Dossier

  • artikelen
    3
  • comments
    0
  • weergaven
    96

Contributors to this blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Vincent

De tweede helft van de vorige eeuw kenmerkte zich door tal van innovaties op mediagebied, niet in het het minst waren de vele zeezenders daar een onderdeel van. Minstens een dubbel dozijn haalden de ether, het ene project succesvoller dan het andere. Niet te tellen zijn evenwel de plannen die nooit uitgevoerd werden. Sommige bestonden enkel in de gedachten van fantasten. Het Belgische Radio Marina is er één van. Een (waan)idee van de uit Lokeren afkomstige, maar in Gent beter bekende Valère Broucke. De man had eerder een faillissement achter de rug met een elektriciteitszaak en was bekend als oplichter van een restauranthouder. Daarom stond hij in 1969 op de lijst van gezochte personen. Maar niets weerhield hem ervan om een zeer opmerkelijk radiohoofdstuk te schrijven. Zo goed als vergeten, nu voor het eerst helemaal verteld.


Het is 1970 als voor het eerst de naam Radio Marina opduikt in Vlaanderen. De link naar de succesvolle Nederlandse ‘radiopiraat’ Veronica, in de lucht sedert mei 1960, is snel gelegd. Beiden hadden zusjes kunnen zijn. Maar het verhaal liep anders. Naar eigen zeggen borrelden bij Valère Broucke de plannen al vele jaren eerder op. Een gevolg van de korte, maar opvallende avonturen van Radio Antwerpen, eind 1962 (oktober-december) uitzendend vanaf de MV Uilenspiegel. Een klein decennium later begon Broucke voormalige dj’s van Uilenspiegel en van de Nederlandstalige service van Radio Luxemburg te benaderen. Het commerciële station uit het Groot Hertogdom had eind 1969 de meeste Nederlandstalige programma’s geschrapt met als gevolg dat er flink wat potentiële radiomakers geïnteresseerd waren in een nieuw groot project voor de Lage Landen. Ook bij enkele Uilenspiegel-medewerkers was het vlammetje nog niet gedoofd. Omdat enkel de openbare omroepen BRT-RTB uitzendingen mocht verzorgen in België, kon niemand zijn ei op een andere plek kwijt. Er was dus aardig wat talent voor handen.

 

Radio-Marina-dossier-01.png


Valère Broucke in het Zondagsblad van 7 februari 1971: “Uilenspiegel deed de Westhoek daveren van enthousiasme. Dat was nu eens een radio! Ik zag brood in dat succes. Waarom het zelf niet eens proberen? Ik heb acht jaar lopen piekeren tot ik op een goede dag al mijn moed in handen nam en naar vennoten begon te zoeken om het nodige geld bij elkaar te krijgen. Tot één van mijn medewerkers er met de centen vandoor ging. Was dit niet gebeurd, dan waren we al in de lucht. Het schip bleef ook nog langer in herstelling dan voorzien. Weinig schepen zullen zo degelijk uitgerust zijn als mijn radioschip. Ik zal het de naam geven van mijn zoon Marc en het station zal ik dopen naar mijn dochter Marina. Die naam zal inslaan als een klok.”

‘Universitaire’ hulp
Eén van de eerste en meest bekende potentiële medewerkers van het project, die eerder zijn sporen had verdiend in de wereld van de radio, moest Pit Jager (géén Piet) worden. De Antwerpenaar was de programmaleider geweest bij Radio Antwerpen/Uilenspiegel. Al stond er toen wel nog een letter ‘i’ in zijn voornaam. In beide gevallen betrof het een synoniem want de man werd immers als Piet Yaeger gedoopt. Ook zijn Parijse vrouw Micheline presenteerde bij de zeezender. Zij maakte wekelijks een Franstalig uur. Na de Noordzee trok Pit naar Radio Luxemburg om nadien het wereldje van de media vaarwel te zeggen en in de circuswereld te belanden, tot ver na de pensioengerechtigde leeftijd.


Broucke klopte ook aan bij de Belgisch afdeling van de Free Radio Association (FRA). Een club van Britse origine die ijverde voor vrije radio, ontstaan in de nadagen van de Britse zeezenderstations. Toen het in de tweede helft van 1967 de Britten verboden werd om mee te werken aan uitzendingen vanaf zee, probeerde de organisatie het tij te keren mits het mobiliseren van zoveel mogelijk luisteraars. In andere Europese landen ontstonden lokale afdelingen. In België vertegenwoordigde Ronny Major uit Oostende de FRA. Via hem beschikte Valère Broucke over een onschatbare bron van (achter)grondinformatie. Kortom, in zowat alle lagen van de maatschappij was het enthousiasme groot. De vijver waaruit kon worden gerecruteerd leek eindeloos. Eindelijk zou de nationale omroep concurrentie krijgen. Radio Marina zou de Vlaamse versie van Radio Veronica worden.

 

1 Valère-Broucke.png

Valère Broucke


Iedereen werkte gratis, de plannen waren immers zo mooi. Bovendien kon Broucke zijn verhaal prima aan de man brengen. Hij zag er niet uit als een zakenman, maar zijn lichtblauwe ogen straalden blijkbaar vertrouwen uit. Er kwamen studenten bij van de Gentse Universiteit, contacten werden gelegd met diverse platenmaatschappijen en potentiële adverteerders. Er werden Marina-lidkaarten, stickers en allerhande promomateriaal gedrukt. Enkele showavonden volgden. De medewerkers werd door Broucke eerst verteld dat het om een Engels project ging dat voor de helft zou betaald worden door de Free Radio Association. Die hadden alles bijeen minstens 500.000 leden. De andere helft van het kapitaal zou ingebracht worden door de Marina-organisatie.


Geen officiële licentie
Via Ronny Major werd op 28 oktober 1970 zelfs een officiële zendvergunning voor België aangevraagd bij de minister van PTT. In de toenmalige CVP-regering (christen democraten) van Gaston Eyskens was Eduard Anseele (socialistische partij BSP) bevoegd. Omdat België nog niet opgedeeld was in gewesten, betrof het een licentie voor het hele land. Maar er kwam geen reactie. Volksvertegenwoordiger Luc Vansteenkiste uit Kortrijk en lid van oppositiepartij Volksunie (Vlaams nationalistisch), werd ingeschakeld. Hij interpelleerde de minister over het uitblijven van een antwoord. Die beweerde nooit iets te hebben ontvangen. Een nieuwe poging, dit keer via een aangetekend schrijven, werd op 6 februari 1971 gedaan. Ontkennen dat er geen documenten op het kabinet waren bezorgd, zou niet meer kunnen. De minister liet daarop weten dat er geen frequenties beschikbaar waren.


2 Radio-Marina-dossier.png


Valère Broucke: “Dat is larie. Een tijdje geleden heeft het Amerikaanse leger nog twee steunzenders gekregen in België, één in Chièvres en nog één in Brussel. De regering heeft er niet bij te verliezen. De staatskas zou er wel bij varen. Denk maar aan de belastingen op al die reclamespots. Er is genoeg geld te scheppen om het defeciet van de BRT en de RTB samen te delgen. Bovendien zitten de luisteraars te smeken naar een commerciële radiostation. Ons schip is 95 meter lang en er staat een mast op van 75 meter. Het is een oude oorlogsboot.“


Het is duidelijk dat Valère Broucke het over de MV Galaxy had, het voormalige zendschip van Radio London (1964-1967). Of de Vlaamse radiobaas in spé eigenhandig fotomateriaal aan de krant bezorgde, of het Zondagsblad haar eigen redactie archieffoto’s liet bewerken, is onbekend. De lezers vonden wel twee ‘opnames van Marina’ terug in hun weekblad. Op één daarvan is echter de boordstudio van Big L te zien met Dave Dennis aan het werk in 1965. Het onderschrift luidde: “Een oefening in één van de studio’s op het schip van Radio Marina. De studio is authentiek. De disc-jockey is intussen vervangen.” Ook een afbeelding van de MV Galaxy werd afgedrukt. Op de romp van het schip was de naam Radio Marina te zien. Evenwel niet geschilderd op het schip zelf, wel aangebracht op de foto.


Ambassades bezoeken
Diverse ambassades kregen een bezoekje van het Marina-team. In ruil voor een officiële zendvergunning zou men er de maatschappelijke zetel onderbrengen. Wat meteen een bron van inkomsten zou betekenen. De belastingen moesten immers daar betaald worden. Rusland was eerst aan de beurt omdat men tijdens de koude oorlog nu eenmaal overal spionnen probeerde te plaatsen. Griekenland, dat toen een dictatoriaal kolonelsregime kende, volgde. Hen werd beloofd dat zij de tweede zender van Marina, die bedoeld was voor Franstalige uitzendingen, zouden mogen gebruiken voor propaganda. De kolonels wilden graag de vele Griekse staatsburgers die in Duitsland woonden, kunnen bereiken via de radio. Ook de Japanse gouverneur kwam aan de beurt. Dat land probeerde immers de Europese markt te veroveren met auto’s en electronica. Zij zouden gratis reclame krijgen voor hun producten. Zuid Afrika volgde, het Apartheidsregime kon alle steun voor zijn politiek gebruiken. Tot slot werd Rhodesië (nu Zimbabwe) benaderd.


Valère Broucke werd overal ontvangen, helaas nam niemand hem serieus. Maar hij gaf niet op: “Desnoods beginnen we uit te zenden met de vergunning van communistisch China”, liet hij optekenen in de pers. “Want die hebben we. Veel bescherming kan de volksrepubliek ons wel niet bieden, maar een vergunning is een vergunning. En een vlag is een vlag!”. Een aantal medewerkers begon echter achterdocht te krijgen. De startdatum werd keer op keer opgeschoven. Bovendien had nog niemand het schip, toch een cruciaal onderdeel voor een zeezender, echt gezien.

 

3 Marina-secretaresse-Linda-Ronny-Major-Pierre-Deseyn-en-Tony-Martino.png

Marina secretaresse Linda, Ronny Major, Pierre Deseyn en Tony Martino


Door de mand gevallen
Valère Broucke bleef nieuwe mensen binnenhalen. Hij kwam in contact met Pierre Deseyn uit Sint-Amandsberg, de Belgische vertegenwoordiger van de Britse Free Radio Organisation, een soort conculega van de FRA. Ook hij werd een manusje van alles. Zijn kennis over het hele reilen en zeilen binnen het offshore radiowereldje was alweer mooi meegenomen. (In 1970 zou Pierre bij Radio Northsea International belanden. Hij produceerde en presenteerde samen met AJ Beirens ‘RNI goes DX’, een zondags programma dat te horen was via de kortegolfzender van RNI. Ook de legendarische reeks ‘De geschiedenis van de zeezenders’, die op zondagnamiddag werd uitgezonden door Radio Mi Amigo (1975-1976), was zijn werk. Al die shows werden opgenomen in Ledeberg, in de persoonlijke studio van Pierre. Een technisch walhalla dat eerder was gebouwd en gebruikt ten behoeve van Radio Marina.


Maar Marina bleef zwijgen. De startdatum opnieuw en opnieuw uitgesteld. De ene keer lag het zendschip in een Engelse haven op een werf die eigendom was van Ronan O’Rahilly, de man achter Radio Caroline. Een andere keer was het op weg naar Scheveningen, dan weer naar Vlissingen om daarna zijn opwachting te maken in Libanon om scheepsdocumenten op te halen en de zeevaartcontrole te passeren. Kortom, iedere week was er een ander verhaal. Toen men zich stilaan begon af te vragen wie dat allemaal betaalde, was er enkel een mysterieuze glimlach. Natuurlijk kon Broucke documenten laten zien die bewezen dat hij een voorschot van vijf miljoen Belgische franken had betaald voor de aankoop van een zeeschip. Toch zou niet heel veel later blijken dat de papieren vals waren. Het zou niet meer ophouden.


De medewerkers die wisten tot op dat moment weinig van elkaar bestaan af. Broucke hield hen zorgvuldig bij elkaar vandaan, begonnen elkaar toch te vinden. Er werden gegevens uitgewisseld en die waren bij iedereen anders. De conclusies waren snel getrokken. De ‘radiodirecteur’ werd met de rug tegen de muur gezet. Medewerker Tony Martino in de toenmalige popkrant ‘Hitorama’: “Valère Broucke heeft alleen maar de gave om mensen te bedotten. Op hun kosten te leven. Om hen allerlei dingen te ontfutselen. Met hun auto’s te rijden en om van hun goedheid te profiteren”.


4 Tony-Martino-.png

Tony Martino


Ene Martino, afkomstig uit het Antwerpse dorpje Schelle, was één van de bekendere mensen die Radio Marina had geprobeerd op de rails te krijgen. Onder het pseudoniem Tony Reno had hij enkele singles opgenomen bij het Belgische platenlabel Ronnex. Later wijzigde hij zijn artiestennaam. Naast zanger was hij ook actief als presentator van shows. Hij praatte onder andere de populaire promotie-optredens aan de kust voor het jongerenblad Joepie aan elkaar in 1973. Behalve Martino, hij had als één van de eersten argwaan gekregen over de solvabiliteit van Broucke, voelde ook Ronny Major steeds meer nattigheid. Zijn buikgevoel vertelde hem dat hij zich beter kon terugtrekken. De sfeer in de ploeg sloeg om van enthousiasme naar boosheid. Er werd daarom besloten om Valère Broucke een lesje te leren.


In de lucht!
Op 1 mei 1970 was Radio Marina plots te horen in de Gentse FM-band. Illegaal. Het station bleef enkele dagen in de lucht. Vermoedelijk werd er uitgezonden vanuit de thuisstudio van Marina-medewerker Richard Black. Hij was al eerder actief geweest in de Arteveldestad als ‘radiopiraat’. De ontvangstrapporten moesten worden gestuurd naar de Ekkergemstraat 119, een beluik in een stedelijke achterbuurt. Het zou Valère Broucke leren! Niet dus, want de vele brieven en ontvangstrapporten die de fantast op die manier in handen kreeg, zou hij juist gaan gebruiken om nog meer mensen in zijn avonturen te betrekken. Hij stopte alle post in een aktetas en plots had de man een fantastisch middel in handen om te bewijzen dat er erg succesvolle testuitzendingen waren geweest!


5 Studio-Richard-Black-in-Gent.png

Studio Richard Black in Gent


Dankzij de vele brieven en kaartjes slaagde Broucke erin nogmaals nieuwe mensen voor zijn plannen warm te maken. Al duurde het tot begin 1971 voor de naam Radio Marina weer groot opdook in de kranten. Broucke meldde dat hij een overeenkomst bereikt had met de heren Erwin Meister en Edwin Bollier, de eigenaren van Radio Nordsee International (RNI) en wel om vanaf hun zendschip de MEBO II, te beginnen. Er zou op 15 april gestart worden. Nederlandstalig overdag onder de naam Radio Marina, ’s avonds en ’s nachts in het Engels als Radio Northsea International. Er was daartoe een nieuwe vennootschap opgericht, de schepen van de Benelux-rederij van Gent waren aangekocht om toeristen toe te laten het schip in volle zee te bezoeken. Er was geld en er was een zendschip, de MEBO II.


RNI was na een onfortuinlijk avontuur voor de Britse kust immers al enkele maanden uit de lucht. Met Engelse- en Duitstalige uitzendingen tussen maart en september 1970 had men geprobeerd om Europese luisteraars te lokken. Wat niet gelukt was omdat de Britse overheid te allen prijze wilde voorkomen dat er opnieuw een zeezender voor haar kusten actief zou zijn. RNI werd flink geboycot en de uitzendingen gestoord. Op 24 september 1970 werd de handdoek gegooid. Sindsdien lag de MEBO II doelloos te dobberen op de Noordzee. Valère Broucke rook zijn kans. Een compleet uitgeruste boot die zo maar kon worden ingezet, dat was een geschenk uit de hemel.


In diezelfde periode vertelde Broucke medewerkers, potentiële adverteerders en iedereen die enigszins van belang zou kunnen zijn, maar al te graag dat een grote politieke partij achter zijn plannen stond. De ‘radiodirecteur’ was inderdaad ontvangen door de populaire en invloedrijke Gentste politicus Willy Declerck, voorman van de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV). Makkelijk aanspreekbaar en minzaam als hij was, plus de vrije gedachte in de naam van zijn partij alle eer aandoend, had hij enige vorm van sympathie laten blijken voor een commercieel radiostation. Maar meer ook niet. In de leefwereld van Valère Broucke was een niet expliciete afwijzing echter een stevige vorm van samenwerking.

 

6 Ekkergemstraatje-Gent.png

Ekkergemstraatje Gent


Op de middengolf
Broucke kon iedereen die daar om vroeg dit keer wel een contract laten zien, ondertekend door de twee Zwitserse eigenaars van de Mebo II. Het duo was daarvoor speciaal naar Gent afgezakt, naar het Terminus hotel. Erwin Meister en Edwin Bollier bespraken er samen met Valère Broucke, Pierre Deseyn en Bruggeling AJ Beirens (hij zou later voor RNI, én voor Radio Atlantis onder de naam Michael O, gaan werken) een mogelijke samenwerking. Beirens hield een slecht gevoel over aan de bijeenkomst en vertelde dat ook onomwonden aan Bollier. Vooral het feit dat Broucke had zitten pochen over zijn nieuwste investering deed alarmbellen rinkelen. “We hebben een kasteel gekocht langs de steenweg in Oostakker waar we kantoren en studio’s gaan inrichten”, luidde het. De eigenaar had op aanraden van de ‘radiodirecteur’ zelfs een geluiddicht Velux-raam laten plaatsen op de bovenverdieping waar men de studio’s ging installeren!


Enkel de handtekening van Broucke op de documenten met MEBO Ltd, het bedrijf achter ondermeer RNI, ontbrak nog. “Maar dat is slechts een formaliteit. We moeten eerst nog enkele details met onze advocaat overleggen”, klonk het. Intussen had hij natuurlijk wel een getekende akte in handen waarmee hij tientallen mensen kon bewijzen dat zijn plannen niet zomaar woorden in de wind waren. Bovendien mochten enkele journalisten een studio bezoeken waar inderdaad werd gewerkt. Proefprogramma’s en jingles werden opgenomen in Oostende, Heist-op-den-Berg, Ledeberg en Leuven.


Bovendien was Radio Marina, op een zondag begin 1971, inderdaad plots te beluisteren op 1159 kHz (259 AM, een oud frequentie van Radio Caroline). De DJ verkondigde vrolijk dat er werd uitgezonden vanaf de MEBO II, verankerd voor de kust van Cadzand. Frequenties in de 49-meter en de FM-band werden eveneens gemeld. Maar daar was niks te horen. Er werden professioneel klinkende jingles gedraaid en reclames voor Liefmans Oudenaarde (bierbrouwerij) en het Rode Kruis van België. Eén van de meest opvallende spots was die voor Radio Atlantis. Al ging het niet om de latere Vlaamse zeezender, maar betrof het de bekende Gentse HiFi-winkel aan de Zwijnaardesteenweg 111 met die naam (de zaak bestond tot voor een paar jaar). De post moest naar Radio Marina, Internationale burelen, Blokstraat 60 te Dikkelvenne worden gestuurd. Na één dag was het gedaan. Later zou blijken dat de uitzendingen helemaal niet vanaf de MEBO II kwamen, het ging om een persoonlijk initiatief van een (ex) Marina-medewerker die vanaf land uitzond.


7 Radio-Marina-dossier-03.png


Marina in New York
En hoe zat het met de financiële kant van de zaak? “Er is geld. Echt waar”, stelde Valère Broucke. Opnieuw was hij erin geslaagd een document in handen te krijgen waarop te lezen was dat hij voor de aankoop van goederen een voorschot had betaald van één miljoen franken. Hij kon dit bewijs gebruiken voor een lening van 200.000 franken voor de aankoop van liefst drie wagens en voor een reis naar de Verenigde Staten om er ene Jean Toche op te zoeken. Een Bruggeling (1932) die in 1965 was uitgeweken naar New York. Het type ‘zachte anarchist’ dat door middel van ‘kunst’ voortdurend agiteerde tegen allerlei musea, instituten en bij uitbreiding de complete gevestigde politieke klasse. Eén van zijn creaties was een affiche waarin hij de Belgische regering beschuldigde een kolonie te zijn van Frankrijk. Een persoonlijk statement. Kunst met woorden, meer niet. Al was de tekst provocatief, het was zeker niet zijn bedoeling om iets aan te vangen met deze gedachte. Valère Broucke interpreteerde één en ander op zijn manier en zag plots brood in een (politieke) samenwerking.

Jean Toche was ondermeer de mede-oprichter van de Guerilla Art Action Group (GAAG). Tijdens de anti-Vietnamdemonstraties lieten ze zich opmerken met diverse acties, bijeenkomsten, manifesten en publicaties allerhande. In 1974 werd hij even gearresteerd omdat hij in diverse pamfletten gesuggereerd had dat alle musea-directeurs moesten worden gekidnapt, wat werd aanzien als een bedreiging. Toche is nog steeds actief als bedenker van ‘politieke kunstmails’. Hij woont tegenwoordig op Staten Island).


8 Radio-Marina-dossier-04.png


Er werden twee vliegtuigtickets besteld naar Amerika. Voor Broucke en Linda, zijn achttienjarige ‘secretaresse’ uit Gentbrugge. Zij zegde haar vaste baan op, want ze zou 25.000 franken per maand gaan verdienen. De ‘radiobaas’ sprak geen enkele andere taal, op dat vlak kon hij dus best wat hulp gebruiken. Eenmaal in New York werd zijn medewerkster echter al snel geconfronteerd met een totaal andere werkelijkheid. De schatrijke Belgische zakenman bleek een ‘kunstenaar’ te zijn die in een soort bunker woonde in Carmine Street 72. Eerder een achterbuurt. Hij bezat niks. Wel veel flyers, brochures en affiches. Zijn zeer persoonlijke vorm om zich af te zetten tegen kunst en de maatschappij in haar geheel. Als een idealist en een fantast elkaar ontmoeten.


Valère Broucke liet zich niet ontmoedigen. Hij trok zomaar diverse bankfilialen binnen om vijftig miljoen dollar te vragen. “Want Amerika is synoniem voor geld”, verkondigde hij. “De mogelijkheden voor speciale projecten moeten er onbegrensd zijn”. Helaas slaagde hij er niet in om meer los te krijgen dan een sigaar en een cola. Linda schaamde zich een ongeluk. Via brieven had ze contact gehouden met het thuisfront waarin ze een ontluisterend beeld ophing van haar belevenissen in de States. Uiteindelijk moesten haar ouders geld sturen zodat ze het vliegtuig terug konden nemen naar Heathrow London. Opnieuw in Gent moest vervolgens ook Broucke toegeven dat er wederom niks was. Geen geld, geen schip, geen zender.


10 Jean-Toche.png

Jean Toche


Het oplichten ging door
Maar Broucke gaf niet op. Hij was zelfs op zoek gegaan naar de eigenaar van de MV Galaxy (Radio London), die sedert 20 augustus 1967, na het in dienst treden van de Marine Offences Broadcasting Act (de Britse anti-zeezenderwet), lag te verkommeren in het Duitse Hamburg. Het werd andermaal helemaal niks. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de International Broadcasters Society (IBS), de organisatie achter het mislukte Capital Radio-project. Officieel gestart op 1 november 1970, raakte het zendschip King David op 11 november op drift om te stranden op de kust bij Noordwijk. Bij IBS was het geld op, wat het einde van het radiostation betekende. Radio Marina dook op als reddende engel.


Voor zeven ton (toen nog gulden) kon Radio Marina, voor een periode van drie maanden, het zendschip huren. Het contract werd getekend door IBS, doch toen ook Valère Broucke zijn handtekening moest plaatsen, vroeg hij een dag uitstel om zijn financier, de Europabank in Gent, te raadplegen. Zonder geld en zonder contracten keerden de mensen van Capital Radio terug naar Nederland. Broucke trok daarop naar Radio Veronica in Hilversum, toonde er directeur Bull Verweij het contract met Capital Radio en vroeg enkele miljoenen om zijn plannen niet uit te voeren. Een telefoontje van Veronica’s advocaat met IBS maakte echter alles duidelijk en daarmee was ook deze poging weer van de baan. Zoveel pogingen, evenveel mislukkingen.


De Paraguay connectie
In 1973 was Marina weer terug. Als hersenspinsel. Bestaan alle dingen immers niet uit drie? De timing was niet zomaar gekozen. De Adegemse zakenman Adriaan Van Landschoot was op 15 juli van dat jaar, vanaf de MV Mi Amigo, gestart met Radio Atlantis. Een instant succes in Vlaanderen. “Dat moest mijn zender geweest zijn”, vloekte Broucke en hij trok naar Sylvain Tack, die op dat moment eigenaar was van een wafelfabriek (Suzy), een muziekuitgeverij (Start, later Gnome), één van de beste opnamestudio’s in Europa (in Buizingen) en het jongerentijdschrift Joepie. Maar Tack zette Broucke aan de deur. De man stond immers op het punt om naar Paraguay te vertrekken. Niet zomaar op vakantie, want ook hij had plannen om met een radiostation te beginnen voor Vlaanderen. Slechts enkele maanden later, op 1 januari 1974 maakte West-Europa inderdaad kennis met Mi Amigo. Paraguay diende een onderdeel van dat project worden.

 

9 Radio-Marina-dossier-05.png


Nadat Nederland per 31 augustus 1974 de anti-zeezenderwet invoerde en als gevolg daarvan een deel van de Mi Amigo-organisatie begin 1975 naar het Spaanse Playa de Aro was verkast, zag Valère Broucke een nieuwe opportuniteit. Hij nam contact op met enkele oud-Mi Amigo medewerkers die niet mee waren verhuisd naar het Iberisch schiereiland. Opnieuw wist hij zich te omringen met enkele enthousiaste mensen die o zo graag radio wilden maken. De Belgische kranten kondigden op dat moment de (nieuwe) verhuizing van Radio Mi Amigo naar Paraguay aan. Sylvain Tack had er een zendvergunning gekregen.


De bedoeling was om via de kortegolf het Mi Amigo-signaal naar het zendschip op de Noordzee te sturen, daar zouden de programma’s dan verder via de middengolf worden uitgezonden. Maar het feestje ging niet door. Enerzijds vanwege de technische onhaalbaarheid, anderzijds omdat Sylvain Tack uit de gratie was gevallen van Alfredo Stroessner, toenmalig dictator van het Zuid-Amerikaanse land. Toen Broucke daarachter kwam, trok hij naar de Paraguyaanse ambassade in Brussel en stelde zich voor als een gewezen vriend en zakenrelatie van de Vlaamse mediamagnaat in ballingschap. Hij wilde de afgesprongen projecten overnemen. Er was immers toch geld genoeg. Alweer?


Trukendoos leeg?
Het was het laatste wapenfeit in de Radio Marina story. Ook die keer bleven de plannen hangen in het rijk van de wilde fantasie. Behalve die paar dagen in de meimaand van 1970 en die ene zondag in het voorjaar van 1971 als landpiraat, heeft Radio Marina nooit bestaan. Even droomden vele jonge mensen van een leuke, goed betaalde baan bij een commercieel radiostation. Studenten hadden hun studies opgegeven of verwaarloosd, anderen hadden hun geld geïnvesteerd in studio’s. Allen waren misleid door een man die tot heel wat of helemaal niets in staat was (schrappen naar keuze).
Aftroggelarij en bedreigingen waren daarbij nooit een uitzondering, eerder een regel.


Tal van bedrijven, firma’s en organisaties in België en Lichtenstein bestonden enkel op papier; Free Broadcasting Publicity International, Radio Marina, Publi-Fram en de NV Brounia. Met sluwe trucs was Broucke er steeds weer in geslaagd goedgelovige mensen af te troggelen en op hun kosten te leven. Zijn tactiek was steevast dezelfde; het laten zien van documenten die bewijskracht moesten geven. Het ging altijd om compromissen, aan- en verkoopakten, opties, brieven en allerlei andere documenten. Hij deinsde er niet voor terug handtekeningen te vervalsen of paperassen ‘bij te werken’. Als hij voelde dat hij zijn greep ging lossen, dat hij het vertrouwen verloor, dan volgden bedreigingen of chantages.


11 Valèrie-Broucke-en-onbekende-medewerker.png

Valèrie Broucke en onbekende medewerker


Broucke zou in oktober 1975 een laatste maal opduiken in het verdwijningsdossier van Sonja François, een twintigjarige ex-medewerkster van Radio Marina. Zijn echtgenote Cécile scheidde van hem omdat ze zijn fantasieën beu was en omdat hij een handel in drugs zou zijn begonnen. In de radiowereld is de man nooit meer teruggekeerd. Ook niet toen er begin jaren 80 van de vorige eeuw wel legale mogelijkheden waren om radio te maken in Vlaanderen.


Copyright Jean-Luc Bostyn
Foto’s archief RadioVisie
Met dank aan Walter Galle, Noël Cordier, Dirk Desmet en Pierre Deseyn.

Vincent

De Voice of Peace was een radiostation, dat uitzond “ergens” vanaf de Middellandse Zee en dat met haar programma’s een positieve invloed probeerde te hebben op de situatie in het Midden-Oosten. Men wilde vooral de vrede stimuleren. Vanaf het begin werd dagelijks 1 minuut stilte ter bezinning gehouden, telkens na zonsondergang. Oprichter Abe Nathan trachtte ook met zijn zgn. ‘peacetalks”, gesprekken over de vrede, tot een betere verstandhouding te komen.


De VoP is altijd geaccepteerd door de diverse instanties en leek dus meer op een legaal station dan op een piraat. Ook staatsomroep Kol Israël vond het geen probleem dat de VoP het nieuws “leende”. Belasting en auteursrechten werden regelmatig betaald. Bijna dagelijks werd er getenderd. Een luxe in vergelijking met de zendschepen op de Noordzee! En als er olie gebunkerd moest worden, dan kon het schip ongemoeid de haven van Ashdod binnenvaren. Bij zware stormen ‘schuilde’ het schip ook vaak in de haven. Zelfs kleine stormen hadden al veel effect op het onballaste en niet gestabiliseerde schip.


Abe Nathan
Oprichter van de Voice of Peace is Abe Nathan. Ondanks tegenslagen en onderbrekingen wist hij the VOP tot 1994 in de lucht te houden. Abe is geboren in Iran (toen nog Perzië) en vertrok later naar India om daar een opleiding tot piloot te volgen. In Israël begon hij een restaurant. In 1966 en 1967 vloog hij met een klein vliegtuigje naar (verboden) Egyptisch grondgebied om in gesprek te komen met de Egyptische regering. Na een tweede vlucht kreeg Abe een gevangenisstraf van 40 dagen. In 1967 komt Abe naar Nederland om naar een schip te zoeken. Abe had nl. het plan om vanaf een schip radio-uitzendingen te beginnen met als doel: het tegengaan van de eenzijdige radioberichtgeving van zowel Israël als Egypte en het stimuleren van de vrede. Het lukt Abe echter niet om genoeg geld voor een schip bijeen te krijgen. In 1969 vliegt hij voor de derde maal naar Egypte. In dit zelfde jaar, als Abe weer in Nederland is, valt zijn oog op een geschikt schip. Het is de Cito, die gebouwd is in 1940, net voor de oorlog. Het schip is 54 m. lang.


Het prille begin
In Amsterdam wordt het schip door Nederlandse vrijwilligers wit geschilderd en omgedoopt tot “Peace”. Ook wordt een flink geldbedrag in ons land ingezameld, waardoor het schip naar New York kan varen om daar te worden omgebouwd tot een radiozendschip. In Amerika vlot het niet om geld in te zamelen voor de uitrusting van het schip. Wel schenken de heren Meister en Bollier een zendmast. Deze was eigenlijk bestemd voor hun eigen zeezenderproject, RNI, dat in 1970 van start zou gaan. De mast die ze schenken is exact dezelfde als die op de latere Mebo 2. Abe weet voor weinig geld aan zenders te komen. Maar er is nog veel meer geld nodig voor verdere uitrusting. Na een hongerstaking lukt het hem om $ 40.000 bijeen te brengen. In oktober 1971 is Abe even in Nederland en bedankt hij de Nederlandse bevolking voor de f 200.000 die ze in totaal heeft geschonken. Ondanks de Nederlandse en Amerikaanse giften is er nog niet voldoende geld om te kunnen beginnen. In de zomer van 1972 gaat Abe daarom weer in hongerstaking. Dankzij een TV-uitzending in Amerika komt het ontbrekende geld uiteindelijk binnen.
De eerste deejay die wordt aangetrokken is Tony Allan, die al een ruime zeezender-ervaring heeft (Radio Scotland, RNI, Radio Caroline).


VoiceOfPeace2.jpg
Zendschip van de Voice of Peace


Onderweg naar de Middellandse Zee
Begin ’73 is het schip klaar. Aan boord zijn vier kleine studioruimten, uitgerust met vrij moderne apparatuur. Op 15 maart 1973 wordt de zender voor het eerst (illegaal) getest in New York. De volgende dag vertrekt het schip dan eindelijk. De bemanning bestaat uit vele nationaliteiten. Om 19.00 uur beginnen de uitzendingen. Na enkele uren varen komt het schip in een storm met windkracht 11 terecht. Er slaat een gat in de voorzijde en later raakt de wand tussen de olie- en watertank ook lek. Aan het vasteland wordt vier dagen niets gehoord van het schip. Totdat het in Bermuda opduikt. Via diverse tussenstops, ondermeer in Marseille, bereikt het Peace-ship op 8 mei 1973 de Israëlische kust. Tony Allan en Abe openen de uitzendingen. De eerste maanden zullen ze zonder onderbreking op het schip blijven zitten.


Eerste olie-bunkering
Als er voor de eerste keer olie ingeslagen moet worden in Ashdod is Abe bang om te worden opgeroepen voor het leger. Daarom blijft hij voor alle zekerheid alleen achter op de Middellandse Zee, in een klein bootje. Iemand vergeet de klaargemaakte mand met proviand aan Abe mee te geven, zodat hij pas bij terugkeer van het schip weer wat kan eten. Abe, die vele malen heeft gevast, zal hier echter niet te veel problemen mee hebben gehad.


YOM-Kippoer oorlog
Tijdens de Zesdaagse oorlog tussen Egypte en Israël, doet Abe een oproep aan soldaten om niet te vechten. Daarop komt een Israëlische kanonneerboot langszij en beveelt om de uitzendingen te staken. De VOP gaat uit de lucht met de tune van het station, Give Peace a Chance van John Lennon. (In dit lied wordt overigens de naam ‘Abi Nathan’ genoemd.) Enkele dagen later worden de uitzendingen weer hervat.


3 VoP_AMzender.png
De Collins 25 kW zender voor de 1539 kHz.


Financiële problemen
Niet veel later raakt het station in financiële problemen. Het schip zwerft over de zeeën en in december 1973 gaat men voor anker ter hoogte van Rome. Sommige berichten beweren dat het schip hier een dag (19 dec.) heeft uitgezonden. Vervolgens vaart men met het schip naar de haven van Marseille. In deze plaats weet Abe het zo ver te krijgen dat prostituees de inkomsten van één avond aan de VOP afstaan. In Den Haag heeft Abe contact met Ronan O’Rahilly van Radio Caroline. Samen bekijken ze de mogelijkheid om van de VOP een commercieel station te maken. Abe laat dit plan uiteindelijk varen en verder gebeurt er weinig. Een jaar later, in januari 1975, is de complete bemanning inmiddels vertrokken. Abe verkoopt zijn aanzienlijke collectie schilderijen en gaat om aan geld te komen in hongerstaking. Het gevolg van de hongerstaking is dat Abe in coma raakt en zijn staking moet opgeven. In mei 1975 komt Bob Noakes, een bekende zeezendertechnicus, aan boord van het schip, dat nog steeds in Marseille ligt. Eind mei vertrekt men weer naar de Middellandse Zee.


Terug in Middellandse Zee
De VOP verzoekt de Egyptische regering om deel uit te mogen maken van het konvooi schepen dat het Suez-kanaal zal gaan heropenen. In afwachting van een antwoord begint men weer met uitzenden. Begin juni wordt het schip onderschept door een Egyptisch oorlogsschip en moet men voor anker gaan liggen bij de haveningang van Port Said. Na hier 19 dagen te hebben gelegen, mag het schip weer naar internationale wateren. De uitzendingen worden hervat (met ‘You’ve Got A Friend’ van Carole King). Er wordt slechts drie dagen lang uitgezonden; dan vaart het schip naar Haifa en blijft daar. Er zijn plannen voor verkoop van het schip. Maar zover komt het niet, want uiteindelijk zwicht Abe voor zijn principe om geen reclame uit te zenden. Diverse adverteerders gaan daarop in zee met de VOP. Dankzij de adverteerders als nieuwe bron van inkomsten komt de VOP weer terug op 1 augustus 1975. De antenne was versterkt, zodat ‘s avonds ontvangst in ondermeer Nederland mogelijk was.


Abe weer gearresteerd
In september wil Abe bloemen, die hij heeft gekregen van sympathiserende Israëlieten, uit gaan delen in de haven van Port Said. Daarom wordt nogmaals toestemming verzocht om het Suezkanaal te bevaren. Het Peaceschip wordt echter door marineschepen verwelkomd en de toegang wordt geweigerd. Na 10 dagen bij de haveningang te hebben gelegen, vertrekt Abe met een tender naar de haven. Hij wordt meteen gearresteerd en de tender wordt in beslag genomen. Het Peaceschip vaart daarop terug naar haar oude ankerplaats en Abe wordt Egypte uitgezet.


Verdere ontwikkelingen 1976
Robin Banks volgt Bob Noakes op als technicus. In april 1976 komt Crispian St. John bij de VOP. Hij maakt de bekende spot over de VOP als een non-profit organisation. Ook de nieuwstune van Veronica wordt gebruikt. Door deze Europese zeezender-dj’s en -tunes lijkt het geluid van de VoP vaak op dat van de zeezenders op de Noordzee.
De eerste vrouwelijke dj van de VOP is Tara Jeffreys. (De tweede dient zich pas in december ‘88 aan: Linda Maisson.)
Een actie van de VOP voor de slachtoffers van een aardbeving in Guatemala levert enkele nieuwe huizen voor dit land op.
In de zomer van 1976 zijn er plannen voor een FM stereozender en voor een kleuren-TV-zender. Wanneer dit laatste plan zou zijn doorgezet, dan had hoogstwaarschijnlijk de regering ingegrepen.


Format
In 1977 opent de Israëlische regering een popstation. Crispian St. John verandert het format in all-hit-radio. Dit naar Amerikaans voorbeeld, waarbij er slechts 10 seconden gesproken mag worden. De invoering van de American Top 40 met Casey Kasem levert veel adverteerders op. De diverse formats die de VoP heeft gekend stonden overigens altijd onder zware druk van Abe. Hij wenste vaak een ander format dan wat de deejays voor ogen hadden. Wanneer men aan boord wist dat Abe in het buitenland zat en zodoende de zender niet kon ontvangen, dan werd het format vaak tijdelijk bijgesteld. Toen Abe in het bezit kwam van een directe telefoonverbinding met het schip leverde hij vaak gepeperde kritiek op dj’s wanneer ze van het format afweken. Maar Abe deed zelf vaak afbreuk aan het format door bijv. gewoonweg telefonisch ‘in te breken’ in een programma of door niet passende verzoekplaten te eisen.


Eindelijk toestemming…
Op 2 januari 1977 krijgt de M.V. Peace eindelijk toestemming om vanuit Port Said het Suezkanaal af te varen in zuidelijke richting. In Suez wordt snoep en speelgoed uitgedeeld aan de plaatselijke kinderen. Uitzenden was verboden tijdens de tocht.


Een nieuw dieptepunt
Eind december ‘77 zijn alleen Crispian St. John, Tony Allen, een Israëliër en een Arabier aan boord. De stemming is laag. Dan breekt in januari ’78 na vele stormen ook nog eens het topje van de mast af. Toch is de zender na enkele dagen al weer te beluisteren.
De VOP maakt bekend op 28 februari 1978 te zullen stoppen, daar alle adverteerders zich hebben teruggetrokken na een schriftelijke oproep van de Israëlische staatsomroep. Drie dagen voor de geplande einddatum kunnen de luisteraars naar een afscheidsfeest komen. Liefst 60.000 man komt opdagen om met spandoeken te demonstreren tegen de verdwijning van de VOP. Dankzij de aandacht in de media voor deze actie komen niet alleen veel adverteerders toch weer terug, maar dienen er zich ook vele nieuwe adverteerders aan.


Hongerstaking
Op 14 mei 1978 gaat Abe in hongerstaking om de regering Begin te dwingen door te gaan met besprekingen, die inmiddels waren vastgelopen. Ook wil Abe dat er geen nederzettingen meer gebouwd worden in het bezette gebied. Als de hongerstaking zijn 40ste dag heeft bereikt, staakt de VOP haar uitzendingen. Na 45 dagen, als de toestand van Abe kritiek is, geeft hij de staking op onder druk van parlementsleden, ministers en vrienden.


Medicamenten en ambulance
In de zomer van ‘78 wil men met het schip goederen af leveren in Libanon, waar een burgeroorlog heerst. Deze goederen bestaan uit medicamenten en een ambulance. Op 9 augustus gaat het schip voor Beiroet voor anker. Men krijgt echter geen bericht waarin toestemming wordt gegeven om de goederen af te leveren. Na enkele dagen vergeefs wachten besluit men de goederen dan maar op Cyprus af te leveren.


Bekende deejays
Crispian St. John zit inmiddels al ruim twee jaar aan boord van het schip. Op 1 september neemt hij een welverdiende vakantie van twee maanden.
Een Nederlandse dj die voor de VOP gaat werken is Kas Collins. Hij ontleent zijn achternaam aan het merk zenders aan boord van het schip. Kas werkte in 1976-1977 en 1980-1981 voor de VOP. Tegenwoordig is hij beter bekend onder zijn eigen naam: Kas van Iersel.
In november 1980 gaat Johnny Lewis na 19,5 week van boord.


Mastbreuk
Op 21 januari 1981 breekt de 54 m. hoge zendmast (uit 1969) af. Eerst wordt snel een nood-T-antenne gemaakt. Daarna wordt deze vervangen door een hoger geplaatste en betere T-antenne. De ontvangst blijft echter slechter dan voorheen en de adverteerders lopen weg.


Weer plannen om te stoppen
In augustus ‘81 doet men een aanvraag voor een zendlicentie vanaf land of vanuit een haven. In december breekt een deel van de dat jaar herstelde mast af. Op 31 december ‘81 kondigt de VOP haar laatste uitzending aan. Men gaat stoppen omdat er geen licentie wordt gegeven en het gevaar tijdens de vele stormen vrij groot is. In februari 1982 zijn er plannen om het schip naar Noord-Ierland te verplaatsen. Deze plannen gaan niet door en op 9 maart worden de uitzendingen weer gewoon hervat. Vrijwel direct zijn er problemen met zowel de generator, de zender, als de antennedraden. Als gevolg hiervan is de VOP een periode afwisselend op alleen de FM of de AM te beluisteren. Op 15 mei is alles weer in orde; net op tijd voor de inzamelingsactie die in juni ‘82 wordt gehouden, wanneer het Israëlische leger Libanon binnenvalt.


Buren voor de VoP
In oktober ’82 komt het grootste zendschip uit de zeezendergeschiedenis het Peaceschip vergezellen op de Middellandse Zee. Odelia TV, dat vanaf dit schip wilde gaan uitzenden, kwam echter niet goed van de grond. Voor de VOP was dat maar goed ook, want de regering van Israël wilde absoluut geen TV-uitzendingen vanaf zee. De wetswijziging die er zeker gekomen zou zijn als Odelia door was gegaan, had dan ook de VOP in gevaar kunnen brengen.


4odelia-e1403296760770.png
Het zendschip van Odelia Televisie.


Twee primeurs
In 1984 heeft de VOP twee zeezender-primeurs: op 2 maart wordt een (twee minuten durend) computerprogramma uitgezonden en in de zomer schaft men twee Cd-spelers aan.
In deze periode kampt men overigens weer met problemen met de zenders en met een personeelstekort.


Via AM, FM en SW
Vanaf juni 1985 worden de uitzendingen via AM en FM om 16.00 uur gesplitst. Op de middengolf start dan een infoprogramma en op de FM een muziekprogramma. Onregelmatig is men ook via de kortegolf te beluisteren. Diverse malen breken de antennedraden van de middengolfzender.
In maart 1987 zinkt tijdens zeer zware stormen de tender van de VOP in de haven. In mei 1987 wordt een nieuwe AM-zender gekocht, die op 9 juni voor de eerste keer wordt getest. Wanneer blijkt dat deze zender goed functioneert, wordt ook de frequentie 1540 weer vermeld naast de FM frequentie. Acht maanden lang was dit niet gebeurd. De nieuwe zender heeft tot aan het einde nauwelijks voor problemen gezorgd.


Jamming 100
Vanwege het feit dat een aantal ex-Caroline DJ’s (of aanhangers) op het Peace schip gaan werken, worden er op de VOP ook duidelijke Caroline-invloeden gehoord. Een heel duidelijk voorbeeld is het programma Jamming 100, dat gebaseerd is op Jamming 963 van Caroline. Het programma wordt in de zomer van ‘87 uitgezonden.


1987-1988
In dezelfde zomer (augustus ’87) wordt een drie uur durend uitwisselingsprogramma met de legerzender Galei Zahal uitgezonden.
In oktober en november 1987 staakt de Israëlische staatsradio. M.b.v. de B.B.C. brengt de VOP toch nieuws. Dit levert zeer veel nieuwe adverteerders en dus inkomsten op.
In juni ’88 verlaat de dan 71-jarige kapitein Aaldijk voorgoed het Peaceschip. Al vanaf 1973 stond de Nederlander aan het hoofd van de bemanning. In Nederland gaat hij zijn 50-jarige huwelijk vieren.


Nog een zeezender
In 1988 wordt Abe benaderd door een religieuze groep die zendtijd wil huren. Na enige twijfel besluit Abe om niet met hen in zee te gaan. Daarop koopt deze organisatie een eigen schip en zender. Onder de naam Arutz Sheva (kanaal 7) gaan ze vanaf eind oktober Hebreeuwse muziek en ultrarechtse boodschappen uitzenden. Men is zo extreem orthodox dat alleen liedjes die door mannen gezongen worden, mogen worden uitgezonden. In de zomer van 1995 neemt de Israëlische regering alle apparatuur van Arutz Sheva in beslag en arresteert de topman van de organisatie. Dit gebeurde terwijl het schip in een haven lag om te bevoorraden, zoals de VOP ook zo vaak heeft gedaan. De Israëlische regering heeft duidelijk meer moeite met deze extreme zender. Arutz Sheva zendt overigens weer uit nadat het van diverse kanten apparatuur heeft gekregen. Naast dit station heeft ook de zender Radio One kortstondig vanaf een schip uitgezonden ten tijde van de VOP.

Gevangenisstraf

Op 13 september 1988 vliegt Abe naar Tunis om daar Arafat te ontmoeten. In december praat hij wederom met hem, nu in Zwitserland.
Op 10 oktober 1989 gaat Abe de gevangenis in wegens schending van de antiterrorismewet van 1989. Deze wet verbiedt contacten met terroristen en ook PLO -leider Arafat viel onder deze noemer. Abe is de eerste die aan de hand van deze nieuwe wet een gevangenisstraf krijgt. De straf is 6 maanden cel en 12 maanden voorwaardelijk. Vanwege een verslechterde gezondheid moet Abe van de cel naar het ziekenhuis worden overgeplaatst. Daar wordt hij al snel vervroegd vrij gelaten.
Op 27 april 1991 start Abe een vastenactie tegen de wet die contact met de PLO verbiedt. Na 40 dagen geeft hij zijn actie op. Op 29 juni heeft hij weer contact met Arafat. Het gevolg is dat hij nogmaals wordt veroordeeld. Deze keer krijgt hij 18 maanden celstraf. Na een half jaar komt Abe vervroegd op vrije voeten.


Golfoorlog
Begin 1991 breekt de Golfoorlog uit nadat Koeweit is bezet door het Irakese leger. Twee deejays nemen een risico door aan boord te blijven in het onrustige gebied. Het zijn John McDonald uit Schotland en Daryl Richel uit Canada. Zij houden het station dagelijks draaiende van 06.00 tot 21.00 uuu. In februari komt ook Kenny Page erbij.


1992-1993
In de zomer van ’92 start de VoP een eigen nieuwsservice in het Hebreeuws, naast het overgenomen nieuws van de staatsradio (KOL).
In maart 1993 melden de Israëlische kranten dat het station is verkocht aan de zakenman en miljonair Nimrodin. Hoewel er wel serieuze besprekingen met hem zijn geweest, is de koop niet doorgegaan. Later wordt er ook nog onderhandeld met een organisatie van Babbelboxtelefoonlijnen. Deze organisatie wil ‘s nachts via de zender gesprekken uit gaan zenden. Ook dit plan gaat niet door.


Aftellen
Vanaf juni meldt men dat de VOP een zendvergunning aan land kan krijgen. Plotseling begint de VOP op 13 augustus 1993 met het aftellen van de dagen in haar uitzendingen. Er wordt begonnen bij dag 50. Op dat moment is het niet alleen voor de luisteraars, maar zelfs voor de deejays onbekend waarom men nu precies aan het aftellen is. In september meldt Abe in een interview dat het station gaat sluiten; deels vanwege gemaakte schulden, maar vooral vanwege het vredesakkoord tussen Rabin en Arafat, dat in Washington werd getekend. Hierdoor is het hoofddoel van de VOP, het stimuleren van de vrede, in Abe’s ogen min of meer bereikt. De laatste dagen van de VOP staan in het teken van een bepaald thema. Op 28 september is er een Elvis-dag, gevolgd door Twilight-dag op 29 september en een Beatles-dag op 30 september. Op 1 oktober 1993 begint Abe met zijn laatste programma. Hij vertelt hierin dat hij een vergunning heeft gekregen om het schip te laten zinken. De zender zal om 13.00 uur uit de lucht gaan. Voor die tijd verwacht men een tender met aan boord de burgemeester van Tel Aviv en de minister van milieu. De tender is om 13.00 u nog niet gearriveerd en daarom wordt het tijdstip van de zendersluiting nog wat verlengd. Als de minister en burgemeester uiteindelijk om 13.30 uur arriveren, verzoeken ze het schip niet tot zinken te brengen. Ze vertellen dat het schip een ligplaats in de haven van Tel Aviv kan krijgen. Daar kan het dan worden ingericht als een vredesmuseum. Abe gaat met dit voorstel akkoord. De laatste plaat die (meermalen achter elkaar) gedraaid wordt, is ‘We Shall Overcome’ van Pete Seeger. Om 13.57 uur wordt het dan werkelijk stil op 1540 KHz. Het schip vaart zoals afgesproken naar Tel Aviv en Abe vertoont zich aan boord met een wit overhemd. Dit is opmerkelijk, daar hij al 12 jaar lang alleen zwarte kleding heeft gedragen uit protest tegen de koppigheid van de PLO en Israël.


Geen vredesmuseum
Nadat het schip de haven is binnen gelopen, zit er niet veel schot in de plannen om er een een vredesmuseum van te maken. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat de burgemeester van Tel Aviv inmiddels is opgevolgd door een minder enthousiast iemand voor een vredesmuseum. Ook de zendmachtiging vanaf land blijkt voorlopig nog op zich te laten wachten. Bovendien begint het havengeld flink op te lopen. Daarom besluit Abe om uiteindelijk weer uit te varen met zijn schip. Hij vindt namelijk dat het schip meer recht heeft op een zeegraf, dan dat het ergens in een haven wegroest, ook al heeft het een schrootwaarde van $ 12.500. Net voordat Abe met zijn schip op 28 november wil uitvaren, biedt een Rabbijn hem nog $ 14.000 aan als hij in ruil hiervoor weer zou willen beginnen met uitzenden. Abe vindt het echter te laat om op zijn beslissing terug te komen. Op volle zee worden gaten in het Peaceschip gemaakt. De gaten blijken echter te klein te zijn om het schip werkelijk te laten zinken. Daarom worden ook de pompen aangezet: ditmaal om water ìn het schip te pompen, in plaats van eruit. Zelfs met de pompen aan duurt het nog tot de volgende morgen voor het schip zinkt. Het is inmiddels vier mijl afgedreven van de beoogde laatste rustplaats. Bijna alle boten met persmensen zijn op dat moment allang teruggekeerd naar de haven. Abe is er nog wel en hij ziet zijn schip met de voorsteven omhoog langzaam in de golven verdwijnen.
In februari ’94 komt het gezonken vredesschip nog eenmaal in het nieuws. Het schip zou olie lekken en vissers klagen omdat ze hun netten aan het wrak stuk trekken.
In 1997, tijdens een verblijf in Amerika, krijgt Abe een beroerte, waardoor hij gedeeltelijk verlamd raakt. Daarna wordt hij opgenomen in een verzorgingstehuis. In 2005 komt in Israël de film “As the sun sets” uit, waarin het leven van Abe belicht wordt. In 2006 krijgt Abe andermaal te kampen met een ernstige beroerte.


Tekst: Jan van Heeren. 
Bron: De boeken “The Voice of Peace”, deel 1 en 2, geschreven door Hans Knot.

 

 

Vincent

Officieel werd er in 1965 al een tijdje gepraat over een nieuw radiostation dat zich vooral op de jeugd zou gaan richten met het brengen van populaire muziek, ook wel popmuziek genoemd. Maar kwam deze plannen ook echt uit? Op 10 augustus van dat jaar werd bekend gemaakt dat de omroeporganisaties bang waren de streefdatum van 1 oktober niet te halen betreffende het openen van het derde radionet in Nederland. Programma technisch was er al wel het nodige uitgevoerd door de Technische Dienst van de Nederlandse Radio Unie, maar op programmatisch gebied was er door de omroepen nog niets voorbereid omdat men eenvoudig weg nog geen cent had ontvangen van regeringswege uit Den Haag.


Een niet bij name genoemde woordvoerder stelde dat men ook niet zonder een welgevulde portemonnee naar een kruidenier kon gaan. In een Kamerdebat had de toenmalige minister Vrolijk, van Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk, eerder gemeld dat er genoeg geld voorhanden was om de kosten voor het derde radionet te kunnen dekken. Maar andermaal werd weer eens hoog van de toren geblazen want informatie, destijds ingewonnen, leerde dat de omroepverenigingen pas een week daarvoor de begroting via de regeringscommissaris voor het Radiowezen bij de regering hadden ingediend. Wel werd duidelijk, gezien de krappe tijd, dat de omroepen slechts met eenvoudige programma’s van start konden gaan.


Slechts 11 dagen later werd er een officiële startdatum vrijgegeven. Het bleek namelijk dat het bestuur van de Nederlandse Radio Unie, waarin ook de toenmalige omroepen waren vertegenwoordigd, had besloten dat vanaf 11 oktober, elke dag van 9 uur in de ochtend tot 6 uur in de avond, het derde programma de ether in zou gaan. Het programma, zo werd ook bekend, zou via de FM-band worden uitgezonden, terwijl de NRU het vertrouwen had uitgesproken dat de PTT de faciliteiten voor het uitzenden via de middengolf voor betreffende datum ook gereed zou hebben. Wel gaf men tenslotte aan dat het bestuur van de NRU, met het oog op de financiële kwesties, alleen de kosten kon dekken voor het lopende jaar en dat voor 1966 uitgebreid overleg diende te zijn met vertegenwoordigers van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk.


Op vrijdag 10 september 1965 werd er bekend gemaakt dat het voorlopige programma van Hilversum 3 tot 31 december van dat jaar gehandhaafd zou blijven en als een gezamenlijk programma van de Nederlandse Radio Unie zou worden gebracht. De AVRO, KRO, NCRV en de VARA hadden zich bereid verklaard de eerste drie maanden de programma’s te verzorgen. In een officiële verklaring van de NRU werd andermaal duidelijk dat het een programma van eenvoud en van ontspannend karakter zou gaan worden.


Tevens maakte men bekend dat er gebruik zou gaan worden gemaakt van studiofaciliteiten die werden ondergebracht in de kelder van de nieuwbouw van de discotheek van de gezamenlijke omroepen. Tenslotte werd gemeld dat elk uur, dat men in de ether zou zijn, op het hele uur, een kort nieuwsbulletin zou komen met de duur van maximaal twee minuten, verzorgd door de Radionieuwsdienst.


Mondjesmaat kwam de informatie inzake het toekomstige muziekstation naar buiten en 1 oktober 1965 werd bekend dat de deelnemende omroeporganisaties hun programmaschema klaar hadden. Uitzendtijden waren definitief gesteld van 9 uur in de ochtend tot 6 uur in de avond. Omdat in eerste instantie de VPRO wel was gepland en zich alsnog had teruggetrokken diende, zo werd gemeld, dat segment nog vanuit Den Haag onder de andere vier betrokken omroepen zou worden verdeeld.
De programmering van de zondag werd verdeeld onder de AVRO en de VARA waarbij om de week de uitzendlengte van beiden veranderde. Wel was het zo dat de VARA het merendeel van de programmering die dag voor zijn rekening zou gaan nemen. Op de maandag was de gehele dag in gebruik door de KRO, terwijl de dinsdag tot 5 uur de NCRV actief zou zijn en het laatste uur nog door de VARA werd meegenomen. Het merendeel van de woensdag was vervolgens voor de KRO, terwijl de rest voor de AVRO zou zijn.
De donderdag was vervolgens geheel voor programma’s van de VARA terwijl de vrijdag door de AVRO zou worden gevuld. Op zaterdagen waren de uren tot 11 uur in de ochtend ingeruimd voor de AVRO terwijl de rest van de uitzenddag het de NCRV was die voor de programmatische verantwoordelijkheid stond. Alles werd dus geprogrammeerd door de vier verschillende omroepen maar wel onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Radio Unie. Ook werd bekend gemaakt dat de officiële opening van het station zou worden gedaan door de eerder gememoreerde minister voor CRM, Vrolijk.
De KRO maakte bekend dat men de licht amuserende programma’s ging afwisselen met korte actualiteiten van maximaal 3 minuten. ‘Heeft Veronica Joost en Tineke bij de KRO hopen we dat Betty en Bert hun populariteit ook zullen halen.’ De NCRV had zich ingezet op de populariteit van Skip Voogd, die ook voor verschillende muziekbladen schreef. Onder zijn leiding zouden de platenprogramma’s worden gebracht. De VARA meldde zich in te zetten voor tal van verschillende programma’s, waarbij het eigen orkest een belangrijke rol zou gaan spelen, terwijl de AVRO vooral beloofde aandacht te besteden aan de automobilisten in een programma met de titel ‘de zingende bougie’. Ook beloofde de AVRO dat zij en de andere omroepen ook gebruik wensten te maken van de onder supervisie van de NRU spelende orkesten. Daarbij zou vooral gebruik worden gemaakt van eerder opgenomen materialen.


Al eerder werd gemeld dat er in de nieuwbouw van de discotheek op het omroepkwartier ruimte werd gecreëerd. Op 1 oktober werd duidelijk dat het ging om een presentatieruimte als wel een hoofdcontrolekamer, waar de banden en platen konden worden opgelegd voor uitzending. Meerdere andere ruimtes werden voor ingebruikname in 1966 gepland. Hard was er gewerkt om het geluid van Hilversum 3 vooral ook via de FM verspreid te krijgen, wat – in samenwerking met de PTT – aardig was gelukt. Slechts het deel van Noord Holland boven Alkmaar en de inwoners van de Waddeneilanden zouden verstoken blijven van een FM-signaal. Wel werden inwoners, ver verwijderd van een FM-zender, aangeraden een buitenantenne aan te (laten) brengen. In de loop van 1966, zo stelde de PTT, zou er een steunzender Wieringermeer gereed komen waarna de overige inwoners ook via de FM zouden kunnen gaan meeluisteren. Tijdens de eerste maanden bleken de uitzendingen alleen via de FM-frequenties beschikbaar en volgens het ministerie van CRM kon het enkele maanden duren voordat ook de middengolf, via de 240 meter, geactiveerd werd.


Dat Hilversum 3 direct geen gevaar werd voor de toenmalige zeezenders, die voornamelijk muziekprogramma’s gevuld met popmuziek en aanverwante zaken programmeerden, mag blijken uit een aantal namen van programma’s door de vier eerder genoemde omroepen in de eerste drie maanden van het bestaan van Hilversum 3 werden gebracht.

 

 

  • Betty Boogiewoogie
  • Cosmopolitian Dansensemble
  • Drie in de pan
  • Echo’s van duizenden eilanden (Indonesische volksmuziek)
  • Elektronisch orgelspel
  • Hoogtepunten uit operettes, musicals en films
  • Instrumentaal allerlei
  • Instuif
  • Johan Willem Friso Kapel
  • Keuze van de omroeper
  • Klanken van eigen bodem
  • Koorzang en orkest
  • Langs de weg Leger des Heils
  • Lichte grammofoonmuziek voor Tieners
  • Lichte lunchmuziek
  • Lichte orkestmuziek
  • Midi melodie
  • Muziek aan de lopende band
  • Muziek bij de thee
  • Muziek is troef
  • Operettemuziek
  • Opgeruimd
  • Orgelspel
  • Orkestparade
  • Popopera
  • Popshow (dansorkest en solisten)
  • Promenadeorkest
  • Ritmisch strijkorkest
  • Tango Rumba
  • Tienerama
  • Tienerparade
  • Toedeloe
  • Toonkunst voor allen
  • Top tien van deze week
  • Toptalent
  • Tot uw orders, gevarieerde muziek
  • Van uur tot uur
  • Vertel dat maar in platen en praten op een dorpsplein
  • Volksmuziek
  • Western Country
  • Zangsolisten
  • Zet em op Zing met ons mee
  • Zing zing zing
  • Zingende boogie


Je mag er vanuit gaan dat bij de start van een nieuw radiostation er volop promotie zal worden verricht om het station onder de aandacht te brengen van het potentiële luisterpubliek. Mede omdat Hilversum 3 een actie was van de bestaande omroepen en de regering in Den Haag om het als alternatief voor het te populaire en in hun oren illegale Veronica te kunnen beconcurreren. Getuige het bovenstaande overzicht van programmanamen werd het me al snel duidelijk, als niet-luisteraar van de beginperiode van Hilversum 3, dat de concurrerende positie van het station ten overstaan van Radio Veronica minimaal zal zijn geweest. Een bij elkaar geraapt geheel aan programma’s dat geheel niet een doorsnee popstation kon worden genoemd.


Bij research voor dit artikel heb ik me vooral gericht op datgene dat via de Gemeenschappelijke Pers Dienst in de regionale pers naar voren kwam. Niets bijzonders op de dag voor de start van het station in oktober 1965, slechts een korte aankondiging dat Minister Vrolijk het station officieel zou gaan openen. Op de dag van de opening en de dag erna andermaal geen bijzonderheden behalve de programmering voor de volgende dag.


Pas op zaterdag 13 november, ruim een maand na de officiële start van Hilversum 3, werd er in een langer artikel aandacht besteed aan de programmering en de programmamakers. Zo werd ondermeer vastgesteld dat van de vier betrokken omroepen vooral de KRO de meest frisse en boeiende aanpak van haar programma’s wist te bereiken. Ongetwijfeld had de omstandigheid, dat men voor dit doel en enthousiast team jongeren had aangetrokken, hierop een belangrijke invloed gehad. Uit het artikel werd duidelijk, dat de KRO-uitzendingen werden gekenmerkt door een niet aflatende actualiteit. ‘De jongens zitten in de letterlijke zin bovenop het nieuws. Ze hebben zo nodig verbindingen naar elk punt in Nederland en het buitenland beschikbaar.’
Als voorbeeld werd genoemd dat Han Mulder enkele dagen eerder op reportage was geweest in Harlingen en omgeving, op zoek naar een zoekgeraakte kist met ammunitie, waarbij de luisteraar door flitsende reportages heet van de naald continue op de hoogte werd gehouden. Over de presentatie werd gemeld dat deze aantrekkelijk was door de volstrekt ongedwongen manier waarop de deejays hun ‘commentaartjes en gezegden ten beste gaven’.
Gelukkig concludeerde de niet bij name genoemde journalist dat deze vorm van presentatie niet nieuw was daar het door Veronica al eerder werd geïntroduceerd. Wel nieuw was de actualiteitendrift in het programma van de KRO en op dit punt was Veronica in het nadeel omdat de programma’s een week vooraf werden opgenomen en vanaf internationale wateren werden uitgezonden. Maar er was nog een duidelijk verschil volgens de journalist: ‘Persoonlijk mis ik de reclame allerminst. Beter voldoen me de korte, luchtige Hilversum 3 commentaartjes, die niet het opdringerige hebben dat reclamespots nu eenmaal hebben.’
Kritisch luisteren was zeker gedaan want hij vervolgde met: ‘Uiteraard missen de jongelui nog de rijpheid van de doorgewinterde radiomedewerkers en foutjes en minder geslaagde stuntjes zijn daardoor niet te vermijden. Maar dit vormt aan de andere kant ook weer een boeiend element aan de uitzendingen van Hilversum 3.’ Maar het maken van fouten had volgens hem ook zo zijn charmes getuige: ’Feitelijk maakt de Hilversumse radiofabriek te weinig slippertjes. Wat dat betreft was het in die prille radiotijd interessanter. Het kon toen nog wel eens gebeuren dat een grammofoonmachine plotseling dienst weigerde en ik herinner me ook nog dat Oom Henk (H. F. Oets) van het zo bekende VARA-vragenuurtje voor de kinderen tijdens een uitzending opstond om de openstaande tuindeuren van de studio te sluiten. Er kwam namelijk een onweersbui opzetten en die hadden we via de microfoon toen al eerder horen naderen.’


Een andere programmamaker bij de KRO was Bert de Winter, destijds 28 jaar en die volledig zichzelf bleef als hij achter de microfoon zat. Feitelijk was hij de vliegende reporter bij de KRO en in die tijd hield hij precies bij hoeveel reportages hij had gemaakt. Hij sprak de verwachting uit dat eind 1965 het aantal van 1000 zou worden gehaald. Een nadeel van het hebben van een eigen programma, twee dagen per week, was, dat hij zich gebonden voelde en niet elk moment er op uit kon vliegen om een reportage te maken. Bert de Winter deed zijn presentatie trouwens voor de vuist weg. Dit in tegenstelling tot Betty Snoek, die alle teksten vooraf schreef. Deze 26-jarige KRO-medewerkster was de dochter van Arie Snoek. Die naam staat bij 60 plussers bekend als de man achter de piano in Ab Goubitz zijn Ochtendgymnastiek op de radio.


Dat de KRO redelijk aansloeg bij een deel van het Hilversum 3 luisterpubliek had mede te maken met een half jaar durend onderzoek dat een aantal medewerkers had verricht. Gerard Hulshof was destijds continuïteit regisseur op Hilversum 3. Hij stelde in een interview dat het gesproken woord kort en bondig diende te zijn en feitelijke informatie gefixeerd diende te zijn op herkenbare punten.
Frans Wijsen en Frans de Zwaan hadden voor de start van Hilversum 3 in opdracht van de KRO het onderzoek verricht naar de juiste manier van radiomaken voor het nieuwe station. Men had ondermeer gerenommeerde radiomakers in Engeland, Frankrijk, Duitsland en Amerika geïnterviewd. Mede door de inhoud van de interviews kon Gerard Hulshof, samen met zijn programmamakers, een juiste invulling geven en een programma neerzetten dat in grote trekken, volgens hem, met een ideaal station overeenkwam.
Men was tijdens het onderzoek er op gespitst er achter te komen op welke uren er meer, en ook wanneer er minder, zou worden geluisterd. Daarom waren vooral de drukke uren tussen 12 en 13 uur en die tussen 17 en 18 uur tijdens de KRO dagen gevuld met veel ‘recht-toe-recht-aan’ muziek. Andere uren waren er voor meer diepgang in de programma’s. Hulshof: “Het is natuurlijk behoorlijk pionieren, we maken lange dagen van 7 tot 19 uur en er wordt veel geïmproviseerd. De ogen van radioveteranen glimmen als ze ons bezig zien.”


Op 21 december werd bekend gemaakt dat het tijdstip waarop het programma van Hilversum 3 ook via de middengolf zou worden uitgezonden, nog niet vast stond. Van de zijde van de PTT maakte men destijds bekend dat het wachten was op het antwoord van minister Vrolijk, die moest vaststellen wanneer Hilversum 3 te beluisteren zou zijn op de 240 meter middengolf. Frankrijk en Ierland, die ook op deze golflengte met zenders actief waren, hadden al meegedeeld geen bezwaar tegen de komst van Hilversum 3 te hebben, maar Hongarije verzette zich wel tegen de uitzending na zonsondergang, omdat dan de reikwijdte van de Nederlandse zenders zo groot was dat het Hongaarse programma gestoord kon worden.


De verwachting was dat Nederland rekening zou houden met de bezwaren van Hongarije, dat ook lid was en is van de Internationale Telecommunicatie Unie. De overweging dat een ander land van achter het toenmalige IJzeren Gordijn, te weten Oost-Duitsland, er nut in zag westelijke zenders te storen, wanneer men dat nodig achtte, legde geen gewicht in de schaal. Oost-Duitsland was namelijk1 geen lid van de Internationale Telecommunicatie Unie en was dus vrij te doen wat het wenste. Voor de hand zou liggen Hilversum 3 in de winterperiode eerder uit de lucht te nemen dan in andere jaargetijden.
Volgens een advies aan minister Vrolijk zou dit in december en een groot deel van januari betekenen dat de AM-zender om half vijf uit de ether diende te worden gehaald. Vanaf 21 januari om vijf uur, vanaf 5 februari om half zes en vanaf 20 februari om zes uur. De termijn van zes weken, waarin buitenlandse regeringen bezwaar konden maken tegen de geplande Nederlandse uitzending op 240 meter, liep tussen Kerstmis en Oudjaar 1965 af.


Ondertussen gingen de doorsnee gezapige programma’s op Hilversum 3 door en werd bij lange na niet de doelstelling, de concurrent van Radio Veronica te worden, gehaald. De luistercijfers van Hilversum 3, dat later zowel op FM als de AM uitzond, waren pas in de jaren zeventig hoger dan die van Radio Veronica.


Hans Knot, 29 november 2014

  • Wie is online   1 lid, 0 anoniem, 3 gasten (toon volledige lijst)

  • Gebruikersstatistieken

    2668
    Aantal leden
    438
    Meest online
    Lawrence Nicolaas
    Nieuwste lid
    Lawrence Nicolaas
    Geregistreerd
  • Blog statistieken

    4
    Aantal blogs
    80
    Aantal berichten