Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    170
  • opmerkingen
    165
  • weergaven
    6744

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

hans knot

In de column van vorige week verhaalde ik vooral over de opkomende rol van Radio Veronica binnen het Nederlandse radiospectrum. Maar hoe was het een en ander geregeld bij de benedenburen? We gaan andermaal terug naar de maand april 1963.

 

lurelei.jpg.9db781159766a3a079fb4a2b196fe3e1.jpgIn het Belgische Parlement was intussen al wel een wet aangenomen, die de historie inging als ‘de piratenwet’. Daarin werd gesproken over een lucht- of zeestation van Belgische nationaliteit. Uiteraard was iets dergelijks niet te gebruiken in ons land omdat de Borkum Riff niet in Nederland was geregistreerd. Journalist Hansen had nog wel even bij de directie van Veronica geïnformeerd inzake hun kennis van de Belgische wet. ‘Eén van de Gebroeders Verweij vertelde dat na het aannemen van de Belgische wet de raadsman van Radio Veronica, de Utrechtse advocaat mr. W. Derks, een informatieve bespreking had gevoerd bij het Europese Hof in Straatsburg: “Deze raadsman kwam met een aantal andere interessante gegevens terug. Wij zijn niet van plan ons zondermeer neer te leggen bij welke wettelijke verbodsbepaling dan ook!”

Mr. Derks had aan de Verweij ’s duidelijk gemaakt dat het construeren van een wet tegen Radio Veronica een zeer ingewikkelde zaak zou zijn.

Het station lag op de vrije zee en het stoorde niet. Het Verdrag van Rome over de vrije meningsuiting had er ook direct mee te maken. Als er een wet in 1963 was gekomen dan was het echter voor de directie van Veronica een kwestie geweest van de wet te gaan toetsen. Dirk Verweij: “Ik kan moeilijk nu verder uit de school klappen. Ik moet mijn kruit natuurlijk zoveel mogelijk droog houden.”

 

Dezelfde dag ging in ‘de Volkskrant’ het dagelijkse redactionele artikel ‘Ten geleide’ ook over de regering en Radio Veronica en werd ondermeer gesteld: ‘Veronica mag dan wel geen Nederlandse wet overtreden, haar activiteiten komen wel in conflict met internationale afspraken. Bovendien is het voor de gewone man onverteerbaar dat de justitie een arbeidersjongen uit het Drentse veen maanden achter slot zet als hij met een zelfgemaakt zendertje zit te prutsen, terwijl de handige koopman op zee ongestoord zo’n tien miljoen per jaar kan omzetten aan etherreclame.’

 

De redactie van ‘de Volkskrant’ stelde dat de regering dan maar eens diende te kijken hoe in het bedrijfsleven dergelijke ongelijkheden werden aangepakt: ‘Het meest gehanteerde wapen om een ongewenste mededinger van zijn bevoorrechte positie te beroven is daar de harde concurrentie. Een goed geoutilleerde reclamezender te land, met een regeringsconsessie werkend onder technisch ideale omstandigheden, kan ‘Veronica ter zee’ in korte tijd overbodig maken. Nu Nederland de berg van de beeldreclame in de ether genomen heeft, behoeven we over de drempel van de geluidsreclame alleen nog maar formeel heen te stappen. Hoe men er immers ook over wil denken, radioreclame is er al.’

 

Op 5 mei 1963 waren er in diverse plaatsen de toen al gebruikelijke bevrijdingsfeesten waar de Nederlanders niet alleen stil stonden bij hen die gevallen of vernietigd waren tijdens de oorlog, maar zeker ook uit hun bol gingen van vreugde te leven in een vrij Nederland. Zo werd op een aantal locaties in Rotterdam ook feest gevierd. Eén van de feesten was georganiseerd door ‘Voormalig Verzet Zuid-Holland’. Deze organisatie had ondermeer het uit Amsterdam afkomstige cabaret ‘Lurelei’ uitgenodigd, destijds bestaande uit Ben Rowold, Frans Halsema, Eric Herfst, Jasperina de Jong en Sylvia de Leur. Ze traden op in restaurant Lommerrijk voor een voornamelijk Christelijk publiek. ‘Het Parool’ wist de dag na het feest te melden dat het optreden van ‘Lurelei’ vroegtijdig werd afgebroken, doordat een groot deel van het publiek het optreden onmogelijk maakte.

 

Het incident ontstond toen een liedje werd ingezet over Radio Veronica dat werd geschreven door Ben Rowold en van muziek voorzien door Frans Halsema. ‘Het Parool’: ‘Ze deden dat gisteravond voor de 330ste keer door, verkleed als Leger des Heils soldaten, een tekst te zingen, waarin verscheidene malen het woord ‘Halleluja’ voorkomt. Reeds na het eerste couplet verlieten sommige aanwezigen de zaal, terwijl anderen de vuisten balden en ‘schavuiten’ of ‘kwajongens’ riepen. Toen de cabaretiers bleven doorzingen over het schip Radio Veronica en nog enige malen het refrein ‘Halleluja’ klonk, werd het tumult in de zaal vrij algemeen.’

 

In de zaal waren rond de 500 bezoekers aanwezig, waarvan tallozen waren opgestaan en luid hun ongenoegen uitten richting de personen op het toneel, waarna Ben Rowold besloot het optreden te stoppen en de gordijnen naar beneden gingen. Maar daarmee was er nog geen einde gekomen aan de activiteiten die avond want vervolgens trad de voorzitter van ‘Voormalig Verzet Zuid-Holland’ naar voren. Het was de vroegere wethouder van Rotterdam, dhr. A. Hogeweg, die er nog een schepje bovenop deed door het publiek excuus aan te bieden voor ‘het ongepaste en volkomen onjuiste optreden.’ Ook de toenmalige burgemeester van Rotterdam was aanwezig tijdens ‘het feest’, want ‘het Parool meldde: ‘Burgemeester mr. G. E. van Walsum goot later met een heel fijn speechje als het ware olie op de golven en het werd toch nog een geslaagde avond.’

 

In de kleedkamer, achter het toneel, zat na het incident ‘de Lurelei groep’ geslagen en eenzaam bijeen. Eric Herfst verklaarde dat nog geen enkele keer eerder wanklank op het lied was gehoord en dat één keer het lied uit het programma was gelaten: “Dat was bij de opening van het Diaconessenhuis in Arnhem. Maar verder is het overal, ook in de kleinste dorpen met orthodox-christelijke of katholieke toehoorders, goed ontvangen’.

 “Vrienden, stilte alstublieft, vrienden, mag ik u allemaal verzoeken uw meegebrachte transistorradio's even af te zetten. Ook tot de vrienden in de zaal zou ik hetzelfde verzoek willen richten. Lieve vrienden, draait u allemaal uw draagbare radiootjes even af, het heeft niet de minste zin om daarnaar te luisteren, want zoals u allemaal wel weet, is Radio Veronica slechts tot acht uur 's avonds in de ether. Wij openen straks onze bijeenkomst met het zingen van lied 146 bis uit de gezangenbundel van de Vrienden van Veronica. Ja vriend Halsema u kan beginnen met het voorspel. Scheepken op de woeste baren, scheepken op de woeste zee, gij zijt niet te evenaren. Uw programma's zijn oké. Al staat de zee ook hol en hoog. Al zweept de storm u voort. Houdt altijd Johnny Hoes in ’t oog. Gooi Mozart overboord.

Dierbare vrienden van Veronica. Toen ik mij vanavond op weg begaf naar deze bijeenkomst, toen kwam mij onwillekeurig het woord van de dichter in gedachten, het woord, dat u ongetwijfeld vertrouwd in de oren klinkt: O, was ik maar bij moeder thuis gebleven! En dierbare vrienden, nu ben ik zo innig verheugd te mogen constateren
Kapitein... Kapitein Rowold! Ja, kapitein, mag ik eventjes wat zeggen. Maar natuurlijk. Vrienden, kameraadske De Leur hier wou eventjes wat in het midden brengen. Kapitein, wat zit uw haar leuk. Brylcream
Hallelujah, Amen!
 

Vrienden, ik hoef het nauwelijks te zeggen. Er staan voor u en mij hoge belangen op het spel. Het gaat ons vanavond om de geestelijke vrijheid van heel een volk, namelijk de vrijheid om nog stompzinniger te worden dan het van natuur al was. Duistere krachten, ja ik mag wel zeggen satanische krachten hebben zich tegen ons gekeerd en in de benauwenis en diepe ellende is ons een ding duidelijk geworden, een zekerheid is ons ten deel gevallen, die vroeger ontbrak. Onze vaderen en voorvaderen verkeerden in de mening dat de duivel in de hel woonde. Dit geloof, wij weten het thans, berustte op een misvatting. De duivel, mijn dierbare vrienden en vriendinnen, de duivel woont in Hilversum. Kapitein, mag ik nog even iets zeggen?
Ga uw gang Kapitein, wat draagt u een charmant kostuum. Terlenka!
Hallelujah, amen!


Wij zingen thans lied 202 vers 3 uit de gezangenbundel van de Vrienden van Veronica, terwijl ondertussen de gelegenheid bestaat tot het offeren van de beroemde Veronica-gulden. Er ruist langs de wolken een lieflijk akkoord. Dat voor alle mensen de stilte vermoordt Het zijn vlotte plaatjes die ieder graag hoort. En wie er naar luistert wordt geestelijk gestoord. Kent gij, kent gij, die zender niet. Die ons zoveel vreugde en vrolijkheid biedt? Kent gij, kent gij, die zender niet die ons zoveel vreugde en vrolijkheid biedt? Thans bestaat er, voor ons vrienden, gelegenheid om een persoonlijk getuigenis af te leggen. Wie komt er naar voren om te getuigen of te profiteren? Aha, kameraadske Van Wely, ga uw gang kameraadske. Dierbare vrienden in Veronica, vroeger was ik een chronisch migrainelijdster, thans heb ik de hele dag door barstende koppijn en ik moet zeggen, het bevalt uitstekend, want mijn man doet nu altijd de afwas en de kinderen naar bed. Dit heb ik te danken aan Radio Veronica en daarom: dank u wel lieve Veronica.
Amen, Hallelujah!
 

Lieve vrienden van Veronica, vroeger had ik altijd twee zenuwtrekkingen, een bij me linkeroog en een van me mond naar mijn neusvleugels. Thans heb ik er 124. U zult begrijpen in welke mate dit me leven heeft verrijkt, het is nu zeer boeiend geworden, waar het vroeger tamelijk eentonig was en daarom: dank lieve Veronica
Amen, Hallelujah!
 

Dank u wel, kameraadskes, uit uw getuigenis blijkt zonneklaar welk een weldadige invloed onze zender uitoefent op honderdduizenden
luistervinken. Kapitein, mag ik nog even wat zeggen? Ja, natuurlijk. Kapitein, wat heeft u een glanzend gebit. Vim.
Hallelujah, amen!
 

Wil er misschien nog iemand getuigen? Kameraad Herfst, hebt u nog wat te getuigen of te profiteren? Pardon? Wilt u een getuigenis afleggen, kameraad Herfst? U moet harder spreken, ik ben een beetje doof. Ach, hoe komt dat? Radio Veronica? En na dit, in zijn eenvoud zo aangrijpende, getuigenis zijn wij aan het eind gekomen van deze bijeenkomst. Het is morgen vroeg dag, om acht uur is Veronica weer in de ether. Er is nog een collecte aan de uitgang die ik warm wil aanbevelen. Ja, niet de uitgang, maar de collecte ten behoeve aan de slachtoffers van Veronica. Zingen wij tenslotte uit onze gezangenbundel lied 50 aller verzen: ‘Janus, Janus, pak me nog een keer. Pak me nog een keer, pak me nog een keer. Janus, Janus, pak me nog een keer! Als je het nou niet doet, dan kun je het niet meer.’ Humor dus die je begreep dan wel verafschuwde.  

 

Hans Knot , 16-12-2017

hans knot

In deze nostalgische column ga ik ver terug in de tijd. In de maand april 1963 was het drie jaar geleden dat Veronica voor het eerst in de ether was gekomen en in de weken vooraf werd er in tal van kranten andermaal positief bericht over de activiteiten van het radiostation. Aangenomen mag worden dat de journalisten, die Veronica destijds in het zonnetje hebben gezet, dit hebben gedaan op uitnodiging van de leiding van Radio Veronica. Allereerst maar eens naar de ‘Haagse Post’ van 13 april 1963 waarin het platenteam werd voorgesteld onder leiding van de toen 32-jarige Tony Vos: “Het is mijn taak onze tijd zo goed mogelijk te verkopen aan de sponsors. Dat betekent dat we onze programma’s zodanig aanpassen aan de smaak van het publiek, dat heel het land binnen een half uur iets naar zijn zin heeft kunnen beluisteren. Nu, dat doen we niet, want dat is godsonmogelijk.”

 

5a26a39305b3a_19630800Veronica.thumb.jpg.f37e78bb7aa7aa6e1975f78730fa80c4.jpgVos ging in de tijd vooral door het leven als een bekend jazzmusicus en smalend werd onder de jazzliefhebbers wel gesteld dat Tony Vos ‘de Zangeres Zonder Naam’ mocht opzetten op de draaitafels van Radio Veronica. Vos: ‘De persoonlijke voorkeur geldt niet meer als je hier de voordeur achter je hebt dichtgeslagen.’ Bij de studio van Veronica werden in die dagen gemiddeld 500 brieven per besteldag door de PTT afgeleverd. In de ochtenduren werden dezen gesorteerd door een gepensioneerde zeeman, die ‘Oom Piet’ door het personeel werd genoemd. Daarna bracht hij ze naar de diverse platendraaiers, die ervan overtuigd waren dat ze met hun populariteit die van de zuilen zouden gaan overtreffen. ‘De Haagsche Post’: ‘Wat de jongeren betreft werd daarvan het sprekend bewijs geleverd door populariteitsverkiezingen, waarin de eerste drie plaatsen werden ingenomen door Veronica programma’s, al komen we nog steeds protesten tegen, daar storende reclame 10 tot 15% van de zendtijd is.’

Tineke vragende over de luisterpost stelde ze triomfantelijk: “We komen deze maand óók aan de miljoenste brief van de luisteraars toe”. Er werden ook door steeds meer grotere en bekende bedrijven gebruikt gemaakt voor het kopen van de reclamezendtijd op het station, waarvan een groot deel in die dagen werd opgenomen, al dan niet in een gesponsord programma, bij het Productiebedrijf van Benny Vreden, dat gevestigd was in Loosdrecht. Vreden in ‘de Haagsche Post’: “Wij zijn eigenlijk een muzikaal reclamebureau, we specialiseren ons dus op de jingles, waarmee de programma’s beginnen en eindigen. We gaan praten met het bureau of het bedrijf dat ons de opdracht gaf, en dan proberen we onze programma’s zoveel mogelijk aan de bestaande campagnes aan te passen.” Vreden’s jingles en commercials, destijds tot stand gekomen met behulp van lang niet altijd freelancers, gezien ook een groot deel van de medewerkenden in vaste dienst was bij één van de omroepen, deelden hun bekendheid met andere reclamespots gemaakt door ondermeer het productiebedrijf van Thijs Chanowski.

 

De journalist van de ‘Haagse Post’ eindigde tot slot met informatie rond de toen 22-jarige dienstplichtige soldaat 41.01.07.193, die het 3 jarig bestaan niet kon meemaken wegens dienstplicht: “Ik moet poetsen, ik zou liever de plaat poetsen.” Afsluitend schreef dezelfde journalist dat Joost de Draayer inmiddels een historisch document aan het schrijven was met als titel: ‘Het logboek van een piraat’, met als ondertitel: ‘de avonturen van een niet zeewaardig mens’. Na zijn diensttijd gaat hij, ook al gesponsord, naar New York om reclamepsychologie te studeren. Hij hoopt hier terug te keren als commerciële televisie een feit is.’

 

1963-08-xx_01_Muziek_Express.thumb.jpg.809e75f170c212f41e2f2f913e5b549e.jpgEen ander uitgebreid artikel verscheen op zaterdag 27 april 1963 van de pen van Han J.A. Hansen, in ‘de Volkskrant’, waarbij de kop voorlopig alles zeggend was voor het station: ‘Radio Veronica buiten schot van dit kabinet.’ Het bleek dat de voorlopige conclusies van de departementale juristen zouden blijven liggen totdat een volgende regering aan de macht was. Minister Korthals, destijds verantwoordelijk voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, had in december 1962 aan de Tweede Kamer meegedeeld dat wettelijke maatregelen tegen Radio Veronica in voorbereiding waren. De juridische problemen waren echter te ingewikkeld gebleken om een waterdichte regeling te construeren voor een direct en effectief ingrijpen tegen exterritoriale radiostations. En dus hadden de deskundigen de regering geadviseerd te wachten, want een aanpassing van een wetsbepaling, waarbij het exploiteren van zendinrichtingen, ook buiten het eigen grondgebied, diende te worden getoetst aan internationale afspraken als wel er dan ook tegelijkertijd een wijziging van het Wetboek van Strafrecht diende te worden geregeld. ‘De Volkskrant’: ‘Op het ministerie van Justitie is men al tijden doende om het wetboek op dat punt te laten aanvullen, onafhankelijk van een eventuele regeling tegen de piratenzenders.’

 

Verder ging men in op de goede handelshanden van Dirk Verweij en zijn broeders, bijgestaan door een aantal aandeelhouders: ‘Zijn eigen vistuig in de ethergolven zorgde voor een rijke buit. De laatste jaren maakt Radio Veronica, naar verluidt, een omzet van ongeveer 8 ton per maand met de verkoop van zendtijd. Het aanvankelijke gokje van de Hilversumse kousenhandelaar groeide uit tot een formidabele onderneming. Fiscaal voldoet hij aan de verplichtingen. De totale exploitatiekosten worden geschat op ongeveer 60.000 gulden per maand. Ingewijden zeggen, dat de aandeelhouders jaarlijks acht maal hun geïnvesteerde kapitaaltje kunnen opstrijken.’

De journalist van ‘de Volkskrant’ vroeg zich af waarom er dan geen wetsvoorstel werd gemaakt, waarin opgenomen dat het bedrijven van activiteiten aan land voor een zeezender strafbaar kon worden gemaakt. Immers wist iedereen dat de programma’s in Hilversum werden opgenomen en werd wijds in krantenartikelen gesproken hoe de bevoorrading vanuit de haven van Scheveningen plaats vond. ‘Ingrijpen aan die zijlijn zou een spaak kunnen betekenen aan het Veronicawiel.’ Hij had zijn contacten in Den Haag daarover vragen gesteld maar kreeg een ontkenning te horen: ‘Voor het algemene rechtsgevoel zou het een onbevredigende en kromme redenering zijn als men zou zeggen: “Ik kan niet rechtstreeks ingrijpen, daarom pak ik haar maar van een zijlijn.” Dat zou het beginsel van een behoorlijke rechtstoepassing ernstig aantasten.’ Een volgende keer meer over dit onderwerp.

 

Foto en illustratiemateriaal: Max Lewin collectie.

 

Hans Knot, 09-12-2017

 

de redactie

Het voorval met zangeres Maan (die van schrik in huilen uitbarstte toen ze tijdens een live-optreden in de radiostudio van 538 met een streaker werd geconfronteerd), zegt veel over het gevaar van monopolieposities in de media. 


Goed beschouwd is deejay Frank Dane, die de grap bedacht, een volgende MeToo-dader. Hij is, als vertegenwoordiger van een populaire radiozender waarvan Maan afhankelijk is, in een machtspositie. Maan heeft zijn zender nodig. In plaats van haar in haar artistieke waarde te laten, stelt hij haar bloot aan puberale lol.


Juist nu zo'n grap uithalen getuigt van heel weinig realiteitszin. Dezelfde Dane is ook co-presentator van RTL Boulevard, waar hij in de laatste weken herhaaldelijk over MeToo-gerelateerde zaken sprak. Tenzij hij onnadenkend de autocue voorleest, zou hij dus moeten weten dat alles wat maar een beetje riekt naar seksuele intimidatie momenteel onder een vergrootglas ligt.


Toch zal Dane niet hard aangepakt worden.


Radio 538 behoort namelijk, zoals vrijwel alle grote commerciele radiozenders, tot het almaar uitdijende imperium van John de Mol. Ook in Dane's andere broodheer RTL-4 heeft De Mol op zijn minst belangen. Hij is weliswaar eigenaar van concurrent SBS-6, maar zus Linda is een van RTL4's gevierde sterren.


Als tegenwicht op de voornamelijk negatieve reacties op de foute grap (zanger Tim Knol voorop met een oproep tot een boycot van 'kutzender' 538)  bood omroep WNL (zeg maar: Telegraaf-tv) vanmorgen ruimte aan 'opvoeddeskundige' Phaedra Werkhoven die stelt dat Maan's reactie nogal overdreven is. WNL is opgericht door Sjuul Paradijs, destijds hoofdredacteur van De Telegraaf, van het Nederlandse mediaconcern Telegraaf Media Groep. Voorzitter is Frank Volmer, tevens directeur van de Telegraaf Media Groep. Het citaat van Werkhoven bij WNL, met excuses voor haar kromme Nederlands: 'Ik begrijp niet zo goed dat je daarvan meteen moet huilen eerlijk gezegd. Ik vond het ook wel een beetje van...pff, zo erg is het nou ook weer niet'.


De Telegraaf en De Mol, hebben die misschien ook iets met elkaar te maken? Een volledige overname van De Telegraaf door De Mol ketste afgelopen zomer af, hij beperkt zich voorlopig tot 'een strategisch belang' van bijna 30 procent.


Natuurlijk heeft Maan vanmiddag de excuses van deejay Dane geaccepteerd. Haar volgende plaatje wil ze ook weer gedraaid krijgen.

 

Overigens: ook Maan is 'van' De Mol: zij begon haar carrière in diens The Voice of Holland en staat nu onder contract bij 8BallMusic, waarin De Mol partner is. Hier zijn dus twee De Mol-onderdanen een 'MeToo'tje' aan het uitvechten.


https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/other/onbegrip-voor-tranen-maan/ar-BBGb6fD?li=AAazPsO&ocid=spartanntp

 

Edwin Wendt, 04-12-2017

hans knot

5a1afb1f10456_column2dec.thumb.jpg.f92dd86954a35b23cbd3cbb5394080c4.jpg

In deze historische terugblik neem ik je mee naar de laatste week van januari 1969. Het was de tijd dat de Draadomroep voor ons in Huize Knot verleden tijd werd, zoals op vele andere plekken in de stad Groningen en elders in het land. Luisteren naar bepaalde radiostations diende in de toekomst puur alleen via de transistorradio te gebeuren, wat op zich geen probleem was. Alleen was het niet zo goed gesteld met de favoriete radiostations. Radio Caroline had al bijna 10 maanden verstek laten gaan doordat de beide zendschepen van dit radiostation wegens niet nakomen van betalingen van hun ankerplaatsen waren weggesleept. Ze werden in de Amsterdamse Houthaven aan de ketting gelegd.

 

Het geluid van een andere zeezender, Radio Veronica, was mede door slechte frequentie en laagvermogen zender, gedurende de winterse dagen slechts enkele uren per dag echt goed te ontvangen in het noordoosten van Nederland. En in de avonduren was het luisteren in de fading naar de programma’s van Radio Luxembourg. Ook werd de radio af en toe afgestemd op de middengolf om enigszins overdag, waar mogelijk, te luisteren naar AFN Bremerhavn, een radiostation van The American Forces Radio gericht op de in Bremerhavn gelegderde Amerikaanse soldaten. Maar goede radio was het om zeker regelmatig op af te stemmen.

 

Op 29 januari 1969 verscheen er het bericht in de kranten dat de programma’s van Hilversum 3, vaak door de overheid bestempeld als het popstation dat als alternatief dienst diende te doen ten opzichte van Radio Veronica, meer zendtijd zou krijgen. Vanaf 1 mei 1969, zo werd bekend gemaakt, zou Hilversum 3 eventueel dagelijks tot middernacht zijn te beluisteren en dus een drastische uitzenduitbreiding krijgen. Tot die bewuste datum was Hilversum 3 slechts tussen 9 uur in de ochtend en 6 uur in de avond te beluisteren. De uitbreiding was niet alleen bedoeld voor in de avond maar ook in de ochtend, want op 1 mei zou men vanaf 7 uur in de ochtend actief zijn.

 

Het persbricht maakte verder melding dat het de bedoeling zou zijn  om het popkarakter van Hilversum 3 tot zes uur ’s avonds te handhaven en zelfs te versterken. Het gaf me toen alle reden tot nadenken en bijna een halve eeuw later beginnen mijn ogen nog te knipperen bij het lezen van deze vorm van desinformatie. Ik probeer het geen stokpaardje te laten worden maar wil toch nog eens teruggrijpen op de programmering van wat zo vaak het popstation Hilversum 3 werd genoemd.

 

Daarvoor ga ik terug na de willekeurige vrijdag- en zaterdagprogrammering 1969, dus 48 jaar geleden op Hilversum 3. De vrijdag bracht ons om 9 uur de VARA met Eddie Beckershow. Een voormalige Veronicadeejay die als een van de eersten de overstap naar de publieke omroepen maakte. Hij werd om 11 uur gevolgd door VARA collega Felix Meurders die in dat jaar zijn eerste stappen in Hilversum maakte nadat hij al voor Radio Luxembourg had gewerkt. Van 12 tot 14 uur was vervolgens op de vrijdagmiddag de VPRO, die het recht tot het uitzenden van de Top 30 had, dit in presentatie van Joost den Draaier. Allemaal nog aannemelijke kost maar waarom een Top 30 op de vrijdagmiddag, een tijdstip dat velen aan het werk of naar school waren?

 

Maar dan om 14.00 uur de AVRO met het programma Lynx of Los, het staat me bij dat we het dienden te zoeken in de lichte amusementshoek als het ging om dit programma. Als ik duik in diverse archieven is er van dit programma niets bewaard gebleven laat staan dat er iets is terug te vinden over het presentatieteam. Ik zal er voor naar Hilversum dienen af te reizen om in oude edities van de AVRO Bode te duiken om erachter te komen meer informatie te krijgen over Lynx. De uren daarna bracht deze omroep ‘Muziekboetiek’, het AVRO Radio Journaal met nieuws in het kort en afsluitend tussen 5 na 5 in de middag en zes uur het programma ‘Zingende Boogie’, een speciaal programma voor de automobilist. Inspirerende muziek voor de teenager was op dat tijdstip wel te vinden op Radio Veronica dat tussen 4 en 6 uur de Rob Out show programmeerde.

 

De willekeurige zaterdag, in 1969, begon op Hilversum 3 om 9 uur met het programma Djinn, dat werd gemaakt door medewerkers van de KRO. Een programma vol amusement en een fleurtje actualiteiten en een bedenksel in 1965 van Leo Nelissen, die in 1968 de overstap had gemaakt naar de NOS. Djinn werd in eerste instantie gepresenteerd door Martha Doyle en Donald de Marcas, waarbij de eerste de ontdekker was van Hans van Willigenburg, die een lange KRO carriere zou gaan maken ondermeer als medepresentator van het zaterdagochtendprogramma. Misschien vanwege de luie zaterdagochtend, sinds enkele maanden hoefden we op de zaterdagochtend niet meer te werken, zijn er vlagen van dit programma bij gebleven.

 

5a1afaf034c08_leonelissen.png.a63c7312527bc4655b0d34622a080389.pngLeo Nelissen (foto database Beeld en Geluid)

 

Halverwege de zaterdag had je dan het programma Skivatoon dat door de NOS werd uitgezonden en je op de hoogte bracht van de nieuwste LP’s in het lichte genre. En wat zo vaak voorkomt als je zoekt in de archieven van Beeld en Geluid, er wordt geen zoekresultaat gevonden op de titel van dit programma, dat tot 13 uur duurde, waarna de versnipperde zendtijd werd overgenomen door de NCRV. Eindelijk popradio? Ik kan me er persoonlijk niets van herinneren even als het gaat om de inhoud van ‘Four a clock tea’, dat een uur duurde want om 17 uur, na het ANP Nieuws was het tijd voor ‘Hier en Nu de Wekelijkse Sportshow’, dat de zaterdag voor Hilversum 3 tot de zendtijduitbreiding per mei 1969 zou blijven afsluiten. Een programma dat niet werd overgeslagen al was het alleen maar om te horen hoe AVC of Sportclub Genemuiden het er weer vanaf hadden gebracht in hun Zaterdag Voetbal Klasse. Af en toe kwam er dus een popplaatje voorbij op de zaterdagen.

 

Maar dan de plannen voor de avondprogrammering, zoals die per 1 mei 1969 diende in de gaan. Men wilde allereerst de sterkte van de zender op de 240 meter handhaven, eventueel zelfs versterken.  Men had het plan opgevat om op het ‘popstation’ Hilversum 3 in de avonduren een schema te gaan hanteren dat vergelijkbaar was met het derde programma van de BBC Radio. In september 1967, met de komst van BBC Radio 1 etc. en het einde van de BBC Home Service, was een herindeling van programmering geweest en kreeg BBC Radio 3 in de avonduren een mengelmoes aan programma’s, waaronder praatprogramma’s, klassieke muziek en ruimte voor uitzendingen van mini-zendgemachtigden. Ruimte voor de gebruikelijke uitzendingen van de politieke partijen was er ook en dus leek het de omroepen in Hilversum het mooi een dergelijk schema ook in Nederland in te voeren.

 

De plannen voor de uitbreiding van zendtijd inzake Hilversum 3 werden vervolgens door omroepvertegenwoordigers aan minister Marga Klompé, destijd verantwoorderlijk voor CRM, voorgelegd. Zij stemde in, mits de omroepen in 1969 de extra zenduren zelf zouden betalen. De omroepen gingen in principe direct accoord met de voorwaarden. Dan lag er nog het probleem dat er intereferentie zou kunnen onstaan door de uitzendingen op die van een Hongaars station die dezelfde frequentie was toegewezen. Deze veronderstelling bleek. na een door medewerkers van de NRU (Nederlandse Radio Unuie) gepleegd onderzoek, niet waar te zijn. Dit hield tevens in dat reeds in februari 1969 Hilversum 3 gedurende alle uitzenduren op hoogvermogen zou blijven uitzenden via de 240 meter en dat er geen verlaging in vermogen na 17.00 uur meer zou plaats vinden.

 

Of alle veranderingen van invloed zouden  zijn op de beluistering van het ‘popstation’ Hilversum III kun je de antwoorden zelf wel raden. Tevens is het de vraag of de uitbreiding in zendtijd er inderdaad al in de maand mei 1969 zou komen. Het zou in ieder geval nog enkele jaren duren voordat we echt Hilversum III  als een volwassen popstation zouden gaan beluisteren, maar daarover een andere keer meer.

 

Hans Knot, 02-12-2017

hans knot

kro2.png.eba9c96c17ebe7fa45f7832ff9ffbe6f.png

Ik blik vandaag terug naar de maand januari 1969 toen één van de minst gefotografeerde vrouwen van de Nederlandse omroepen, KRO medewerkster Ellen Bijl, in de spotlights werd gezet middels een verhaal in de kranten van de GPD en zo konden bijvoorbeeld lezers van het Leids Dagblad of die van het Nieuwsblad van het Noorden meer gewaar worden over de vrouw achter de naam die men zo vaak had gehoord via een aantal programma´s die door de KRO werden uitgezonden.

 

Ellen Bijl was in 1969 27 jaar en had blond kort haar. Verder was ze volgens de journalist in kwestie lekker hip gekleed met haar bruine sportkousjes en wat dat betreft echt wel een uitzondering in de KRO-studio's. Maar een bewijs ervan is er niet te vinden in het toch aardig grote archief van Freewave Nostalgie en ook andere geraadpleegde bronnen geven geen resultaat. Alleen is in het Delpherarchief een exemplaar van een krant terug te vinden waarbij de afgedrukte foto totaal ondefinieerbaar is. De samenstellers van het prachtige gedenkboek van 60 jaar KRO noemen niet eens haar naam.

 

Ellen was destijds werkzaam op de afdeling lichte muziek van de KRO radio en werd een van die opvallend harde werksters genoemd. ledere week produceerde zij drie programma's, te weten ´P.M.´, ´Vliegende schijven´ en ´In antwoord op uw schrijven´. Deze drie programma´s werden in 1969 altijd op de zaterdag uitgezonden en hadden een totale tijdsduur van zes uur. Volgens Bijl, die een enorme muziekkennis bleek te hebben, was ´In antwoord op uw schrijven´ het gemakkelijkste om te produceren. 

 

Over de muziekkeuze voor bovenstaand programma stelde Ellen Bijl destijds: “Het is of de duvel er mee speelt, maar iedereen vraagt bijna hetzelfde — De Heikrekels, Heintje, Gert en Hermien Timmerman. Merkwaardig is ook dat de aanvragen zelden of nooit uit de randstad Holland komen, maar altijd uit de provincie. En vergeet hierbij ook niet het Hoesrepertoire. Soms vragen de mensen mij platen te draaien die nog niet eens in onze discotheek zijn opgenomen."

 

Ellen Bijl werkte in 1969 al bijna negen jaar bij de KRO. Ze startte, vlak na haar eindexamen MULO, op de typekamer. Daar begon ze aanvankelijk met het uittikken van de teksten voor het programma ‘De Zonnewijzer’, maar dat hing haar al snel de keel uit. Ongeveer drie jaar heeft ze daar desalniettemin gezeten. Toen kwam ze bij de muziekafdeling terecht. Alles wat er uit kwam op het gebied van de lichte muziek luisterde ze braaf af. Andermaal destijds Bijl: “Ik ben wel niet zo'n dolle liefhebster van De Heikrekels, maar het hoort nu eenmaal bij je vak."

 

En er kwamen in die tijd nogal wat nieuwe platen uit: per week 30 l.p.’s en 50 kleine plaatjes, de weloverbekende singles. “Daarvan zijn er twintig bruikbaar, de rest is vuilnis. Ik luister ze allemaal af op kantoor. Dat is dan misschien wel eens vervelend voor mijn collega's, maar ik kan er ook niets aan doen: iedereen moet zijn programma's maken, al kan ik me dan wel voorstellen dat, als ik al om half negen aan de gang ben, mensen met een ochtendhumeur weleens de pest in krijgen.” Thuis luisterde Ellen Bijl destijds nog zelden naar muziek, alleen nog een enkele keer naar wat goede oude klassieken, zoals Mendelssohn en Vivaldi.

 

Andermaal destijds in de GPD kranten: “Soms denk ik wel eens: ik ben helemaal niet zo muzikaal, ik heb alleen maar een bepaalde feeling voor mijn vak en bovendien is het mijn hobby." Uiteraard werd haar gevraagd of ze misschien een vervolg in haar loopbaan zag bij een programma van de KRO op televisiegebied. “Ze hebben me wel eens gevraagd script-girl te worden, maar ik heb er geen draad zin in. Dan kan ik weer opnieuw beginnen en bovendien verlies ik dan mijn zelfstandigheid en die is me veel waard. Ze hebben me ook wel eens voor omroepster gevraagd, maar dat is helemaal niets voor mij. In de eerste plaats heb ik een geweldige microfoon-angst, in de tweede plaats weet ik wel iets leukers te verzinnen dan andermans teksten op te lepelen. Ik schrijf ze liever zelf."

 

Het programma ‘In antwoord op uw schrijven’ leverde Ellen Bijl per week rond de zeshonderd brieven op. En die las ze inderdaad allemaal door. “Je blijft gillen als je ziet wat er soms in die brieven staat. Ik krijg soms velletjes lang alle huwelijksmoeilijkheden van mensen voorgeschoteld. Daar kun je dan uiteraard niets aan doen. Vrij veel post komt ook uit gevangenissen. Ook in België heeft dit programma kennelijk grote luisterdichtheid. Daar vragen ze maar drie dingen: ‘De Klokkebaaien’, Will Tura en Bobbejaan Schoepen. En iedereen vraagt verder altijd hetzelfde. Daarbij heb ik gemerkt dat het de mensen helemaal niet om die ene plaat te doen is, maar voornamelijk om het horen noemen van hun eigen naam.”

 

Een frappant voorbeeld haalde ze ook nog even naar boven: ”Pas geleden had ik 160 aanvragen voor ‘Mamma’ van Heintje, maar ik bleek achteraf maar 159 namen genoemd te hebben. Mooi dat die ene vergeten schrijver zich meldde en schreef: ‘die plaat interesseert me niet, die heb ik toch in mjjn eigen kast, maar waarom heeft u mijn naam niet genoemd? Daar was het mij om te doen.’ En dat vond ik nu een onbegrijpelijke zaak.”

 

Eerder al schreef ik in ander verband over haar activiteiten: Zie ook mijn column van 13 januari 2016

https://www.internetradiocafenl/blogs/entry/404-hans-knot-vliegende-schijven-programma-voor-gelegerde/

 

Na haar pensioen genoot presentatrice Ellen Bijl nog enkele jaren waarna zij op 8 maart 2013 is overleden. Via Radio 5 werd er kort stil gestaan bij haar heengaan en werd ondermeer gememoreerd dat zij jarenlang medepresentator van ‘Drie tussen de middag’ samen met Hans van Willigenburg was geweest. Ook presenteerde zij samen met Edwin Rutten het KRO programma ‘Ontbijtshow’. Zij deed daar de verslaggeving. Verder was zij betrokken bij het bekende programma ‘Theater van het Sentiment’. De veelzijdige Ellen Bijl deed ook de muzieksamenstelling van programma’s als ‘Licht te verteren’ en ‘IJsthee’. Ellen Bijl is 71 jaar geworden (31 mei 1941 – 8 maart 2013).

 

Hans Knot, 25-11-2017

hans knot

Ik neem je mee naar de jaren zestig van de vorige eeuw om stil te staan bij het afscheid van een toen al decennia lang belangrijke presentator die ooit aan de wieg stond van een radioprogramma dat speciaal werd gemaakt voor zieken en gehandicapten. Reeds in 1945 was het programma al te horen via Radio Herrijzend Nederland en in 1946 werd het ingelijfd door de KRO met de initiator als presentator. Radioziekenbezoek de Zonnebloem met Alex van Wayenburg. Hij was van mening dat er binnen de Nederlandse samenleving veel meer aandacht diende te worden gegeven aan zieke en gehandicapten en niet alleen het programma werd tot dit doel gebruikt.

 

zonnebloem2.jpg.e07af95667cf2e92e19390fca5da3bbe.jpgOp 17 januari 1949 werd de ‘Stichting De Zonnebloem’ opgericht en de luisteraars werden opgeroepen lokale intiatieven te ontplooien middels de doelstellingen van de Stichting. Als gevolg daarvan werden overal in Nederland  plaatselijke comités opgericht, waarvan de deelnemers zich vooral gingen inzetten voor bezoeken aan zieken en gehandicapten en tevens andere activiteiten gingen verzorgen.

 

In 1964 werd besloten de Stichtingsvorm vaarwel te zeggen om de organisatie in verenigingsvorm voort te zetten waarbij gerekend kon worden op ondersteunende leden, die met een jaarlijkse bijdrage voor de nodige financiën zorgden. Het aantal leden, evenals het aantal vrijwilligers, nam toe, zodat steeds meer activiteiten konden worden georganiseerd.

 

Een van de initiatieven, naar voorbeeld van soortegelijke reizen georganiseerd vanuit het Rode Kruis, was het aanschaffen van een hotelschip die kon worden ingezet voor reizen met zieken en gehandicapten. Financiering werd mogelijk door massale deelname van de Nederlanders die via radio en televisie werden aangespoord te doneren. Inmiddels is in 2006 het schip vervangen door een eveneens ‘De Zonnebloem’ genoemde boot, waarop jaarlijks 2850 gehandicapte mensen een korte vakantie genieten.

 

Vermeld die te worden dat de Nationale Vereniging de Zonnebloem een enorm grote organisatie is met meer dan 40.000 vrijwilligers. Men heeft rond de 1200 plaatselijke comités die of op eigen initiatief werken of samenwerken met anderen. Ongelovelijk is het aantal bezoekjes dat jaarlijks afgelegd wordt bij mensen die gehandicapt zijn en moeilijk nog buiten huis kunnen komen: meer dan 1 miljoen bezoeken.

 

Terug naar Alex van Wayenburg en 1968 want op 1 juli van dat jaar verliet hij de KRO en dus ook de presentatie van zijn radioprogramma, om vervolgens op pensioen te gaan. Voor het programma ‘Radioziekenbezoek de Zonnebloem’ betekende dat destijds een gevoelige klap. Alex van Wayenburg was immers de Zonnebloem, die hij 23 jaar daarvoor op poten zette en waarop hij bijna een kwart eeuw zijn zeer persoonlijke stempel drukte.

 

Hij was zelf vaak in zijn leven ernstig ziek geweest en daarmee was hij de aangewezen persoon om een radioprogramma voor de zieken te maken. En daarbij had hij zich altijd laten leiden door de gedachte dat niet gezonde en/of gehandicapte medemens niet geïsoleerd mocht worden. Via zijn programma diende een gemeenschapsgevoel te worden bijgebracht aan de luisteraars.

 

zonnebloem.jpg.1f7b185a287d2f65bae2f9743b5b62c3.jpgIn november 1930 trad Alex van Wayenburg als de eerste echte omroeper bij de toen jonge Katholieke Radio Omroep in dienst en bleef dat tot het begin van de Tweede Wereldoorlog in mei 1945. Vrijwel vanaf het begin van zijn loopbaan bij de KRO verzorgde hij eenmaal in de week een ziekenprogramma van een half uur.

 

Hij was het niets eens met de bezetter, zoals vele voormalige omroepmedewerkers, en staakte dus alle activiteiten voor de radio. Tijdens de de oorlog kwam hij in een minder prettige periode terecht, Zo viel hij van het dak van zijn woning en liep daarbij een schedelbasisfractuur op. Niet veel later na gedeeltelijke herstel kreeg hij een ernstige infectie dat bijna zijn dood betekende.

 

Jarenlang had hij tijd tot diepnadenken en besloot te komen tot het oprichten in 1945 van het Zonnebloem programma. Zoals gemeld niet via de KRO maar eerst via Radio Herrijzend Nederland. Samen met Wim Quint verzorgde hij via dit station, dat eerst in zuidelijk Nederland actief was, een half uur durend radioprogramma voor zieken en gehandicapten.

 

In 1946 functioneerden de omroepen van voor de Tweede Wereld Oorlog weer redelijk als voor die wrede tijd en ging het programma door via de uitzendingen van de KRO. In 1948 kreeg hij ondersteuning van Joke Eikhoudt, die zijn rechterhand werd tot en met zijn  pensionering in 1968.  Het Radioziekenbezoek was driemaal in de week (maandag van elf tot half twaalf, donderdag en vrijdag van elf tot twaalf uur) te beluisteren. In totaal zijn er inclusief de 107 uitzendingen voor Herrijzend Nederland bijna vijfduizend van dergelijke programma’s de ether ingegaan (luisterdichtheid tussen de kwart en een half miljoen).

 

De tweeduizendste uitzending, die in december 1959 plaats vond, werd gevierd met een klankbeeld over Hellen Keller, een Amerikaanse vrouw die ondanks haar blindheid, doofheid en spraakhandicap (doofblindheid) een voorvechster was van ‘eigen validiteit’ van de fysiek of geestelijk misdeelden, zoals het destijds werd geformuleerd. Allerlei acties werden er georganiseerd door de Zonnebloem, zoals gebedsacties, inzamelingen voor financiering van hoofdtelefoons, maar bovenal het leggen van contacten.

 

zonnebloem3.jpg.da10038e8a3863f963dd631b4ce9e7c6.jpgEen bepaald opzet van zijn programma heeft Van Wayenburg nooit nagestreefd. In een interview stelde hij destijds: “Het programma is met zijn tijd meegegroeid, en dat kan ook niet anders, omdat de actualiteit altijd in de Zonnebloem een woordje meesprak. Maar de Zonnebloem. heeft nooit zijn improviserende karakter verloren.

De mensen dienen niet te denken dat ik ooit met een netjes uitgetikte of geschreven tekst heb gewerkt. De Zonnebloem is altijd live uitgezonden behalve de speciale buitenopnamen dan. Vroeger waren die ook rechtstreeks, maar daar zijn we vanaf gestapt.”

 

Die programma's, die waren opgenomen in ziekenhuizen of sanatoria, duurden twee tot drie uur aan opnametijd en daarvan werd vervolgens een samenvatting van 20 minuten gemaakt. Van Wayenburg andermaal destijds: “Bandopnamen en montage zijn dan onontbeerlijk.” Gelukkig voor de Zonnebloem stopte Alex van Wayenburg op 1 juli 1968 alleen zijn radiowerk. Na zijn pensionering zou hij als hoofdbestuurslid nog veel werk voor de stichting verrichten. De leiding van de Zonnebloem kwam vervolgens in handen van de toen 26-jarige Wil van Neerven uit Stevensbeek in Noord- Brabant, die in mei 1967 als assistent van Van Wayenburg in dienst

van de KRO was gekomen.

 

Alex van Wayenburg vond namelijk dat de jongeren wel eens zijn werk mochten gaan doen bij de Zonnebloem. ‘Ik heb er zelf ook altijd met enorm veel plezier aan gewerkt. Het heeft eigenlijk mijn hele leven gevuld. Elke uitzending was telkens weer nieuw, alsof het mjn eerste programma was. Er is er geen een, waarvan ik echt spijt heb gehad. " Nog tot en met 1977 bleef Alex van Wayenburg binnen het hoofdbestuur van de Vereniging Zonnebloem actief. Op 3 maart 1980 kwam hij in Baarn te overlijden en verloor Nederland een radiopionier van het eerste uur.

 

Bronvermelding: interview Van Wayenburg in de GPD kranten uit juni 1968

Archief: Freewave Nostalgie

Zestig Jaar KRO, uit de geschiedenis van een omroep, 1985.

Internetsite Stichting de Zonnebloem.

 

Hans Knot, 18 november 2017

hans knot

Dit keer neem ik U in een tijdsmomentje mee naar de maand juni 1973. In het gebouw van Tweede Kamer in Den Haag werd er eerder dat jaar, op 18 april, een hoorzitting gehouden waarbij tal van bekende Nederlanders hun woordje deden tot behoud van de zeezenders. Dezelfde dag trok er een enorme menigte, vooral jongeren, vanaf het Malieveld door de straten van Den Haag richting de Tweede Kamer om te demonstreren voor het behoud van Radio Veronica en de andere actieve zeezenders. Eerder al was er in 1971 een actie geweest onder het motto: ‘Veronica blijft als U dat wilt’ en al vrij snel na de happening in april 1973 bleek dat er weinig hoop was dat de zeezenders zouden mogen blijven uitzenden zonder dat de medewerkers strafbare feiten konden plegen. Met andere woorden er zat een wijziging van de wetgeving aan te komen.

 

rnihou.jpg.5b939ff9f4f0d92fd80724eae2aca9fd.jpgReden genoeg om actie te ondernemen vonden zowel de directie van Radio Veronica als die van Radio Noordzee. Het was in die tijd voor velen een kwestie vergelijkbaar als die met de Rolling Stones en The Beatles een tiental jaren eerder. Je was voor het ene radiostation en niet voor allebei. Wat betreft de voorkeur voor een radiostation in 1973 viel bij mij de keuze al een paar jaar op Radio Noordzee en haar Engelstalige zusje RNI. Ik vond dat er veel meer leven in de brouwerij zat bij het beluisteren van de programma’s dan bij die van Radio Veronica. Dit kwam voornamelijk omdat de internationale service van RNI totaal live vanaf boord werd uitgezonden en dat een deel van de programma’s van Radio Noordzee ook live werden gepresenteerd door een team dat ook verantwoordelijk was voor de nieuwsvoorziening vanaf het zendschip MEBO II.

 

En het waren niet zo maar jonge kerels die de programma’s van de Nederlandse service presenteerden. Een groot deel van hen had een gedegen opleiding gehad binnen een van de beste scholen  op dit gebied destijds, de ziekenomroep Lucas van het gelijknamige ziekenhuis in Amsterdam. Daar hadden ze wel geleerd wat productiewerk was; hoe ze prachtige jingles konden maken en welke presentatiestijl het beste gevolgd kon worden. Bovendien had men een schat aan kennis inzake instrumentale muziek die voor productiedoeleinden kon worden ingezet.

 

rni.thumb.jpg.6658a95b16cd3e1cb6be6389680d049b.jpgBeide voornoemde radiostations zetten zich vervolgens in te komen tot een grote schare luisteraars die zich in de toekomst als lid wilden beschouwen van of de VOS, de latere VOO, dan wel de Stichting RTV Noordzee. Prachtige jingles werden er voor de actie geproduceerd terwijl in de startweek van de actie een lied werd voorgesteld, dat elk uur werd gebruikt in  de uitzendingen van de Nederlandstalige service. Het was het nummer ‘Geef Ons Een Kans’ - Radio Noordzee Koor met Peter Holland als lead-vocalist (Elf Provinciën). Op de b-kant van de single waren jingles van Radio Noordzee terug te vinden. Op 22 juni werd de actie vanaf de Noordzee met live programma’s begeleid en vier dagen later werd het duidelijk dat de wet tegen de zeezenders er zeker zou komen daar de leden van de Tweede Kamer hadden besloten dat het Verdrag van Straatsburg zou worden ondertekend.

 

Aangezien Jacob Kokje en ikzelf eerder dat jaar, in de maand mei, de RNI dubbellp, die deels in samenwerking met medewerkers van RNI was geproduceerd, ten doop hadden gehouden, lagen er al de nodige contacten ten burele van John de Mol sr. Vrij snel werd duidelijk dat men een ledenwerfactie wenste op te zetten onder het motto ‘Radio Noordzee Hou em in de lucht’. Men wilde dit gaan doen met inzet van particulieren als ook een eigen promotieteam en winkeliers. Jacob kwam met het idee via de telefoon om gezamenlijk ook mee te gaan doen aan deze werving. En zo kregen we de beschikking over een heus pakket aan promotiemateriaal bestaande uit posters, de welbekende ‘Hou em in de lucht’ stickers en inschrijflijsten voor mensen die zich bereid voelden zich in te schrijven als lid voor de periode 1973/1974 van de Stichting RTV Noordzee, die als postbusadres 338 in Bussum had.

 

rni3muur.thumb.jpg.24e2ee6ca6544d5d0df6d2d7d2e9f3f2.jpgIn een begeleidende brief was instructie te vinden evenals dat werd aangegeven in hoeverre de administratie diende te worden bijgehouden als ook hoe de ingehaalde gelden dienden te worden overgemaakt naar de Stichting RTV Noordzee. Als ik me zo herinner na vele decennia zijn we destijds ondermeer 2 discotheken in het Groninger Winschoten in geweest. Het was de discotheek van Royal York en die met de mooie naam Just Fancy. De laatste was vernoemd naar een van de grote hits van de formatie The Ro-d-ys, die uit Oude Pekela in de directe omgeving van Winschoten, afkomstig was. Een van de voormalige leden van de groep had die discotheek opgericht.

 

In die discotheken en later in Groningen hebben we een ontelbare hoeveelheid stickers uitgedeeld, maar zover ik kan herinneren hebben we geen lijsten bijgehouden, noch gelden geïnd. Het was de snelste manier om zoveel mogelijk mensen de mogelijkheid tot lidmaatschap onder aandacht te brengen. En wees eerlijk inschrijven in een swingende discotheek lijkt niet verstandig.

 

De actie van het promotieteam van Radio Noordzee, ondersteund door het programmateam van het station en vele vrijwilligers, had echter niet het resultaat dat men verwacht had. Niet meer dan 35.000 Nederlanders hadden zich als lid aangemeld waardoor het indienen van een licentieaanvraag er niet werd gedaan en er na 31 augustus 1974, toen de allerlaatste uitzending van Radio Noordzee werd uitgezonden via ondermeer de 220 meter middengolf, geen sprake meer was van ‘Hou em in de lucht’. En de stickers en posters die over waren kregen een plek op de slaapkamer muur.

 

Hans Knot, 11 november 2017

hans knot

Een terugblik naar eind jaren zestig van de vorige eeuw. In die tijd was het luisteren naar de radio en het kijken naar de televisie in Nederland aanzienlijk beperkter dan een halve eeuw later. We hadden drie Hilversumse radionetten en twee televisienetten. Verder was er in een aantal provincies, al dan niet met elkaar gekoppeld, sprake van regionale radio. Televisie, verzorgd door de regionale omroepen, zou pas in de mid-jaren negentig van de vorige eeuw van start gaan.

 

Maar er werd volop gediscussieerd over de mogelijkheden van een bredere vorm van regionale radio en de invoering van regionale televisie, zoals op 9 oktober 1968 toen er in de Tweede Kamer een nota werd toegezegd over dit onderwerp. Het waren de toenmalige ministers Klompé, Bakker en Witteveen die de leden van de Tweede Kamer een nota hadden toegezegd over het standpunt van de regering ten aanzien van de educatieve en de regionale televisie- en radio-uitzendingen.

 

1968.thumb.JPG.55204f10034687763a4b82c19c5e1a3f.JPGDit bleek uit de verschenen memorie van antwoord op het voorlopig verslag over de Wet op de Omroepbijdragen. In de memorie van antwoord werd een hogere kijkgeld heffing van bezitters van een kleurentelevisie-ontvanger van de hand gewezen. Dit zou. aldus de bewindslieden, niet stroken met het doel dat met de invoering van

de kleurentelevisie was beoogd. Ten overvloede werd daarbij nog opgemerkt, dat het hierbij niet alleen ging om ondernemersbelangen, maar vooral om het grote belang van de werkgelegenheid en de exportmogelijkheden. Een groot deel van de productie van kleurentelevisies was in handen van Philips, die alle belang had bij hoge exportcijfers. De kleurentelevisie was in Nederland destijds nog maar net ingevoerd en bij lange na niet waren de programma’s in kleur te zien. Er kon eerder gesproken worden van mondjesmaat en bovendien was het aantal uitzenduren via de twee televisienetten beperkt.

 

Hoe werkte dat destijds in de jaren zestig met de betaling van deze bijdragen? Eens, per kwartaal, kwam er een rekening van de ‘Kijk en Luisterdienst’ binnen, waarbij verzocht werd deze uiterlijk op de 15de van de daarop volgende maand te voldoen via het loket van het Postkantoor. Lang niet iedereen was in het bezit van een giro- of bankrekening en bij mijn werkgever, het Provinciale Electriciteitsbedrijf voor Groningen, werd een groot deel van de salarissen nog contant uitbetaald. Afhalen bij mejuffrouw de Vries aan de ‘Kas’ of aangetekend toegestuurd krijgen van het salaris via de post was het toenmalige gebruik voor diegene die geen giro- of bankrekening had.

 

De nota van de dienst die gelden diende in te zamelen om de radio en televisieorganisatie in ons land draaiende te houden, werd meestal een tijdje op de schoorsteenmantel in de kamer gezet tot dat het moment daar was dat het echt op betalen aankwam. Hoe vaak ben ik wel niet, met de nota in de hand, op verzoek van mijn moeder naar het Postkantoor geweest, om deze betaalbaar te stellen. Keurig kreeg je dan een strookje mee terug, voorzien van een speciale zegel en stempel, ter bewijs van betaling. Dit strookje werd dan achter het geluidsbox van de draadomroep gedaan. Immers als er controle van de ‘Kijk- en Luisterdienst’ kwam of de rekening wel was betaald, diende het bewijs te worden getoond.

 

Het was de tijd dat er in Nederland nog lang geen sprake was van commerciële radio en televisiestations; daar dienden we nog een tweetal decennia op te wachten. Het geïncasseerde geld was ter financiering van de wat we heden ten dage publieke omroepen noemen. Er was wel, hoewel op kleine schaal, reclame op radio en televisie gekomen, maar dat was bij lange na niet genoeg om de radio en televisie draaiende te houden. Trouwens ook heden ten dage dient het merendeel van financiering van deze tak van radio en televisie nog steeds uit de staatskas te komen. Zoals er veel veranderde in de jaren zestig van de 20ste eeuw, werd er ook gewerkt aan de omzetting van de kijk- en luisterbijdrage in de zogenaamde ‘Omroepbijdrage’. Dit was een verplichte bijdrage voor hen die in het bezit waren van een radio en/of televisie.

Per 1 januari 1969 trad de zogenaamde ‘Wet op de Omroepbijdragen’ in. Vanaf dat moment werd het merendeel van de Nederlandse bevolking geacht ook in het bezit te zijn van een giro- dan wel bankrekening om het aantal dure handelingen op het postkantoor tegen te gaan. Aan voornoemde wet zaten nogal wat haken en ogen, zodat de brave burger nog beter gecontroleerd kon worden en bovendien verplicht werd nog meer gelden af te staan aan de overheid. De omroepbijdrage bevatte ondermeer de regel dat er een vaste bijdrage per gezin of alleenwonende diende te worden betaald ter hoogte van f 75,00, dat via halfjaarlijkse inning diende te worden voldaan. Deze bijdrage was bestemd voor het in het bezit hebben van één of meerdere televisietoestellen, één of meerdere radiotoestellen en/of draadomroepaansluiting.

 

Deze regeling viel onder de categorie: Omroepbijdrage A. Veel mensen hadden in die tijd nog geen televisietoestel en dus was er in de Wet op de Omroepbijdragen ook een categorie B opgenomen. In deze categorie vielen die personen die alleen in het bezit waren van één of meerdere radiotoestellen en uiteraard diende de mensen, die binnen deze categorie vielen, minder te betalen, namelijk f 24,00 per jaar onder de voorwaarde dat dit bedrag in één keer diende te worden voldaan.

Met de nieuwe regeling verviel de afzonderlijke heffing voor het in het bezit hebben van een autoradio dan wel het in het bezit hebben van een radiotoestel dat buiten de woning werd meegenomen. Voorheen was het ook gebruikelijk dat de Nederlander die in het bezit was van een radio- en/of televisietoestel in een zogenaamde nevenwoning, zeg maar tuin- of vakantiehuisjes, een aparte bijdrage diende te betalen. Nieuw in de regeling was dat meerderjarige inwoners, dus diegene die ouder waren dan 18 jaar, en die in het bezit was van een eigen ontvangsttoestel in hun slaapkamer, een aparte bijdrage diende te gaan betalen. De overheid dacht met de nieuwe regeling wel aan de personen die medio 1968 volgens de oude regeling een bijdrage hadden betaald. Daarin werd namelijk duidelijk rekening gehouden met het gegeven of de hoofdbewoner van een huis al dan niet had toegestaan of er meer dan één radio- en televisietoestel in het huis aanwezig waren. Was er een tweede of meerdere toestellen in huis aanwezig dan werden dezen apart belast.

 

In een landelijke campagne van de Dienst Omroepbijdragen, die in advertenties in zowel landelijke als regionale kranten verschenen, werd dan ook aangekondigd dat diegene die in de loop van 1968 voor extra toestellen voor de periode van een jaar kijk- en luistergeld hadden betaald, een restitutie van te veel betaalde bijdrage medio 1969 konden verwachten. Ook was de regeling opgenomen dat diegene die om bepaalde redenen vrijstelling had gehad van kijk- en luistergeld, automatisch ook vrijstelling zou krijgen van het betalen van de verplichte omroepbijdrage. Het ging hier voornamelijk om gezinnen die om wat voor redenen dan ook in financiële problemen zaten en via de gemeentelijke weg vrijstelling van betaling hadden aangevraagd en verkregen. Wel werd duidelijk in de advertentiecampagne aangeven dat een hernieuwd verzoek tot vrijstelling van betaling van de verplichte omroepbijdrage twee maanden voor het einde van 1969 diende te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar men woonachtig was.
 

Uiteraard was er ook in de nieuwe wet opgenomen dat bepaalde groepen onder bepaalde omstandigheden vrijstelling konden krijgen van de verplichte betaling van de Omroepbijdrage. Daarbij dient te worden gedacht aan vooral blinden, slechtzienden en doven. Wel diende daarvoor een schriftelijk verzoek in te worden gediend aan de Dienst Omroepbijdragen, die destijds gevestigd was aan de Hofweg 3 in ’s Gravenhage. Naast de omroepbijdrage voor gezinnen werd het in het bezit hebben van ontvangsttoestellen in kantoren, werkplaatsen, fabrieken, kantines, winkels en dergelijke apart belast. De campagne van de overheid had in de advertenties ook nog een goede raad aan diegene die meer dan één toestel in het bezit had en wel dit vooral te melden daar, wanneer de controle ambtenaar aan huis kwam, een overtreding zou worden bestraft: ‘Dit is bijzonder onverstandig! Zij riskeren een strafvervolging en zware boetes. Wij geven deze mensen een goede raad. Begin 1969 met een schone lei. Doe op het postkantoor aangifte’.
 

Met de start van een nieuwe eeuw werd met ingang van 1 januari 2000 de verplichte Omroepbijdrage naar het verleden gestuurd. De overheid haalde vanaf dat moment haar bijdrage aan de publieke omroepen uit de pot verplichte belastingen. Al betalen we dan mee aan de financiering, het gebeurt op een meer eerlijke manier als in het verleden. Maar hoe anders kan het ook zijn als we kijken naar onze Oosterburen, Duitsland, bestaat er nog steeds de jaarlijkse bijdrage aan kijk- en luistergelden en werd begin dit jaar bekend dat bepaalde groepen, zoals de doofblinden, wettelijk wel worden belast tot het betalen van de bijdrage, maar gelukkig een verzoek tot vrijstelling kunnen indienen. Het bedrag van de gecombineerde heffing van het kijk- en luistergeld werd vanuit de overheid als niet overmatig genoemd. Het voorgestelde tarief zou slechts weinig gaan verschillen van de tarieven in Duitsland, Frankrijk en Italië.

 

Hans Knot, 4 november 2017

hans knot

Recentelijk kreeg ik een vraag voorgelegd van een lezer inzake Dick Harris, wat ertoe leidde dat ik niet alleen het antwoord kon geven middels een duik te nemen in mijn archief maar ook om eens een nostalgische terugblik op deze vooral bekende televisieregisseur, uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, te schrijven.

Als je de gegevens op Wikipedia, waaraan iedereen kan meewerken, opzoekt dan lees je dat Dick Harris in 1927 in Den Haag is geboren en zijn artiestenleven een aanvang nam als goochelaar en jongleur, vervolgens muzikaal begeleider werd en uiteindelijk televisieregisseur, die zowel in ons land als het buitenland actief was. Zo is hij jarenlang persoonlijk adviseur en regisseur van Rudi Carell geweest.

 

dickharris.thumb.JPG.1b79836d298dcd38be98aa4c6d4516d5.JPGWat vooral niet mag ontbreken is het vermelden dat hij de regisseur was van het programma van Rudi Carell uit 1964, waarmee een ‘Zilveren Roos van Montreux’ werd gewonnen. Carell was in deze show een soort van Robinson Crusoë waarbij de chimpansee ‘Vrijdag’ een rol van belang speelde, evenals een zeemeermin in de persoon van de toen beroemde zangeres Esther Ofarim.

 

Ik heb me wel eens afgevraagd waarom sommige artiesten en mensen uit deze artistieke wereld zich anders willen voordien als ze zijn en/of waarom ze door anderen anders worden voorgespiegeld aan de medemens. In dit geval doel ik op het gegeven dat Dick Harris in Den Haag zou zijn geboren. In mijn archief vond ik aantekeningen terug uit een artikel dat ooit in de maand mei 1968 werd gepubliceerd in de kranten van de GPD, de Gemeenschappelijke Persdienst. Het artikel had betrekking op het gegeven dat Dick Harris net veertig was geworden.

 

Rudi Carell en Dick Harris (Foto VARA archief)

 

Volgens voornoemd artikel was hij al 23 jaar binnen de showbusiness actief en had hij op 17-jarige leeftijd zijn naam laten veranderen in Dick Harris. In werkelijkheid heette hij Dickie Hemmes en was hij geboren in Groningen. Het bleek dat zijn succes met ‘het Gouden Roos programma’ hem dermate veel positieve pluimen en reacties had opgeleverd dat in mei 1968 al werd gesproken over een eventueel internationaal succes als regisseur.

 

Harris, die we al tegenkwamen als regisseur bij de activiteiten van RTV Noordzee, dat vanaf het REM-eiland in 1964 haar programma’s uitstraalde, vertelde in het interview waarom hij van naam was veranderd: “Ik heb in Duitsland gewerkt, veel in België, Italië en Scandinavië. Vandaar ook dat ik voor ‘Harris’ heb gekozen. Kijk, ‘Hemmes’ klinkt voor het buitenland te moeilijk. ‘Harris’ is veel meer internationaal. Ik heb die naam gepakt en hem maar gehouden ook.”

 

Behalve de optredens in het binnen- en buitenlandse amusementsgebeuren waren er voor Dick Harris in de eind jaren vijftig van de vorige eeuw vrij spoedig engagementen bij de Nederlandse radio. Zo praatte hij diverse programma’s aan elkaar en was tevens in diverse programma’s voor kleuters te horen, terwijl ook lichte muziekprogramma’s op de Hilversumse radio zijn stem toebehoorden en wel via de VARA.

 

Dick Harris en televisie werd het pas in 1961. De NTS begon met de eerste regisseurscursus. Harris werd door zijn werkgever naar deze eerste cursus gestuurd en de ontwikkeling ging zeer voorspoedig en Dick bleef drie jaren bij de VARA aan de slag. Vijfendertig programma’s waren in die periode uitgezonden onder zijn eindregie, waaronder 17 shows met Rudi Carrell.

 

De naam van Dick Harris ging na de winst in Montreux de internationale pers in en bleef hangen bij de belangrijke mensen uit het vak. Harris stelde in mei 1968 echter (voorlopig) in Nederland te blijven en stelde zelf: ‘’Ik pionier graag. Vlak na die Zilveren Roos in Montreux werd in 1964 de REM opgericht. Ik dacht: dat is iets voor mij. Helpen opbouwen van een nieuw station en tevens een beetje pionieren, zoals ik altijd graag doe.”

 

Dick Harris was practisch vanaf het begin van RTV Noordzee betrokken en zei daarover in 1968: “Enfin, je weet hoe het allemaal gelopen is. Ik ben bij de REM gebleven, van de oprichting tot de liquidatie." Niet veel later na het verdwijnen van RTV Noordzee, in december 1964, werd het vooral Duitsland als het ging om de werkzaamheden van Dick Harris. Men had de prestatie van het winnen van de Zilveren Roos  niet vergeten en dus werden De Rudi Carrellshows er gretig afgenomen.

 

De directie van de Duitse televisie had er echter bij bedongen dat Dick Harris de shows zou komen regisseren. Een kleine jaar lang bleef Dick Harris vervolgens in Duitsland hangen. In die tijd begon hij — naar eigen zeggen – pas zo’n beetje te begrijpen hoe het televisiewerk echt werkte. Maar hij bleef er niet lang hangen. De reden van zijn terugkeer naar Nederland had alles te maken met de start van een nieuwe omroep, de TROS, die was voortgekomen uit het RTV Noordzee project.

 

Dick Harris daarover in 1968: “Ik dacht dan gaan we maar weer eens fijn pionieren bij de TROS. Maar niets is minder waar want de TROS draait gewoon mee, net als de andere omroepen. Er zijn echter alleen wat minder regisseurs. Hier moet ik zo ongeveer op alle terreinen wat doen. Krankzinnig, maar het is niet anders". Hoewel men in Hilversum regelmatig beweerde dat Harris op dat moment de enige TROS-regisseur was, die er echt iets professioneels van maakte, bleek de TROS-periode voor Harris toch niet zó geslaagd en leek hij in 1968 onzeker over zijn toekomst.

 

“Ik weet nog niet wat ik ga doen. Per 1 augustus loopt mijn contract daar af. Misschien blijf ik — als ze me tenminste een nieuw contract

willen aanbieden. - Aan de andere kant wil ik wel graag terug naar Duitsland. Ik heb een aanbieding uit Stuttgart maar ik weet nog helemaal niet voor welk soort programma's. Ik wil beslist graag terug naar Duitsland gaan. Duitsland en Nederland zijn op televisiegebied in geen velden of wegen met elkaar te vergelijken. Dat zou net zoiets zijn als Shakespeare tegenover de inhoud van ‘dé Lach’ te stellen. Ze hebben er meer geld, meer ruimte, meer mensen en meer tijd en dat alles is te brengen ónder de grote noemer: meer geld.”

 

Over de televisie in Nederland stelde Dick Harris destijds dat het een heel vervelend iets was geworden: “Men is hier volkomen verstrikt geraakt in een enorme papierwinkel. Als je nagaat dat er bij de NTS zo’n 1700 mensen werken van wie er 1400 op het kantoor zitten. Dat slaat toch nergens op. Dat wil zeggen dat 300 man het programmawerk dienen te doen. Het komt hier voor dat een regisseur in vier weken tijd voor vijf programma’s dient te zorgen. Waanzin.”

 

In Duitsland maakte hij er één programma per maand, maar dan ook goed. Andermaal Harris: “We hebben hier in Nederland genoeg capabele mensen. Ze werken hard, te hard omdat ze wel moeten. Snel kunnen werken als het nodig is heeft natuurlijk voordelen. Maar geef mij dan Duitsland maar.” 

Jarenlang bleef hij er fantastische programma’s produceren maar belastingproblemen in het land zorgde ervoor dat Harris vluchtte naar de Filipijnen. In 2010 kwam Dickie Hemmes in Den Haag, dat dan wel weer, te overlijden.

 

Hans Knot, 28 oktober 2017

de redactie

Beste Arie, geachte heer Slob,


Van harte gefeliciteerd met uw prachtige nieuwe baan! Laat de minister van het niet horen, maar u heeft natuurlijk op het ministerie van Onderwijs het allermooiste onderwerp in portefeuille . Misschien wel van heel Den Haag. Want laten we wel zijn: de media, daar kan toch geen vast-flex-discussie of Europese top tegenop!


Dat weet u natuurlijk, met uw jarenlange achtergrond als mediawoordvoerder in de Tweede Kamer, als geen ander. Het gaat altijd echt ergens over. Over hoe onze samenleving verandert en hoe die verandering soms tot wrijvingen leidt (Zwarte Piet). Over hoe je een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsvoorziening onder de aandacht blijft brengen terwijl ons mediagebruik razendsnel verandert (opkomst superplatforms). Over hoe je als door iedereen betaalde organisatie ook echt iedereen iets terug kan geven (sport en ja, ook een vleugje vermaak). Over hoe gaaf het is om een podium te zijn voor en van (!) alle Nederlanders, voor hun taal cultuur en identiteit (en waar je samen juicht en samen rouwt). Over hoe je als klein Gallisch dorpje overeind blijft tegen een Romeinse overmacht (Netflix, HBO, Liberty).


Er is elke dag wel wat aan de hand in Hilversum medialand. En het gaat de laatste jaren heel goed hier. Ons bereik is hoog - we zijn marktleider -, onze programma’s worden beter gewaardeerd dan ooit, meer Nederlanders dan in jaren lieten zich bij hun stemkeuze helpen door onze pluriforme en brede programma’s. We hebben onze on demand dienst vernieuwd en leren elke dag beter om een jong publiek aan ons te binden, waar ze ook zijn.


Ik ben er trots op dat dit is gelukt. Want de bezuinigingen van Rutte I en II hebben er hard in gehakt. Dus ik zal eerlijk zijn: ik word blij van het Regeerakkoord. Een 'stevige publieke omroep niet vanzelfsprekend […] maar wel nodig vanwege het veranderde medialandschap’? Lijkt me van wel, ja.


De koffie staat klaar.


Hartelijke groet,


Shula

de redactie

In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw namen wij, als we op vakantie gingen, altijd cassettebandjes en een portable radio mee. De cassettes met muziek waren voor op de heen- en terugreis op de Duitse Autobahn, de portable radio om naar Radio Nederland Wereldomroep te luisteren op plaats van bestemming.

 

Hoe anders is dat tegenwoordig. De moderne auto wordt geleverd met een DAB+ radio voorzien van Bluetooth. Het voordeel van DAB+ ten opzichte van FM is dat je niet, zodra je buiten bereik van de zender komt, een andere frequentie moet opzoeken. Het moet naadloos overgaan naar de andere zender. Binnen Nederland werkt dat aardig, maar zodra je de grens overgaat raak je de Nederlandse zenders kwijt. Deze zijn dan alleen nog te beluisteren via het internet maar dat kan je dan weer doen met de Bluetooth optie.

 

Dus wat nemen we anno 2017 mee op vakantie? Een smartphone die je toch al bij je hebt en een Bluetooth speaker. Met de smartphone kunnen we in de auto naar iedere zender in de wereld luisteren en met behulp van de speaker kunnen we in onze vakantiebungalow weer via Bluetooth de Nederlandse radio aanzetten. 

 

De eerste week van oktober zijn wij op vakantie geweest. Wij zaten in de buurt van Koblenz en dit werd onze eerste vakantie zonder CD's (die de cassettes hadden vervangen) en portable radio. Voor vertrek op de smartphone NPO Radio 2 aangezet en de routeplanner-app gevuld met het vakantieadres. Zo bereikte wij zonder problemen het vakantiepark in Duitsland, luisterend naar Aan de slag! van Bart Arens. Gedurende de hele reis viel de verbinding alleen weg toen wij door een smal dal tussen twee bergen reden. 

 

Hoe anders was het toen we de volgende dag in de auto stapten om boodschappen in het dorp te doen. We namen dezelfde weg terug als toen het internet even wegviel, maar nu met de radio aan. Op DAB+ stond Harmony FM op. Tenminste, dat konden we de hele reis zien. Maar voor een grootste deel was er geen bereik en bleef het stil op de radio. De dagen daarna hadden we dezelfde ervaring. Radio via Bluetooth/4G werkte probleemloos, via DAB+ viel het regelmatig uit. 

 

Welke conclusie kan je hieruit trekken? Volgens onze ervaring met digitale radio is DAB+ in Duitsland niet bruikbaar in de auto. Maar ook in Nederland is het op de weg niet altijd geweldig. Daar waar DAB+ het laat afweten gaat het via het internet gewoon door. Betekent dit dat de dekkingsgraad van 4G beter is dan van DAB+? Of dat de techniek van DAB+ niet voldoet? Kan je, als je geen of een kleine internet bundel hebt, dan niet beter via FM blijven luisteren?

 

Vincent Schriel, 16 oktober 2017

hans knot

 

Eind september 2017 werd het 50-jarig bestaan van BBC Radio One en BBC Radio Two uitgebreid gevierd middels tal van programma’s waarin niet alleen de prominenten voorbij kwamen maar ook de kleinere namen. Op BBC Radio 2 was op zowel 26 als 27 september een programma in twee delen te beluisteren waarin Johnny Walker de presentator was. Alle andere stemmen waren volgens mij voor even veel belangrijker, namelijk die van rond de 15 luisteraars die hun al dan niet ongezouten mening gaven over de programmamakers en de muziek die in de loop der jaren is gemaakt op BBC Radio Two.

 

Als je 50 jaar radio beschouwt dien je daar zeker de tijd voor te nemen en dat had het productieteam achter dit programma zeker gedaan want vele mooie zinsnedes kwamen voorbij in de twee uren. Ik heb zeer geinspireerd naar tal van opmerkingen geluisterd waarbij allerlei – vooral muzikale – herinneringen naar boven kwamen.

De voornamen van de stemmen die aan het woord kwamen werden op het einde van het eerste uur genoemd en de personen die waren geinterviewd kwamen uit alle delen van Groot Brittannië. Een stem herkende ik vrijwel direct bij het aanhoren van zijn verhaal omdat hij recentelijk nog Bob Lawrence had geïnterviewd voor het radiostation waarvoor hij werkt. Hij werd afgekondigd als Robert en we kennen hem als Robbie Owen van ondermeer The Voice of Peace.

 

59e0f72902cb2_davidjensen.thumb.JPG.66106f2c0b65028a4a8ea63473bc7dd4.JPGIn het programma, het kon niet uitblijven, werd veelvuldig de naam van John Peel genoemd die eerst via Radio London in 1967 naam had gemaakt met de presentatie van The Perfumed Garden, een programma met afwijkende muziek als het aan veel luisteraars lag. Maar blij was ook een grote schare luisteraars die het gedurfde traject van Peel op de 266 meter zeer bewonderde. Nadat de BBC Radio One en Radio Two in september 1967 had geïntroduceerd en er een einde was gekomen aan de BBC Light Program stapten vele voormalige zeezenderdeejays de voordeur in van Bush House.  Het betrof het hoofdgebouw van  de BBC, en natuurlijk was John Peel ook van de partij, die ondermeer de progressieve muziek naar de luisteraars op de 247 meter, de toenmalige AM frequentie van Radio One, zou gaan brengen.

 

David Christian (foto archief Freewave Nostalgie 12013)

 

Het was tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw dat steeds meer radiostations het aandurfden gedeeltelijk af te wijken van het veel geliefde Top 40 format en zich gedurende enkele uren per week te richten op het meer progressievere werk uit de muziekwereld. De strijd die er tussen de diverse stations op die manier ontstond laaide steeds meer op in het daarop volgende jaar.

 

Het was dezelfde BBC Radio One dat tegen het einde van 1970 iedere avond tussen 6 en 7 uur een programma bracht met de voor die tijd beste live groepen, zoals Uriah Heep, Emerson Lake and Palmer en The Wallace Collection. Vooral de laatste formatie was zeer opmerkelijk aangezien het om een Belgische groep ging.

 

Op de zaterdagmiddag was er het programma Top Gear met als presentator John Peel, die toen al lange tijd beschouwd werd als de beste pleiter van de progressieve muziek. Op Radio London bracht hij veel muziek van vooral de West Coast van Amerika, waar hijzelf geruime tijd had gewoond. Bij herhaling noemde hij in zijn Perfumed Garden destijds dat een deel van zijn LP collectie nog niet gearriveerd was uit de Verenigde Staten maar dat, wanneer dat deel in Engeland zou zijn gearriveerd, het zeker snel een weg zou vinden naar de Galaxy, het zendschip vanwaar Radio London haar programma’s de ether in stuurde.

 

Ook was hij op de zondagen te beluisteren via een programma met een speciale titel: ‘Sunday repeated on Wednesday’, Het was een programma dat er ook live uitging en dus een groot deel van de artiesten ook live optrad zoals Deep Purple, Humble Pie, Bloodwyn Pig en de formatie Yes. Maar de bewonderaars van progressieve muziek werden nog veel meer verwend en konden bijvoorbeeld afstemmen op de uitzendingen van Radio Geronimo. In de programmering van ’s avonds 11 tot ’s nachts 3 uur was het tijd om gehele LP’s met progressieve muziek uit te zenden.

 

Het was een station dat in korte tijd enorm veel publiciteit kreeg en waarvan een aantal medewerkers een paar jaar later aan de wieg zou staan van Radio Seagull, destijds uitzendend vanaf de MV Mi Amigo van de Carolineorganisatie. Hier vind je de nodige informatie: http://www.radiogeronimo.co.uk/mmediareports.htm

Het station was te beluisteren via de 205 meter en de krachtige zender van Radio Monte Carlo, waar men zendtijd had gehuurd. Men wilde op geen enkele manier een commercieel radiostation zijn en weigerde dus elke vorm van reclame in de programma’s. In plaats daarvan runde men een postorderbedrijf voor de verkoop van ondermeer posters en LP’s om het station in leven te kunnen houden.

 

En natuurlijk dient een programma van Radio Luxembourg, uitzendend op de 208 meter, te worden genoemd. In nachtelijke uren was ‘Dimensions’ te beluisteren, dat door de Canadese deejay David ‘Kid’ Jensen werd gepresenteerd. Jensen kreeg in die tijd veel platen via relaties uit de VS toegestuurd en volgens zijn fanatieke volgers had hij zondermeer het beste programma. Anderen hadden toch wel problemen met de hoeveelheid aan fading die in de programmaontvangst van Radio Luxembourg zat.

Dave Jensen was trouwens wel degene die als eerste het aandurfde uitgebreid aandacht te besteden aan een soloplaat van Neil Young met als titel ‘After the goldrush’. Hij was daarmee zo vroeg op de radio dat het nog drie weken zou duren alvorens de LP van Young in Engeland zou worden uitgebracht. Veronica had haar ‘Pearls before Swine’  momenten maar was slechts in de avonduren in een klein deel van Nederland te beluisteren. Ik was op de hoogte van het programma maar doordat ik in Groningen woon(de) was het nooit te beluisteren in de late uren van een dag.

 

En dan was er nog een radiomaker in AVRO land die we niet mogen vergeten te noemen, namelijk Ad Visser. Hij had een progressief radioprogramma in de avonduren dat op 15 mei 1968 haar eerste uitzending had via het toenmalige Hilversum 3, dat door velen als nationaal popstation werd gezien. Maar tevens was er een groep mensen die men niet tot de luisterschare kon rekenen aangezien die Hilversum 3 zagen als het alternatief tegenover de zeezenders. Derhalve weigerden ze af te stemmen op het vergruisde popstation, dat eigenlijk als zodanig niet mocht worden genoemd.

 

Het programma van Ad Visser heette ‘Super Clean Dream Machine’ en hield het vol tot de laatste uitzending op 29 september 1980. En bij Ad kon je dan ook terecht voor de meer progressievere muziek uit de laat jaren zestig zoals Country Joe and the Fish, the Jimi Hendrix Experience, het LP werk van The Byrds, the Fugs, Circus Maximus en veel meer. Er zijn luisteraars naar het programma van destijds van Ad Visser die nog steeds proberen te achterhalen welke muziek er werd gedraaid in vele programma’s. De reden is dat Ad Visser de gewoonte had vaak helemaal niets te vertellen over de gedraaide muziek. Kijk maar eens naar deze site: http://www.scdm.nl/laatste-nieuws

 

Concluderend kan ik wel stellen dat het programma van Dave Christian, ondanks de late uitzenduren, op Radio Luxembourg mij het beste beviel en ik daar dan ook nog de nodige opnamen van heb bewaard. John Peel ben ik destijds niet zo blijven volgen hoewel dat vanaf de begin jaren negentig weer naar het positief beluisteren omsloeg. Gevolg was dan ook, nadat ik in de jaren zestig en begin jaren zeventig intensief single koper was, mede door mijn werk binnen de ziekenomroepen, ik vanaf de beginjaren zeventig me intensief heb gericht op het beluisteren en aanschaffen van het betere LP werk. En nog steeds, ondanks alle streaming mogelijkheden, heeft muziek vanaf een LP of CD nog steeds mijn absolute voorkeur.

 

Hans Knot, 21 oktober 2017

de redactie

‘Stenders neemt het op voor Stasse’, luidde het nieuwsbericht. Een volgende episode in de Radio 2-soap?


Die soap begon afgelopen zomer, toen bekend werd dat Stenders’ Platenbonanza zou verdwijnen van Radio 2. Oké, Stenders had dit op zijn minst een beetje aan zichzelf te wijten, omdat hij zijn baan (deejay op Radio 2 voor AVROTROS) had opgezegd omdat hij zich beter zei thuis te voelen bij een van zijn vorige werkgevers, BNNVARA. Die omroep wilde hem wel terug hebben, dus verwachtte Stenders dat hij zijn populaire verzoekplatenprogramma-met-een-twist wel kon voortzetten op dezelfde zender en hetzelfde tijdstip voor die andere omroep.


Formeel is dat niet zo geregeld, maar de waarheid gebied te zeggen dat de zendgemachtigde tegenwoordig minder belangrijk is dan de deejay. Er zijn legio voorbeelden waarbij is geschoven met deejays en met omroepen om de door de zenderbaas gewenste deejay op de juiste plek te krijgen. Ook Stenders heeft daar in het verleden van geprofiteerd.


In hoeverre Stenders bij zijn laatste ‘move’ keurig heeft gewacht tot alles al was geregeld, weten alleen de insiders. Voor de buitenwacht lijkt dit er echter niet op. AVROTROS hield keihard vast aan haar zendtijd tussen 14.00 en 16.00 uur, met of zonder Stenders. Omdat diens besluit – terug naar BNNVARA – vast stond, haalde AVROTROS Annemieke Schollaardt weg van 3FM en zette haar op de Bonanza-uurtjes.


Nu is Annemieke’s A-Lijst niet origineel als je het vergelijkt met Stenders’ Platenbonanza. Maar laten we eerlijk zijn: wat beide programma’s doen, is verzoekplaatjes draaien. Dat is écht geen format dat door Stenders is bedacht, het is zo oud als de muziekradio zelf. De meerwaarde zit hem in de brede muziekkennis van de programmamaker en de gave om de lawine van app’jes en sms’jes al improviserend om te zetten in een lekker en gevarieerd radioprogramma. Stenders kan dat. Annemieke kan dat ook, maar wordt door veel Stenders-fans niet voor vol aangezien en weggezet als een amateur die ‘zijn idee’ aan het kopiëren is. In werkelijkheid is haar popkennis en de breedte van haar smaak vergelijkbaar met die van Stenders. Ook zij kleurde op 3FM al vaak buiten de formatlijntjes door op de ‘jongerenzender’ ineens een plaat van Chuck Berry of Carole King te draaien. In haar eerste uitzending op Radio 2 verraste ze al met bijvoorbeeld October van U2, een week later opende ze met Badlands van Springsteen.


Annemieke verstaat haar vak. De luisteraars vergeten dat zij het gat opvult dat is ontstaan om maar één enkele reden: het omroeppolitieke geklooi van veteraan Stenders. Zij lijkt nu de pech te hebben dat ze wordt platgewalst tussen twee radioreuzen, Rob Stenders en Stefan Stasse. Hij is immers vorige week de derde hoofdpersoon in ‘Stendersgate’ geworden.


Vorige week maakte de NPO haar gewenste nieuwe Radio 2-programmering per 1 januari aanstaande bekend. Daarin staat Rob Stenders weer gewoon tussen 14.00 en 16.00 uur met Platenbonanza. Annemieke mag voortaan van 20.00 tot 22.00 uur een programma gaan maken. Dat is nu nog de zendtijd van De Staat van Stasse. Toevallig, zegt de NPO, was Radio 2 al van plan Stefan Stasse te verkassen: deze leeftijdgenoot van Stenders past beter bij het verjongende Radio 5. Prima toch? Alleen is hij dan niet meer te ontvangen op de doorsnee autoradio. Kniesoor die daarop let.


Toen besloot Stenders zich te roeren. "Stefan Stasse is een Staat apart. Beter, mooier, persoonlijker zal radio nooit meer worden,’’ schreef Rob op zijn website. “Zijn programma is een baken van originaliteit en beeldt van de eerste tot de laatste noot de essentie, urgentie en bestaansrecht van radio in twee uur uit. Zal radio ooit dichterbij de luisteraar komen? Ik oefen me gek maar zonder de blauwdruk van Stefan ben ik nergens.’’


Met die adhesiebetuiging oogstte Stenders niet alleen maar lof. Volgers van zijn Facebookpagina reageren voor een deel instemmend, anderen laten een kritischer geluid horen: ‘’Hier word ik langzaam een beetje gallisch van, Ga je Stefan Stasse ineens aanhalen en prijzen, voel je je wat schuldig misschien ??? Hoe ik de Platenbonanza ook mis ..... jij hebt de keuze gemaakt om over te stappen! Het viel minder goed uit voor je dan verwacht, gedraag je als een man, neem je verlies en ga niet ten koste van anderen die uurtjes claimen.’’ En: ‘’Ik ben niet meer zo'n fan. Door jouw geklooi drukt de dodelijk saaie Annemieke in de avond Stefan Stasse van de zender, terwijl dat de laatste echte radiomaker is....bah.’’


Hoe oprecht de bewondering van radiomaker Stenders voor vakgenoot Stasse zonder twijfel is, zijn bewering dat hij werkt naar de blauwdruk van Stefan Stasse komt weinig geloofwaardig over. Stefan Stasse is een radiomaker van de ‘theatre of the mind’-school. Voor elke aan- of afkondiging, elke presentatietekst geldt dat Stefan die wil laten klinken alsof hij niet vanuit een radiostudio komt, maar van een andere denkbeeldige plek. Stasse is daarmee schatplichtig aan Peter van Bruggen, die dit genre tot in de finesses beheerste en in bijvoorbeeld het Weeshuis van de Hits ten gehore bracht. Met Van Bruggen had Stenders nooit veel op. Hij was zelfs een van de mensen die 3FM in 1997 hielp The Breakfast Club van Peter van Bruggen en Jeanne Kooymans van de zender te krijgen.


In plaats van op zoek te gaan in het ‘theater van de geest’, zoals Stefan Stasse dat ook deed in het door hem bedachte Theater van het Sentiment, nu nog altijd op Radio 5 te horen, is Stenders altijd pure deejay programma’s blijven maken. Daarin ontwikkelde en vernieuwde hij zich wel doorlopend. Zo was hij de ene keer de kalme presentator die informatie gaf bij de gedraaide platen in Stenders’ Popdossier, terwijl hij de andere keer leiding gaf aan een studio vol gasten en sidekicks, zoals in Stenders Vroeg. Dankzij al die verschillende ‘Stendersen’ is de luisteraar hem na ruim drie decennia nog altijd niet moe, zo blijkt. In Platenbonanza ging het de laatste anderhalf jaar weer vooral om de muziek. Stenders draaide zijn keuze uit wat de luisteraars wilden horen en deed dat met zoveel kennis en vakmanschap dat hij een van de populairste Radio 2-programma’s maakte.


Toch is de vraag hoe de publieke opinie in deze zaak zich gaat ontwikkelen. Die zou weleens kunnen kantelen ten nadele van Stenders. In de eerste weken van september overheersten boosheid en onbegrip over de domme actie van Radio 2 om het vlaggenschip Platenbonanza te laten zinken. Oud-Veronicabaas Lex Harding, voor wie de publieke omroep altijd synoniem is geweest voor Het Slechte, nam de kans waar en schreef een open brief over de minachting van de luisteraar als Radio 2 juist dit programma zou schrappen. Inmiddels klinkt dus ook onbegrip voor de vervolgacties van Stenders. Bovendien vergat Lex in zijn open brief dat het Rob Stenders zelf is die gestopt is.


In het gewone leven, buiten de kaasstolp die ‘Hilversum’ heet, is het niet gebruikelijk dat iemand die weggaat bij een baas als vanzelfsprekend alle secundaire arbeidsvoorwaarden -in dit geval zendtijd- mag meenemen naar een volgende baas. Zeker niet als daar niet vooraf afspraken over zijn gemaakt en je plekje al is ingenomen door nieuwe mensen, bij wie ook verwachtingen zijn gewekt.


Edwin Wendt, 17 oktober 2017

hans knot

Niet lang geleden was kleindochter Femke bij Opa een paar uur op bezoek en maakten we gezellig muziek en kwam opeens ook de muziek van ‘heel vroeger’ in de cd-speler. Het betrof de dubbel cd met de liedjes uit de televisieserie ‘Ja zuster, nee zuster’ dat in de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw miljoenen kijkers aan de beeldbuis deed kleven. Het was in de tijd dat zwart-wit televisie nog ver boven kleurentelevisie stond als het ging op het aantal uren aan uitzendingen. Bovendien hadden we toen in Nederland slechts de keuze uit het programma-aanbod van Nederland 1 en Nederland 2.

 

59d688315667b_leenjongewaard2.thumb.jpg.6bddf9cef95817d5dc58f9c6f1967984.jpgUiteraard was Femke zeer nieuwsgierig wat voor spannende avonturen er dan werden beleefd in de serie en zo vertelde ik over zuster Clivia, de boze buurman, de opa en anderen die in de diverse verhalen voorkwamen. Een herinnering die mij bij stond was de de oude opa, gespeeld door Leen Jongewaard, eens werd beschuldigd van het loslaten van een leeuw toen men het circusterrein van Circus Boltini bezocht, maar uiteindelijk vrij uit ging omdat iemand anders de leeuw had doen ontsnappen. Verwend als de hedendaagse jeugd is met het kunnen terugzien van tal van televisieprogramma’s of het aanbod via forums als You Tube, was er natuurlijk de vraag of ze het ook mocht kijken.

 

Helaas diende ik haar te vertellen dat er slechts korte fragmenten van de serie bewaard zijn gebleven omdat er vroeger een veel andere manier van opnemen en registratie was dat in de snelle wereld van internet en geavanceerde telefoons, waarmee je filmpjes kan maken. Dientengevolge was het vroeger ook allemaal veel en veel duurder en dienden Ampexbanden, waarop een aflevering was vastgelegd, na een tijd weer hergebruikt te worden voor de registratie van weer een ander programma. Voor de hedendaagse jeugd niet uit te leggen en te begrijpen.

 

Op 18 mei 1968 werd de negentiende aflevering in de serie ‘Ja zuster, nee zuster’ uitgezonden en werden er bijna 7 miljoen kijkers geregistreerd. Het was de laatste aflevering dat televisieseizoen, dat altijd tegen de zomer destijds afliep en na de zomer zou het programma nog een keer terugkeren op het scherm om daarna geschiedenis te zijn, waar trouwens bijna 50 jaar later nog vaak over wordt verhaald.

 

De opnamen van een fijne televisieserie, die op haar hoogtepunt stopte, zijn dan wel grotendeels gewist maar gelukkig bewaarde ik destijds de nodige aantekeningen en knipsels. Zo stelde regisseur Henk Barnard in een interview dat hij het jammer vond dat de stekker eruit ging want hij had nog best een jaartje willen doorgaan met de heerlijke teksten van Annie M.G. Schmidt en het gezelschap, waarmee hij de de daaraan voorafgaande twee jaren zo fijn mee had samengewerkt.

 

59d68832c243c_leenjongewaardenhettyblok.thumb.jpg.fe1abab70cbc1aba95233feb3f08b85b.jpgBarnard destijds: “Het vormt een te grote belasting van Annie en trouwens, voor ons allemaal." Henk Barnard werkte destijds al 13 jaar bij de VARA-televisie. Aanvankelijk was hij floormanager, later werkte hij als regisseur van vrouwen- en kinderprogramma's en soms werd hij ingezet bij de productie van culturele programma's. Barnard  was het ook die aanvankelijk Pipo de Clown op de beeldbuis bracht, een zeer succesvol kinderprogramma in de jaren zestig.

 

“Ik wist dat Annie Schmidt al jaren geleden een dergelijke serie wilde schrijven. Ik heb het bijzonder fijn gevonden toen zij eindelijk door de VARA werd uitgenodigd. En wij hebben geluk gehad met de samenstelling van de cast. Succes kun je nooit tevoren voorspellen. Het is wel een succes geworden, dat wel. De kijkdichtheid is gemiddeld 75 procent geweest en vele avonduitzendingen halen dat niet en Annie heeft dus een enorme prestatie geleverd. Niet alleen door twintigmaal een goede tekst te leveren, maar ze schreef ook nog zestig liedjes, waarvan er minstens 4 de hitparade hebben gehaald."

 

Het team van ‘Ja zuster, nee zuster’ was destijds terecht een beetje trots op die grote kijkdichtheid en de grote waardering. Tien jaar eerder, toen Annie M.G. Schmidt de serie van Pension Hommeles schreef, had zij eveneens succes maar in die tijd werden er nog maar weinig tot geen buitenlandse televisieseries aangekocht. In de tweede helft van de jaren zestig werd het publiek geconfronteerd met de beste serie-produkties die aan de markt waren en die werden gemaakt in landen waar de televisie destijds niet zo’n stiefkindje was als in Nederland.

 

Dat ‘Ja zuster, nee zuster’ naast de concurrentie een dergelijk goed figuur sloeg was een extra compliment waard. Regisseur Barnard wilde destijds niet klagen, maar gaf wel toe dat voor een televisie-serie in bijvoorbeeld Duitsland een grote staf gereedstond, en dat hij het, behalve met de technici en de acteurs, maar diende te  doen met een staf van twee mensen.

 

6,5 tot 7 miljoen kijkers voor ‘Ja zuster, nee zuster’ per uitzending. betekende dat er altijd wel een groot aantal naar de pen greep om hun oordeel te geven. Volgens de regisseur bevatte de stapel brieven na iedere uitzending vrijwel zonder uitzondering waardering. Een  enkele maal viel er iemand over een plat woord, dat zou zijn gebruikt, iets waar men een halve eeuw later niet meer over valt, laat staan dat het opvalt.

 

Henk Barnard: “Annie Schmidt schreef de werkelijkheid en sommige mensen willen die niet zien. Sommige buitenlandse produkties zijn zo gepolijst en gestileerd dat ze te ver van de werkelijkheid afstaan. Dan herkennen de mensen zich niet meer in de situaties op het scherm. Dat deugt volgens mij ook niet. Overigens vind ik dat men niet alle verantwoordelijkheid in onze schoenen mag schuiven. Als iemand schrijft dat hij niet wil hebben dat zijn dochtertje van vijf jaar bepaalde woorden hoort, dient hij gewoon de knop om te draaien. Wij hebben zeker een bepaalde verantwoordelijkheid, maar deze ligt toch in de eerste plaats bij het gezin."

 

Barnard eindigde door te stellen dat aan ‘Ja zuster, nee zuster’  hij de prettigste herinneringen zou bewaren. Bovendien zouden volgens hem Zuster Clivia en Opa nog lang in de herinnering van de kijkers voortleven."  En kijk, bijna 50 jaar later is er ruimte voor een historische column over het destijds zo populaire familieprogramma. Menno Dekker was als beginnend fotograaf aanwezig tijdens een van de vele liefdadigheidsuitzendingen die op de Nederlandse televisie werden uitgezonden en maakte de mooie serie foto’s die bij deze column is afgedrukt. Het was de zogenaamde ´Emmeractie´, waarvoor de opbrengst bestemd was voor het gehandicapte kind en welke actie plaatsvond op 9 mei 1969 in theater Carré in Amsterdam.

 

Hans Knot, 14 oktober 2017

hans knot

Recentelijk werd ik weer eens geconfronteerd met een aantal vragen inzake het allereerste commerciële televisieproject dat Nederland kende. Het ging om uitzendingen vanaf het REM-eiland, voor de kust van Noordwijk, in de periode augustus tot ruim half december 1964. Een vrij korte periode maar als ik zo in mijn archief duik is dit het station dat procentueel gerekend de meeste aandacht van alle stations vanaf internationale wateren heeft gehad.

 

Op zoek naar antwoorden op vragen, die ik kreeg voorgeschoteld, kwam er ook een groot aantal namen van betrokken personen voorbij, waarvan één even iets meer aandacht trok dan anderen. In gedachten zag ik de zwart/wit opnamen terug van de opening van REM TV. Het was niet alleen een film, waarin werd vertoond hoe het REM-eiland was gebouwd, maar ook een korte introductie van de toekomstige programma’s die zouden worden vertoond.

 

Hetty Bennink (foto Archief Freewave Nostalgie)De introductie geschiedde door twee omroepsters, die de nodige informatie verstrekten. Denk niet dat zij op het REM-eiland aanwezig waren, nee de opname was in Amsterdam vooraf op film vastgelegd en werd via gigantische projectoren afgedraaid. De namen waren trouwens Hetty Bennink en Marianne Bierenbroodspot. Samen met collega’s zou Hetty Bennink regelmatig terugkeren op REM-TV, dat je beperkt kon ontvangen via speciale ontvangstantennes. Bepaalde lieden gingen zodanig experimenteerden met het verbuigen van kleerhangers, dat ontvangst ook op die manier mogelijk werd in een klein deel van West- Nederland.

 

Een collega, Sonja van Proosdij, ging na het uit de ether halen van het radio- en televisiestation - volgens de overheid een illegale project - werken voor de AVRO en zo zocht een ieder zijn of haar weg. Bij de TROS, dat ontstaan was als legale publieke omroep, waren ze maar wat blij dat men bepaalde programma’s, die succesvol waren bij de REM, konden voortzetten binnen hun eerst beperkte zendtijd als omroep. En Hetty Bennink ging mee als omroepster, want men dacht dat de jonge vrouw zeker een succes zou gaan worden als publiekstrekker en mogelijk nieuwe leden.

 

Maar Hetty, die als free-lancer in dienst was van de kleine omroep, werd ook gevraagd om wat promotionele werkzaamheden te verrichten van de in opkomst zijnde politieke Boerenpartij van boer Hendrik Koekoek. De boeren, die veelvuldig in opstand kwamen inzake de in hun ogen onjuiste herverkavelingen, hadden vooral in Drenthe en Overijssel hard toegeslagen en vele potentiële leden gemaakt en dus een plek vergaard in de Tweede Kamer. Hetty werd ook daar free lance in dienst genomen voor promotionele doeleinden.

 

Hetty Bennink (foto Archief Freewave Nostalgie)

 

Maar was iedereen wel blij met de dubbele functie waarvoor ze had gekozen? Ik vond een bericht terug in de krant van 20 mei 1966 waaruit bleek dat men binnen de burelen van de TROS het helemaal niet fijn vond. Men berichtte: ‘Als schalks kijkende Hetty Bennink door de Haagse straten stapte, ging er een schok van herkenning door de menigte. “Kijk, daar gaat ze, de televisieomroepster ", fluisterden waakzame huisvrouwen in die emotionele dagen, toen de REM-zender zijn voorlopig einde definitief tegemoet ging.’ Dat was in december 1964. Anderhalf jaar later, had men ‘het gezicht’ van de REM en toekomstig van de TROS in de steek gelaten.

 

Wat bleek was dat enkele dagen voor het bericht in de krant kwam de heren Vroom en Minderop van de directie van de TROS haar hadden meegedeeld dat zij niet meer terug hoefde te komen. “Wij stellen geen prijs op uw binding met de Boerenpartij", aldus destijds in een brief mr. J. H. Minderop. Hetty Bennink was destijds moeder van driejarige Robbie en was zeer verbolgen over het besluit van de leiding van de TROS.

 

Een dag eerder, op dinsdag, was het haar op het kantoor van TROS-secretaris mr. Minderop aan het Noordeinde verteld. Ze reageerde met: “Ik was vooral pijnlijk getroffen door de agressieve toon waarop hij mij het nieuws meedeelde. Ik moest maar niet meer aan een job als TROS-omroepster denken, want ik had veel te veel te maken met de Boerenpartij. En de TROS wilde zich niet politiek binden vertelde hij mij.”

 

hetty2.thumb.jpg.43572058c7a20a5b0c39f24e4feb427e.jpgIn totaal heeft Hetty Bennink aan twee uitzendingen van de Boerenpartij in het kader van de Politieke Zendtijd op de televisie meegewerkt. De eerste werd even vóór de Provinciale Statenverkiezingen van dat jaar op het scherm gebracht. Hetty: “Ik was door de Boerenpartij en door de heer Koekoek persoonlijk benaderd met de vraag of ik zou willen meedoen aan een politieke uitzending. Ik vond die meneer Koekoek direct een aardige man. Hij wilde ook dat ik lezingen voor de partij ging houden. Hij had me voor allerlei werkzaamheden nodig, zei hij. En och, ik zag er geen kwaad in.

 

Wél was één van mijn eisen, dat ik van tevoren de televisieteksten zou mogen zien. Nou, die handelden over open bestel in radio en televisie. En daar was ik, nog altijd TROS-aanhangster in hart en nieren, steeds een voorstandster van geweest. Ik kon er dus helemaal achter staan.”

 

De tweede keer dat ze voor de Boerenpartij op het televisiescherm was te bewonderen was in de maand mei 1966 op een maandagavond. Met een zeer lieve glimlach en duidelijk articulerend bracht zij nog eens via het televisiescherm in herinnering, dat de Boerenpartij  vrijheid in de ether wenste en dat de partij daarom zo gelukkig was met de TROS.

 

Bennink over de uitzendingen destijds: “Voor die eerste uitzending hadden Koekoek en mensen van Atlas-film, waar de programma's werden gemaakt, bij voorbaat toestemming aan het TROS-bestuur gevraagd. Men ging akkoord. Ook met de tekst van deze tweede uitzending ben ik naar de heren geweest. Prof. Vroom, de voorzitter, zei: “O, dat is leuk zeg, dat geeft ons nog de nodige publiciteit ook." Dat was op een donderdag dat we bij de TROS net onze aspirant zendtijd hadden verworven. We hebben toen nog wat aan de tekst veranderd. Die was gemaakt op een moment, dat men nog niet zeker was van die ene uur televisie en drie uur radio, die men kreeg toegewezen.”

 

Hetty Bennink stelde – na het aanhoren van het gegeven dat ze niet meer welkom was bij de TROS - dat ze er al een paar dagen een vermoeden van had dat er iets met haar stond te gebeuren. Na de onheilstijding van mr. Minderop, belde ze hevig gepikeerd prof. Vroom op, die het nog geen 24 uur daarvoor nog zo eens met haar was, maar die vervolgens antwoordde: “Nee, ik sta achter Minderop, ik kan niemand hebben die gelieerd is met een politieke partij."

 

De TROS, voor velen destijds de ijveraarster voor openheid in het bestel, van wie men fluisterde, dat een belangrijk deel van de Boeren Partij-winst op haar rekening diende te worden bij geschreven, nam op onjuiste wijze afscheid van een van haar boegbeelden waaraan in de REM eiland periode veel was te danken.  

 

 

Hans Knot, 7 oktober 2017

hans knot

aedison.thumb.jpg.321d478ccc4853488637b376bbcd6fd6.jpg

In de nostalgische column van deze zaterdag blijf ik even hangen in het mapje met aantekeningen en knipsels uit de maand maart 1968, waarover ik het vorige week ook al had. Wie herinnert zich nog dat je, wilde je met familie, kennissen of vrienden in het buitenland bellen, dat je eerst contact diende te maken met je lokale of regionale telefooncentrale en nog veel eerder alleen met een landelijke centrale in Amsterdam? Er was dan een speciaal telefoonnummer dat je belde voor buitenlandse telefoongesprekken waarbij de dienstdoende telefoniste op jouw verzoek de verbinding tot stand bracht.

 

In gedachten zie ik zo’n  hele grote schakelkast voor mijn ogen waarin de dame in kwestie allerlei pluggen insteekt en uiteindelijk een signaal richting het gekozen nummer wordt geopend. Wel, begin  maart 1968 werd bekend gemaakt dat er spoedig een einde zou komen  aan deze vorm van telefoneren en dat het bellen met het buitenland  eenvoudiger zou worden. In ieder geval voor ons Groningers. Er werd namelijk aangekondigd dat begin juni 1968 33.761 telefoonabonnees in de sector Groningen automatisch met het buitenland zouden kunnen gaan bellen.

 

Met de installatie van de benodigde apparatuur was men al begonnen, maar het wachten was nog op bepaalde onderdelen alvorens men inderdaad tot automatisering over kon gaan, zo meldde men vanuit de Reitemakersrijge, waar de telefooncentrale van de P.T.T. voor deze regio was gevestigd.

 

De landen, waarmee vervolgens automatisch getelefoneerd kon worden, waren België, Groot-Brittannië en Noord-lerland, het toenmalige West-Duitsland, Zwitserland en Liechtenstein. De abonnees die van deze nieuwe mogelijkheid destijds konden profiteren waren woonachtig of gevestigd in Groningen, Haren, Hoogkerk, Ruischerbrug, Onderdendam, Westerbroek, Roden, Bedum,Ten Boer, Aduard, Waterhuizen, Zuidlaren, Glimmen, Eelde, Peize en Adorp. Destijds waren dit de netnummers 05900 tot en met 05909.

 

Bij het automatisch telefoneren naar het buitenland kreeg de abonnee met drie nummers te maken: het landnummer, het netnummer en het abonneenummer. Na het draaien van het landnummer, dat te vinden was in de toen nieuwste telefoongids, hoorde de beller weer de normale kiestoon. Ook kreeg men uitleg hoe verder het netnummer en het abonneenummer vervolgens achterelkaar diende te worden gedraaid. Toen helemaal nieuw voor nu gewoon begrijpelijk.

 

Dan was er in het tweede weekend van maart ook het programma Grand Gala Du Disque, waar half Nederland jaarlijks naar uitkeek. In 1968 was het trouwens meer dan opmerkelijk te noemen aangezien in dat jaar dit succesvolle programma voor het eerst in kleur werd uitgezonden, waarover later meer.

 

Nationaal en internationaal werden tal van artiesten beloond voor hun artistieke kwaliteiten met een Edison, die met trots thuis op de schoorsteenmantel kon worden gezet. Jarenlang was het Godfried Bomans die het programma mocht presenteren, maar ook Wim Sonneveld was vaak de opperstalmeester.

 

In 1968 werd hij begeleid door Ina van Faassen, een toen bekende toneelspeelster. Denk wel dat er in die tijd een zeer beperkt aanbod aan televisiekanalen was en dus veel gezamenlijk werd gekeken. Sonneveld en van Faassen brachten die avond ondermeer een sketch waarin ze zich verplaatsen in de belangrijkste gastdame en gastheer van de Nederlandse televisie, namelijk Mies Bouwman en Willem Duys. Denk niet dat Wim Sonneveld de rol van Willem tot zich nam, nee hij was de nieuwe Mies Bouwman en Van Faassen werd Duys.

 

Het was voor die tijd een  vermakelijke opvulling van het programma terwijl we het anno 2017 zouden zien als een oudbollige optreden. Leuk werd het helemaal toen Leen Jongewaard het toneel betrad en samen met Sonneveld  zich begaf op het pad van de zeer populaire televisieserie ´Ja zuster, nee zuster´ en het lied over de oude opa en ´in een rijtuigje´ ten gehore brachten. De toen 41-jarige jonge echte opa, Willy Alberti, bracht met Sonneveld trouwens een toen spiksplinternieuw duet over Amsterdam. In die tijd werden dergelijke showprogramma´s nog onderbroken voor een pauze. Het was net of je thuis in een schouwburg zat. Tijd voor een bezoek aan het toilet als wel een sigaretje, die uit het vaasje op de salontafel werd gehaald. Moeder zorgde dan voor de verfrissingen. Voor de pauze traden trouwens nog de Vlaamse zanger Will Tura,  Ramses Shaffy, de Franse zangeres Barbara, de gitarist Manitas de Plata, de Amerikaanse zangeres Vicky Carr, Boudewijn de Groot en Nancy Wilson op, zowaar een pracht programma. Edisons werden trouwens uitgereikt aan Ramses Shaffy, de Damrakkertjes – een kinderkoor dat met veel succes vaak op de radio was te horen en menig lied tot het vinyl vertrouwde. Ook Boy Edgar en Boudewijn de Groot werden vereerd met een dergelijk beeldje. Boy, eigenlijk George Willem Fred, Edgar was een belangrijke Nederlandse jazzdirigent, pianist en tevens trompettist.

 

Hij was tevens tijdens de Tweede Wereldoorlog een verzetsman die vele Joodse kinderen redde en was na de Oorlog gepromoveerd als arts op een onderzoek naar multiple sclerose. Na zijn overlijden in 1980 werd de Boy Edgarprijs in het leven geroepen en kan beschouwd worden als de meest belangrijke Jazzprijs in Nederland.

 

In de map met herinneringen vond ik een knipsel terug inzake bovenstaand televisieprogramma waarin melding werd gemaakt van de traagheid waarmee het eerste deel van het Grand Gala Du Disque dat jaar gepaard ging. ‘Ondanks de kwinkslagen van Wim Sonneveld en Ina van Faassen verliep het programma tot de pauze uiterst traag. De zaal kwam maar moeilijk tot het nodige applaus.’ Klaarblijkelijk had het natje en het droogje in de pauze goed gedaan want de verslaggever had opeens een andere mening voor zijn lezers: ‘Na de pauze werd het echter een verrukkelijke toestand, wat hoofdzakelijk de verdienste was van The Four Tops, die de hele zaal meesleepten.’ Het was natuurlijk een topattractie voor die tijd dat deze formatie uit de stal van Tamla Motown geruime tijd op het toneel in Amsterdam hun grote successen ten gehore brachten.

 

59c8018cb57f8_aNANCY_WILSON_(JAZZ)_HOLLYWOOD-MYWAY-361600.thumb.jpg.5cfb1be40d5f013f7325534f975c90bd.jpgEdisons werden na de pauze nog uitgereikt aan Cuby and the Blizzards, Jean Ferrat, Willy Alberti, The Four Tops en The Beatles. De Edison voor de Beatles werd in ontvangst genomen door hun impresario Peter Brown.

Op de maandag na de uitzending vond ik in het Nieuwsblad van het Noorden nog een kanttekening plaats op de radio- en televisiepagina’s, die ik destijds ook uitknipte. Ondermeer stond er in te lezen: ‘Er is in het verleden meermalen erg geschutterd bij het Grand Gala du Disque en de weerslag daarvan viel dan via de televisie in de huiskamer duidelijk waar te nemen. Dit keer geen spoor daarvan. Alles liep dank zij een strakke, en toch vloeiende, organisatie als een goed geoliede machine met Wim Sonneveld (handig, spits en nooit hatelijk) en Ina van Faassen, (een ideale, snel reagerende partner), als een onnavolgbaar duo.

 

De expressieve Nancy Wilson en de Ofarims waren de hoogtepunten van de avond. Het programma kwam door de kleuren heel anders op je aan dan bij zwart-wit televisie. De kleuren waren in de close ups zondermeer, voortreffelijk. Op bepaalde ogenblikken, ik denk speciaal aan het optreden van Barbara, perfekt. Enkele malen deed zich een zweem van geel in de beelden voor, ook bij onverzadigde instelling van het toestel, wat vermoedelijk zal hebben samengehangen met de belichting.’

 

Zo hebben we de maand maart 1968 deels ook belicht en ga ik weer op zoek naar een ander onderwerp voor de volgende nostalgische column.

hans knot

achrisvermeulen.thumb.jpg.9a30f85dd3f9a48d05d6c03db35c5635.jpg

Deze keer neem ik U in de nostalgische column mee naar het jaar 1968 en om nog preciezer te zijn naar de maand maart. De inhoud komt deels uit het mapje dat ik uit het archief met opzienbarende knipsels, ooit door mij uit de krant geknipt, heb gehaald. Het brengt me bij het eerste bericht en direct bij een meer recenter boek. 368 pagina’s aan spanning waren er terug te vinden in de thriller van het jaar 2015, geschreven door Paula Hawkins. Ik las het boek destijds in 2 dagen uit. Ik dacht er meteen aan terug toen ik het knipsel na jaren opnieuw las van 1 maart 1968 waarin werd beschreven dat een jongen vanuit een rijdende trein een moord zag worden gepleegd.

 

In het bericht werd melding gemaakt dat de Engelse politie dag en nacht een 12-jarige jongen bewaakte, die in de trein zat en naar buiten keek en zag hoe een vrouw werd vermoord.  De reden van de bewaking werd als volgt verdedigd: "Hij kent namelijk het uiterlijk van de moordenaar”. Hij had de recherche verteld, dat hij in een trein zat, die maandagavond 26 februari van dat jaar het station van Leeds naderde.

Toen de trein over een dam reed, keek hij neer op een kerkhof, waar hij zag hoe een man een vrouw aanviel. Hij vertelde het zijn moeder, die in ander compartiment met een vriendin zat te praten. Zij geloofde hem niet. De volgende dag las zij in de kranten, dat de 42-jarige mevrouw Mary Judge op het kerkhof was aangerand en vermoord. Volgens de politie had de jongen de aanvaller beschreven als een man van een jaar of twintig. Grote vraag is of Paula Hawkins, via dit bericht, op het idee is gekomen tot het schrijven van haar succesvolle roman ‘Het meisje in de trein’.

 

Caroline's MV Mi Amigo in IJmuiden maart 1968 (foto Chris Vermeulen)

 

Op 29 februari 1968 werd ook afscheid genomen in Washington van de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie. Vrijwel alles ging mis toen Robert McNamara officieel als Amerikaans minister van Defensie afscheid nam van het Pentagon. Het regende voor het eerst sinds 27 dagen. McNamara en de toeschouwers werden drijfnat. Een luchtdéfilé ging niet door vanwege het slechte weer en president Johnson, die op weg was naar de plechtigheid, bleef een kwartier in een lift vast zitten, die plotseling niet verder ging. Als klap op de vuurpijl vielen de luidsprekers uit, zodat de duizenden mensen, die op het plein voor het Pentagon stonden, vrijwel niets gehoord hebben van de toespraak van de president tot McNamara, die zelf trouwens niet heeft gesproken.

 

Wie wel sprak en wel door middel van het aan elkaar praten van platen was Willem Duys. In de lokale krant in Groningen werd hij aangekondigd als plaat-prater  in de Coendersborg. Dit zou gaan gebeuren in een optreden van Duys in het zondagmiddaggrammofoonplatenconcert van het theater Coendersborg.  De programmeur van dit theater, gelegen in de wijk Helpman, organiseerde trouwens meer in die tijd, zoals op donderdagavond 7 maart en een recital ronde was met pianist Daniël Wayenberg. Bijna 50 jaar later kan ik melden dat hij onder meer de  Chromatische Fuga van Bach en twee Rhapsodieën van Brahms speelde en voorts Prélude, Choral et Fuge van César Franck en de Sonate in Bes van Schubert.

 

adaniel.jpg.10a719966b8c47536deb08f09ed6ea63.jpg

Aanbod aan radio was er niet al te veel in maart 1968, nadat begin die maand de beide Caroline schepen in beslag werden genomen. We deden het als jongeren vooral met Radio Veronica en Hilversum III en in de avonduren met de uitzendingen in de fading van Radio Luxembourg. En het luisterpatroon van velen, die afstemden op Hilversum III, veranderde want in de maanden maart en april werden de uitzendingen via de 240 meter middengolf niet om half 4 in de middag stopgezet maar gingen door tot 5 uur.

 

Deze uitzendtijden hielden verband met internationale overeenkomsten met als reden storingen te voorkomen met radiostations in andere landen, in dit geval in Hongarije. De uitzendingen via een aantal FM-kanalen van het toenmalige popstation gingen normaal door tot 6 uur in de avond.

 

Wie kent de naam Eef Brouwers nog. Wat een mooie loopbaan heeft de man gemaakt. In maart 1968 werd bekend dat hij van de RONO, dat destijds stond voor Regionale Omroep Noord en Oost, naar de AVRO zou gaan. De Groninger journalist trad per 1 april 1968 in dienst van de omroep als lid van de eindredactie van AVRO’s Radio Journaal en nam daar de plaats in van een andere ras Groninger, Klaas Jan Hindriks.

Deze had namelijk een nieuwe baan aangenomen als hoofdmedewerker van van het informatieve programma van de toenmalige NTS, de Nederlandse Televisie Stichting. Eef Brouwers was tot 1 april chef actualiteiten en sport bij de RONO, een taak die hij een jaar eerder op zich nam. Daarvoor was hij werkzaam als redacteur bij onder meer het Nieuwsblad van het Noorden, het Utrechts Dagblad en de toenmalige Nieuwe Provinciale Groninger Courant.

 

Hoe vaak kwam het wel niet voor in de loop der jaren dat er felle kritiek ontstond op het reilen en zeilen van de Nederlandse Spoorwegen. Slechts zelden komt deze organisatie op een  positieve manier in het nieuws. Ik bewaarde een aantekening van een voorval dat destijds op 1 maart 1968 plaats vond. De sneltrein, zo werd de latere intercity nog genoemd, was die ochtend speciaal gestopt op het station van Nijkerk, waar men normaal in grote snelheid voorbij denderde. Er was plotseling een extra stop om een inwoner van Nijkerk de gelegenheid te geven met grote spoed zich te begeven naar het ziekenhuis in Zwolle.

Hij diende in het ziekenhuis bloed te geven wat met spoed nodig was. Duidelijk een geval van een afwijkende bloedgroep. Hij had zijn probleem van ‘geen vervoer’ te hebben voorgelegd aan de stationschef, die onmiddellijk het sein op onveilig had gezet om de sneltrein tot stoppen te dwingen. Het oponthoud duurde slechts enkele ogenblikken maar was wel dermate opmerkelijk dat het bericht in de kranten kwam. De stationschef kon desgevraagd niet zeggen of een dergelijke stop eerder was voorgekomen: “Ik ben al 28 jaar bij de Nederlandse Spoorwegen werkzaam, maar mij is zo’n geval niet bekend.” Of er een reprimande van de leiding van de NS voor hem is gekomen werd ook niet vermeld.   

 

En dan het gegeven dat vrijwel wekelijks nog steeds The Beatles  één van de nieuwspagina’s in de kranten haalde. Zo ook op 2 maart 1968, toen bekend werd gemaakt dat drummer Ringo Star en zijn toenmalige vrouw Maureen het oord van de Maharishi Yogi, aan de voet van de Himalaya, hadden verlaten en waren teruggekeerd naar Engeland. Daar aangekomen meldde Ringo wel helemaal uitgemediteerd te zijn en hij het heiligdom van de Yogi meer een vakantieoord had gevonden dan een plek tot innerlijke bezinning.

 

Ringo en zijn vrouw hadden tien dagen in het oord transcendent gemediteerd maar waren mede vanwege het gemis van hun kinderen huiswaards gevlogen. Wel was alles in alle stilte gebeurd. Hij had slechts gemeld met de auto naar Dehli te gaan en had vervolgens snel tickets geboekt voor de eerste vlucht terug naar Heathrow. Ook de andere drie toenmalige Beatles verbleven in het oord waarbij vooral John Lennon en George Harrison een lange periode ter overdenking de tijd doorbrachten.

 

Tenslotte iets over de Friezen want in het gemeentehuis van Leeuwarderadeel trouwden op 1 maart 1968 het echtpaar Straatsma-Westerhof maar weigerden uiteindelijk de huwelijksakte te tekenen omdat deze akte niet was opgesteld in de taal die ze dagelijks spraken, het Fries. Drs. Straatsma was dan ook voorzitter van de ‘Ried fan de Fryske Biweging’ en directeur van het Bureau voor Friese taalbevordering. In de periode voor de trouwpartij had hij getracht de ambtelijke instanties te overtuigen dat volgens de wet de huwelijksakte ook in het Fries mocht worden opgesteld. Maar volgens de officier van Justitie was dat niet mogelijk.

Het huwelijk trok grote belangstelling en de gehele plechtigheid vond in het Fries plaats. Toen de bode de heer Straatsma de pen wilde aanreiken ter ondertekening van de huwelijksakte zei de bruidegom deze niet te voorzien van zijn handtekening omdat het respect voor de Friese taal niet was nagekomen. Helaas kwam Straatsma in 2006 te overlijden op de leeftijd van 69 jaar en zou hij zijn 40 jarig huwelijksfeest niet meer in het Fries hebben kunnen vieren.

 

astraatsma.thumb.jpg.4101f7eace71e1e74e8feb052a721bbf.jpg

 

de redactie

Je zal maar van 'de populaire kranten' afhankelijk zijn voor je nieuwsvoorziening. De Telegraaf en het AD schrijven in de aankondiging van Andere Tijden over de allereerste ontgroening die de landelijke pers haalde. Dat was in 1962, toen bekend werd hoe de eerstejaars, als vanouds kaalgeschoren om hen 'van hun identiteit te beroven', halfnaakt in een hok werden samengedreven terwijl een incontinent varken tussen hen door liep. Om de feestvreugde wat te vergroten, riep een van de ouderejaars: 'En nu gaan we Dachautje spelen'. Dit ging een aantal eerstejaars, vijftien jaar na de oorlog, toch wat ver en er werd wat gemord, met name door de eerstejaars van Joodse komaf. Maar ja, ze wilden toch graag bij het corps en bonden in.
Op één na.


In de aankondiging van de eerste 'Andere Tijden' van dit seizoen, afgelopen zaterdag op tv, staat hoe vier prominente eerstejaars van toen, onder wie Edwin Rutten (Ome Willem) en oud-politicus Gerrit Jan Wolffensperger, geschokt terugkijken op het incident en de concentratiekamp-achtige foto van destijds.
Degene die het verhaal destijds aan de grote klok hing, wordt door Telegraaf en AD anoniem betiteld als 'de vader van een afvallige feut'.
Nu werd die 'afvallige feut' ook door Andere Tijden geinterviewd. Hij was letterlijk de enige die op die avond in 1962 zijn rug recht hield en direct opstapte: 'Bij zo'n club wil ik niet horen', zei hij tegen zijn vader, die een boze brief aan NRC schreef.


Of de redacteuren van AD of Telegraaf Wim Noordhoek niet herkenden of dat de makers van Andere Tijden het nodig vonden om wél Rutten en Wolffensperger te 'highlighten' en niet degene die de zaak werkelijk aan het rollen bracht, - bovendien een prominent programmamaker uit de VPRO-historie - blijft onduidelijk.


Feit is: die 'afvallige feut' speelde vanaf 1968 een belangrijke rol in de omroephistorie: Wim Noordhoek maakte vele, vele uren radio over journalistieke onderwerpen, cultuur en (pop- /rock-)muziek. Na de uurtjes LP-muziek bij het open zolderraam in '68/ '69 op Hilversum 2 (de VPRO wilde avankelijk niet op Hilversum III), de Joe Blow Show en 'Amigos de Musica' met Jan Donkers volgden onder meer vele uren de Avonden op de toenmalige 'verdiepende' zender Radio 5. 


Terug naar het verhaal: deze 'Amigo de musica', in de aankondiging een anonieme 'afvallige feut' uit 1962, is in de documentaire werkelijk de enige die met walging over de gang van zaken in dit corpsballenwereldje spreekt. Bij alle anderen klinkt toch door dat het er nu eenmaal bij hoorde en dat je het diende te slikken om tot het 'old boys network' te gaan behoren.


Daarom 55 jaar later alsnog hulde aan 'Amigo' Wim Noordhoek.

 

Edwin Wendt, 17 september 2017

hans knot

5wolters3.thumb.jpg.b56f9bf274d53a4432a72e2dfbb48971.jpg

Recentelijk zat ik even bij te komen van het drie wekelijkse beurtje van de voortuin toen ik een aantal mensen zag voorbijkomen dat op hetzelfde stuk woont waar wij ons huis hebben. In totaal staan er 16 woningen waarvan 4 studentenhuisvesting hebben. Ik dacht onder meer wat een verschil met bijvoorbeeld 50 jaar geleden toen je alle mensen op je stoep kende. Je ging veel meer met elkaar om en zelfs kwam je bijelkaar over de vloer. Bij sommigen was er een vaste kaartavond en bij ons was het bijvoorbeeld kindermiddag als de televisie weer eens een kinderprogramma bracht. Men lette ook veel meer op een positieve manier op elkaar.

 

Ook in het bedrijfsleven was de samenhorigheid veel beter en men trok ook in de avonduren veelvuldig als collega´s met elkaar op. Natuurlijk, als al eens eerder door mij gesteld, was er niet de enorme invloed van de televisie want er was weinig keuze en zeker ook beperkte zendtijd. En dus werd er vertier gezocht binnen bijvoorbeeld de o­ntspanningsvereniging of de sportafdeling binnen het bedrijf. Als voorbeeld neem ik dit keer mijn oudste zuster Rika, die werkzaam was bij de Firma J.B. Wolters.

 

Deze uitgeverij was  vooral bekend van tientallen schoolboekjes die zowel vanuit Batavia als vanuit Groningen werden uitgegeven. Later zou de uitgeverij fuseren en wereldwijd bekend worden door vele publicaties o­nder de naam Wolters-Noordhoff. Men had een grote drukkerij in de Akkerstraat en de kantoren waren gevestigd in het statige gebouw en tevens het oudste pand van de stad Groningen, in de Oude Boteringestraat.


5jbwoltersrevue1.jpg.56df529eef897f437538764c3a221a3e.jpgMijn zus zocht voor de o­ntspanning gezelschap binnen de Flumando’s, een muziek- en zanggezelschap, dat o­ndermeer optrad tijdens de jaarlijkse feestavonden voor personeelsleden en hun familieleden. Rika: ‘Wij traden niet alleen tijdens feestavonden op, maar gingen ook vaak uit zingen naar bejaardentehuizen, justitiële inrichtingen zoals Het Mesdag Asiel, Het Huis van Bewaring in Groningen en de Aaborg in de van Heemskerkstraat, een opvoedingstehuis voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen.”

 

De naam ‘Flumando’s werd destijds afgeleid van enkele van de instrumenten die bespeeld werden namelijk: twee mandolines, twee fluiten, een banjo, een bugel, en een accordeon en drum. Buiten deze muzikale bandleden waren er o­ngeveer tien zangeressen. De reguliere repetities waren eens per week in de Cirkel, een kerkgebouw van de Baptisten, gevestigd aan de Korreweg, hoek Singelweg. De trainingsavonden voor de revues werden gehouden in de recreatiezaal in de Akkerstraat. “Als we begonnen met de repetitie voor de jaarlijkse feestavond van het bedrijf, dan kwamen we in het begin eens per week bij elkaar om te oefenen en enkele weken voor de uitvoering werd dit opgevoerd tot twee keer per week. Deze repetities werden dan tezamen gedaan met de andere o­nderdelen die meededen in de Revue. Er heerste altijd een vreselijke leuke sfeer.Voor de buitenoptredens waren er geen verplichtingen want dezen waren geheel op vrijwillige basis.”

I5jbwoltersrevue2.jpg.c14d06e24d6f33ce414e0d48044ebe23.jpgedereen deed hier ook graag aan mee en er was zeker sprake van sociale samenhorigheid. Rika: “Ik ben zelf in september 1961 bij J.B.  Wolters weggegaan om te gaan werken bij Blom en van der AA, de verzekeringsmaatschappij, iedereen bekend van de grote reclame op het dakspant van het Centraal Station in Amsterdam. O­ndanks het feit dat ik niet meer een werknemer was bij de uitgeverij werd ik niet als een vreemde eend in de bijt gezien. Er deden trouwens wel meer buitenleden mee, namelijk familieleden van medewerkers. Bovendien was ik ook nog eens bij sommige optredens soliste dus ze konden mij natuurlijk niet missen.”

 

Op één van de feestavonden was er trouwens een gastoptreden van een toen totaal o­nbekende persoon die een band parodie presentatie deed. Elke Nederlander kent hem al lang: André van Duin. 1964 was het jaar dat de revue ‘Met Telstar naar Showland’ werd opgevoerd en tevens het jaar dat ik me heel bewust herinner dat mijn zus bij nacht en o­ntij aan het repeteren was en tevens de vrolijke noot door huize Knot verspreidde. Telstar, de beroemde communicatiesatelliet, die wereldwijd vaak wordt gezien als de absolute doorbraak van de satelliet als communicatiemiddel voor het overbrengen van beeldsignalen, was de aanleiding tot het samenstellen van het programma dat op twee opeenvolgende vrijdagen, 10 en 17 april, op ‘Cape Akkerstraat’ werd opgevoerd. De teksten, leiding en regie waren in handen van André Bakker. Bijgaand de folder van de Revue. Opgemerkt dient nog te worden dat naast de Revue er na afloop voor de aanwezigen nog gedanst kon worden met het Noorder Ballroom Orkest.

5omewim.jpg.efbd83b04247e5da914e8718e9b92934.jpgEn dan was er natuurlijk ook het wekelijkse hoogtepunt van de aflevering van de Bladenmap, ook wel de Lees Portefeuille genoemd. Wij kregen de map speciaal voor de Kapsalon waar de inhoud voor de klanten een mooie afleiding was totdat Kapper Knot weer een volgende klant naar zijn knipstoel leidde. Er zat een grote sortering aan bladen in, waarvan me een groot aantal is bijgebleven en een paar absolute positieve uitschieters waren te melden. Zo waren er naast de Revu (ja zonder de e op het einde), de Panorama (vaak met apentekening op de achterkant) de Vlaamse ‘De Post’ terug te vinden. Maar ook de Romance en de Margriet. Ook werden de kinderen niet vergeten via de Donald Duck en de Vlaamse Robbedoes. Zeker mag niet vergeten worden te melden dat de Katholieke Illustratie en de Wereldkroniek erin zaten. Verstopt werd door mijn vader altijd direct de editie van ‘De Lach’. Misschien een beetje té frivool voor die dagen verdween dit tijdschrift o­nder de zitbank in de salon. Een deurtje erin gaf toegang tot o­ndermeer het oud papier en daar werd ‘De Lach’ verstopt, totdat de wekelijkse gang van Pastoor Schoenmaker naar de salon was geweest. Daarna was het tijdschrift met redelijk schaars geklede dames wel weer openbaar bezit.

 

5vaillantmatch.thumb.jpg.218fb6add1b15da00a349ad437cd48ee.jpgMijn favoriet uit de greep aan tijdschrifttitels was zondermeer in die tijd Robbedoes te noemen, mede vanwege het wekelijkse spannende verhaal van Oom Wim, dat over een groot aantal pagina’s was verspreid. Officieel was het een Franse serie o­nder de titel ‘Les Histoires vraises de l’Oncle Paul’. Het werd getekend door de in 1923 in Nantes geboren Jean Graton, die zijn eerste tekening op zijn achtste levensjaar al geplaatst zag in de bekende Le Soir. Toch werd het niet direct na zijn schoolperiode de broodwinning want eerst was hij industrieel tekenaar, bankwerker, werkte voor een persagentschap en was actief als reclametekenaar alvorens in de wereld van het striptekenen terecht te komen. In de periode 1952 debuteerde hij met een serie verhalen die uitkwam o­nder de titel ‘Spannende Verhalen van Oom Wim’. Vrijwel tegelijkertijd kwam een ander verhaal ‘De eerste ronde’ uit in het tijdschrift Kuifje. Dat bracht vermoedelijk niet genoeg brood op de plank want hij tekende en schreef ook een hele serie over de wereld van de sport o­nder de titel ‘Leve de Sport’ en was later ook nog tekenaar voor het tijdschrift Line. Het sterke aan de spannende verhalen van Oom Wim was dat Jean Graton de man liet spreken als een o­nderwijzer, die je nog wijzer maakte dan je al dacht te zijn.

 

Maar meer verhalen, die later erg geliefd werden, waren zijn creatie, waarbij hij trouwens wel meerdere tekenaars naast zich had. Het was o­nmogelijk alles zelf te tekenen en iedere week weer aan de verplichtingen te voldoen. Zo creëerde hij Michael Vaillant, de verhalen over de autocoureur die niet alleen in Robbedoes verschenen maar ook in boekvorm. Hij speelde ook de hoofdrol in enkele korte verhalen voordat in 1959 een eerste album op de markt kwam: ‘De grote uitdaging’ . Deze reeks, waarvan de eerste 30 titels bij Le Lombard verschenen, behoort tot de klassieken van de Frans-Belgische strip. In 1982 richtte Graton zijn eigen uitgeverij op. Inmiddels is ook de uitgave van het tijdschrift Robbedoes al weer geruime tijd geleden tot een einde gekomen.

 

Hans Knot, 16 september 2017

hans knot

Je kunt wat verzamelen in je leven. Sommige mensen bekritiseren dat met: ´je hebt al zoveel, er komt geen einde aan´, maar deze mensen beseffen vaak niet wat je met je deel verzamelingen kunt doen. Recentelijk hoorde ik op de radio zowaar een mooi oud succes van Rick van der Linden’s Ekseption voorbij komen wat mezelf ertoe opriep de muziek van deze Nederlandse formatie weer eens tevoorschijn te halen evenals diverse composities van Beethoven.

 

59ae982a137a7_beethoven2.jpg.fa6f5e852a895118049f1cf90d824b18.jpg

Toch mooi om eens een dagje Beethoven te doen, of niet dan?  Brengt de herinneringen naar boven naar de wekelijkse muzieklessen van Piet Hiemstra op de middelbare school in de jaren zestig. Wat wist die man prachtige verhalen te vertellen waardoor hij je als het ware vastbond aan de te draaien platen tijdens de klassieke muziekles. Daar is dan ondermeer mijn liefde voor de klassieke muziek ontstaan naast de verplichting in het gezin zoveel mogelijk op de zondag te luisteren naar het Belcanto concert op de Belgische radio, dat via de draadomroep gemakkelijk was te ontvangen.

 

Toen in de werkjes van Beethoven uit de kast trok werd mijn aandacht ook getrokken naar notities die ik in 1970 heb toegevoegd tot het werk van deze componist. Het gaat over één van de elf ‘Gespreksaantekeningenboekjes’ die in de maand juni van dat jaar werd gepubliceerd door de toenmalige Oostduitse Staatsbibliotheek. Het kwam toen uit ter gelegenheid van de 200ste geboortedag van Ludwig van Beethoven.

 

Er wordt in persoonlijke aantekeningen door de componist echt niet alleen melding gemaakt over de geweldige compositities die hij ons nagelaten heeft maar ook over allerlei kleinere zaken waarmee hij zich bezighield, zoals de onderwerpen uit zijn dagelijks leven. De zorgen over rekeningen die betaald dienden te worden voor de bestelde etenswaren en op zoek naar een betere bewoning of de problemen die hij had met zijn spijsvertering, die vooral ontstonden door te snel en te veel te eten.

 

Maar ook kwam in het geschrift naar voren dat hij toch ook voor de goede dingen oog had want zo maakte hij eens een vriend duidelijk dat de vrouw van een zekere koordirigent van opzij gezien, mooie billen had. De laatste 12 jaren van zijn leven was Beethoven volkomen doof en zij die met hem wilden praten moesten opschrijven wat ze wilden zeggen. Beethoven had dan ook altijd kleine notitieboekjes bij zich om aan de persoon, waarmee hij in gesprek was, ter hand te stellen. Het boekje bewees ook dat Beethoven gewoonlijk mondeling antwoordde, behalve wanneer hij wilde vermijden dat anderen, die erbij zaten, zijn antwoord hoorden.

 

Mevrouw Grita Herre, die destijds aan de uitgave in boekvorm werkte op een kantoor in Oost-Berlijn aan Unter den Linden, zei destijds in een kranteninterview: “De lectuur van de notitieboekjes lijkt op het luisteren naar één kant van een telefoongesprek. Zo kan men lezen dat een Weense sopraan aan de componist vroeg: “Hoeveel geliefden hebt u gehad?" — Het antwoord was volgens haar niet bekend. Hoewel eenzijdig, gaven de boekjes toch een aanwijzing voor de dingen waarmee Beethoven zich bezig hield.

 

Hij maakte zich bijvoorbeeld zorgen over het verkrijgen van goed schrijfpapier en huishoudelijke hulp in zijn vrijgezellenbestaan. Hij was een moeilijke pensiongast, eiste dat zijn voedsel met boter werd bereid en ook kon men lezen dat een bezoeker hem geruststelde met de mededeling: “Uw koffie wordt altijd precies afgemeten."

 

Het bijhouden van zijn uitgaven viel hem ook moeilijk, omdat hij nooit de kunst van het vermenigvuldigen onder de knie wist te krijgen. Als hij 18 met 36 wilde vermenigvuldigen schreef hij dertien keer het cijfer 36 onder elkaar en telde alles bijelkaar op om een antwoord te krijgen. Grita Herre zei verder in het interview: “Sommige biografen hebben hem te olympisch afgeschilderd. Hier, in deze aantekeningen,

ziet men een eenvoudige man en de dingen van alledag waarmee hij zich bezig hield."

 

De aantekeningenboekjes waren van goedkoop papier en waren 13 bij 18 cm. Soms was het schrift door de ouderdom niet meer te lezen. De aantekeningen waren ongedateerd en het oude Duits en het Weense idioom maakten volgens de recensie het lezen vaak moeilijk. Beethoven converseerde niet over het componeren met zijn vrienden, hoewel hier en daar een paar muzieknoten door hem of een vriend zijn neergekrabbeld.

 

Daaruit bleek ondermeer dat hij van plan was een sprookjesopera ‘Melusine’, waarvoor Franz Grillparzer het libretto had geschreven, te componeren. Ook maakte hij melding van een nieuwe Mis en een oratorium met de titel ‘De overwinning van het kruis’, waaraan hij werkte. Biografen hebben destijds het materiaal onderzocht op eventuele belangrijke muzikale onthullingen, maar het grootste deel van de inhoud was van persoonlijke aard.

 

Beethoven had bijvoorbeeld grote belangstelling voor zijn neef Karl, die een mislukking werd in de wetenschappelijke loopbaan die oom Ludwig hem wilde laten volgen. Karl deed in 1826 een poging tot

zelfmoord en toen zijn oom zich naar zijn ziekbed spoedde, schreef hij: ‘Val me niet lastig met verwijten en beschuldigingen.’ De Oostduitse uitgave werd geleid door Karl-Heinz Kohier, destijds directeur van de muziekbibliotheek, die de notitieboekjes ‘De merkwaardigste documenten in de muziekgeschiedenis’ noemde.

 

Beethoven bezat ongeveer 400 boekjes en zijn vriend en eerste biograaf, Anton Schindler, kreeg ze na de dood van Beethoven in 1827. Schindler vernietigde er ongeveer 260 van, omdat hij ze niet interessant vond en omdat dezen ook het imago van Beethoven schade konden doen. Schindler verkocht 137 notitieboekjes aan de bibliotheek in 1846 en drie delen, 37 boekjes bevattend, werden gepubliceerd in een uitgave die door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd afgebroken.

 

Vijf jaren later werd een zekere Wolfgang Krüger-Riebow het hoofd van de muziekcollectie van de bibliotheek en hij ging er met de boekjes van door maar werd als dief in het toenmalige West-Duitsland gegrepen. Hij probeerde de diefstal goed te praten door te vertellen dat hij een agent van de inlichtingendienst was en niet wilde, dat de boekjes in Russische handen zouden vallen. Hij bleek een gedegen oplichter en verdween dan ook in het gevang.

 

59ae9828f3c7c_beethoven1.thumb.png.c9fda3af56c5fce3c8042711f5397a85.png

 

In 1960 werden de gestolen documenten vanuit Bonn teruggestuurd naar de bibliotheek in Oost-Berlijn. Het laatste aantekenboekje eindigde drie weken voor Beethoven zijn dood op 5 maart 1847. Een van de laatste bezoekers die de componist, die aan waterzucht leed en pijn had bij het doorprikken van de gezwellen, opvrolijkte, was een 13-jarige jongen: Gerhard von Breuning, zoon van een vriend van Beethoven.

 

Hans Knot, 7 september 2017

hans knot

In de maand april 1964 stonden er in tal van kranten hele korte berichtjes waarin melding werd gemaakt van het gegeven dat er een samenwerking was geweest tussen onderdelen van het Nederlandse leger en Radio Veronica, waarbij er werd vermeld dat het ging om illegale activiteiten. In ‘de Telegraaf’ van 15 april kreeg de lezer uitgebreidere informatie. Het bleek dat in de studio van Radio Veronica in Hilversum sinds enige tijd muziekprogramma’s werden gemaakt voor het leger, programma’s die werden gepresenteerd door onder meer Joost de Draaijer en Tineke. Ondanks dat men dus berichtte dat de programma’s in alle voorzichtigheid en geheimzinnigheid waren gemaakt werd in het artikel door een woordvoerder van de afdeling Welzijn in Den Haag.bevestigd dat er wel degelijk sprake was van een vorm van samenwerking tussen het leger en Radio Veronica.

 

“Wij maken bij Veronica muziekprogramma’s die we tijdens de pauzes in de legerbioscopen en in de kantinetijden in de kantines van de kazernes laten afdraaien. We hebben juist de eerst twee programma’s opgenomen en die zijn louter gevuld met muziek en praatjes van Joost en Tineke.” Wat was eigenlijk de bedoeling van de inhoud van deze programma’s? Naast het brengen van ontspanningsmuziek voor de soldaten wenste men ook aandacht te besteden via promotiespots voor diverse cursussen georganiseerd door Welzijnszorg, die tot op dat moment te weinig bekendheid hadden. Andermaal de woordvoerder: “Veel militairen weten niet, dat ze alles kunnen leren in het leger en met spots willen we een ieder hier attent op maken.” Ook vanuit het gebouw van Radio Veronica was bevestiging gekomen: “De Welzijnszorg heeft inderdaad ons gevraagd of ze bij ons programma’s mochten maken. Dit hebben we toegestaan. Ons radiostation staat hier eigenlijk buiten en wij, directie van Radio Veronica, verdienen er niets aan.” De directie, zo bleek, had slechts toegezegd dat de afdeling Welzijn een studio mocht gebruiken om daar bandjes op te nemen en dat men de rest maar diende te regelen met het personeel; ofwel directe betaling aan de technici en presentatoren. Ook hadden de Veronica medewerkers zelf toestemming gekregen mee te werken aan deze speciale programma’s, mits ze dat maar deden in hun vrije tijd.

 

column1.thumb.jpg.876dd1400579fa5f9b18e6617e356a4c.jpg

Een dag later werd andermaal aandacht besteed aan de vorm van samenwerking, waarbij onder meer werd gemeld dat staf van de Generale Staf had ingegrepen na de eerdere publicatie. Om 11 uur in de ochtend van 15 april bleek de legerleiding overhaast het besluit te hebben genomen om het plan van Welzijnszorg om de militairen via de moderne muziek van Veronica te interesseren voor het volgen van cursussen te laten sneuvelen. De Legervoorlichtingsdienst had zelf aan de redactie van ‘de Telegraaf’ gemeld dat de Chef Generale Staf, Luitenant Generaal Van der Veen, persoonlijk een onderzoek had laten instellen. Ook had men gesuggereerd dat het zelfs niet ondenkbaar zou zijn dat er eventueel maatregelen waren te verwachten tegen de betrokken officieren. Als commentaar hierop meldde de krant: ‘De Legervoorlichtingsdienst heeft naar buiten aanvankelijk nog de indruk willen wekken, dat het wel van plan zou zijn geweest van Veronica, om zodoende goede contacten in het leger te krijgen, maar later trok men deze verklaring in en stelde men dat het alleen om een privéactie van de hoofd van dienst was gegaan.’

 

Als reden van het verbod gaf de woordvoerder van de Legervoorlichtingsdienst aan dat een overheidsorganisatie geen gebruik mocht maken van de faciliteiten van een omroeporganisatie die door de regering niet als legaal erkend werd. Via het ANP werd door de Legervoorlichtingsdienst nog eens speciaal meegedeeld dat de actie tot samenwerking puur was uitgevoerd door enkele personeelsleden van de Dienst Welzijnszorg. De journalist van ‘de Telegraaf’ voegde eraan toe dat in werkelijkheid de stafofficieren van Welzijnszorg op het idee waren gekomen, omdat er te weinig bekend was dat de militairen in het leger veel cursussen konden volgen.

 

Men had een paar dagen eerder contact gehad met Overste Muier, Hoofd van de Dienst Welzijnszorg, die onder meer had verteld dat de militairen wel weten dat er toneel- en filmvoorstellingen werden georganiseerd, maar dat de cursussen nog geen  begrip waren en dat men dat men bekendheid juist door het brengen van de speciale programma’s wilde bereiken.

 

column2.thumb.jpg.0990ca5f645d985e2e98e8eea535e989.jpg

Nadat het besluit van de legertop op 16 april was uitgelekt de samenwerking onmiddellijk stop te zetten werd er ook in Hilversum om een reactie gevraagd, waarbij Bull Verweij zei: ‘’Wij hebben de studio sportief ter beschikking gesteld voor dit goede doel en ik begrijp derhalve niet waarom men in Den Haag zo boos is geworden.”  Afsluitend schreef men: ‘Dat deze vorm van propaganda succesvol zou zijn geweest, lijkt wel zeker. Veronica heeft de meest moderne platen tot haar beschikking en de stemmen die bekend en populair zijn. En de opwekking van Joost de Draaijer, die men niet mag horen, zou een goede indruk hebben gemaakt, want Joost mag op het ogenblik wel zelf in militaire dienst zijn, maar men verstaat in Nederland nog niet de kunst om militairen met een zekere faam in de burgermaatschappij in te zetten voor haar eigen doelen. En dat is alleen maar jammer en kortzichtig.’

 

Hans Knot, 2 september 2017

de redactie

Onlangs schreef iemand hier op het forum in een discussie dat vroeger alles beter was. Maar er is in die pak weg 40 jaar toch best veel ten goede veranderd? 

 

Zo schrijf ik dit stuk op mijn laptop met een tekstverwerker in de cloud terwijl ik in de trein zit tussen Utrecht en Rotterdam. Ondertussen drink ik een lekkere verse kop koffie, gemaakt met zo'n bonenmachine op het station. Ik heb van mijn werkgever een plastic kaart meegekregen waarmee ik direct op zijn kosten reis. Luisterend naar een internet radiostation op de smartphone maak ik een overzicht van zo maar een doordeweekse dag.

 

In de vroege ochtend word ik niet meer om vijf uur wakker van het pruttel van de dieselauto van de buren, want die hebben ze gelukkig ingeruild voor een geluidloos elektrisch exemplaar. En als mijn wekker om kwart voor zes af gaat met muziek snooze ik nog twee keer voordat ik opsta. Na het opstaan stap ik onder de regendouche om vervolgens fris en wakker naar de keuken te lopen. Ik mik een cuppie in de koffiemachine en binnen een minuut zit ik met een heerlijke espresso op de bank. Ik pak de tablet en lees daarop de krant met het actuele nieuws. Snel check ik nog even buienalarm om te kijken of ik mijn regenpak vandaag nodig heb. Want normaal gesproken ga ik elke dag met mijn elektrische fiets naar het werk. Oh ja, deze is betaald met het fietsplan van mijn werkgever.

 

Op mijn werkplek scoor ik een verse mok bonenkoffie, zet mijn bureau in de sta-stand en selecteer op mijn smartphone een internetradiostation. Oordoppies in de oren, inloggen op de computer en werken maar.

 

Thuisgekomen haal ik direct de vaatwasser leeg en als de bel gaat neem ik de boodschappen van Appie in ontvangst. Met behulp van de inductiekookplaat, de inbouwmagnetron of de airfryer uit Eindhoven maak ik het avondeten klaar. Als dat op is schuif ik de vieze vaat zo de vaatwasser in. Dan is het inmiddels half zeven en start ik met interactieve TV het nieuws van zes uur. Als dat is afgelopen gooi ik nog even snel een cuppie in de koffiemachine om daarna met een lekker bakkie verder te kijken naar een spannende serie op Netflix.

 

Als het tijd is om naar bed te gaan zet ik de laatste glazen en kopjes in de vaatwasser en druk op start. Daarna selecteer ik de laatste podcast van Newshour op de smartphone  en luister ik voor het slapen gaan nog even naar het wereldnieuws van de afgelopen dag, dat eerder op de avond door de BBC is uitgezonden.

 

Hoe zag zo'n dag er 40 jaar geleden uit? Was het toen echt beter?

 

Vincent Schriel, 31 augustus 2017

hans knot

Gelijk aan vorige week sta ik op deze zaterdag 19 augustus stil bij gebeurtenissen die op en rond 14 augustus 1967 plaatsvonden. Een dag, ruim een halve eeuw geleden, dat vele tienduizenden luisteraars treurden omdat een groot deel van hun favoriete popstations uit de ether verdwenen. Dit doordat de Britse regering had besloten de Marine Offences Act van kracht te laten worden. Hierdoor was het ondermeer verboden programma’s aan land op te nemen voor mensen met een Brits paspoort, om reclame te maken op de zeezenders, te bevoorraden en veel meer. Sinds die, wat in de wereld van fervente radioliefhebbers als ‘Black Monday’ de geschiedenis inging, wordt elk jaar stil gestaan bij het verdwijnen van die radiostations.

 

Talloze documentaires zijn er in de loop van de afgelopen decennia via radiostations over dit unieke stukje radiogeschiedenis gemaakt maar ook zijn er, sinds 1978, bijna jaarlijks bijeenkomsten onder de noemer ‘Radio Day’ georganiseerd waar aanhangers van de vrije radio samen kwamen met de helden van weleer. Zo ook het afgelopen weekend toen er – op een geheime locatie – een grote reunië was in Londen van voormalige medewerkers van de zeezenders uit de jaren zestig. Vanuit allerlei landen en werelddelen waren zij naar Londen gekomen om nog een keer gezamenlijk leuke herinneringen op te halen naar de tijd van meer dan een halve eeuw geleden.

 

schotels.thumb.JPG.86a11d8cc7243679b009e91cbffdfe97.JPG

Ook was er een speciale - drie dagen durende -  uitzending van BBC Radio Essex vanuit de haven van Harwich en waren er bijeenkomsten op bepaalde locaties waar fans de verhalen van hun favorieten konden ophalen;  organiseerde Radio Caroline haar eigen happening en was er in Schotland een speciale reunië voor hen die in de jaren zestig van de vorige eeuw actief waren bij Radio Scotland. In Nederland was er via een 15 tal radiostations een 2017-versie te beluisteren van het legendarische programma van John Peel op Radio London, the Perfumed Garden. Zes uur lang was deze versie niet alleen in Nederland te beluisteren maar ook in België, Duitsland en Engeland. De presentatie was in handen van Oeds Jan Koster en uw columnist Hans Knot. Elders zal U verslaggeving en foto’s kunnen vinden van datgene tijdens de reunië in Londen werd beleefd.

 

Foto: Hans Knot

 

Maar gelijk aan vorige week blik ik ook terug op andere zaken die op maandag 14 augustus of de dagen erom heen gebeurden. Het was natuurlijk de ‘Summer of love’ waarin velen probeerden zoveel mogelijk lief voor elkaar te zijn, alles met elkaar te willen delen en vredig met elkaar om te gaan. Al dan niet met gebruik van ondersteunende middelen als drugs, drank, bloemen en seks. Zo werd op de gedenkwaardige maandag 14 augustus bekend gemaakt dat op de daarop volgende zaterdag de VARA radio met een reportagebus naar Groningen zou komen omdat op de trap van het stadshuis een love-in zou worden gehouden.

In Uitlaat, een jongerenprogramma van de VARA, zou rechtstreeks verbinding zijn met de Martinistad Groningen, waarbij medewerkers van het programma deelnemers aan de ‘love in’ zouden interviewen. Productieleider van ‘Uitlaat’ was Wim de Bie die de hoop uitsprak dat er een grote opkomst zou zijn  en men beschilderd en met bloemen omhangen naar de Grote Markt zou komen. Tegelijkertijd werd een soortgelijke bijeenkomst in Maastricht gehouden en uiteraard was het de bedoeling dat men op deze manier een soort van kruisgesprek op gang wilde laten komen tussen de aanwezigen in Groningen en die in Maastricht. Na afloop, zo stelde De Bie die maandag, zou er ter herinnering een groepsfoto van beide ‘Love ins’ worden genomen. Ik ben benieuwd wie na 50 jaar nog een dergelijke foto in haar of zijn bezit heeft.

Blijkbaar hoorde je er niet bij als je ook niet betrokken was bij een ‘love in’. Zo werd de bewuste maandag 14 augustus 1967 door een woordvoerder van  de gemeente Rotterdam bekend gemaakt dat de toenmalige provo-beat-kelder ‘De Leiperd’, ondergebracht in een oud pakhuis onder de Maasbrug, op 2 september zou worden ingewijd met een 36-uur-durend festijn. Het avond-programma zou volgens hem in het teken staan van ‘love-in’ en ‘flower power’. De gemeente stelde een bedrag van f 40.000,-- voor de inrichting beschikbaar. Let wel we hebben het hier over een bedrag in 1967. De betreffende journalist van de GPD was alvast een kijkje gaan nemen in ‘De Leiperd’ en constateerde in de berichtgeving dat ook met de politie de verhouding goed was want volgens hem zat. enkele dagen eerder een geüniformeerd politieagent in het provo-beathuis piano te spelen.

 

Maar ook trieste berichten werden uiteraard vermeld en in de ochtend van de 14de augustus werden de vlaggen van Nederland en Amerika halfstok uitgehangen aan het Concertgebouw in Amsterdam. Er werd officieel afscheid genomen van een week eerder in New York overleden Max Tak. Hij was een overbekende radiospreker,  journalist, componist, musicus en dirigent. Frits Schiller, destijds de grote, oude, man van het Rembrandtsplein, Alex de Haas en Heintje Davids waren enkelen uit een lange rij vrienden en bekenden die langs de baar defileerden. Een van Max Taks laatste wensen was dat ‘het laatste bedrijf’ in Amsterdam diende te spelen, werd zo vervuld. Het stoffelijk overschot van Max Tak werd op de Joodse begraafplaats in Muiderberg vervolgens ter aarde besteld. Aan de groeve spraken vertegenwoordigers van het Concertgebouw, de AVRO, Elseviers Weekblad en het dagblad de Telegraaf.

 

Op maandag 14 augustus, ook gerelateerd aan de radio, overleed op de leeftijd van 59 jaar in Amsterdam de schrijverjournalist Bob Wallagh. Hij werd bijzonder bekend vanaf 1946 toen hij optrad als leider van de hersengymnastiek voor de AVRO met de rubriek ‘Hoe is de stand Mieke?’ Wallagh was al jaren aan de reportagedienst van de AVRO verbonden en gold vóór de Tweede Wereldoorlog als een expert op het gebied van de bokssport. Hij verzorgde ondermeer de redactie van het blad van de Nederlandse Boksbond. Wallagh was voor de oorlog redactiechef bij het persbureau Vaz Dias en later ook redacteur van het Hollands Weekblad. Later is hij opgetreden als een verdediger van Han van Meegeren. Hij heeft over deze schilderijenvervalser vele reportages gemaakt en een boekje geschreven.

 

In het woonoord Schattenberg bij het Drentse Hooghalen werd trouwens hard gewerkt en kon op dinsdag 15 augustus  de eerste van de twaalf reflectoren van de radio-telescoop op zijn plaats getakeld worden. De medewerkers van het bedrijf Bronswerk Feijenoord N.V. uit Rotterdam hadden er een hele hijs aan. Het was een karwei, waarbij het op millimeters aankwam.

 

 

De middellijn van de reflector bedraagt vijfentwintig meter. De hoogte van de twaalf gevaarten, die ver boven de Staatsbossen uittorenen, is zevenentwintig meter. Wilfijn Rotterdam waren er de constructeurs van. In het woonoord, dat bijna dertig jaar historie achter zich had, was men in opdracht van de Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg bezig over een lengte van ongeveer 1 kilometer twaalf radiotelescopen te bouwen, waarvan tien vaste en twee verrijdbare. In april 1967 was men daarmee begonnen, nadat in de herfst van 1966 de voorbereidingen waren getroffen voor de constructie van de reflectoren. Het gehele complex van werkzaamheden werd in oktober 1968 opgeleverd.

 

Dus, gelet op deze en andere herinneringen aan wat er zoal op en rond die bewuste ‘Black Monday’ 1967 gebeurde, bedenk altijd bij het terugluisteren van bijvoorbeeld het laatste uur van Radio London dat er in die dagen veel meer gebeurde dan alleen maar het invoeren van de Marine Offences Bill, die officieel ‘Act’ werd.

 

Hans Knot,  19 augustus 2017

hans knot

Op deze zaterdag 12 augustus gaat de nostalgische column over 14 augustus 1967, een maandag die voor de fervente radioluisteraars nog immer ‘Black Monday’ wordt genoemd en vreemd genoeg ook dit jaar op een maandag zal vallen. In Engeland en Nederland zal via tal van activiteiten dit weekend en komende maandag stil gestaan worden bij het gegeven dat een halve eeuw geleden het merendeel van de zeezenders voor de Britse kust, via de invoering van de Marine Offences Bill, uit de ether werd verdreven.

 

De kranten stonden destijds vol van protesten en de deejays, van de stations die uit de ether verdwenen waren, werden bij aankomst op Liverpool station in Londen destijds door een hysterische groep jongen vrouwen en meisjes toegejuichd. De helden van destijds zijn voor een grote groep vaste luisteraars nog steeds hun helden, getuige de belangstelling voor de vrije radio die via de sociale media de laatste jaren vooral flink is aangewakkerd.

 

8298.thumb.JPG.f96f4e27e0e9669233ee5649249d4d3d.JPG

Maar er was in de wereld natuurlijk veel meer aan de hand op die 14de augustus en de dagen erom heen. Te veel om in deze column op te nemen maar toch wel belangrijk even stil te staan bij de wereldse echte problemen die er waren. Het gezag van de Chinese regering beperkte zich, volgens een onderzoek, feitelijk alleen nog maar tot Peking en naaste omgeving. Eigenlijk was niemand op dat moment in China aan de macht.

 

Dit stelde ondermeer de 29-jarige Noorse journalist Harald Munthe-Kaas, die van Peking in Oslo teruggekeerde. Munthe-Kaas, die Chinese taal en letteren studeerde en Chinees sprak, zei, dat er een zeer nerveuze sfeer in Peking heerste, daar ook de politieke toestand in China chaotisch was. De toenmalige president Lioe Sjao-Sji had huisarrest en niets meer te vertellen. In de zuidwestelijke Chinese provincie Szetsjwan heerste een complete burgeroorlog, zo meldde het officiële persbureau van Nationalistisch-China.

 

MV Galaxy van Radio London (foto Ron Bunninga)

 

Bij de oorlog werd ook gebruik gemaakt van tanks en grote kanonnen. De tegenstanders van Mao zouden na een hevig gevecht, van vijf dagen, de industriestad Nantsjoeng veroverd hebben. Volgens berichtgeving, die destijds moeizaam naar buiten kwam, waren zware gevechten uitgebroken in Tsjengtoe, de hoofdstad van de provincie Szetsjwan. Ook zouden er zware gevechten geleverd zijn in Tsjoengking, een stad in de bergen, welke memelsbreed 1500 km landinwaarts van de monding van de Jangtse ligt.

 

Reizigers uit Kanton hadden in Hongkong verteld, dat in Kanton anarchie heerste. Verscheidene duizenden gevangenen zouden uit een werkkamp zijn ontsnapt. Ze zwerfden door de straten en plunderden winkels. Volgens de reizigers hing aan bijna iedere boom van de Tai Ping Sud-laan een lijk. De luchtverbinding tussen Kanton en Hongkong was verbroken.

 

Velen staan dan wel ieder jaar stil bij de closedown van de Britse zeezenders maar het is wel goed even in de tijd te worden terug gebracht met andere zaken die destijds speelden. Hoe stond het met het weer in ons land? We hadden in de GPD kranten de rubriek met de kat Pressie die op die dag meldde: ‘De lijn van stabiel zomerweer is gebroken. Enkele buien die dit weekeinde passeerden, misten het stabiele eveneens, want de regenval was soms wolkbreukachtig. Zowel zaterdag als zondag vielen er vooral in Groningen, Drenthe en Overijssel zware buien. Zondagmorgen meldde Paterswolde 18 mm, vanmorgen Spier (Dr.) 21 mm. In zijn geheel leverde het weekeinde aan buien de volgende regenhoeveelheden op: Paterswolde 32, Spier 25, Groningen 16, Delfzijl 15, Schiermonnikoog 13 mm. De tot nu toe meest actieve depressie van deze zomer lag vanmorgen bij lerland en wordt morgenochtend met een luchtdruk van ongeveer 740 millimeter boven de Noordzee verwacht.’

 

Er was ook vaak in die dagen vermelding in de kranten over vluchtpogingen uit de DDR. Zo ook op 14 augustus 1967 toen te lezen was dat de Maastrichtse 30-jarige machine-bouwkundige Tonnie van den Boom niet teruggekeerd was van een reis naar Bulgarije. Hij was daar op 29 juli van dat jaar met zijn zwager Peter Lehmann uit Sollingen en een vriend, Winfried Kadur uit Remscheidt-Lennep, heengereisd om zijn schoonzuster Gudrun Lehmann (28) uit Kiesselbach (Oost-Duitsland) naar het westen te smokkelen. Van de Oost-Duitse werd echter bekend, dat zij tijdens een vakantie in Bulgarije door onbekende oorzaak om het leven was gekomen.

Bij de voorbereiding van de plannen deze vrouw, die arts was aan een kliniek in Kiesselbach, naar het westen te smokkelen, had ze gezworen zich van het leven te beroven, als er iets mis zou gaan. Het overlijden van Gudrun en het niet tijdig terugkeren van het drietal mannen deed vermoeden, dat er inderdaad iets mis was gegaan en dat Tonnie van den Boom en zijn metgezellen in handen van de Bulgaarse staatspolitie waren gevallen. Schimmigheid in berichtgeving in deze voerde de boventoon en duidelijkheid is er nooit verschaft.

 

Maar gelukkig waren er ook feestelijke zaken te melden die beruchte maandag want er was over het oudste echtpaar van ons land die dag te melden dat ze aan de voorafgaande zaterdag hun 76-jarig huwelijksfeest hadden gevierd.  Het ging om Harm Tingen (99) en Jantje Woltman (94). De gehele dag was het een komen en gaan van familieleden, vrienden en kennissen. Het Nieuwsblad van het Noorden schreef de volgende maandag: ‘Taarten, bloemen en schriftelijke felicitaties werden bij tientallen aan hun propere woninkje aan het Varik 3 in het Bonnerveld te Gieten afgegeven. Een hoogtepunt vormde in de middaguren de komst van burgemeester mr. H. V. van Walsurn, die de oudjes namens het gemeentebestuur de gelukwensen aanbood en daarbij een fruitmand overhandigde. In de

vreugde deelde ook de 70-jarige zoon Teunis, bij wie de ‘feestvarkens’ inwoonde, en die de honneurs waarnam.

 

De serenade, die het plaatselijk muziekkorps Harmonie aan Neerlands langst getrouwden bracht was eveneens een hoogtepunt. Toen de mannelijke helft om kwart voor zeven 's avonds in de Drentse uitzending van de RONO zich zelf in een kort vraaggesprek met Jan Weggemans door de luidspreker had gehoord, betekende dit het einde van een voor het echtpaar vermoeiende, doch feestelijke dag. Volgens de journalist van de krant liet mevrouw Tingen zich direct er op naar bed brengen. Haar man volgde haar al snel.’ Tja Radio London was er niet meer en altijd maar luisteren naar de RONO was ook niet alles. Ik beloof volgende week nog een paar onderwerpen over die bewuste 14de augustus in herinnering te brengen.

 

Hans Knot, 12 augustus 2017

hans knot

Vandaag neem ik je mee terug naar 1973 en daar zijn twee gebeurtenissen de reden toe. Een tweetal weken geleden paste ik op twee van de kleinkinderen gedurende een aantal uren op de vrijdagochtend en na een tijdje ander vermaak besloten we oude liedjes te beluisteren. Het werd grote pret want de dubbel cd met liedjes uit de televisieserie ‘Ja zuster, nee zuster’ kwam uit de kast en uiteraard kwamen liedjes als de Fucsia, In een rijtuigje en de Kat van Ome Willem voorbij.

 

sonneveld3.jpg.dbfab85b14394d6628e7808aace758c0.jpg

Opmerkelijk voor mij was dat Femke, 7 jaar en die het liedje nooit eerder had gehoord, na drie keer beluisteren mee ging zingen alsof ze zelf morgen naar Parijs zou vertrekken. Wim Sonneveld, 43 jaar na zijn overlijden in de schijnwerper in Huize Knot. Een ruime week later werden we nog een keer aan deze cabaretier herinnerd. Han Peekel bracht, op de late avond, een prachtige special over Herman Stok waarvan ik volop genoot. Een van de vele successen van Wim Sonneveld, Katootje, kwam in een fragment voorbij in een gruwelijke instrumentale uitvoering, afkomstig uit het programma ´Top of Flop’. Jurylid Willem ´O´ Duys meldde daarbij dat wanneer Wim Sonneveld, die op dat moment in Zuid Frankrijk woonde, zich zou omdraaien in de sneeuw als hij deze valse versie zou horen.

 

Het bracht me in gedachten terug naar de jaren zestig dat thuis, we waren met zijn zevenen, het onderwerp cabaretiers met een bepaalde regelmaat ook wel aan bod kwam. Immers waren er voorstanders en tegenstanders van de grote drie, waarbij door mijzelf Wim Kan als grote afvaller werd geselecteerd. Het kan aan de puberjaren hebben gelegen maar ik kom me ontzettend ergeren aan de in mijn oren gemaakte vorm van humor van de man die vooral links gericht wenste te scoren. En dan ook nog eens de Oude Jaars Conferences die hij kreeg toebedeeld.

 

Ik denk gemiddeld dat Toon Hermans het in Huize Knot het beste deed, aangegrepen door zijn prachtige one man shows. Voor mijzelf was het echter Wim Sonneveld mede omdat hij prachtige types neerzette in diverse programma´s, waaronder natuurlijk de eerder gememoreerde ´Ja zuster, nee zuster´. Alleen als je op de radio weer eens Sonneveld voorbij hoorde komen dan was dat steevast een nummer van een van zijn bloemrijke LP´s, die in de loop der jaren zijn opgenomen en uitgebracht.

 

Maar hoe langer ik er kortelings over nadacht kwam bij mij de gedachte op dat ergens in de begin jaren zeventig door mij een kanttekening was gemaakt omtrent een programma op de radio. Jawel hoor het was in de zomer van 1973 dat Wim Sonneveld eindelijk weer eens een keer live was te horen. In die tijd had Wim Sonneveld zich bijna volledig teruggetrokken en trad hij niet meer op maar in het TROS programma ´Vice Versa Veluwe´ maakte hij daar een uitzondering op.

sonneveld.jpg.b90a7eb9b89964eaa91e2fc5438f2ef6.jpg

De programmaleiding van de TROS had Wim Sonneveld bereid gevonden af te reizen naar het plaatsje Hulshorst om een zogenaamde ´tour de chant´ met de duur van een half uur te brengen. Het bestond uit conferences en liedjes uit zijn uitgebreide repertoire, waarbij hij werd begeleid door zijn vaste trio.

 

In mijn archief vond ik een reactie terug van programmasamensteller Piet Daalhuysen, die inging op het gegeven dat Sonneveld eindelijk weer eens live op de radio zou zijn te horen: “Toen ik met de voorbereidingen van dit programma bezig was, stapte ik naar John de Crane en vroeg hem of hij ‘enkele zware jongens’ voor me had. Vrijwel direct reageerde hij met de vraag van wat ik van Wim Sonneveld vond.”

Daalhuysen vroeg zich af, mede het gegeven dat Sonneveld bijna nooit meer optrad, of deze wel bereid zou zijn maar De Crane stelde dat hij Wim Sonneveld gewoon brutaalweg diende te vragen. Uiteindelijk lukte het maar er waren wat haken en ogen. Piet Daalhuysen destijds: “Hij reageerde meteen op mijn verzoek en wilde best optreden mits hij kon worden begeleid door zijn vaste trio. Maar dat gaf natuurlijk de nodige problemen want zijn begeleiders waren als trio ontbonden en traden al enige tijd in andere formaties op.”

 

sonneveld2.jpg.1e04d21753087661ca0f87e87bc1dd68.jpgVia de basist Wim van der Stelt gelukte het Daalhuysen het trio weer bijelkaar te krijgen voor dit speciale ‘Vice Versa Veluwe’ zomerprogramma. Opmerkelijk want tot 1960 was Wim Sonneveld zeer regelmatig op de radio te horen. Wie herinnert zich niet het programma 'De showboat' waarin hij de rol van ‘Willem Parel’ speelde. Een dag voor de uitzending kwam Wim Sonneveld naar Nederland, vergezeld van Conny Stuart die bij hem logeerde. Zij was trouwens een week later de centrale gast in het gelijknamige programma, dat op zaterdagmiddag destijds in de zomer van 1973 via Hilversum 2 om half 2 de ether inging.

Sonneveld maakte die week ondermeer bekend geen plannen meer te hebben om te gaan optreden maar dat er wel plannen waren voor een film over zijn leven, waarin acteur Willem Nijholt de hoofdrol zou gaan spelen. In een het daarop volgend jaar kwam Wim Sonneveld veel te vroeg te overlijden. Tijdens het schrijven van deze column besefte ik – als practisch niet-televisiekijker – de serie over 100 jaar Wim Sonneveld, die recentelijk door de NPO werd uitgezonden,  niet te hebben gezien. Gelukkig maar dat we in de moderne tijd van terug kunnen kijken leven.

 

http://www.uitzendinggemist.net/aflevering/397299/100_Jaar_Sonneveld.html

 

Hans Knot, 5 augustus 2017

 

 



×