januari 1979 een autoradio te hebben in de nieuwe auto’s in verband met deze berichtgevingen.

 

Ook voorlichting voor bepaalde groeperingen zoals waterstanden, mededelingen voor land- en tuinbouw, gastarbeiders, programma's betreffende werkloosheid, vacatures etc. bepalen een deel van het radiogezicht. In België wordt deze laatste verzorgd door de Rijksdienst voor de Arbeidsvoorziening, in Nederland door de Overheid in het algemeen. Dit soort informatie vormt ook een groot deel van de Regionale Omroepen zoals men die in de meeste Europese landen kent. Vaak worden de programma's in deze regionale uitzendingen gesproken in dialect ofwel in de streektaal van de desbetreffende regio.

 

Van oudsher is het educatieve aspect van het radiowezen onderkend, waarbij onder educatie natuurlijk niet altijd hetzelfde wordt verstaan. Overal ter wereld kent men de speciale schoolradio; ook worden via de radio cursussen en algemeen onderwijs voor volwassenen gegeven. Het visuele aspect bij sommige cursussen wordt door de televisieonderwijsuitzendingen gegarandeerd (Teleac e .a.) In de minder ontwikkelde landen heeft vooral de radio de onderwijstaak als een van de belangrijkste taken van dit medium. Dit vooral in betrekking tot het analfabetisme. Wanneer je het boek ‘World Communication’ (Unicef publicatie) naslaat zal je steeds weer constateren dat in deze landen meer dan 30% van de uitzendingen zijn besteed aan onderwijs.

 

Het vermogen van radio om de onontwikkelde volksmassa's te bereiken is al door Lenin tijdens de Russische Revolutie onderkend. Hij gebruikte dit medium niet alleen voor onderwijs maar ook voor propagandadoeleinden. Later werd dit ook gedaan door Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog. In elk land welke door de Duitsers was bezet werden de radiostations onder toezicht gesteld van een Rundfunkbetreuungsstelle.(RBS) die een strenge censuur uitoefende. Vanuit Berlijn kon men alle zenders met elkaar koppelen. Wat betreft deze soort van propagandaradio, zoals het ook wel genoemd werd, hebben we heden ten dage ook nog diverse stations als voorbeeld ( Radio Free Europe, Radio Liberty, Engelstalige uitzendingen Radio Moscow etc.).

 

Pak een stuk papier en pen, lees het verhaal nog een keer en maak voor jezelf aantekeningen om tot de conclusie te komen dat er heel veel veranderd is. Misschien is één vel papier niet genoeg.

 

Hans Knot, 3 juni 2017



×